Ik had de zon besteld en we hebben de zon gekregen. Waar Banos nog hoofdzakelijk in de wolken gehuld was en de Tungurahua (5023m) zoals meestal niet te zien was, heeft mijn schietgebedje, in de sfeervolle basiliek van Banos, geholpen. De zon lost de zwaarste wolken op en nog geen uur later zien we de vulkaan in zijn volle glorie boven de wolken uitstijgen. Een uur later laat ook de Chimborazo (6310m) zich van zijn beste kant zien. Vanaf het middelpunt van de aarde gemeten is dit de hoogste vulkaan van de wereld.
VicuñaDe top van de Chimborazo
Tijdens onze toiletstop heb ik contact met een lieve Ecuadoriaanse dame. We steken beide met veel plezier energie in een met Spaanse en Engelse woorden doorspekte babbel en ik begrijp van haar dat dit de eerste warme zonnige dag is sinds een week.
IndrukwekkendOp weg naar de 5000 meter
Bloemen van de Chiquiraga
Hoe warm blijkt als we op 4800 meter, gekleed in thermo ondergoed, fleece trui en warme jas, puffend de twee honderd hoogtemeters naar de refugio Whymper (5000m) afleggen. Ik heb geen last van hoogteziekte, maar de weg vol haarspeldbochten ernaar toe maakt dat ik toch nogal wiebelig op mijn benen sta. Je ziet de hut al liggen en mijn benen bewegen automatisch met kleine stapjes over het brede nu en dan besneeuwde pad, maar de wandelstok had ik net zo goed achter kunnen laten, want het ontbreekt me aan kracht in mijn armen om hem fatsoenlijk neer te zetten. Zo merk ik toch dat je op deze hoogte maar de helft van de zuurstof beschikbaar hebt. Maar we hebben het gered, dit is letterlijk het hoogtepunt van mijn leven (tot nog toe?)!!!
Bij de Refugio WhymperOp de weg terugUitzicht vanaf de Chimborazo
Onderweg naar Banos (1800m) bezoeken we het Quilotoa kratermeer (3912m). De zon en de wolken weerkaatsen prachtig in het blauwgroene kratermeer. Boven aan de kraterrand staat een straffe wind en voelt de 9 graden een stuk frisser aan. We lopen over een deel van de kraterrand tussen de mooie kleurrijke bloemen. Hierna eten we in een gezellig restaurantje.
Prachtige lupines
Over de kraterrand van het Quilotoa meer
AlpacaBij het Quilotoa meer
Na aankomst in Banos lopen we ‘s avonds het gezellige centrum in voor koffie en heerlijke gebakjes in een uiterst moderne koffiebar.Het is weliswaar in Ecuador nog geen 2 juli, maar in Nederland al wel en dus vieren we Remy’s verjaardag.
Bovenste deel van de Pailon del Diablo
Pailon del Diablo
Op onze eerste vrije dag nemen we de volgende ochtend de lokale bus richting de mooiste waterval van Ecuador: El pailon del Diablo (“De ketel van de duivel”). Het water van de bijna 80 meter hoge waterval stort zich met donderend geraas naar beneden op indrukwekkende grote rotsen. De nevel zorgt zelfs op ruime afstand van de waterval dat je niet droog blijft. Dat het nog natter kan bewijst Remy, via een kruip-door/sluip-door route komt hij achter de waterval bij de “Grieta al cielo: Cavernas hasta la ducha natural”, de grot met de natuurlijke douche. Op de weg terug zien we een prachtig mooie mannelijke Rode Rotshaan. Wat een prachtig verjaardagscadeau!!!
Rode rotshaan
Agoyan waterval
We nemen de bus terug richting Banos en stoppen onderweg bij de Agoyan waterval. Een dubbele waterval waarbij de ene waterstraal bruin en de andere wit van kleur is. Ik steek mijn duim omhoog en al snel stopt er een mini vrachtwagen. Ik slinger mezelf achter in de overdekte laadbak en kom terecht bij een groep fietsers met hun fietsen, die ook op de terugweg zijn naar Banos.Het is in Ecuador de gewoonte dat je iets bijdraagt voor de lift en zo staan we tien minuten later voor wel 50 dollarcent (hihi) met zijn tweeën weer in het centrum van Banos. Het blijft leuk, het lokale vervoer in Ecuador.
Santuario Nuestra Señora del Rosario de Agua SantaKlooster naast de kerk
We sluiten Remy’s verjaardag af met een lekker Mexicaans etentje…
Remy bij de “foute” evenaar (200m verkeerd)Nu bij de “goede” evenaarTraditionele dans bij het Intiñan museumDansend Amazone kind bij het Intiñan museumAntisana vulkaan (5704m)Illiniza Norte vulkaan (5126m)Cotopaxi vulkaan (5897m)Cotopaxi vulkaan (5897m)
Mindo wordt omringd door nevelwoud en het is er dan ook warm (28 graden) en vochtig. Mindo (1800m) is het paradijs voor vogelaars met over 500 soorten. Sinds 2013 strijdt het met een ander Ecuadoriaans dorp om de titel van meest getelde vogels ter wereld. Bij zonsopgang doen we daarom ook een vogelexcursie. We zien onder andere toekans, kolibries en een crested guan. Helaas zitten er veel ver weg of tussen de bladeren en dat maakt fotograferen lastig.
Red billed parrot
White hawk
Na het ontbijt nemen een taxi naar de “taribata”, een soort kabelbaan met een bak voor 6 personen. We zoeven 152 meter boven een rivier naar de overkant van een vallei en komen aan in het beboste Bosque Protector Mindo-Nambillo. Hier bezoeken we een aantal watervallen, de Rio Nambilla Cascades.Via op en neer paadjes klauteren we over de soms gladde stenen om van de ene waterval naar de andere te lopen. We bezoeken er totaal vijf en werken ons aardig in het zweet door in drie uur 886 meter omhoog en 720 meter omlaag te lopen. Behalve de Nambilla zijn het allemaal kleinere watervallen met elk hun eigen karakter.
De Guarumos waterval
Kolibrie
Enigszins moe maar voldaan nemen we de taxi terug naar het dorp waar we ons af laten zetten bij een kolibrie tuin. Nou ja, tuin. We worden naar een veranda achter het huis geleid. Vanuit daar hebben we uitzicht op een deel van het bos. Hier heeft de eigenaar op verschillende plekken voer voor de verschillende vogelsoorten neergezet en op 1 meter van de veranda zoeven wel 15 verschillende soorten kolibries voor onze neus rond. Iets verder zitten tanagers in alle kleuren (zwart, blauw, geel, oranje) te eten op grotere takken. Er is zelfs een toekan en een agouti (een groot knaagdier) vanmorgen gezien. Regelmatig horen we het mitrailleur geluid afgaan van de camera’s van een stel Japanners met objectieven zo groot als honkbalknuppels als een kolibrie weer bij een bepaalde bloem komt drinken van het suikerwater wat de eigenaar er in heeft gespoten. Onder het genot van een drankje genieten we de rest van de middag van het prachtige schouwspel. Natuurlijk maken we ook weer veel te veel foto’s.
Prachtig gekleurde kolibries
De ene nog mooier dan de andere
Als het begint te schemeren gaan we in her dorpje naar El Chef, waar ik samen met een lokaal biertje de heerlijkste Churrasco (gegrild rundvlees met gebakken ei, salade, frietjes en rijst) te eten krijg. Nagenietend van een mooie dag (en het lekkere eten) lopen we terug naar de lodge…
Na eindelijk een lange nacht (we mochten uitslapen tot 8 uur) in een sfeervol hotelletje in Quito, de hoogst gelegen hoofdstad van de wereld (2850m), hebben we een mooie stadswandeling gemaakt door het Spaans koloniale hart van Quito. Met een zonnetje en een heerlijke temperatuur bezochten we allereerst de hoog barokke La Merced kerk. De sfeer in de stad is erg multicultureel, we zien veel Otavalino indianen, mestiezen (mensen met zowel Spaanse als Indiaanse voorouders) en bedelende Venezolanen. Er wordt op diverse plekken muziek gemaakt en op iedere hoek van de straat vind je straatverkopers met bloemen, zelfgeoogst fruit, loterij loten, sjaals en speelgoed. In de mooie kleurrijke met romantische Spaanse koloniale huizen vind je nu winkels, restaurants en hotels.
Gezellige muziek
Straatartiesten in Quito
Werk van Salvador Dali
Binnenkijkend in een openstaande grote houten poorten ontdekken we mooie binnenplaatsen en een mooie kloostergang. In het Centro Cultural Metropolitano culturele centrum werden we verrast door een mooie expositie van 25 werken van Salvador Dali. Na nog wat kerken bezocht te hebben sluiten we ons bezoek aan Quito af op het uitzichtpunt (3016m) Loma El Panecillo. Een groot 41 meter hoog Maria beeld staande op de wereldbol en een draak en een slang prijkt boven Quito uit. Op dit uitgangspunt hadden we het geluk om drie vulkanen in het zonnetje te zien: de Sincholahu (4893m), de Cotopaxi (5798m) en de Ruminanui Norte (4712m). De reis naar onze volgende bestemming Mindo (nevelwoud) duurde gelukkig maar 3 uurtjes…
Via een pas (4069m) komen we in Papallacta (3300m). Het is fris en het regent continu. Toch besloten we om nog een kleine wandeling te doen. Via een smal paadje passeren we een groep lama’s en zien we een tweetal Andes konijnen met hun typische kleine oortjes en komen we in een stuk bos waar we langs een kolkend riviertje omhoog lopen. Dit berggebied voorziet de hoofdstad Quito van water en dat is te merken. Doorweekt besluiten we toch maar om meteen wat te gaan eten en Jacqueline wist al dagen van te voren wat ze ging bestellen: Trucha a la plancha, oftewel gegrilde forel, die hier lokaal gekweekt wordt. De forel en mijn rundvlees smaken geweldig. Bij terugkomst in het hotel zijn we behoorlijk verkleumd, maar daar weten we wel een oplossing voor. Papallacta staat namelijk bekend om zijn thermische baden vanwege de warm water stromen die een gevolg zijn van de vulkanen, waaronder de Antisana (5758m), in dit gebied. Ons hotel, Termas de Papallacta heeft prachtige kamers met vloerverwarming (!) en vanuit je kamer loop je zo de thermische baden in. We kunnen even lekker relaxen in het warme water. Heerlijk!!!
Blad imiterende sabelsprinkhaan
Veel verschillende spinnensoorten
Dat het flink heeft geregend horen we meteen die avond nog. Een brug is weggeslagen en verderop hebben nog drie modderstromen de weg weggespoeld! Dat betekent dus dat het onmogelijk is morgen onze geplande bestemming Cuyabeno in de Amazone te bereiken. We moeten hierdoor namelijk honderden kilometers omrijden en zullen zo nooit op tijd onze Eco lodge kunnen bereiken. Via de omweg komen we echter wel langs een ander deel van de Amazone en overnachten we een dag nabij Cotundo (800m) in de Huasquila Amazone Lodge. Het gastvrije personeel laat ons zien hoe ze chocolade van hun eigen verbouwde cacoa maken. De met kaneel en citroengras bereidde chocolade smaakt een beetje bitter maar wel lekker. Na het eten maken we in het donker nog een insecten wandeling. We zien o.a. meerdere wandelende takken, spinnen, (nacht)vlinders. Na een lange reisdag gaan we met een voldaan gevoel naar bed onder het slaapverwekkende luide geluid van krekels en kikkers.
Guagamayo Ecolodge
Rosse tijgerroerdomp
Hoatzin
We gaan op weg richting Cuyabeno, ook weer via een alternatieve route vanwege de vele regen. Het grootste deel van het Amazone gebied in Ecuador ligt op 200 tot 500 meter hoogte. In de verte zien we twee vulkanen hoog boven het regenwoud uitsteken, de Antisana (5758m) met zijn besneeuwde top en de Sumaco (3732m).We stappen over in een gemotoriseerde grote kano varen zo’n tweeënhalf uur (zo’n 40 km) over een rivier met dichtbegroeide oevers naar de Guagamayo Ecolodge, die volledig op palen is gebouwd. Onderweg proberen we natuurlijk meteen dieren te spotten. Een kleinere Anaconda (3 meter) warmt zich in de zon op een stam. Ook zien we anhinga’s (slangenhalsvogel), kleine vleermuizen, wol- en capucijnerapen en een tweetenige luiaard. Aangekomen bij de lodge zien we een zwarte gier en de punkers van de Amazone, enkele hoatzin’s. Na onze rugzakken te hebben gedropt, maken we ons op weg richting een meertje waar we genieten van de mooie zonsondergang. Hierna gaan we op zoek naar kaaimannen. We vinden er één maar die duikt snel weg voordat we een foto kunnen maken. Wel zien we in totaal drie verschillende boom boa constrictor’s in bomen op het meer. Prachtig om te zien! Op de terugweg zien we nog een tweetenige luiaard hoog in een boom. Alweer een lange dag en alweer heel veel gezien…
Anaconda (3 meter)Boom boa
Jacqueline met het jonge wolaapje
Natuurlijk staan we de volgende dag vroeg op om vogels te spotten. Naast vogels zoals de hoatzin, de roodkeelspecht, verschillende vliegenvangers, reigers en ijsvogels zien we ook vleermuizen, capucijnerapen en een roze rivierdolfijn, die heel kort boven komt om adem te halen. Bij terugkomst ligt er een brilkaaiman onder onze hut in het water. Na het ontbijt gaan we op weg naar een Siona gemeenschap. Er zijn nog maar zo’n vier Siona dorpen met totaal zo’n 350 mensen. We krijgen te zien en te proeven hoe ze van de yucca plant brood maken. Een vier weken oud wolaapje is als wees opgenomen in het dorp en Jacqueline is meteen verkocht. Wat een snoepje!!!
Brilkaaiman
Capucijneraap
Klein slangetje
In de namiddag maken we nog een kleine wandeling door het regenwoud en zien een grote kolonie parasolmieren en Jacqueline ontdekt een witte boomkikker met zwarte stippen. Onze gids is verbaasd over de vondst. Hij toont ons nog een tweetal zeer goed gecamoufleerde boomkikkers en terug bij de lodge gaan we met de gidsen op zoek naar de gevonden kikker, maar we kunnen hem niet in de boeken terugvinden. Heeft Jacqueline wellicht een nieuwe soort ontdekt?!? Verder onderzoek is nodig om dit vast te stellen, maar hoe dan ook, het blijft een prachtige mooie kikker…
Een nieuwe soort boomkikker?
De dag erna verlaten we het Amazone gebied op weg naar Quito, de brug is schijnbaar weer gerepareerd. Echter als we in de lange file staan om bij de brug te komen komt het bericht dat een andere brug op dezelfde weg ook is ingestort. Dus moeten we toch weer omrijden. Na een lange reisdag van meer dan 19 uur bereiken we uiteindelijk Quito en gaan snel in bed liggen…
Otavalo (2550m) ligt in de provincie Imbabura, genoemd naar de vulkaan die deels gehuld in wolken het uitzicht van de stad bepaald. Otavalo is beroemd vanwege zijn zaterdagmarkt en de textiel en zilverwerk die hier en in de omringende dorpen gemaakt wordt.
De varkens worden geinspecteerd
Een Otavalino doet haar inkopen
Onze eerste jetleg nacht worden we natuurlijk meerdere keren wakker. Desondanks staan we om 06.30 op om om 07.00 uur op weg te gaan naar de authentieke veemarkt buiten de stad. Het is er een drukte van belang.De dieren worden uitvoerig bekeken door de koper. De prijzen zijn behoorlijk hoog voor Ecuadoriaanse maatstaven. We zien voornamelijk koeien, kippen, ¹schapen, varkens, een enkele lama of kalkoen en natuurlijk vele zakken vol “Cui”, cavias, het nationale gerecht van Ecuador. Met verbazing kijken we naar de grijs en bruin gekleurde kuikens. Geen idee wat dat moet worden. Ze schijnen ook witte kuikens te hebben, maar die zien we even niet.
Grijze en bruine kuikens
Voor elk wat wils
De beroemde kleurrijke ponchomarkt is op een plein in de stad, maar de omringende straten staan ook vol met standjes. Er wordt van alles verkocht, maar de hoofdmoot zijn toch de typische Andes truien, sjaals, leren tasjes, kleden met kleurrijke motieven met hier en daar een lama print en vele mooie sieraden. De kinderen worden in een omslagdoek op de rug gedragen of in een krat onder de toonbank gezet. Vriendelijke gezichten begroeten je met “Buenos dias!” en een lach. Uiteindelijk vertrekken we met een paar mooie, warme sjaals.
Boerin Laura
Iets ten noorden ligt Cotacocha (2800m), een dorp bekend om zijn leer en dat is te zien aan de hoofdstraat, de ene lederzaak na de andere. In de omgeving van Cotacocha hebben indiaanse boeren gemeenschappen een project opgezet om het mogelijk te maken om bij een gezin te overnachten. Ons gastgezin van boerin Laura bevindt zich in Santa Barbara. Aan het boerderijtje is een prachtige kamer aangebouwd. Bij aankomst worden we meteen aan het werk gezet. De mais moet van de kolven losgehaald worden. Nadat we een hele krat maïskolven gepeld hebben staat het avondeten al klaar: mais soep als voorgerecht, krokante aardappelpureebollen en kip, wortels en erwten in een tomatensaus. Een heerlijke drankje van boom tomaat completeert de maaltijd. Eerlijke boerenkost. We hebben niet veel tijd om na te genieten want de taxi komt er al aan. Het is namelijk Inti Raymi.
De cirkel is rond
Op naar het volgende huis
Een belangrijk festival voor de indiaanse bevolking, dat zijn oorsprong vind in de Inca cultuur, waarbij contact met de aarde een belangrijk aspect is. In de omgeving van Otavalo en bij Ingapirca wordt dit groots gevierd met dansen en rituele baden. Elke dag een ander dorp, we worden naar Calera gebracht. We zien tientallen mensen een draaiende cirkel maken bij een huis van het dorp terwijl ze met hun voeten op de grond stampen. Op deze manier proberen ze de negatieve energie uit hun lichaam te krijgen en de positieve energie van de aarde op te nemen. Ook is het een dankfeest aan de aarde dat zij hun een goede (mais) oogst hebben gegeven. Er wordt kreten geslagen en enkele mensen blazen op een schelp of een fluit. Spontaan stopt het draaien en de massa gaat al stampvoetend en zingend naar het volgende huis. De gefermenteerde geur van het mais bier vult mijn neus als de menigte voorbij loopt. Sommige hebben zo te zien al een aardige hoeveelheid gedronken, terwijl het feest nog tot diep in de nacht doorgaat. Om middernacht worden dan nog de rituele baden onder een waterval gedaan, echter liggen wij dan al lang in bed na een lange dag…
Jacqueline bij het Cuicocha meer
In de ochtend bezoeken we het Cuicocha meer (“Cavia kom meer”, 3100m), waar we een stuk over de bergkam wandelen. Talrijke verschillende kleurrijke bloemen versieren de kam zoals Lupines en Bromelia’s. Helaas laten de weergoden ons een beetje in de steek en laat de zon zich maar twee minuutjes zien. Net tijd genoeg voor een foto…
We wilden graag naar Hpa-An vanwege het omringende karst gebergte en zijn spectaculaire grotten. Om hiervan optimaal te genieten huurden we een brommer om op ons eigen tempo alles te verkennen. Het is hier weer een stuk warmer dan Kengtung, waar we onze trekkings hadden gedaan.
Ingang van de Kawgun Cave
Kawgun Cave
Onze eerste stop is de Kawgun Cave. Deze onbeschutte grot bevat duizenden kleine van klei gemaakte boeddha’s die tegen de wanden van de grot geplakt zijn. Door de jaren heen zijn veel van deze klei beelden door onder andere weer en wind, en de grote aanwezigheid van duiven en apen, verweerd en zijn er steeds weer nieuwe bijgeplakt. Het is indrukwekkend om te zien hoe hoog de verschillende beelden en stucwerken tegen de grot omhoog gaan. Verder vind je er enkele oude Boeddha beelden uit de 7de eeuw.
Java-aap
Ingang Ya Thay Payan Cave
Even verderop ligt de Ya Thay Payan Cave. Via een trap kom je bij de ingang van de grot waar meerdere Boeddha beelden geplaatst zijn. Deze grot is dieper dan de Kawgun en via meerdere grotten met mooie stalactieten en stalagmieten komen we uiteindelijk bij een uitgang aan de andere kant van de berg waar we een mooi uitzicht over de omgeving hebben.
Trap naar de Ya Thay Payan Cave
Ya Thay Payan Cave
Uitzicht vanuit de Ya Thay Payan Cave
De volgende dag rijden we ten zuid oosten van Hpa-An en komen we aan bij de Kyauk Ka Latt, een klooster gebouwd op een eiland met een pagoda op een opmerkelijk stuk kalksteen. Je kunt een heel klein stukje omhoog om dichter bij de pagode te komen.
Kyauk Ka Latt Pagoda
Het is prachtig om door het mooie karst landschap te rijden met uitzicht op de rijstvelden. Na een uur rijden komen we aan bij de Saddan Cave. Deze grot is de grootste en indrukwekkendste van allemaal. In het voorste gedeelte van deze grot staan meerdere Boeddha beelden. In het midden gedeelte zijn er grote kamers van meer dan 25 meter hoog vol met stalactieten en stalagmieten. In het laatste gedeelte horen en zien we boven onze hoofden de vleermuizen vliegen. Zeven soorten en meer dan 100.000 vleermuizen totaal leven in deze grot, naast enkele unieke insektensoorten. Aan het einde aan de andere kant van de berg gaan we terug naar de ingang door met de boot via een andere ondergelopen grot te varen.
Rijstvelden bij de Saddan Cave
Het planten van de rijst
Ingang Saddan Cave
Saddan Cave
Saddan Cave
Hindu tempel in Hpa-An
Uitgang Saddan Cave
Elke grot heeft zijn eigen charme. De Kawgun Cave was mooi vanwege zijn indrukwekkende ingang, de Ya Thay Payan Cave heeft mooie stalactieten en stalagmieten en de Saddan Cave is indrukwekkend vanwege zijn grootte en het geluid van de 100.000 vleermuizen…
Waterplanten verzamelen als mest voor de drijvende tuinen
Lokale verkoopster op de markt van Nan Pan
Het 22 kilometer lange Inle meer ligt op 900 meter hoogte en is het op één na grootste meer van Myanmar. Rondom het meer liggen verschillende bezienswaardigheden.
De drijvende tuinen van het Inle meer
Paalwoning op het Inle meer
Op het Inle meer zelf vind je complete dorpen met paalwoningen en de drijvende tuinen waar Inle meer bekend om staat. Ook staat het meer bekend om zijn ambachten als het maken van lotus zijde, cigaren en zilverwerk. Verder vind je er meerdere grote markten en enkele tempels en pagodes die druk bezocht worden.
Kakku
Kakku is het meest heilige complex van de lokale etnische minderheid Pao. Er staan meer dan 2000 stoepa’s vlak naast elkaar op een vierkante kilometer. De eerste zijn gebouwd vanaf de 3de eeuw, maar vanaf de 12de eeuw zijn de meeste toegevoegd tot zo’n 200 jaar geleden. De belangrijkste stoepa is ongeveer 40 meter hoog. Een aantal stoepa’s hebben nog hun ‘kroon’ met belletjes op de top die spelen in de wind. Veel stoepa’s zijn gerestaureerd (helaas niet allemaal even mooi (geen originele stenen en materiaal) zoals wij dat vinden). Er zijn echter nog genoeg die prachtige reliëfs en stucwerk hebben.
Stucwerk van Kakku
Vrouw van de Kayan Lahwi stam
Indein ligt aan de andere kant van het meer en is bereikbaar via één van de rivieren die op het Inle meer uitkomen heeft ook honderden stoepa’s in alle maten en vormen.
Één van de zijrivieren
Indein
Vergane glorie in Nyaung Oak
Ook bij het aangrenzende Nyaung Oak zie je prachtige deels vervallen, deels overwoekerde pagodas. Het is er een stuk rustiger dan bij Indein en het is heel leuk om hier rond te zwerven en mooie dingen te ontdekken.
In dit vluchtelingen dorp zijn de mensen echt arm. Ze bezitten geen grond en leven van de rijstresten die achter blijven als de rijstoogst heeft plaats gevonden.
Dat is niet voldoende om van te leven en dus hopen ze dat ze ingehuurd worden als seizoensarbeiders.
Na dit dorp gaat het via rijstterrassen gestaag omhoog.
We passeren een spirit forest waar de Lahu niets kappen om de geesten gunstig te stemmen.
Het is ruim drie uur lopen naar het eerste dorp. Het ligt op de top van een heuvel.
Appeltjes verkopen in naburige dorpen…
Dit is het grootste dorp met circa 25 gezinnen. De Lahu Shi zijn animistisch. Ze verbouwen hun eigen rijst en hebben de nodige kippen, varkens, honden en koeien rond lopen.
Na circa 2 uur komen we twee mensen met manden op hun rug, hangend aan een houten schouderjuk, tegen. Een opa met zijn kleindochter die de kleine appeltjes die ze dragen, gaan verkopen in naburige dorpen.
Net voordat we het dorp bereiken worden we ingehaald door twee jonge meisjes met dezelfde manden, nu vol met sprokkelhout tegen. Bij hen is geen spoortje zweet of vermoeidheid te bespeuren, terwijl mijn bril mistig aan slaat door de inspanning.
Maar even verderop gaan ze toch in de bocht er even bij zitten.
En dat iedere dag weer… met kapmessen alle zijtakken eraf…
Als we eindelijk het dorp in lopen worden we opgewacht door een schare nieuwsgierige kinderen.
We worden uitgenodigd in een huis voor een kopje thee. Nog geen 10 minuten later zit zo ongeveer het hele dorp binnen. Is het nieuwsgierigheid of de hoop op meegebrachte kadootjes?
Aankomst in het Lahu Shi dorp.
Het hele dorp komt kijken.
De meegebrachte leesbrillen en pennen vinden gretig aftrek. Één bril gaat naar de sympathiek ogende chief van het dorp.
Hij oogt jong maar is de zeventig toch ruim gepasseerd.
De volwassen Lahu Shi dragen uitsluitend hun traditionele blauw en witte kleding.
Lahu meisjes trouwen wat eerder dan Lahu An en Akha meisjes. Ze worden volwassen geacht zodra ze de grote rieten schaal waarmee je het kaf van de rijst scheidt kunnen hanteren.
De Chief
Bij de Lahu Shi is het de schoonzoon die bij de schoonouders intrekt en vervolgens tien jaar voor hen werkt. Pas daarna mag het stel zelf een woning betrekken en zelfstandig leven.
We bekijken het dorp. Ik ben blij dat het nu het droge seizoen is. Ik glij nu soms al uit op de steile paadjes.
De mensen zijn hier wat terughoudend… Is het verlegenheid?
Maar het komt ook maar een paar keer per jaar voor dat ze bezoek krijgen. Alleen in de droge maanden.
Het tweede dorp dat we na nog een half uur bereiken is kleiner maar bezit een school die hier opgezet is door een monnik. Hij financiert ook de aangenomen onderwijzeres. De regering draagt niets bij.
De privé gestichte school.
Kinderen krijgen hier alleen wat basiseducatie, taal, rekenen en schrijven.
Daar blijft het bij. Vervolgonderwijs zit er niet in.
Het is al aan het schemeren als we weer bij ons startpunt aankomen.
Wederom geen toerist gezien. Het was weer een mooie dag. Een dag waarop je je maar weer eens te meer realiseert hoe bevoorrecht wij zijn. Respect voor deze levenswijze waar mensen er toch voor kiezen om hun traditionele waarden en gebruiken in stand te houden terwijl ze wel smartphones hebben waarop ze onze westerse leefwijze wel kunnen volgen.