Isfahan
Isfahan – ook wel Esfahan – is een stad van 1.9 miljoen inwoners en heeft de reputatie één van de mooiste steden ter wereld te zijn. De naam van de stad vertaalt zich vanuit het Perzisch naar ‘de helft van de wereld’. Het is tot de dag van vandaag, de populairste stad van Iran. Sjah Abbas I verplaatste in 1598 de hoofdstad van Perzië van Qazvin naar Isfahan, want dat lag verder weg van het Ottomaanse Rijk, de grootste tegenstander in die tijd.

Het Naqsh-e Jahan plein, ook wel bekend als Meidan-e Emam, is na het plein van de hemelse vrede in Beijing het grootste plein ter wereld en vormt het hart van Isfahan. Door de geschiedenis heen is dit plein door verschillende veroveraars gebruikt om mijlpalen te vieren, polo te spelen en militaire parades te organiseren. Wij vonden het in ieder geval veel mooier en sfeervoller dan het militaristische en qua sfeer beklemmende plein in Beijing. Hier spuiten fonteinen in mooie, groene met bloemen versierde tuinen, er staan bankjes en rijtuigjes rijden (Iraanse) toeristen er rond om heen. Het plein wordt omgeven door een aantal belangrijke mooie monumenten zoals de Qaisarieh bazaar, de Sheikh Lotfollah moskee, de Mashed-e Emam moskee en het Ali Qapu paleis. Het rechthoekige plein is omgeven met een grote muur waarin winkeltjes zitten.

Het duurde maar liefst 17 jaar (1603-1619) om de Sheikh Lotfollah Moskee te bouwen. Deze moskee is, zowel van binnen als van buiten, met dusdanige precisie en visie gemaakt dat architecten wereldwijd het moeilijk vinden te geloven dat de moskee door mensenhanden is gemaakt. De moskee zelf staat een beetje haaks op het plein om naar Mekka gericht te kunnen staan. De façade staat echter evenwijdig aan het plein. Deze moskee heeft geen minaretten en de precieze functie van de moskee is onbekend, wellicht diende hij als privé moskee voor Sheikh Lotfollah.


De Mashed-e Emam moskee, waarvan de oudste delen uit de 11de eeuw stammen, behoort tot één van de mooiste bouwwerken uit het Midden-Oosten. Helaas voor ons stond deze moskee deels in de steigers en lagen er nog vol veel overblijfselen van Eid-e-Ghadir, een belangrijke feestdag voor de sjiieten, waardoor het fotograferen niet de moeite loonde.
De Qaisarieh Bazaar aan het Naqsh-e Jahan plein was ooit één van de grootste en meest luxe winkelcentrums. Vroeger was de bazaar het ware centrum voor stofjes en kwamen handelaars van ver gelegen plekken naar Isfahan om hier te handelen. Tegenwoordig is deze bazaar gespecialiseerd in diverse ambachten in Isfahan. Wij hebben een praatje gemaakt met een koperslager die zijn ontzettend verfijnde ambachtskunst liet zien. Hij was door Unesco uitgeroepen tot beste koperslager en heeft ook handelscontacten met bedrijven in Nederland. Trots liet hij foto’s zien en zijn getuigschrift. Net als bij de verloren was methode bij brons was hij nu bezig met het koperslaan rondom een wassen vaasmodel. Als hij klaar is met zijn werk wordt de was eruit gesmolten en houd je de holle vaas over. De toegang naar de Bazaar is een majestueuze poort die is beschilderd en versierd met mozaïektegeltjes.

We slenteren op ons gemak door de bazaar in de richting van de Hakim moskee, gebouwd tussen 1656 en 1662. Uniek aan deze moskee is dat hij 5 ingangen heeft, de vijfde ingang werd pas rond 1960 achter een muur ontdekt. In plaats van tegelwerk heeft deze ingang een prachtige stenen façade met diverse metselpatronen die stamt uit de 10e eeuw.

Net om de hoek nemen we onze lunch in het Malek Soltan Jarchi Bashi traditioneel Perzisch restaurant. Het is gevestigd in een oud badhuis uit 1611 dat in de oude stijl is gerestaureerd, gebaseerd op historische foto’s. In die tijd was het het grootste badhuis van Isfahan dat twee mannen en twee vrouwen had. Het restaurant is werkelijk fantastisch mooi en er staan op verschillende plaatsen oude gebruiksvoorwerpen. Jacqueline neemt een Dolomeh chicken kebab en ik neem een Biryani met Biryani bouillon. Mijn gerecht wordt geserveerd in een koperen schaal en bestaat uit een dubbel gevouwen stuk brood met daarin gekruid (in ieder geval saffraan) lamsgehakt met walnoten en ernaast bladeren die naar anijs smaken. Op de schaal staat ook nog een koperen pannetje met daarin brood (en vermoedelijk kaas) gedrenkt in de bouillon. Het smaakt heerlijk! Wat een goed restaurant met een heerlijke ambiance!



Na zo’n heerlijke lunch moeten we natuurlijk wel een stukje lopen, we hebben nog Seyyed moskee uit 1850 bezocht. De moskee is de meest bekende moskee uit het Qajar tijdperk. Vooral het tegelwerk is een schoolvoorbeeld voor deze periode. Metselwerk met aardewerken en geglazuurde tegels geven kleur en sfeer.
De Ali minaret is de oudste (11de eeuw) en met zijn 48 meter de op één na hoogste minaret van Isfahan. Hij zou origineel 50 meter zijn geweest maar in de loop van de tijd is hij 2 meter ingezakt. Er staan vier inscripties op de minaret waarvan eentje in steen, de andere in keramiek.

We lopen terug naar een ander gedeelte van de Qaisarieh bazaar en bekijken de vele winkeltjes en zien inderdaad veel staaltjes van vakmanschap van geëmailleerd koper, met de hand bedrukte kleden, verfijnde zijden en wollen tapijten en nog veel meer.

De volgende ochtend gaan we het zuidelijk deel van de stad verkennen. We beginnen in new Julfa, de Armeense wijk van Isfahan. De Armenen stonden bekend als zeer bekwame vakmanslieden en om hen naar Isfahan te laten komen liet Sjah Abbas I het zelfs toe dat ze hun eigen godsdienst mochten behouden en kerken mochten bouwen. De Bedkhem Church is zo een Armeens-Apostolistischd kerk. Maar liefst 72 schilderingen tonen het leven van Jezus in deze kerk uit 1627.
We vervolgen onze weg naar het zuidoosten en gaan omdat we er toch langskomen even kijken bij een “gewone wijk moskee”, de Alreza moskee, die we onderweg zien. De conciërge is blij verrast dat wij buitenlanders zijn moskee komen bezoeken. Hij loopt naar binnen en doet de ventilatoren en het licht aan. Tja, voor de gewone vrouw die zit te bidden gaat ie natuurlijk niet te veel stroom verbruiken… Toch wel leuk om te zien hoe trots ze zijn op hun eigen moskee.

Even verderop zien we een paar gigantisch grote en moderne minaretten. We besluiten om ernaar toe te lopen. Het is een gigantisch complex dat nog in aanbouw is. Van enkele domes en minaretten staat alleen het skelet. Bij navraag blijkt het om de Mosalla moskee te gaan. Sinds 2005 wordt er al aan gewerkt, het complex zal in totaal 8 minaretten krijgen en de domes zijn de grootste ooit in Iran gebouwd. Zelfs het indrukwekkende Shah-e-Cheragh valt in het niets bij de grootte van dit project. Ik ben benieuwd hoe het eruit zal zien als het af is…

Na deze omleiding lopen we weer richting ons originele doel, de Mardavij Pigeon Tower. De provincie Isfahan staat bekend om zijn vele duiventorens. Meer dan 3000 zijn er in de loop van de geschiedenis vanaf de 12de eeuw gebouwd in de omgeving. Ze werden altijd buiten de stad gebouwd, echter zijn een aantal inmiddels in de stad komen te liggen door de grote groei van de steden. De meeste stammen uit de 17de eeuw en elke toren huisvestte tussen de 7500 en 40000 duiven. Tegenwoordig zijn er nog maar zo’n 300 over.

De Mardavij Pigeon Tower is uit de 17de eeuw. Hij ligt er prachtig bij. Duiven vind je er niet meer, een zestal duiven loopt er nog rond. De toren bestaat uit een grote centrale hal vol met nissen (van 20 x 20 x 28 cm) voor de duiven met daaromheen een trappensystem met daarin weer overal nissen. De architectuur is bijzonder ingenieus, je kunt er prachtige abstracte patronen in zien. Boven op de toren zijn er bijenkorfachtige in- en uitgangen voor de duiven. Er is maar één ingangsdeur voor de toren, die vroeger slechts één keer per jaar open ging. Dan werd alle geproduceerde duivenmest eruit geschept om te dienen als goede vruchtbare mest voor de landbouw. Als ik er al aan denk hoe het goed bijgehouden duivenhok vroeger van mijn vader rook, dan zal dat uitmesten een rotkarwei zijn geweest, bah!
Om te voorkomen dat slangen naar boven kropen om zich te goed te doen aan de eieren van de duiven, werd halverwege de toren een substantie tegen de toren aangesmeerd die zeer glad was, waardoor de slangen naar beneden te pletter vielen. Je kunt dit zien aan de witte horizontale streep van een meter breed die rondom de toren loopt.

Midden door Isfahan loopt de Zayandeh rivier die het noorden en het zuiden van de stad opsplitst. Dit is de grootste rivier van het Iraans plateau. De rivier was één van de weinige rivieren in Iran die vrijwel het hele jaar door water voerde. Door de combinatie van bevolkingaangroei, industrialisering in de regio, drogere jaren, het ontbreken van een degelijke planning en het aanleggen van een dam, komt er sinds het einde van de 20e eeuw meerdere periodes van seizoensdroogte voor en tegenwoordig staat er misschien nog eens in de 5 jaar wat water in de rivier.
In de avond lopen we naar de rivier om enkele van de elf bruggen van Isfahan te bekijken. De Si-o-se Pol brug (1599 tot 1602), de Joui brug (1665) en de Khajou brug (1660) werden allemaal gebouwd in de tijd van de Safawiden. De eerste en de laatste brug zijn ‘s avonds een favoriete ontmoetingsplek voor de mensen van Isfahan. Op de Khajou brug wordt regelmatig door groepjes mensen gezongen, en dat terwijl dit eigenlijk officieel niet mag. Als wij over de brug slenteren komen we ook enkele groepjes tegen die prachtig zingen. Helaas worden ze even later inderdaad door de politie verjaagd. Even later zien we een groepje weer bij elkaar komen, wellicht dat ze later nog een poging wagen…



Eén gedachte over “ Isfahan”
Hartelijk dank voor jullie boeiende reis-verslag,en de prachtige fotos en gedetailleerde opsomming van jullie Odyssey door dit bijzondere land!