Van Kashan via Na’in naar Yazd

Vandaag een lange reisdag naar Yazd. Niet ver van Kashan zien we in het landschap wachttorens en afweergeschut: hier liggen over een lengte van 15 km op 100 m diepte de ondergrondse kerncentrales. Verder is het landschap saai en droog. Zo nu en dan verschijnen er wat kale woestijnbergen.
Tussen Kashan en Yazd maken we een stop in Na’in met zijn middeleeuwse oude centrum. Na’in was vroeger een belangrijke halte op de oude karavaanroute ten zuiden van de woestijn en is een echt authentiek woestijnstadje met veel leembouw, een oude moskee (vroeger vuurtempel geweest) met diepe cisternen en een compleet onderaards labyrint waar de bewoners zich tegen overvallers en woestijnrovers konden beschermen, waarschijnlijk nog stammend uit de pre-islamitische tijd!

De Jameh Moskee (= Groot Moskee) van de stad Na’in dateert van ongeveer de 9e eeuw en is één van de oudste moskeeën van Iran. Het is één van de eerste vier moskeeën die gebouwd werden na de invallen van de Arabieren. Het oudste (vuurtempel) deel dateert uit de 8ste eeuw, later werd de moskee over de vuurtempel heen gebouwd. Heel bijzonder vind ik de bakstenen wanden en pilaren rond de binnenplaats, de veertien zuilen zijn elk versierd met een uniek patroon van metselwerk, Seltsjoeks vakmanschap uit de 11e eeuw.

De moskee is bekend om zijn mihrab (gebedsnis) uit de veertiende eeuw. Naast de meghrab staat een preekstoel, een menbar, 700 jaar oud, uitgevoerd in fijn houtsnijwerk met bloemen- en geometrische motieven. Op de grote binnenplaats liggen vier albasten tegels. Deze zorgen ervoor dat er ondergronds nog daglicht kan komen. Als we de trap af gaan komen we in onderaardse gangetjes en ruimten van de vroegere vuurtempel. De moslims gebruikten de kelders onder de moskee als gebedsplaats gedurende de hete zomer Veel voormalige vuurtempels zijn verdwenen doordat de moslims er hun moskeeën bovenop bouwden.

In afwachting van onze picknicklunch lopen we de inmiddels grotendeels verlaten oude stad in, die is opgetrokken uit leem. Er zijn veel geruïneerde gebouwen, waarvan de bewoners nu voor onderhoudsvriendelijker behuizing gekozen hebben, het geeft de indruk in de middeleeuwen beland te zijn. Centraal ligt het fort Narin Ghal’eh, een Sassanidisch fort dat de oase moest beschermen tegen invallen. Net daarvoor zien we een ab anbar, een drinkwaterreservoir, met 4 badgirs, de windtorens die voor koeling moeten zorgen. Het fort is grotendeels vergaan, maar is toch indrukwekkend om te zien.
Het is al laat in de middag als we in Jazd aankomen.
