Persepolis en Naqsh-e Rostam
Cyrus is de grondlegger van het Perzische rijk en werd in 550 voor Chr. de koning van de Meden en Perzen. Darius I, de zoon van Cyrus, heerste van 522-486 v.Chr. en had een rijk dat zich uitstrekte van Libië en Egypte tot in het huidige India, Georgië en het Turkse Tracië.
Persepolis is een door Darius I gebouwd ceremoniële centrum van dit grote rijk in het zuiden van Perzië, het hedendaagse Iran, en is een van de belang-rijkste plaatsen die de oude Perzen hebben nagelaten. Het is geen stad want er zijn bij archeologische opgravingen geen huizen gevonden.
De koningen van het Perzische Rijk stonden bekend om hun nobele bewind, hun wijsheid en menslievendheid, kortom als wijze en tolerante heersers. De heersende godsdienst, het Zoroastrisme, is een leer waarin de mensen bewust moeten kiezen voor goede daden. Zij waren dus niet onderworpen aan de goden, maar hadden een vrije wil. Deze Perzische beschaving berustte ook niet op slavernij, maar op loon naar werken. En de relaties met de omringende landen werden onderhouden door het uitwisselen van geschenken. De rijkdom was niet gebaseerd op roof, maar op ruilhandel.
Vanaf de regering van Xerxes I werden alle ambachtslieden voor hun werk betaald. De economie werd toen monetair. In geval van een ongeluk van de ambachtslieden werd voor hun nabestaanden zorg gedragen. Vanuit het hele rijk kwamen de beste ambachtslieden naar Persepolis om mee te helpen bouwen aan het paleis.

Door de afgelegen, bergachtige locatie werd Persepolis hoofdzakelijk een lente- en zomerresidentie, terwijl het rijk vanuit andere steden zoals Babylon werd bestuurd.
Na zo’n 100 kleine treetjes op de monumentale entreetrap ( zodat 2000 jaar geleden de Meden en de Perzen die hier op audiëntie kwamen bij de koning, met hun kostbare zware gewaden op een waardige manier naar boven konden schrijden) bereiken we “de poort der naties” met aan weerszijden reusachtige gevleugelde stieren met mensenhoofden. Een indrukwekkende entree.
In deze ruïnestad is nog veel goed bewaard gebleven zoals het paleis van koning Darius (de kapitelen van de paleiszuilen waren versierd met beelden van leeuwen, griffioenen of stieren) en de “zaal van honderd zuilen”.
Het mooiste vond ik de Apadana (audiëntiehal).
Tijdens een groot feest, het Perzische nieuwjaar (Noroez) dat in maart valt, kwamen de onderdanen van de verschillende bevolkingsgroepen ‘giften’ (belastingen) aanbieden aan de sjah. De gezanten van 23 verschillende volkeren, te onderscheiden aan hun kleding en hoofdtooien, kwamen belastingen betalen aan Perzische koning. Het aanbieden van de giften is afgebeeld in reliëfs op de oostelijke trappen van de apadana.
Je ziet bijv. de Arabieren met stoffen en een dromedaris, Ethiopiërs met een slagtand van een olifant en een giraffe, Cappadociërs met een paard en kledij, enz. Verder zie je stieren en eenhoorns in gevecht met leeuwen, en koningen met de typische assyrische haar- en baarddracht in kleine krulletjes.
Archeologen hebben in de oude schatkamer stenen tabletten gevonden waar de salarissen van meer dan duizend arbeiders zijn bijgehouden. Het grootste deel van de schatkamer is echter verdwenen: je ziet alleen nog de zuilen die ooit de fundering vormden. Er is zoveel bekend over Persepolis omdat er veel geschriften zijn terug gevonden in 3 talen: het oud Perzisch, het neo-Babelonisch en het neo-Elamitisch?
Achter de schatkamer kun je via een korte klim bij een aantal tombes komen, de tombes van Arthaxerxes II en III. Sowieso een must omdat je van daar een prachtig overzicht hebt over de hele stad. Met name de linker tombe van
Arthaxrces II is de klim waard, de façade in de bergen is versierd met mooie reliëfs. Er zit een glaswand voor de facade en daarachter zit een bewaker bij het opening waar je in de grafkamer zou kunnen kijken.
Dat is echter ten strengste verboden staat op een bordje vlakbij de bewaker. Maar net als ik weer terug naar beneden wil gaan zie ik ineens mensen om de glaswand heen lopen… en die staan vervolgens naast de bewaker door de opening naar binnen te kijken!!! Tja, dan trek ik de stoute sandalen maar aan en stap over het verbodsbord heen om ook naar de ingang van de tombe te gaan. Ik hoef tenslotte niet roomser te zijn dan Allah, hihi. En zo ben ik in de gelegenheid om toch even te kijken en een foto te maken. De tombe is
niet groot en er ligt een grote deksteen in die waarschijnlijk het graf afdekt.

De bouw van Persepolis duurde ongeveer 150 jaar. Alle opvolgende koningen bouwden gestaag verder volgens het oorspronkelijke plan, maar nog voordat de bouw van de stad voltooid was werd het verwoest. De Apadana, het schathuis en het paleis van Xerxes werden in 330 v. Chr. veroverd, geplunderd en in brand gestoken door Alexander de Grote. Hij verwoestte Persepolis nadat (naar men zegt) de Perzen de Acropolis verwoest hadden. De stad werd verlaten en vergeten. In 1931 werd bij grote archeologische onderzoeken de stad weer ontdekt. Doordat de stad al die tijd onder het woestijnzand heeft gelegen zijn de reliëfs en beelden goed bewaard gebleven.
Naqsh-e Rostam

Toen Darius ongeveer 3 kilometer ten noorden van zijn nieuwe paleis de torenhoge klif met oude gedenktekens voor het koningschap ontdekte, liet hij hier vier graftomben uithakken. De kruisvormige rotsgraven zijn van de koningen Darius I (†486 v.Chr), Xerxes (†465 v.Chr), Artaxerxes I (†425 v.Chr) en Darius II (†404 v. Chr).

Hun grafmonumenten zijn indrukwekkend. De rotsgraven zijn 23 meter hoog en 18 meter breed. Zo’n 6-7 eeuwen later wilde ook Shapor wat langer bekend blijven. Hij heeft in de brede rotsstrook onder de graffaçades zijn overwinning op de Romeinse keizer Valerianus in indrukwekkende reliëfs laten uitbeitelen.
Arabische legers brachten in de 7e eeuw de islam naar Perzië, zij vernietigden veel heidense monumenten. Maar de Perzische geleerden conserveerden de reliëfs onder de mysterieuze graven in de 65 m hoge rots in de veronderstelling dat ze de islamitische held Rostam voorstelden. Nu is dus bekend dat de reliëfs in de steile rotswand rond de graven de eerste en laatste stadia weergeven van een koningsmonument dat al dateert van ver voor de bouw van Persepolis. Zo is er dus gelukkig toch nog een stuk van die oudere cultuur bewaard gebleven.
Imamzadeh-ye Ali Ebn-e Hamze

Omdat ik in het Shah-e-Cheragh de heilige ruimte met de schrijn niet in mocht (“het spiegelpaleis”), laten we ons met de bus afzetten in de buurt van Imamzadeh-ye Ali Ebn-e Hamze.

Dit na een tip van onze vriendelijke gids in het Shah-e-Cheragh, hij vertelde dat een neef van Ali-Ibn-e-Musa Al-Reza hier zijn tombe heeft en dat ik als vrouw die wel mag bezoeken. Het is een kleinere variant van het “spiegelpaleis” en gehuld in een chador mag ik hier dus wel naar binnen. Wat grootte betreft is het inderdaad kleiner, maar wat schoonheid betreft is het zeker niet minder. Duizenden spiegeltje komen je tegemoet en het houtwerk van de deuren is prachtig! Natuurlijk is er hier ook een aparte mannen- en vrouweningang. Een bezoek aan een moskee blijft een aparte ervaring. Zelfs hier in deze heilige schrijn doen de mensen hun dagelijkse dutje of appen op hun telefoon. Sterker nog: in het vrouwengedeelte zie ik zelfs een vrouw met pannetjes en potjes een kippepootje eten terwijl er tegenover een vrouw onder haar chador op haar knieën jammerend gebeden op zegt. Elders ligt een baby in een eenzame hoek ligt slapen. Haar moeder? een stuk verder in een andere hoek slaapt ook. Wonderlijk.





