Teheran

Teheran werd pas de hoofdstad in 1796 tijdens de Qajar dynastie. Met zijn 8.8 miljoen inwoners en zijn 6 miljoen forenzen die elke morgen de stad binnenkomen en ‘s avonds weer verlaten is Teheran de op één na grootste stad (na Caïro) van het Midden-Oosten. Tijdens de laatste dag van onze reis proberen we een beetje natuur (en koelte) te vinden in de metropool Teheran. Door de grootte van de stad is er maar liefst 600 meter hoogte verschil tussen het laagste punt van de stad in het zuiden (rond 1117 meter) en het hoogste punt in het noorden (rond 1712 meter).
We nemen daarom vanuit het centrum de metro naar het noorden richting Tajris Square. Zoals elke metrosysteem waar ik ooit in gereden heb werkt ook deze feilloos. Het enige verschil is dat ze hier in de metro’s (en ook in de grote stadbussen) een aparte vrouwenafdeling hebben. Het is echter niet verplicht om daar als vrouw in te gaan zitten.



We stappen uit en lopen door de straatjes naar het busstation dat ons verder zal brengen naar onze eindbestemming. Bij het busstation zien we echter een mooie moskee liggen. Jacqueline wordt bij het betreden van het plein meteen tegengehouden, want jawel hoor, ze moet weer een tentdoek ofwel chador om doen. Na de verkleedactie bekijken we de mooie moskee, het blijkt de populaire Imamzadeh Saleh moskee te zijn. Imamzadeh betekent “afstammeling van een imam” in Farsi. Hier bevindt zich namelijk de tombe van Saleh, een zoon van de zevende sjiitische imam, Musa al-Kadhim. Ook ligt hier de eerste minister van Iran begraven, Mirza Nasrullah Khan (1840-1907). We mogen binnen kijken, ik via de mannen- en Jacqueline natuurlijk via de vrouwen-ingang. Bij de vrouwen is het een drukte van belang, bij de mannen is het een stuk rustiger en weer worden we overweldigd door de bling-bling van een spiegelruimte met een mausoleum in het midden. Wat moet dat allemaal weer een werk zijn geweest om zoveel pracht en praal maken. De deuren zijn ook prachtig gegraveerd.


Eenmaal bij het busstation gaan we op zoek naar onze bus. We worden meteen aangesproken door een man met zijn zoon en vraagt of we naar Darakeh moeten. Jawel! Hij vraagt ons hem te volgen, maar in plaats van ons de bus te wijzen loopt hij naar zijn auto en laat ons instappen. Amir, zoals de man heet, woont namelijk in Darakeh en wil ons er graag naar toe brengen. Het is nog een behoorlijke lange rit en onderweg praten we met handen en voeten en wat hulp van Google Translate over ditjes en datjes. Zo komen we toch wat van elkaar te weten. Dit is weer één van die vele leuke momenten die we op deze reis met de Iraniërs meemaken.

Aangekomen in Darakeh nemen we afscheid van Amir. Darakeh is een wijk in het noord-westen van Teheran. Op donderdag en vrijdag trekken de mensen vanuit Teheran hier massaal heen om te wandelen. Van hieruit kun je verder de bergen in het noorden van Teheran inlopen langs een vallei die doorsneden wordt door een riviertje. Op dit moment staat er aan het einde van de zomer nauwelijks water in de rivier. We lopen langs de rivier omhoog en passeren een veelvoud aan thee-huizen. Naarmate we hoger de berg oplopen wordt het terrein langzaam wat ruwer en komen we langs steeds mooiere rotsformaties. Ook zien we regelmatig behoorlijk groene stroken met bomen en struiken. Regelmatig komen er pakezels de berg omlaag en omhoog die de verschillende thee-huizen bevoorraden.

De temperatuur is een stuk aangenamer dan beneden in Teheran en regelmatig lopen we beschut onder een bladerdek.
Wat is het heerlijk om hier net buiten deze miljoenenstad te wandelen zonder al dat getoeter en de uitlaatgassen van auto’s om je heen! Na zo’n 2.5 uur op ons gemak te hebben gelopen komen we bij een bordje waarop staat dat we ons op 1990 meter hoogte bevinden. Hier besluiten we om terug te lopen. Iets verder terug op het pad gaan we bij een oude put zitten om van onze lunch te genieten. Dat kan natuurlijk niet, want de eigenaar van het gesloten thee-huis tegenover vind dat we toch echt wel beter kunnen uitrusten bij hem, en we kunnen natuurlijk niet weigeren. We krijgen water, thee en druiven aangeboden en praten gezellig in een combinatie van gebaren, Duits en Engels met de eigenaar. De thee is lekker, deze komt uit het noorden van Iran, uit de provincie waar de eigenaar vandaan komt. Trots toont hij ons de verpakking van de thee. We nemen afscheid van onze hartelijke gastheer en lopen terug naar Darakeh.


We lopen terug naar Darakeh en pakken een busje terug naar het busstation. We stappen in de metro en stappen halverwege uit bij Shahid Haqhani. Hier lopen we via het Taleghani Park naar de Tabiat brug. “Tabiat” betekent natuur in Farsi. Deze 270 meter lange brug is 3 jaar geleden geopend en ontworpen door de destijds 26-jarige Iraanse architecte Leila Araghian en heeft enkele internationale architectuur prijzen gewonnen. De Tabiat brug is een prachtig mooie gracieuze voetgangersbrug die het Taleghani Park en het Ab-o-Atash Park met elkaar verbindt door de drukke Modares snelweg te overspannen. We lopen over de brug heen en genieten van het uitzicht. Als we naar het noorden kijken zien we de bergen waar we vanochtend en in het begin van de middag gelopen hebben achter de skyline liggen. De brug bestaat uit twee verdiepingen en waar de bovenverdieping een soort promenade is, is de benedenverdieping gevuld met koffie-huizen en restaurants. Nadat we bij één van de restaurants iets hebben gegeten is het donker geworden. De brug is inmiddels sfeervol blauw en geel verlicht. We slenteren op ons gemak over de brug terug naar de metro. Het was weer een mooie relaxte dag waar we toch de rust hebben kunnen vinden in deze drukke metropool. Nu is het tijd om onze spulletjes in het koffer te pakken voor onze terugvlucht naar huis…
