Ik had de zon besteld en we hebben de zon gekregen. Waar Banos nog hoofdzakelijk in de wolken gehuld was en de Tungurahua (5023m) zoals meestal niet te zien was, heeft mijn schietgebedje, in de sfeervolle basiliek van Banos, geholpen. De zon lost de zwaarste wolken op en nog geen uur later zien we de vulkaan in zijn volle glorie boven de wolken uitstijgen. Een uur later laat ook de Chimborazo (6310m) zich van zijn beste kant zien. Vanaf het middelpunt van de aarde gemeten is dit de hoogste vulkaan van de wereld.
VicuñaDe top van de Chimborazo
Tijdens onze toiletstop heb ik contact met een lieve Ecuadoriaanse dame. We steken beide met veel plezier energie in een met Spaanse en Engelse woorden doorspekte babbel en ik begrijp van haar dat dit de eerste warme zonnige dag is sinds een week.
IndrukwekkendOp weg naar de 5000 meter
Bloemen van de Chiquiraga
Hoe warm blijkt als we op 4800 meter, gekleed in thermo ondergoed, fleece trui en warme jas, puffend de twee honderd hoogtemeters naar de refugio Whymper (5000m) afleggen. Ik heb geen last van hoogteziekte, maar de weg vol haarspeldbochten ernaar toe maakt dat ik toch nogal wiebelig op mijn benen sta. Je ziet de hut al liggen en mijn benen bewegen automatisch met kleine stapjes over het brede nu en dan besneeuwde pad, maar de wandelstok had ik net zo goed achter kunnen laten, want het ontbreekt me aan kracht in mijn armen om hem fatsoenlijk neer te zetten. Zo merk ik toch dat je op deze hoogte maar de helft van de zuurstof beschikbaar hebt. Maar we hebben het gered, dit is letterlijk het hoogtepunt van mijn leven (tot nog toe?)!!!
Bij de Refugio WhymperOp de weg terugUitzicht vanaf de Chimborazo
Onderweg naar Banos (1800m) bezoeken we het Quilotoa kratermeer (3912m). De zon en de wolken weerkaatsen prachtig in het blauwgroene kratermeer. Boven aan de kraterrand staat een straffe wind en voelt de 9 graden een stuk frisser aan. We lopen over een deel van de kraterrand tussen de mooie kleurrijke bloemen. Hierna eten we in een gezellig restaurantje.
Prachtige lupines
Over de kraterrand van het Quilotoa meer
AlpacaBij het Quilotoa meer
Na aankomst in Banos lopen we ‘s avonds het gezellige centrum in voor koffie en heerlijke gebakjes in een uiterst moderne koffiebar.Het is weliswaar in Ecuador nog geen 2 juli, maar in Nederland al wel en dus vieren we Remy’s verjaardag.
Bovenste deel van de Pailon del Diablo
Pailon del Diablo
Op onze eerste vrije dag nemen we de volgende ochtend de lokale bus richting de mooiste waterval van Ecuador: El pailon del Diablo (“De ketel van de duivel”). Het water van de bijna 80 meter hoge waterval stort zich met donderend geraas naar beneden op indrukwekkende grote rotsen. De nevel zorgt zelfs op ruime afstand van de waterval dat je niet droog blijft. Dat het nog natter kan bewijst Remy, via een kruip-door/sluip-door route komt hij achter de waterval bij de “Grieta al cielo: Cavernas hasta la ducha natural”, de grot met de natuurlijke douche. Op de weg terug zien we een prachtig mooie mannelijke Rode Rotshaan. Wat een prachtig verjaardagscadeau!!!
Rode rotshaan
Agoyan waterval
We nemen de bus terug richting Banos en stoppen onderweg bij de Agoyan waterval. Een dubbele waterval waarbij de ene waterstraal bruin en de andere wit van kleur is. Ik steek mijn duim omhoog en al snel stopt er een mini vrachtwagen. Ik slinger mezelf achter in de overdekte laadbak en kom terecht bij een groep fietsers met hun fietsen, die ook op de terugweg zijn naar Banos.Het is in Ecuador de gewoonte dat je iets bijdraagt voor de lift en zo staan we tien minuten later voor wel 50 dollarcent (hihi) met zijn tweeën weer in het centrum van Banos. Het blijft leuk, het lokale vervoer in Ecuador.
Santuario Nuestra Señora del Rosario de Agua SantaKlooster naast de kerk
We sluiten Remy’s verjaardag af met een lekker Mexicaans etentje…
Remy bij de “foute” evenaar (200m verkeerd)Nu bij de “goede” evenaarTraditionele dans bij het Intiñan museumDansend Amazone kind bij het Intiñan museumAntisana vulkaan (5704m)Illiniza Norte vulkaan (5126m)Cotopaxi vulkaan (5897m)Cotopaxi vulkaan (5897m)
Na eindelijk een lange nacht (we mochten uitslapen tot 8 uur) in een sfeervol hotelletje in Quito, de hoogst gelegen hoofdstad van de wereld (2850m), hebben we een mooie stadswandeling gemaakt door het Spaans koloniale hart van Quito. Met een zonnetje en een heerlijke temperatuur bezochten we allereerst de hoog barokke La Merced kerk. De sfeer in de stad is erg multicultureel, we zien veel Otavalino indianen, mestiezen (mensen met zowel Spaanse als Indiaanse voorouders) en bedelende Venezolanen. Er wordt op diverse plekken muziek gemaakt en op iedere hoek van de straat vind je straatverkopers met bloemen, zelfgeoogst fruit, loterij loten, sjaals en speelgoed. In de mooie kleurrijke met romantische Spaanse koloniale huizen vind je nu winkels, restaurants en hotels.
Gezellige muziek
Straatartiesten in Quito
Werk van Salvador Dali
Binnenkijkend in een openstaande grote houten poorten ontdekken we mooie binnenplaatsen en een mooie kloostergang. In het Centro Cultural Metropolitano culturele centrum werden we verrast door een mooie expositie van 25 werken van Salvador Dali. Na nog wat kerken bezocht te hebben sluiten we ons bezoek aan Quito af op het uitzichtpunt (3016m) Loma El Panecillo. Een groot 41 meter hoog Maria beeld staande op de wereldbol en een draak en een slang prijkt boven Quito uit. Op dit uitgangspunt hadden we het geluk om drie vulkanen in het zonnetje te zien: de Sincholahu (4893m), de Cotopaxi (5798m) en de Ruminanui Norte (4712m). De reis naar onze volgende bestemming Mindo (nevelwoud) duurde gelukkig maar 3 uurtjes…
In dit vluchtelingen dorp zijn de mensen echt arm. Ze bezitten geen grond en leven van de rijstresten die achter blijven als de rijstoogst heeft plaats gevonden.
Dat is niet voldoende om van te leven en dus hopen ze dat ze ingehuurd worden als seizoensarbeiders.
Na dit dorp gaat het via rijstterrassen gestaag omhoog.
We passeren een spirit forest waar de Lahu niets kappen om de geesten gunstig te stemmen.
Het is ruim drie uur lopen naar het eerste dorp. Het ligt op de top van een heuvel.
Appeltjes verkopen in naburige dorpen…
Dit is het grootste dorp met circa 25 gezinnen. De Lahu Shi zijn animistisch. Ze verbouwen hun eigen rijst en hebben de nodige kippen, varkens, honden en koeien rond lopen.
Na circa 2 uur komen we twee mensen met manden op hun rug, hangend aan een houten schouderjuk, tegen. Een opa met zijn kleindochter die de kleine appeltjes die ze dragen, gaan verkopen in naburige dorpen.
Net voordat we het dorp bereiken worden we ingehaald door twee jonge meisjes met dezelfde manden, nu vol met sprokkelhout tegen. Bij hen is geen spoortje zweet of vermoeidheid te bespeuren, terwijl mijn bril mistig aan slaat door de inspanning.
Maar even verderop gaan ze toch in de bocht er even bij zitten.
En dat iedere dag weer… met kapmessen alle zijtakken eraf…
Als we eindelijk het dorp in lopen worden we opgewacht door een schare nieuwsgierige kinderen.
We worden uitgenodigd in een huis voor een kopje thee. Nog geen 10 minuten later zit zo ongeveer het hele dorp binnen. Is het nieuwsgierigheid of de hoop op meegebrachte kadootjes?
Aankomst in het Lahu Shi dorp.
Het hele dorp komt kijken.
De meegebrachte leesbrillen en pennen vinden gretig aftrek. Één bril gaat naar de sympathiek ogende chief van het dorp.
Hij oogt jong maar is de zeventig toch ruim gepasseerd.
De volwassen Lahu Shi dragen uitsluitend hun traditionele blauw en witte kleding.
Lahu meisjes trouwen wat eerder dan Lahu An en Akha meisjes. Ze worden volwassen geacht zodra ze de grote rieten schaal waarmee je het kaf van de rijst scheidt kunnen hanteren.
De Chief
Bij de Lahu Shi is het de schoonzoon die bij de schoonouders intrekt en vervolgens tien jaar voor hen werkt. Pas daarna mag het stel zelf een woning betrekken en zelfstandig leven.
We bekijken het dorp. Ik ben blij dat het nu het droge seizoen is. Ik glij nu soms al uit op de steile paadjes.
De mensen zijn hier wat terughoudend… Is het verlegenheid?
Maar het komt ook maar een paar keer per jaar voor dat ze bezoek krijgen. Alleen in de droge maanden.
Het tweede dorp dat we na nog een half uur bereiken is kleiner maar bezit een school die hier opgezet is door een monnik. Hij financiert ook de aangenomen onderwijzeres. De regering draagt niets bij.
De privé gestichte school.
Kinderen krijgen hier alleen wat basiseducatie, taal, rekenen en schrijven.
Daar blijft het bij. Vervolgonderwijs zit er niet in.
Het is al aan het schemeren als we weer bij ons startpunt aankomen.
Wederom geen toerist gezien. Het was weer een mooie dag. Een dag waarop je je maar weer eens te meer realiseert hoe bevoorrecht wij zijn. Respect voor deze levenswijze waar mensen er toch voor kiezen om hun traditionele waarden en gebruiken in stand te houden terwijl ze wel smartphones hebben waarop ze onze westerse leefwijze wel kunnen volgen.
De Akha zijn de op één na grootste etnische groep in de Kengtung omgeving.
Zo’n 10% van de regio populatie is Akha. De grootste groep zijn de Shan met 80%.
Vandaag gaat onze trekking naar de vier Hokyin dorpen. Het startpunt van deze bijna 11 km lange tocht ligt aan de weg naar Tachileik (de Thaise grens).
Hokyin bestaat dus uit vier verschillende dorpen weliswaar alle vier van de Akha maar wel ieder met hun eigen religie en gebruiken.
Slee op wieltjes
Hokyin dorp #4
Hokyin dorp 1 is christelijk, Hokyin dorp 2 is animistisch, dorp 3 is weer christelijk en dorp 4 is in drie delen gescheiden. Die zijn ook duidelijk te zien. Wij komen bergopwaarts wandelend ook uit bij dorp 4. We komen aan op een open plateau met een boeddhistische pagode.
Het is zondag dus de kinderen hoefden niet naar school. Al meteen aan het begin stuiten we op een groepje jongens die de grootste lol hadden met hun versie van een slee, op twee wieltjes wel te verstaan. Ze sjeesden ermee van de heuvel af over de keiharde grillige ondergrond en kwamen beneden aan bij een soort schans. De ene draaide net ervoor af een erf op, anderen namen de sprong de diepte in om vervolgens breed lachend weer met hun slee de berg op te lopen.
En natuurlijk kun je het alleen doen maar ook in een treintje, hihi.
Na een klein open stuk begon het animistische deel om vervolgens over te gaan in het protestante deel van het dorp.
Hier kun je iemand nog blij maken met shampoo en zeep
Zelfgemaakte waterpijp
Hier geen met souvenirs zeulende vrouwen en meisjes. Gewoon dagelijks leven. Meisjes die manden op hun rug droegen om sprokkelhout te gaan halen, mannen die hun planten water geven en vrouwen die bezig waren met het verstellen van kleding en het borduren van stoffen.
Ondanks hun verschil in geloof waren er nog steeds in alle vier de dorpen sterke elementen van animisme te zien zoals een honingraat die boven een deur is vastgespijkerd als bescherming tegen kwade geesten en ongeluk.
Leesbrillen zijn hard nodig
Natuurlijk hadden we weer een portie leesbrillen mee genomen. Die kwamen hier goed van pas. Veel van de oudere dames hebben moeite met het vinden van het oog van de naald. En ook het borduurwerk werd een stuk makkelijker met de juiste leesbril.
We hebben weer een paar vrouwen gelukkig gemaakt met nieuwe naalden en brillen en hier en daar wat paracetamol.
En het ging eerlijk, als de bril niet hielp dan hielden ze hem ook niet.
Veel bekijks tijdens de lunch
In Hokyin 3, een christelijk dorp hebben we op de veranda van een huis onze meegebrachte lunch genuttigd. Dat zorgde voor grote hilariteit bij de plaatselijke jeugd. Grote nieuwsgierigheid, verlegen gelach en ondeugende kiekeboe spelletjes. Lachen. En terughoudendheid en verlegenheid als ze allemaal een biscuitje mochten komen halen.
Vertederend ook om te zien dat jonge kinderen soms lopen te sjouwen met kinderen die nauwelijks kleiner zijn dan zijzelf en dan de overduidelijke dikke vriendinnen…
Grote ronde hanger gemaakt van 5 platgeslagen munten
In het animistische Hokyin 2 waren de mensen duidelijk wat minder verzorgd, de kleren wat ouder en viezer maar de hartelijkheid had er niet onder te lijden.
Kon Remy even oefenen met de plaatselijke jeugd hoe je king ball speelt met een soort rotan gevlochten bal. Vrees dat hij daar niet lenig genoeg voor is…
In het laatste dorp, ook christelijk, deelden we de laatste brillen, ballonnen en pennen uit. Helaas te weinig pennen voor zoveel kinderen, maar ook weer fair kregen alleen de kinderen die ook daadwerkelijk naar de plaatselijke school gingen een pen.
Hier zagen we ook weer jonge meiden borduren en oudere knullen king ball spelen.
De prachtige hoofddeksel van deze Akha in Hokyin waren weer anders dan die van gisteren. Gisteren hadden de hoofddeksels een soort vierkante hoog uitstekende plaat in de hoofdkap verwerkt. Niet bij iedere vrouw, het was daar ook een symbool om aan te geven dat de vrouw getrouwd is. Bij deze Akha hebben ze deze tradititie niet en dragen alle dames een rond hoofddeksel zonder die plaat erin.
Rok tot op de knie met beenwarmers
Op de thee bij Hokyin dorp #2
Het was weer een mooie dag. De klim naar de dorpen toe was pittig, maar daarna ging het hoofdzakelijk bergafwaarts. En het landschap met wat theeplantages en rijstvelden was zeker mooi. En berglucht maakt zeker slaperig, hihi.
Ethnische minderheden in de gouden driehoek van Myanmar
Vandaag hadden we een geweldig mooie trektocht waarbij we een aantal afgelegen dorpen uitgebreid bezocht hebben.
Het destilleren
Jong geleerd, oud gedaan
We begonnen met een bezoek aan een Shan dorp dat verantwoordelijk is voor de grootste productie van sake.
In dit dorp wonen zo;n 150 families waarvan zeker 80 families fulltime bezig zijn met de productie van sake.
Deze wordt gemaakt van rijst. De rijst wordt met toevoeging van de vliesjes en gist in grote 30 kg zakken weg gezet om te fermenteren gedurende drie weken. Daarna wordt het gewonnen vocht gezeefd en met behulp van stoomketels tot de heldere meer dan 40 % alcohol bevattende saké gedestilleerd. Drie zakken gefermenteerd vocht levert 1 30 kg zak sake. De drank wordt grotendeels illegaal verhandeld aan Thailand en China.
Het gaat in zakken van 30 liter de grens over en wordt daar verder in fancy flessen doorverkocht.
Via een erg smal hobbelig weggetje bereiken we een Lahu dorp. Deze ethnische groepering komt oorspronkelijk uit China. Vroeger waren het voornamelijk jagers, maar hier werden ze erg rijk door de productie van opium. Inmiddels is de teelt van opium nagenoeg gestopt en leven ze nu vooral van de landbouw. Wij bezochten een vrouw die daarnaast dakschermen maakte van lang gras en bamboe. Zo’n dak gaat gemiddeld drie jaar mee en moet dan weer vervangen worden. De mensen zijn hier door de amerikanen bekeerd tot het christendom. Dat is ook te zien aan de prominent aanwezige grote kerk. Hieraan valt ook de vroegere opiumrijkdom af te lezen.
Akha
Akha met kind
Een paar kilometer verderop bezochten we een Akha dorp. Deze veel armere Akha hebben maar een kleine onbeduidende kerk.
De Akha vind ik de mooiste groep wat traditionele dracht betreft. Zij dragen prachtige hoofddeksels die met zilveren bollen en zilveren munten en veel kralenkettingen zijn versierd. Ze zijn zwaar en kostbaar. Ik ontdekte in één van de haarversieringen Franse zilveren munten uit 1923 en oude zilveren Indiase roepie’s van nog oudere datum..
Ook nu nog worden de nieuw te maken hoofddeksels versierd met dat soort oude munten die momenteel ruim 30 dollar per stuk kosten.
De Akha’s waren oorspronkelijk animistisch en deden ook aan voorouderverering. Het dorp dat wij nu bezochten is echter tot het protestante geloof bekeerd. Echter houden ze er toch wel oude traditionele gebruiken op na.
Onze gastvrouw
Wij bezochten één van de huizen. De 37 jarige bewoonster die ons heel lief voorzag van thee, aardappelen, banaan en pinda’s is getrouwd en heeft 11 kinderen zelf gebaard. Er was niemand om haar te helpen immers was zij verantwoordelijk voor het huishouden en werkt de rest van de familie op het veld. Ze was alleen toen ze haar kinderen baarde en heeft eigenhandig de navelstreng doorgeknipt. Vier van haar kinderen zijn bij de geboorte of kort daarna gestorven dus nu heeft ze er nog zeven.
Akha meisjes trouwen als ze ongeveer 16 jaar oud zijn. Ze gaan dan 2 jaar bij hun schoonmoeder inwonen. Een Akha huis heeft drie ruimtes. Een grote voor de mannen, een kleinere ruimte voor de vrouwen en een keuken.
Mannen en vrouwen leven strikt gescheiden, Vanuit de vrouwenruimte dienen de vrouwen het eten op in het grensgebied.
Ze slapen dus ook gescheiden. Pas na ca. twee jaar mogen ze een eigen huis betrekken als de vrouw een kind krijgt. Ondanks het gescheiden leven gebeuren er thuis toch nog wel eens “ongelukjes” op de kleine veranda die buiten aan de keuken grenst. De pas getrouwde vrouw doet namelijk het huishoudelijke werk en is dus vaak alleen als de rest van de familie het land bewerkt. Dat schept wel eens gelegenheid….
Over de plotselinge zwangerschap wordt niet moeilijk gedaan. En ook scheiden is geen probleem. Als de vrouw geen kinderen krijgt van de man, kan deze er een tweede vrouw bijnemen, of een derde… Maar is de man lui en onderhoudt hij het huis niet goed (immers het dak moet iedere drie jaar vernieuwd en ook andere onderdelen slijten gestaag) dan kan de vrouw de man verlaten en op zoek gaan naar een betere partner.
Er mag maar één getrouwd koppel wonen in een huis. Een broer moet dus twee jaar wachten en als hij trouwt moet hij in een aangrenzend hutje wonen en slapen. Wel mag hij in het hoofdhuis komen eten.
De Akha hebben maar kleine stukjes land en van de opbrengst kunnen ze niet altijd leven, daarom maken ze erg veel handwerk om te verkopen.
En dus werden we overvallen door vrouwen die ons hun kleurrijke handwerk wilden verkopen. En dat tegen heel schappelijke prijzen. Zo schrijnend om te zien. Dus heb ik me toch maar over laten halen om bij onze gastvrouw een kleurrijk tasje te kopen. Maar vervolgens komen verderop nog tientallen verkoopsters….
Ann vrouw
Ann dorp
Vanaf het Akha dorp ziin we naar een hoog op een berg gelegen Ann dorp gelopen. Omdat ze er een eigen geesteswereld op nahouden, het zijn animisten, sluiten ze niet onmiddellijk aan bij andere bergvolkeren. Hun serene, zwarte kledij wordt fijnzinnig opgesmukt met eenvoudige juwelen. De metaalkleurige armbanden zijn gemaakt van oude, niet bruikbare potten en pannen. Ieder dorp heeft twee sjamanen/medicijnvrouwen. Wij gingen even bij haar op bezoek.
Ze had net wat gekookt: rijst met wat rattenvlees.
Dit dorp was volgens onze gids niet arm, tenslotte hadden ze genoeg rijst voor een heel jaar en zelfs een overdadige oogst van o.a. pompoenen en mais. Van het overschot werd veevoer gemaakt. Mijn indruk of uitleg van de term arm ziet er toch wat anders uit.
De huizen van de Ann hebben maar een grote centrale ruimte waarin aan een kant gekookt en aan de andere kant geslapen wordt.
Navraag bij onze gids leert dat zowel de Akha als de Ann muizen en ratten eten en ook hond soms op het menu staat. Want de varkens die ze hebben kunnen voor veel geld verkocht worden. De honden niet.
Ann vrouw bereid voedsel voor haar varkens
Tja een interessante dag, weer veel gezien en geleerd!
Het verkeer is vaak een ongelooflijke chaos, maar toch komt het zonder boze blikken goed. Er is weliswaar een hoop getoeter, maar dat is om aan te geven dat je er aan komt of iemand gaat passeren. Als het verkeer 5 rijen dik naast elkaar staat is het toch niet zo moeilijk om van de ene naar de andere kant te komen.
Inhalen gebeurd zowel rechts als links en invoegen ook. Maar kennelijk geeft men elkaar toch de ruimte.
Zo ook op het busstation in Noord Yangon vanwaar wij nu twee maal een avond/nachtbus hebben genomen.
Wij werden met een taxi gebracht die dus laverend tussen klaar staande en vertrekkende bussen door ons toch voor de deur van de desbetreffende busmaatschappij weet af te zetten. Bussen die dan geblokkeerd worden door taxi’s en bevoorradingsvrachtwagentjes worden met een paar schreeuwende mannetjes toch op het juiste spoor geloodst. Je snapt niet hoe het kan maar het lukt allemaal.
Puppies worden gevoerd
Ook is er hier een overvloed aan honden en katten die ook juist in dit seizoen met jonge pups lopen. Al zie je wel een enkel dier dat vel over been is, ze worden niet weggeschopt of bekogelt met stenen zoals je dat in zoveel andere landen ziet gebeuren.
Overal staan wel bakjes met rijst waar de dieren dan van kunnen eten en ook de monniken die zelf moeten bedelen delen wel eens een flinke dosis mais of rijst uit.
De Ann en Akha eten weliswaar soms honden maar tot die tijd zien we ze ook daar een goed bestaan hebben.
Ze zijn net als de kippen, hanen, varkens, geiten en koeien onderdeel van de familie.
Tja en dan al die kinderen die lopen te zeulen met andere kinderen die nauwelijks kleiner zijn dan zijzelf, de spontane smakkerd die een jochie aan zijn zusje geeft, de jonge maar ook volwassen mannen die met de arm over elkaars schouder knus door de straten lopen of het duidelijke plezier dat de grootouders aan de kinderen beleven…
Verschillende religies leven hier vreedzaam naast elkaar en men heeft ook geen moeite met homoseksualiteit.
Een dikke smakkerd
Zeulen met je broertje
De rijkere Birmezen die toch ook wel omkijken naar hun armere soortgenoten… zit het in hun voornamelijk boeddhistische geloof? Of is het gewoon onderdeel van de Myanmarese mentaliteit?
Akha met kind
Echte vriendinnen
De bescheiden opstelling en hulpvaardigheid van de mensen naar ons buitenlanders toe… hier nog niet zoals in andere Aziatische landen het gevoel dat het alleen bedoeld is vanwege het geld dat je te besteden hebt. Nee oprechte belangstelling en behulpzaamheid. Fijn om te ervaren.
We genieten ervan.
Olifanten werden in Myanmar voornamelijk gebruikt in de teak industrie. Zij waren het middel om de loodzware boomstammen uit het dichtbegroeide woud te halen. Vanwege de verregaande ontbossing heeft de regering de kap grotendeels stop gezet. Hierdoor is er voor veel olifanten geen werk meer. Nu er geen werk meer voor ze is worden de olifanten aan hun lot overgelaten omdat ze te duur zijn in onderhoud. Veel olifanten vallen ten prooi aan stropers. Ten eerste vanwege de grote vraag vanuit Aziatische landen naar botten, slagtanden en slurven vanwege de daaraan toegedichte heilzame werking. Ten tweede vanwege hun vlees en ten derde vanwege het gebrek aan leefomgeving en de daaruit volgende conflicten met boeren worden ze vaak illegaal afgeschoten.
Uit liefde voor de olifanten hebben Tin Win Maw en haar man Htun Htun Wynn het Green Hill Valley Elephant Care Camp opgezet. Zij is opgegroeid in de hout industrie en was al als kind tussen de olifanten. Haar oom Ba Kyaw Than werkte er als dierenarts. Hij specialiseerde zich in zowel de behandeling van tamme als wilde olifanten.
Nu werkt hij als gepensioneerde vrijwilliger bij het project. Het project draait grotendeels op donaties en de pittige arrangement prijs voor bezoekers. Maar dat hebben we er graag voor over.
Meer dan 150 kilo voer per dag
Olifanten eten minimaal 150 kilo voedsel per dag en als bezoeker mag je ze de hele dag voeren. Momenteel verblijven er acht olifanten in de leeftijd van 10 jaar tot 67 jaar. De 10-jarige is een verweesde olifant. Maar er was ook een olifant met een schotwond in de linkerschouder en andere verwondingen. Een duidelijk slachtoffer van een boze boer. Er stonden gigantische tonnen voedsel voor ons klaar met daarin pompoen, stukken van de bananenplant, bamboe en ter plekke gemaakte natte granenbollen.
Het voeren had wel wat gebruiksaanwijzingen, de ene olifant was blind aan een oog en kon je dus beter via de kant van het goede oog benaderen, een andere olifant wilde de bananenboomstukken alleen via de mond gevoerd krijgen. Maar waar ze allen gelijk in waren was in hun voorkeur voor pompoen.
Als je met zijn tweeën staat te voeren en de één heeft pompoen en de andere bananenboom dan kun je het schudden met je bananenboom… Dan staan beiden olifanten te lonken naar de pompoen en proberen het van elkaar af te pakken. Heel grappig. En hoewel je ze één voor één aangeeft, zijn ze hebberig en stapelen de stukken gewoon in hun slurf op totdat ze er bijna uitvallen voordat ze ze in hun mond stopten.
Maar ook de granenbollen gaan er goed in. Ze voelden wel wat plakkerig en die wilden bijna alle olifanten het liefst in de mond gevoerd krijgen.
Voelt wel vreemd aan die dikke zachte tong die voorzichtig het voedsel aanpakt.
Lekker gaan badderen
Op een gegeven moment kregen we te horen dat we met de olifant mochten gaan badderen. Er waren meer groepjes mensen die ieder hun eigen baddermoment kregen.
De olifant wordt door de verzorger naar een kleine waterval in de rivier gebracht en vervolgens kan het badderen beginnen. Wij kregen een dot ruw bastmateriaal en konden daarmee de olifant schrobben. En die vond het overduidelijk heerlijk. Ging zelfs een beetje mijn kant uithangen…
Even gaan afkoelen
Na de sessie was het tijd voor een heerlijke lunch. En daarna mochten we naar een andere olifanten paviljoen waar we ook kennis konden maken met de jongste telg. Maar niet nadat we drie bejaarde vrouwen flink te eten hadden gegeven. De oudste 67 jarige matriarch schaamde zich er niet voor om haar 63 jarige buurvrouw regelmatig een fikse tik met haar slurf te verkopen om zo het meeste eten te vergaren. Er was duidelijk sprake van jaloezie hihi.
De derde, 49 jarige dame was aan haar rechteroog blind en stond wat ter zijde zodat ze voldoende overzicht had.
Behalve de zorg voor de olifanten worden er in dit kamp ook veel boomsoorten gekweekt. Iedere bezoeker wordt uitgenodigd om één van de regionale boomsoorten te planten. Dit niet alleen om het woud te herstellen maar ook ter educatie van de lokale gemeenschap om het belang van herbebossing te leren.
Na kennismaking met de gepensioneerde dierenarts Ba Kyaw Than die veel wist te vertellen over de verzorging en ons de logboeken liet zien die elke dag van iedere olifant worden bijgehouden kregen we ook nog een demonstratie papier maken van olifantenpoep. We kregen ook ieder een stuk papier mee dat deels gewalst en deels ruw en compleet reukloos was.
Overigens is Ba Kaw Than ook in Nederland geweest toen hij zes olifanten naar het Noorder dierenpark in Emmen bracht. Hij leerde de Nederlandse verzorgers de nodige commando’s en de juiste verzorging.
Zowel de olifant als wij genieten…
Met behulp van onze sponsorgelden is er ook een mobiele unit opgezet waarmee andere olifanten, ook die in het wild, de juiste zorg kunnen krijgen.
Kortom een geweldige leuke en leerzame dag. We hadden het niet willen missen. Wat ons betreft een once in a lifetime experience!
Ik had er thuis al het een en ander over gelezen, sterker nog het was een van de belangrijkste redenen om niet met Sawadee naar Myanmar te gaan maar op eigen houtje: Monywa! De omgeving biedt zoveel top attracties……….
Nog ver voordat we Monywa bereiken zien we in de verte al de gigantische boeddha Laykyun Setkyar staan.
Het is de op één na grootste boeddha van de wereld.
Inclusief voetstuk meet hij 129 meter. Je kunt er ook in: er zijn 31 verdiepingen die refereren aan de 31 stadia in de levenscyclus van Boeddha.
Je kunt de verdiepingen alleen via de trap bereiken. De onderste verdiepingen beelden de onderwereld uit, de hel! Dat is duidelijk zichtbaar aan de muurschilderingen van brandende mensen… Maar hoe hoger we komen, hoe luchtiger en opgewekter de muurschilderingen worden, tenslotte kom je in het nirwana… Zover zijn we echter niet gekomen. Na de 26e verdieping hielden we het voor gezien toen bleek dat nog niet alle schilderingen af waren.
Hoewel de boeddha al in 2008 ingewijd werd is de bouw nog niet voltooid. Op de hoogste verdiepingen is men nog bezig en ook de lift werk nog niet. Desondanks zijn ze al wel bezig met een zittende versie waarvan de voltooiing gepland staat voor 2019 of 2020.
Thanbodday complex
Na de lunch nog een figuurlijk hoogtepunt. Dit is echt met stip de mooiste pagode die we tot nu toe gezien hebben: de Thanboddhay Pagoda.
Een enorm boeddhistisch complex dat van 1939 tot 1951 gebouwd werd op de plaats van een 14de eeuwse pagode. Van buiten indrukwekkend in glinsterend goud, van binnen een sprookjesachtig interieur met in totaal 582.347 beeltenissen van Boeddha. Er is geen stukje muur, nis of plafond onbedekt gebleven. Van klein, zo’n 6 cm hoog tot indrukwekkend grote zittende en staande boeddha beelden.
En vraag niet hoe het kan maar er worden nog steeds bijgeplaatst.
Thanboddhay complex
Phowintaung
Pho Win Hill, een grotten complex zo’n 25 km ten westen van Monywa.
Er zijn ongeveer 900 zandstenen grotten met talrijke Boeddha beelden en erg goed bewaard gebleven muurschilderingen in levendige kleuren die het Birmese leven laten zien. Maar natuurlijk ook de Jataka verhalen, ofwel 547 afbeeldingen waarin het leven van Boeddha wordt afgebeeld.
De Boeddha’s en schilderingen dateren uit de 14e tot 18e eeuw.
Het is niet te bevatten dat je hier zomaar rond mag lopen. Je betaalt weliswaar entree maar verder is er geen echte bewaking.
Bij sommige ingangen staan bordjes dat je je schoenen uit moet doen, uit respect voor Boeddha natuurlijk, maar ik zie nergens bordjes met gedragsregels.
Terwijl het zo belangrijk is dat juist hier geen flits gebruikt wordt. Je moet er niet aan denken hoeveel schade dat zou toebrengen aan die prachtige muurschilderingen.
Phowintaung
We zijn maar gewoon begonnen met grotten te bekijken en vielen van de ene in de andere verbazing. Soms voelden we ons net ontdekkingsreizigers. Er zijn geen uitlegborden of aanwijzingen waar iets ligt. Zo nu en dan maakte het onkruid het wat lastig om binnen te komen. In de grotten ligt er een dikke laag stof op de Boeddha beelden en je moet uitkijken dat je niet achteruit stapt en met je rug tegen een Boeddha of een muurschildering aan komt… Of zoals ik in de spinnenwebben…
Uit nieuwsgierigheid beklom ik een brokkelige trap heuvelopwaarts met in gedachten een stupa op de top en een mooi uitzicht.
Kom ik onderweg nog meer grottempels tegen die ik niet verwacht had en zag ik op de top onder me aan de andere kant van de heuvel er ineens nog veel meer… Daar komt volgens mij helemaal geen toerist. Zou niet eens weten hoe er te komen. Zag geen trap of pad om daar naar beneden te komen.
Ondertussen was Remy aan de andere kant van de weg bij een giga grote liggende boedhha die nauwelijks in zijn verblijfsruimte paste.
Maar het kon nog mooier… We liepen een grottempel binnen waarbij we van de ene in de volgende grotkamer terecht kwamen… en in de volgende… en we er aan de andere van deze rotspartij weer uit konden. En natuurlijk stonden ook deze grotkamers vol boeddha’s.
Phowintaung
Resusapen
Lieve dames…
Tja en als je dan als bonus ook nog hele hordes aapjes met ook veel kleintjes erbij. Resusapen.
Bonus twee: een lieve Birmese dame die vond dat ik er vooral even bij moest gaan zitten na de klim van deze hoge trap. Ik liep er natuurlijk weer bij met vuurrood bezweet hoofd. Met wat Birmese woorden en gebaren hadden we een gezellig contact en vond ze het ook prima om op de foto te gaan. Grote hilariteit toen ze de foto zag en ik met adjen laddeh aangaf hoe mooi ik haar vond met de geknoopte doek op haar hoofd.
En ja ze wilde ook wel met haar vriendin en daarna samen met mij op de foto.
Remy zat lekker beneden in de schaduw dus de camera maar aan de vriendin gegeven op de automatische stand. Nog meer hilariteit.
Shwe Ba Hill
De Shwe Ba Hill lag hier ook in de buurt. Ook hier weer grotten en tempels die uitgehouwen zijn in de heuvel, maar dan van veel latere datum. Deze zijn zo’n 100 jaar oud. Via trappen loop je daar naar beneden tussen hele steile kliffen. De aan weerszijden uitgehouwen tempels zijn heel kleurrijk aan de buitenkant. Een ingang was zelfs in de vorm van een reuze olifant. Zelfs nu nog laten rijke birmezen hier nieuwe grotten uithouwen.
Al met al zijn we hier totaal zo’n 3 en een half uur zoet geweest. Het is dat we nog een lange weg en een boottocht naar Bagan te gaan hadden…