Archief van
Auteur: Jacqueline

Voor de beeldhouwers onder ons…

Voor de beeldhouwers onder ons…

Beeldhouwen doe je zo:

Met de hand of met de machine… zonder gehoorbescherming of mondkap…

Zonder mondkapje
Zonder gehoorbescherming

Je bouwt een voorraad je op, bewerkt alles behalve de gezichten… en als de klant dan het beeld koopt kan hij nog bepalen welke uitdrukking zijn boeddhabeeld moet krijgen…

Gezichten op bestelling

Vrouwen beeldhouwen ook maar zijn ook vooral goed in het monnikenwerk: het polijsten.
En ja ook de laatste miniscule krasjes worden weggewerkt met een schuurpapiertje op een stokje!

De detailafwerking

Het eindresultaat:

Voor elk wat wils
De uitstalling

Datzelfde geldt natuurlijk voor beeldhouwen in hout!!!

Aan dit grote reliëf wordt zo’n twee maanden gewerkt. Het kan blank of beschilderd opgeleverd worden.

 

Work in progress…
Beschilderd eindproduct
Hsipaw

Hsipaw

Libelle

Hsipaw is een bergstadje 200 kilometer ten oosten van Mandalay gelegen in de Shan State. Wij gingen hier naar toe om een rivier trek te maken waarin we een bosklooster en een Shan dorp zouden bezoeken.

Het werd met name een leuke tocht vanwege de talloze vlinders en reusachtige spinnen die we gezien hebben en waarbij het eindelijk lukte om ze op de foto te krijgen. Onze gids, Winko, wist ons veel te vertellen over de insecten en over de Shan cultuur.

 

Onze vriendelijk gids Winko
Kenmerkende Shan Tatoeage

Hij liet ons de whoolly aphids zien. Dat waarvan wij dachten dat het een klein soort paddestoelen of schimmels waren, bleek een enorme kolonie kleine witte insecten, de mooiste soort van de whoolly aphids, met wonderlijke lichaamsbouw. Kleine kunstwerkjes die bij de minste aanraking wegspringen.

Woolly aphid

Het bos rondom het klooster was grotendeels gekapt. Maar het klooster ligt nog steeds achteraf. De monniken verwelkomden ons met thee, koekjes en verse ananas en kwamen er voor de gezelligheid even bij zitten.

Thee drinken met de monniken
Vriendellijk oud dametje

 

 

Terug bij de boot werden we nog even geknuffeld door de tandeloze lieve 72 jaar oude dame die nog steeds zelfstandig in haar schamele huisje bij de rivier woont en haar eigen gewassen verbouwt. Eten kan ze ze niet. Ze leeft op rijstsoep en groentensoep. Waarschijnlijk is ze nog ouder, ze weet het zelf niet meer zo goed.

Na het bezoek aan een Shan dorp werden we weer in Hsipaw afgezet en hebben we fietsen gehuurd om naar de 6 km buiten het dorp gelegen Nam Tok waterval te gaan.

Dat viel nog niet mee. Met ruim 30 graden bergopwaarts en uiteindelijk over erg smalle zandpaadjes, hotsend en knotsend tussen de rijstvelden door over bamboe bruggetjes….

Deels ook klauterend over modderige keienpaadjes… Het laatste stuk zonder fiets steil bergopwaarts…

Maar het was het waard! We hadden de waterval voor ons alleen en een prachtig uitzicht over het land.

Nam Tok waterval

In de grotten een stuk naar links stonden natuurlijk Boeddha beelden. Maar vreemd genoeg ook een soort podium met een wit paard en vier poppen. Een ervan was de laatste Shan koning, ernaast zijn vrouw. De twee anderen zijn vader en diens vrouw. Zij zijn de goede geesten aan wie geofferd wordt ter verkrijging van voorspoed. Erg bijzonder.

Spinnen zie je overal in de bossen
Maar ook mooie bloemen en vlinders

Ook bijzonder was ons etentje… We aten bij mr.food, de plaatselijke Chinees. Daar kun je beter niet voor-, hoofd- en nagerecht tegelijk bestellen ook al staat de ober net zo lang te wachten tot je de menukaart bekeken hebt om deze weer mee te nemen. Het ijs kwam samen met het hoofdgerecht aan.

Na het afrekenen wachtte ons nog een verrassing. We zijn kregen een ongepelde avocado mee als kadootje?! Wel erg lief.

Met de trein terug naar Mandalay
Verkoopster in de trein
Met de trein over de Gokhteik brug
Iran, verwachtingen en verrassingen

Iran, verwachtingen en verrassingen

Onze missie was eerst de zijderoute bereizen. Maar in de ca. drie weken durende reizen zat zoveel moois opgesloten en mistte er nog zoveel ander schoon dat we er al snel achter kwamen dat slechts één van die landen bezoeken misschien wel meer bevredigend zou zijn.
Het werd dus Iran. In mijn fantasie kwamen de sprookjes van 1001 nacht al tot leven bij het zien van al die prachtige kleurrijke foto’s van moskeeën, koopmanshuizen en paleizen.

Eigenlijk hoopten we op een mooie mix van cultuur en natuur. Maar dat laatste bleek moeilijk te verwezenlijken. Voor het bezoeken van de toch echt hele mooie nationale natuurparken (Iran heeft ook zebra’s, cheeta’s, antilopen, flamingo’s en dergelijke) bleek het na lang speurwerk nodig om permits van de staat aan te vragen. En dat leek niet makkelijk te regelen. Tja, dan toch maar gekozen voor een groepsrondreis. Dat is dan toch wel erg makkelijk, alles is georganiseerd, het kost veel minder tijd en je komt niet voor de onaangename verrassingen te staan waarover ik in Iran blogs regelmatig las zoals hotelkamers die vanuit Nederland geboekt, toch bij aankomst niet beschikbaar bleken te zijn. Of het regelen van openbaar vervoer over grotere afstanden… (allemaal te regelen en niet duur, maar het kost allemaal veel tijd.).

Afijn, het overvolle reisprogramma zat heel goed in elkaar, alleen verwachtte wij nog wat extraatjes onderweg zoals bij Sawadee of Djoser vaak het geval is. Maar dat viel wat tegen. Je krijgt een Iraanse gids mee in de bus en kennelijk mogen bussen niet van vastgelegde routes afwijken, nog niet eens een paar kilometer. Dus de hoop op een Sassanidenkasteel bij Meibod en de architectonisch mooie duiventoren een paar honderd meter verderop gingen niet door. En ook voor de hoogste waterval van het Midden Oosten, de Tarom waterval bij Neyriz werd niet aangedaan.
Jammer, natuurlijk zou er toch aan het eind van het extreem lange droge seizoen niet een overvloedige waterstroom zijn geweest, maar een wat groenere omgeving was wel eens leuk geweest. Gelukkig stopten we wel bij het niet te missen zoutmeer ten zuiden van Shiraz. Yes!
Geen flamingo’s in dit seizoen, maar wel de rozerode algen laag die de flamingo’s aan hun kleur helpen.

Het grootste deel van de reis voerde door gortdroge, oninteressante woestijn. Maar soms reden we langs of door mooie grillig gevormde bergpartijen. Het Zagrosgebergte vonden we echt heel mooi. Weliswaar ook droog, maar met mooie vergezichten tussen de soms rossige, soms bruinere grillige bergpartijen. Na de woestijnsteden Kashan, Yazd, Kerman en Rayen had Shiraz aangenaam meer groen, bomen, grasveldjes, parken… Isfahan had zelfs nog een overtreffende trap aan groen.

De grote verrassing was toch de al aangekondigde maar niet helemaal voor te stellen ongelooflijke gastvrijheid van de mensen. Al dan niet in wat woordjes Engels of Duits werden we ook met handen en voeten zo hartelijk welkom geheten dat het enorm ontroerde. Voortdurend wilden mensen ook met ons op de foto. Kregen we thee/koffie aangeboden door picknickende Iraniërs, tot zelfs een volle schaal met smakelijk versierde rijst die we helaas af moesten slaan omdat onze bus vertrok. Wat waren die mensen teleurgesteld (zie dat maar eens uit te leggen).

In Isfahan werden we ineens staande gehouden door een Moellah met zwarte tulband (hoogste rang). Hij wilde weten waar we vandaan kwamen en begon spontaan op een papiertje zijn emailadres en telefoonnummer te schrijven waarbij hij ons op het hart drukte dat we hem te allen tijde konden bellen voor hulp van welke aard dan ook. Ook kregen we zijn handtekening op een geldbriefje met datum en een dankwoord aan ons (gebruik vanwege de heilige dag Ghadir Khumm).
Soms voelde het ook wel alsof wij de aapjes in de dierentuin waren, giebelende schoolmeisjes, verlegen vrouwen, vastberaden dames die één voor één selfies wilden maken… Jawel, iedere Iraniër of Iraanse, jong of oud, loopt hier met een Samsung telefoon. Je ziet niet veel armoede. Overal is vers gekoeld drinkwater gratis te krijgen. De straten en steden zijn schoner dan in ons kikkerlandje.

Het is ook zeker niet zo dat er constant streng gecontroleerd wordt. Er werd veel met ons gepraat en ook over politieke zaken werd openlijk gesproken met af en toe stevige kritiek. De moraalpolitie is inmiddels afgeschaft en de islamitische (kleding)voorschriften worden minder streng gehandhaafd. Vooral de jongeren zoeken steeds meer de grens op. Vooral in de grote steden lopen de meeste jonge vrouwen met de hoofddoek zo ver mogelijk achter op het hoofd, grote dure zonnebril en stevig voorzien van make-up, want je moet je toch ergens in kunnen onderscheiden… Veel zwaar en strak getatoeëerde wenkbrauwen, neuspleister (neuscorrecties) en opgespoten lippen, zelfs mannen met getatoeëerde haarstoppels op hun kale schedelstukken…

En ondanks het verbod zie je toch wel stelletjes samen in theehuizen of lopend door het park. Zie je vaak groepjes meiden of vrouwen samen uitgaan en in theehuizen gezellig eten/drinken of de waterpijp roken. En ook vrouwen alleen achter het stuur.
De manier waarop mannen en vrouwen met elkaar en met hun kinderen omgaan ziet er heel normaal uit. Enige wrange puntje was in Isfahan. Daar liepen we ’s avonds langs vier mooie oude verlichte bruggen. De laatste stond er ook om bekend dat er ’s avonds veel verliefde stelletjes zitten en dat er ook gezongen wordt onder de brug. Dat laatste was iets wat nog niet echt toegestaan is.

Dus zo stuitte ik op een groep van een twaalftal mannen die treurige liefdesliederen aan het zingen waren. De militairen die er rondliepen zeiden er niets van, maar toen een twintigtal minuten later en drie politieagenten aankwamen werd de groep uit elkaar gedreven en vermanend toegesproken. Zo jammer. En dus kon ik mijn mond niet houden en heb ik tot tweemaal toe die agenten erop gewezen dat ik erg van de gezangen genoten heb en heb de mannen voor hun gezang bedankt. Kon er zowaar toch een kniezerig lachje bij één van die agenten vanaf.

Ja, natuurlijk zijn er voorschriften die wij ons niet kunnen voorstellen en die zij ook anders zouden willen. Dus ideaal is het nog lang niet, dat is klip en klaar. Maar de vraag is hoelang die nog stand houden. Volgens een in Nederland wonende Iraniër die we op het vliegveld tegen kwamen zal het hooguit nog een jaar of 10 duren. De verwachting is dat Ayatollah Khamenei ieder moment kan sterven (het gerucht gaat rond dat hij prostaatkanker heeft) en dat daarna de politie de macht zal overnemen en dat het chadorgebruik zal uitsterven…

Laten we het maar hopen. We gunnen deze lieve mensen die vrijheid.

Kortom, wat het meeste opviel was de vriendelijkheid, openheid en gastvrijheid van de Iraniërs: elke ‘vreemdeling’ is een vriend van Allah en moet dus goed verzorgd worden. Wij hebben nergens ook maar enige terughoudendheid, afwijzing of onvriendelijkheid ervaren omdat we uit het westen kwamen. Integendeel: “Welcome to Iran!”.

Van Isfahan naar Teheran

Van Isfahan naar Teheran

We verlaten Isfahan en gaan op weg terug naar Teheran. Na een uur of twee maken we een stop in Abyaneh, een traditioneel afgelegen bergdorpje dat door de UNESCO erkend is als beschermd dorpsgezicht.

Er wonen veel Parsi’s in karakteristieke huizen van rood leem. De mensen die hier wonen spreken Oud-Iraans, dat bijna niemand meer spreekt. In de oorlog met Irak werden de mannen gebruikt om berichten door te geven, omdat niemand anders deze taal verstaat.

Het dorp is lange tijd moeilijk bereikbaar geweest, men leefde daardoor erg geïsoleerd.
De vrouwen dragen geen zwarte kleding, maar vrolijk bebloemde rokken en tunieken en ze dragen witte sjaals met fel gekleurde bloemen. Een verademing na al dat zwart. Bij veel huizen hangen geluk amuletten van gedroogde zaden of planten boven de deur. Maar al ziet  het er vrijer uit, de eerste traditioneel geklede vrouw die ik tegen kom loopt vrolijk met haar telefoon aan het oor te keuvelen, veel vrouwen willen toch niet gefotografeerd worden. Mannen hebben hier traditioneel hele wijde zwarte broeken aan.
We wandelen door de smalle straatjes. We zitten op ruim 2.200 meter en dat is gelukkig wat minder heet. Er schalt een luide gebedsdienst door het dorp. Kennelijk is er een begrafenis. Dat is dan ook waarschijnlijk de oorzaak dat er niet zoveel traditioneel geklede vrouwen en mannen te zien zijn op straat. Jammer!



Na een lunchstop als onderbreking van deze lange reis stoppen we rond 16.00 uur in de heilige pelgrimsplaats Qom. Qom is een heilige stad voor sjiitische moslims. Vanaf de 7de eeuw ontpopte Qom zich tot een zeer belangrijk sjiitisch bedevaartsoord. In 816 stierf Fatima, de zus van de achtste Imam Reza, in deze stad op doorreis naar haar broer in Mashad. Zij was een nobele, ongetrouwde vrouw en overleed toen ze 28 was. Zij ligt hier begraven.

Het mausoleum van Fatima heeft gouden koepels en sierlijke minaretten. De ruimte met de schrijn zou ook zo’n spiegelpaleis moeten zijn, maar helaas mogen we ook hier niet naar binnen. Sowieso heeft onze gids hier nogal haast. Zo anders dan in Shah-e-Cheragh waar we ruim een uur begeleidt werden. Maar het hele complex is met zijn gouden koepels en prachtig gekleurde minaretten overweldigend mooi. Wat een rijkdom straalt het uit.
Enig minpunt is dat we hier dus weer in die vreselijke bloemetjeschadors gehesen worden. Een aantal vrouwen onder ons moesten met een vochtig doekje hun lippenstift verwijderen. Geen aardse ijdelheid wordt hier toegestaan. En dat in een land waar één op de 10 mensen die je tegenkomt een pleister op de neus draagt omdat ze hun lippen of een neus job hebben laten doen !!! Zag bij het ontbijt nota bene ook een man die de kalende plekken op zijn hoofd met stippeltjes had laten tatoeëren…

Het heiligdom van Fatima is 24 uur per dag open. Mensen komen hier bidden voor hun noden en geloven dat hun gebed hier krachtiger is dan in de moskee of thuis. Men zegt dat er zelfs genezingen bekend zijn. Het lijkt zoiets als Lourdes. Er komen 20 miljoen(!) pelgrims per jaar. Alle vrouwen gaan in Qom volledig bedekt in een wijde zwarte chador. Alleen het gezicht en de handen zijn nog zichtbaar. Van vrouwelijke toeristen wordt hier hetzelfde verwacht. Alleen krijgen die dus een bloemetjesgordijn.

Je ziet veel religieuze mannen lopen in hun lange gewaden en witte hoofddeksels. Iran is sjiitisch maar hier komen mensen uit de hele wereld zowel soennieten als sjiieten. Gezegd wordt dat joden, christenen en moslims dezelfde wortels hebben. Mozes en Jezus zijn heel belangrijk voor moslims. Maar aangezien Mohammed de laatste profeet was is de islam dus de meest complete godsdienst(?!).
Qom was ook de plek waar ayatollah Khomeini jarenlang woonde, studeerde en islamitisch onderwijs gaf. Religie drukt in deze stad dan ook een zeer groot stempel op het dagelijks leven.

We vervolgen onze weg naar Teheran. Pas tegen 20.15 uur komen we eindelijk aan bij ons laatste hotel van deze reis.

Persepolis en Naqsh-e Rostam

Persepolis en Naqsh-e Rostam

Cyrus is de grondlegger van het Perzische rijk en werd in 550 voor Chr. de koning van de Meden en Perzen. Darius I, de zoon van Cyrus, heerste van 522-486 v.Chr. en had een rijk dat zich uitstrekte van Libië en Egypte tot in het huidige India, Georgië en het Turkse Tracië.

Persepolis is een door Darius I gebouwd ceremoniële centrum van dit grote rijk  in het zuiden van Perzië, het hedendaagse Iran, en is een van de belang-rijkste plaatsen die de oude Perzen hebben nagelaten. Het is geen stad want er zijn bij archeologische opgravingen geen huizen gevonden.

De koningen van het Perzische Rijk stonden bekend om hun nobele bewind, hun wijsheid en menslievendheid, kortom als wijze en tolerante heersers. De heersende godsdienst, het Zoroastrisme, is een leer waarin de mensen bewust moeten kiezen voor goede daden. Zij waren dus niet onderworpen aan de goden, maar hadden een vrije wil. Deze Perzische beschaving berustte ook niet op slavernij, maar op loon naar werken. En de relaties met de omringende landen werden onderhouden door het uitwisselen van geschenken. De rijkdom was niet gebaseerd op roof, maar op ruilhandel.
Vanaf de regering van Xerxes I werden alle ambachtslieden voor hun werk betaald. De economie werd toen monetair. In geval van een ongeluk van de ambachtslieden werd voor hun nabestaanden zorg gedragen. Vanuit het hele rijk kwamen de beste ambachtslieden naar Persepolis om mee te helpen bouwen aan het paleis.

De poort der naties (gevleugelde stier met mensenhoofd)

Door de afgelegen, bergachtige locatie werd Persepolis hoofdzakelijk een lente- en zomerresidentie, terwijl het rijk vanuit andere steden zoals Babylon werd bestuurd.

Na zo’n 100 kleine treetjes op de monumentale entreetrap ( zodat 2000 jaar geleden de Meden en de Perzen die hier op audiëntie kwamen bij de koning, met hun kostbare zware gewaden op een waardige manier naar boven konden schrijden) bereiken we “de poort der naties” met aan weerszijden reusachtige gevleugelde stieren met mensenhoofden. Een indrukwekkende entree.
In deze ruïnestad is nog veel goed bewaard gebleven zoals het paleis van koning Darius (de kapitelen van de paleiszuilen waren versierd met beelden van leeuwen, griffioenen of stieren) en de “zaal van honderd zuilen”.

Het mooiste vond ik de Apadana (audiëntiehal).
Tijdens een groot feest, het Perzische nieuwjaar (Noroez) dat in maart valt, kwamen de onderdanen van de verschillende bevolkingsgroepen ‘giften’ (belastingen) aanbieden aan de sjah. De gezanten van 23 verschillende volkeren, te onderscheiden aan hun kleding en hoofdtooien, kwamen belastingen betalen aan Perzische koning. Het aanbieden van de giften is afgebeeld in reliëfs op de oostelijke trappen van de apadana.
Je ziet bijv. de Arabieren met stoffen en een dromedaris, Ethiopiërs met een slagtand van een olifant en een giraffe, Cappadociërs met een paard en kledij, enz. Verder zie je stieren en eenhoorns in gevecht met leeuwen, en koningen met de typische  assyrische haar- en baarddracht in kleine krulletjes.

De Meden
Griffioen vlak bij de ingangspoort
Arachosiërs met een kameel
Leeuw met een eenhoorn

Archeologen hebben in de oude schatkamer stenen tabletten gevonden waar de salarissen van meer dan duizend arbeiders zijn bijgehouden. Het grootste deel van de schatkamer is echter verdwenen: je ziet alleen nog de zuilen die ooit de fundering vormden. Er is zoveel bekend over Persepolis omdat er veel geschriften zijn terug gevonden in 3 talen: het oud Perzisch, het  neo-Babelonisch en het neo-Elamitisch?

Tombe in Persepolis
Deksteen in de tombe in Persepolis

Achter de schatkamer kun je via een korte klim bij een aantal tombes komen, de tombes van Arthaxerxes II en III. Sowieso een must omdat je van daar een prachtig overzicht hebt over de hele stad. Met name de linker tombe van
Arthaxrces II is de klim waard, de façade in de bergen is versierd met mooie reliëfs. Er zit een glaswand voor de facade en daarachter zit een bewaker bij het opening waar je in de grafkamer zou kunnen kijken.
Dat is echter ten strengste verboden staat op een bordje vlakbij de bewaker. Maar net als ik weer terug naar beneden wil gaan zie ik ineens mensen om de glaswand heen lopen… en die staan vervolgens naast de bewaker door de opening naar binnen te kijken!!! Tja, dan trek ik de stoute sandalen maar aan en stap over het verbodsbord heen om ook naar de ingang van de tombe te gaan. Ik hoef tenslotte niet roomser te zijn dan Allah, hihi. En zo ben ik in de gelegenheid om toch even te kijken en een foto te maken. De tombe is
niet groot en er ligt een grote deksteen in die waarschijnlijk het graf afdekt.

Persepolis panorama

De bouw van Persepolis duurde ongeveer 150 jaar. Alle opvolgende koningen bouwden gestaag verder volgens het oorspronkelijke plan, maar nog voordat de bouw van de stad voltooid was werd het verwoest. De Apadana, het schathuis en het paleis van Xerxes werden in 330 v. Chr. veroverd, geplunderd en in brand gestoken door Alexander de Grote. Hij verwoestte Persepolis nadat (naar men zegt) de Perzen de Acropolis verwoest hadden. De stad werd verlaten en vergeten. In 1931  werd bij grote archeologische onderzoeken de stad weer ontdekt. Doordat de stad al die tijd onder het woestijnzand heeft gelegen zijn de reliëfs en beelden goed bewaard gebleven.

Naqsh-e Rostam

Naqsh-e Rostam
Naqsh-e Rostam

Toen Darius ongeveer 3 kilometer ten noorden van zijn nieuwe paleis de torenhoge klif met oude gedenktekens voor het koningschap ontdekte, liet hij hier vier graftomben uithakken. De kruisvormige rotsgraven zijn van de koningen Darius I (†486 v.Chr), Xerxes (†465 v.Chr), Artaxerxes I (†425 v.Chr) en Darius II (†404 v. Chr).

Naqsch-e Rustam

Hun grafmonumenten zijn indrukwekkend. De rotsgraven zijn 23 meter hoog en 18 meter breed. Zo’n 6-7 eeuwen later wilde ook Shapor wat langer bekend blijven. Hij heeft in de brede rotsstrook onder de graffaçades zijn overwinning op de Romeinse keizer Valerianus in indrukwekkende reliëfs laten uitbeitelen.

Arabische legers brachten in de 7e eeuw de islam naar Perzië, zij vernietigden veel heidense monumenten. Maar de Perzische geleerden conserveerden de reliëfs onder de mysterieuze graven in de 65 m hoge rots in de veronderstelling dat ze de islamitische held Rostam voorstelden. Nu is dus bekend dat de reliëfs in de steile rotswand rond de graven de eerste en laatste stadia weergeven van een koningsmonument dat al dateert van ver voor de bouw van Persepolis. Zo is er dus gelukkig toch nog een stuk van die oudere cultuur bewaard gebleven.

Imamzadeh-ye Ali Ebn-e Hamze

Buitenkant van het “spiegelpaleis”

Omdat ik in het Shah-e-Cheragh de heilige ruimte met de schrijn niet in mocht (“het spiegelpaleis”), laten we ons met de bus afzetten in de buurt van Imamzadeh-ye Ali Ebn-e Hamze.

Interieur “spiegelpaleis”

Dit na een tip van onze vriendelijke gids in het Shah-e-Cheragh, hij vertelde dat een neef van Ali-Ibn-e-Musa Al-Reza hier zijn tombe heeft en dat ik als vrouw die wel mag bezoeken. Het is een kleinere variant van het “spiegelpaleis” en gehuld in een chador mag ik hier dus wel naar binnen. Wat grootte betreft is het inderdaad kleiner, maar wat schoonheid betreft is het zeker niet minder. Duizenden spiegeltje komen je tegemoet en het houtwerk van de deuren is prachtig! Natuurlijk is er hier ook een aparte mannen- en vrouweningang. Een bezoek aan een moskee blijft een aparte ervaring. Zelfs hier in deze heilige schrijn doen de mensen hun dagelijkse dutje of appen op hun telefoon. Sterker nog: in het vrouwengedeelte zie ik zelfs een vrouw met pannetjes en potjes een kippepootje eten terwijl er tegenover een vrouw onder haar chador op haar knieën jammerend gebeden op zegt. Elders ligt een baby in een eenzame hoek ligt slapen. Haar moeder? een stuk verder in een andere hoek slaapt ook. Wonderlijk.

Helaas….

Helaas….

Voor diegene die gewend zijn een vakantiekaartje van ons te krijgen… helaas die komt er niet aan.
Ben twee volle avonden bezig geweest om te proberen foto’s te uploaden naar Hallmark.nl maar krijg ze niet geupload en de site zelf is ook zo traag dat ik niet eens de basiskaart gekozen krijg.
Dus jullie zullen het moeten doen met onze hartelijke groeten via deze weblog!

Wij in een nis in het Shah Cheragh complex
Van Kerman naar Shiraz

Van Kerman naar Shiraz

Jameh moskee in Neyriz

Vandaag wederom een lange reisdag naar Shiraz (573 km!). Het landschap is nu veel afwisselender dan de afgelopen dagen: bergachtig, nu en dan een klein groen stukje tuinbouwgrond omringd door woestijn en af en toe zelfs een paar bermbloemetjes.
Onderweg pauzeren we in Neyriz, voor een bezoek aan de oude Jameh moskee. Deze dateert uit de 9e eeuw en is een voormalige vuurtempel wiens functie werd veranderd tot moskee tijdens de eerste jaren van het islamitische tijdperk. Het heeft een mooie metselwerk minaret en een zeer rijk bewerkte mihrab.

Cipres van meer dan 1000 jaar oud

Terugkijkend naar de binnenplaats valt de enorme cypres echt op. Deze is al ruim duizend jaar oud.
Na Neyriz doorkruisen we het Zagrosgebergte. Wow, ik houd hier wel van, grillige, ruige, kale bergen met hier en daar een groene struik en zelfs een prachtig uitzicht op een vlakte met een enorm zoutmeer. Omdat we hier al op zo’n 2000 meter hoogte rijden heb je er geen idee van, maar menige top rijkt hier tot over de 4000 meter. We passeren olijven- en vijgenboomgaarden. Zien herders met kudden geiten en schapen, maar ook plastic fabrieken en gascentrales.

Moskee in the middle of nowhere

Dorpen lijken hier op te gaan in de omgeving doordat huizen vaak van omgevingsmateriaal gemaakt zijn. Van de vele moskeetjes die we onderweg zien hebben veel ervan een gouden koepel.

Hondenmoeder met pups

16 Km voor Shiraz maken we nog een korte stop bij een zoutmeer. In deze tijd van het jaar is het meer nagenoeg droog gevallen, je ziet waar er water is nog wel de typisch rode kleur van de algen die in de natte tijd hier voorkomen. Een lekkernij waarop zwermen flamingo’s afkomen. Maar die zien we in deze tijd dus niet. Jammer. Wij bekijken het zoutmeer bij de zoutfabriek waar ik begroet word door een hondenmoeder met twee pups.

 

 

Zoutmeer

Bij zonsondergang (hier rond 19.18) komen we dan eindelijk aan bij ons hotel. Pfff… we hebben er dus bijna 11 en een half uur over gedaan. Toch kunnen we het niet laten om nog snel even te gaan kijken bij het verlichte fort dat aan het eind van onze straat ligt. Een mooie afsluiter.

Jazd / Yazd

Jazd / Yazd

Binnenplaats van ons hotel

De stad is maar liefst 5000 jaar geleden opgericht. Duizenden jaren hebben de bewoners hun leven aangepast aan het woestijnklimaat wat terug te zien is in de architectuur.
Het oude centrum van Yazd is een van de oudste centrums ter wereld. Wij zitten in een hotel in dat oude centrum en recht tegenover ons hotel kunnen we al de oude overdekte bazaar inlopen. Het hotel is een voormalig historisch koopmanshuis. De kamers liggen rondom een centrale met tentdoek overdekte patiotuin. Wij krijgen een kamer die via een steile trap te bereiken is. We komen dan eerst in een halletje met twee fauteuils en de deur naar de badkamer. Rechtdoor komen we in de slaapkamer met drie bedden met uitzicht op die patiotuin. Tjonge, een heel sfeervolle kamer met muurschilderingen, antieke voorwerpen ter decoratie en mooie glas in loodramen.

Alexanders Prison (links) en ernaast het oudste intacte gebouw in Yazd (11de eeuw)

Na aankomst besluiten we meteen al op zoek te gaan naar Alexanders Prison zo genoemd omdat de dichter Hafez hiernaar verwijst. Alexander is er nooit geweest en het is eigenlijk een 15e-eeuwse school met een grote koepel.

Al snel komen we in een wirwar smalle straatjes en sfeervolle overdekte steegjes tussen muren gemaakt van modder, stro en leem. Je zou hier makkelijk kunnen verdwalen. Gelukkig zijn er regelmatig bordjes met pijlen voor de goede richting naar bezienswaardigheden en natuurlijk hebben we navigatie op de telefoon! We zijn er rond zonsondergang en zien het gebouw dus mooi verlicht.

Vrouw in chador in Faradah wijk

Yazd is de stad van de windvangers (badgirs), de stad met het grootste ondergrondse waterkanalensysteem en staat verder bekend om de Zoroastrische vuurtempels. Jarenlang heeft de stad gediend als het centrum van het Zoroastrisme, de oudste religie met één god ter wereld gesticht door de profeet Zarathustra of Zoroaster. (10e eeuw v.C. tot de Arabische invasie in Iran in 651 na Christus). Ruim 16 eeuwen Zoroastrisme hebben de Iraanse cultuur en tradities voor een groot deel vorm gegeven. De religie maakt onderscheid tussen de Verlichtende Wijsheid en de Destructieve Geest. In je levenswijze dient de nadruk te liggen op goede gedachten, goede woorden en goede daden. In het Zoroastrisme is er leven na de dood; je dient zelf je geest in dit leven of in het volgende leven steeds te verbeteren totdat je bij de god van het goede kan komen.
De energie van de schepper wordt in het Zoroastrisme weergegeven door zonlicht en vuur. Zoroastrische gebouwen worden daarom ook vuurtempels genoemd en hebben boven de ingang een symbool, de faravahar.

Remy bij één van de torens van de stilte

We bezoeken de volgende ochtend een typisch zoroastrisch bezienswaardigheid: de torens van de stilte (Dakhma-Ye Zatoshti). Dit zijn torens waar de Zoroastriërs hun doden, na het wassen inlegden.
Volgens dit geloof mag je de aarde, het water en de lucht niet bevuilen dus werden lijken niet begraven of verbrand. Nadat het lijk gewassen was werd het boven op de toren gelegd zodat de gieren hun werk konden doen. De doden werden in rijen op stenen gelegd; buitenste rij de mannen, dan de vrouwen en in de binnenste ring de kinderen. Als de botten kaal gevreten waren werden de beenderen met (ongebluste?) kalk in de kuil gegooid zodat er niets meer van overbleef. De kleinste toren is 200 jaar en de grootste 400 jaar oud. Sinds 1960 is het gebruik van de torens om hygiënische reden verboden. Vlakbij ligt nu een begraafplaats voor zoroasters gemaakt van waterdicht beton zodat niets doorsijpelt naar de bodem! Er zijn tegenwoordig in Jazd nog maar 30.000 Zoroasters.

92-jarige laatste lijkwasser torens van de stilte

Beneden ontmoeten we de laatste nog levende lijkwasser die hier gewerkt heeft. De man is inmiddels 92 jaar oud.
Onderweg naar boven kun je onderaan de heuvel goed de restanten zien van oude tempeltjes die voor de verering van Zoroaster werden gebruikt, evenals de overnachtingsverblijven, keukens en badhuizen, bedoeld voor de familie van de overledenen.
Op de terugweg naar het centrum stoppen we even bij de vuurtempel. Volgens overlevering brandt hier de heilige vlam van de profeet Zoroaster al sinds 470 na Chr.

Traditioneel eten bij Fookah in Yazd

We lunchen bij Fookah een restaurant waar we gisterenavond op het dakterras gegeten hebben. Ze hebben heerlijk eten. Remy krijgt een halve kip in rode currysaus met Burberry rijst (rijst met granaatappelpitten erdoor bestrooid met saffraan, mjammie!).
Ik een kipkebab met lekkere salade. Het eten smaakt in Iran zo lekker, ze werken veel met verse kruiden.

 

Jameh moskee Yazd
Jameh moskee in de avond
‘Reizigers’ in water van Amir Chaghmagh plein

Na de lunch gaan we naar de Jame moskee. Elke stad of dorp heeft wel een moskee met de naam Jame(h). Deze Jame Moskee stamt uit de 12e eeuw. Hij heeft een imposante toegangspoort met 48 meter hoge ranke minaretten, de hoogste van het land. Hij is prachtig gedecoreerd met tegels met blauwe motieven, zowel van buiten als van binnen bij de overkoepelde gebedszaal en de mihrab. Terwijl we er zijn begint de gebedsdienst.

Ons volgende doel is het Amir Chakhmagh plein van waaruit jaarlijks duizenden Sjiitische moslims in optochten de dood van Imam Hossein herdenken. Aan dit plein staat ook het gebouw met dezelfde naam, maar hiervan zijn alleen nog de monumentale façade met driedubbele arcadenrij en twee ranke betegelde minaretten bewaard gebleven. In de vijver ervoor staat de beeldengroep “de reizigers”.

Binnenplaats watermuseum

Hoewel omringd door twee woestijnen, beschikt Yazd toch over voldoende water. Het water wordt via ondergronds gegraven kanalen (qanats) uit het vijftig kilometer verderop gelegen gebergte naar de stad getransporteerd leren we in het watermuseum. Die gangetjes waren hooguit 60 cm breed en wilden tijdens de bouw nog wel eens instorten. Dit aardige museum zit ook in een voormalig mooi gedecoreerd koopmanshuis en heeft natuurlijk ook een binnentuin.
Ondertussen zijn we aardig verhit geraakt en zijn blij dat we via de koelere overdekte bazaar terug naar het hotel kunnen lopen. ’s Middags is alles gesloten, een soort siësta, maar vanaf ca. 16.00 komt er weer bedrijvigheid en ’s avonds is het er een drukte van belang. We passeren oogverblindende spiegelwinkels en net zo schitterende goudwinkels waar bijna alles bezet is met glimmende stenen. Iraniërs houden van blingbling!

Onze tijd in Jazd zit er weer op. Morgen gaan we op weg naar Kerman.

Interieur Azira moskee Yazd
Van Kashan via Na’in naar Yazd

Van Kashan via Na’in naar Yazd

Jameh Moskee in Na’in

Vandaag een lange reisdag naar Yazd. Niet ver van Kashan zien we in het landschap wachttorens en afweergeschut: hier liggen over een lengte van 15 km op 100 m diepte de ondergrondse kerncentrales. Verder is het landschap saai en droog. Zo nu en dan verschijnen er wat kale woestijnbergen.
Tussen Kashan en Yazd maken we een stop in Na’in met zijn middeleeuwse oude centrum. Na’in was vroeger een belangrijke halte op de oude karavaanroute ten zuiden van de woestijn en is een echt authentiek woestijnstadje met veel leembouw, een oude moskee (vroeger vuurtempel geweest) met diepe cisternen en een compleet onderaards labyrint waar de bewoners zich tegen overvallers en woestijnrovers konden beschermen, waarschijnlijk nog stammend uit de pre-islamitische tijd!

Seltsjoeks metselwerk in de Jameh moskee

De Jameh Moskee (= Groot Moskee) van de stad Na’in dateert van ongeveer de 9e eeuw en is één van de oudste moskeeën van Iran. Het is één van de eerste vier moskeeën die gebouwd werden na de invallen van de Arabieren. Het oudste (vuurtempel) deel dateert uit de 8ste eeuw, later werd de moskee over de vuurtempel heen gebouwd. Heel bijzonder vind ik de bakstenen wanden en pilaren rond de binnenplaats, de veertien zuilen zijn elk versierd met een uniek patroon van metselwerk, Seltsjoeks vakmanschap uit de 11e eeuw.

De preekstoel naast de gebedsnis

De moskee is bekend om zijn mihrab (gebedsnis) uit de veertiende eeuw. Naast de meghrab staat een preekstoel, een menbar, 700 jaar oud, uitgevoerd in fijn houtsnijwerk met bloemen- en geometrische motieven. Op de grote binnenplaats liggen vier albasten tegels. Deze zorgen ervoor dat er ondergronds nog daglicht kan komen. Als we de trap af gaan komen we in onderaardse gangetjes en ruimten van de vroegere vuurtempel. De moslims gebruikten de  kelders onder de moskee als gebedsplaats gedurende de hete zomer Veel voormalige vuurtempels zijn verdwenen doordat de moslims er hun moskeeën bovenop bouwden.

Onderaardse gangen van de Jameh moskee

In afwachting van onze picknicklunch lopen we de inmiddels grotendeels verlaten oude stad in, die is opgetrokken uit leem. Er zijn veel geruïneerde gebouwen, waarvan de bewoners nu voor onderhoudsvriendelijker behuizing gekozen hebben, het geeft de indruk in de middeleeuwen beland te zijn. Centraal ligt het fort Narin Ghal’eh, een Sassanidisch fort dat de oase moest beschermen tegen invallen. Net daarvoor zien we een ab anbar, een drinkwaterreservoir, met 4 badgirs, de windtorens die voor koeling moeten zorgen. Het fort is grotendeels vergaan, maar is toch indrukwekkend om te zien.

Het is al laat in de middag als we in Jazd aankomen.

Badgirs voor de Narin Ghal’eh
Last but not least…

Last but not least…

Zonsopgang bij Ahu Tongariki
3 Moai’s bij zonsopgang

Op onze vijfde en laatste dag huren we een auto om het oostelijke en noordelijke deel te verkennen. Een zonsopgang mag niet onderbreken en die doen we dus bij Ahu Tongariki, de grootste Moai site van het eiland. Hier staan 15 Moai’s op een rijtje waaronder het grootste voltooide exemplaar dat maar liefst 86 ton weegt en 9,5 meter hoog is. Er is nog een groter exemplaar te vinden in de groeve waar de meeste Moai’s vervaardigd werden, maar die is nooit voltooid.

De vijftien Moai werden in de 17e eeuw omver geworpen gedurende een stammenoorlog. De lange oren stam, die af zouden stammen van de voorvaderen die als eerste het eiland bevolkte hadden en die de andere stammen opgedrongen hadden om nog meer en nog grotere Moai te maken, werd verslagen. Toen de hele stam gedood werd, werden alle Moai van hun bases geduwd waarbij geprobeerd werd om ze op rotsen te breken. Gelukkig is dat bij deze 15 Moai niet gelukt. Er is echter nog maar 1 moai over die ook nog de Pukao op heeft. Op 22 mei 1960 werden door een tsunami (veroorzaakt door de zwaarste aardbeving met een kracht van 9,5 op de schaal van Richter bij Valdivia), de Moai en Pukao opgetild en tot soms honderden meters verder dan hun oorspronkelijke standplaats weer neergelegd.
In 1992 zijn de beelden weer op hun plek gezet door de Chileense archeoloog Claudio Cristino. Hij had daar vijf jaar voor nodig.

Rano Raraku

 

Nadat de magie van de zonsopgang voorbij was zijn we naar Rano Raraku gegaan. Dé plek waar de meeste Moai’s werden gemaakt. Het is een uitgedoofde vulkaan. De krater herbergt precies de juiste steensoort voor het maken van de beroemde standbeelden. Talloze onafgemaakte Moai’s staan hier verdwaald in het landschap, sommigen tot hun oren in het zand.
Een prachtig gezicht nu het ochtendlicht nog zo mooi is en lange schaduwen werpt.
Ook de klim naar de krater gaf een prachtig uitzicht, weer heel anders dan de krater van Rano Kao.

 

 

Verlaten beelden op Rano Raraku

 

Krater van Rano Raraku
Moai’s bij Anakena

 

Rond de middag nemen we een siesta bij het ons al bekende strand van Anakena. Tussen de heuvels en de rotsen langs de kust staan zes Moai’s. Dit is de plek waar volgens de verhalen, die eerste bewoners van Polynesië aan land zijn gekomen. Dit zou Hotu Matu’a en zijn familie zijn geweest. Die daarna het eiland hebben verkend en zijn gebleven. Dit keer hebben we dus wel een mooie blauwe lucht als achtergrond.
Het is inmiddels aardig warm geworden en we zijn wat duf van de korte nacht. Remy knapt een uiltje onder de bomen.

 

 

Prachtige noordkust bij Ovahe beach
Het past als gegoten…

Op de terugweg naar het zuiden en onze camping bezoeken we nog een aantal kleinere Moai sites. De hele middag zien we als we in de richting van het binnenland kijken grijze heftige buien neerdalen. We hebben het geluk gehad er de hele dag omheen te draaien. Maar op ons laatste bezoek aan Ahu Vinapu moeten we er toch echt aan geloven… een miezerbui. Ahu Vinapu was ooit een van de meest belangrijke plaatsen op Paaseiland. Hier zie je een ruïne waar perfect in elkaar vallende basaltblokken netjes opgestapeld zijn. Veel wetenschappers bestuderen al jaren deze stenen aangezien ze wat techniek betreft erg lijken op de Inca-muren van Machu Picchu.
Wat een prachtige dag en wat een machtig mooie afsluiting van ons bezoek aan Paaseiland. Vannacht vertrekt ons vliegtuig naar Santiago en dus naar Amsterdam.

 

Een van de 15 van Ahu Tongariki