De hellingen en lavatunnels van Maunga Terevaka


Paaseilands hoogste en jongste vulkaan: Maunga Terevaka (507 m.) hebben we op de tweede dag bezocht. Niet de krater maar de hellingen van deze dode vulkaan hebben we op een 16 km lange wandeling uitvoerig kunnen beleven. Deze zijn bedekt met hele kleine brokken lavasteen maar ook met complete lavasculpturen. Ook vind je hier verschillende lavatunnels waarvan we er drie bezocht hebben. Geen toeristische toestanden maar zelf met behulp van een zaklamp zonder gids de tunnels ontdekken… spannend en avontuurlijk. De eerste lavatunnel begon in een redelijk grote grot die dieper in het landschap verzonken lag en gevuld was met bananenplanten en zoete aardappelplanten. Hier hebben ook mensen gewoond, daar zijn sporen van gevonden waaronder stenen barrières van zo’n meter hoogte om te voorkomen dat er meer dan een mens tegelijk de tunnel in kon komen (bescherming tegen aanvallers). Vanuit de grot loop je dan een donkere tunnel in die hoog genoeg is om in te staan.

Na zo’n 40 meter kom je bij een groot gat in het plafond waar de tunnel deels ingestort is. Hier groeien weer planten in. Vervolgens leidt een pad tussen rotsblokken door ons een stukje lager gelegen tunnel in. Hier staan wat plassen water en wordt het plafond van de tunnel wat lager. Oppassen voor onze hoofden dus. Deels op de tast (zoldering) gaan we in het schijnsel van de zaklamp verder over de ongelijke bodem. Hier wordt het echt donker! Maar gelukkig gloort even later in de verte weer licht van een volgend sinkhole. Hier kunnen we er ook weer uit, maar we besluiten toch nog verder de tunnel te onderzoeken. Bij een splitsing kiezen we voor de rechtse tunnel. Deze is aardedonker en nog lager. Oppassen dus. Een heel stuk verder valt een beetje licht van links binnen… verderop ook, maar zonder zaklamp breek je hier je nek! Die verste opening is te klein om eruit te komen. Dus gaan we terug naar die ervoor.

De smalle uitgang waar wij eruit klauteren komt uit onder het gebladerte van een struik. Van buitenaf zouden we niet geweten hebben dat hier een lavatunnel uitmondt.
Het schijnt dat er in deze omgeving zo’n 7 km aan onderaardse lavatunnels is. Niet allemaal toegankelijk. Deze, de Ana Te Pahu is een van de bekendste. Behalve deze onderzoeken we nog twee lavatunnels: Ana Te Pora, een wat kleinere tunnel met een kleine maar makkelijk toegankelijke ingang. Ook deze tunnel werd kennelijk door mensen gebruikt als schuilplaats en ceremoniële ruimte. Hij is minder lang maar niet minder spannend als Ana te Pahu en eindigt uiteindelijk ook in een een smalle doorgang die onder een boompje uitkomt.

De derde tunnel die we doen is weliswaar kort maar wel spectaculair. Je daalt af in een hol in de grond waarvan je je afvraagt of je er überhaupt doorheen past. Eerst recht naar beneden dan bijna kruipend vanwege de engte en lage hoogte om uiteindelijk een paar meter verder in een breed hoger stuk uit te komen. Hier stoot ik desondanks toch hard mijn hoofd aan een scherpe richel in het verlaagde plafond die ik op de tast niet ontdekt had. Deze tunnel is maar een meter of 50 lang. Hij splitst zich in tweeën met aan ieder uiteinde een venster met uitzicht van boven op de zee (ruim 10 meter lager) en de hoge op de rotsen uiteenspattende golven. Prachtig. Op de wanden is duidelijk te zien dat er allerlei gassen meegevoerd zijn. Er zit een gele zwavelachtige kleur op de wanden.


Op Maunga Terevaka wonen bijna geen mensen al zie je wel veel met lavastenen gestapelde muren die stukken land afbakenen. Op onze wandeling komen we tientallen skeletten tegen. De meeste van de paarden die hier voor een groot deel nog in het wild rondlopen, enkele van koeien die hier kennelijk het loodje gelegd hebben. Die kadavers worden op natuurlijke wijze opgeruimd door de vele valken die hier rondvliegen. Insecten en ratten doen waarschijnlijk het kruimelwerk. We komen ook verschillende ahu’s tegen, de platforms waarop veel van de moai’s staan. Maar de beelden zelf zien we niet. Kennelijk hebben we er een aantal gemist omdat we of te hoog of te laag op de berghelling liepen. Maar het gaat met name om omgevallen beelden die met het gezicht naar de grond liggen.

Dit is het meest afgelegen stuk van het eiland met prachtige uitzichten op de ruige kustlijn van het noorden en ook de twee mooiste stranden van Paaseiland: Anakena beach en Ovahe beach. Het zijn de enige zandstranden van Paaseiland. Anakena heeft ook een mooi palmen”woud” achter het zandstrand. Anakena ligt aan het eind van de trail en daar vinden we dan eindelijk onze eerste echte Moai’s. Zeven stuks op een rijtje waarvan de eerste vier nog hun oorspronkelijke Pukao, een hoed van rood lavagesteente op hebben. De vijfde is op de hoed na nog intact de 6e en 7e hebben geen gezichten meer. Iets verderop staat een oudere Moai. Tevens de eerste Moai die weer werd opgericht.


Wat een mooie afsluiting van een mooie maar erg vermoeiende wandeling! Terwijl Remy een duik in de warme turquoise blauwe zee neemt ga ik op kokosnotenjacht. Van alweer een erg aardige eilander krijg ik een workshop “hoe slacht ik een kokosnoot zonder gereedschap”. Hij laat me zien hoe je eerst met de kont van de kokosnoot op een puntige rots moet slaan om daarna de zijkanten te bewerken. De dikke vezelige huid komt zo losser en zo kun je die uiteindelijk van de eigenlijke noot afpellen. Vervolgens prik je door een van de drie ogen en dan kun je het kokoswater drinken. Daarna sla je de noot open op de rots en komt het witte vruchtvlees vrij ter consumptie. Hmmm, leerzaam en lekker!











































