Archief van
Auteur: Jacqueline

De hellingen en lavatunnels van Maunga Terevaka

De hellingen en lavatunnels van Maunga Terevaka

Het eerste gat in de lavatunnel van Ana Te Pahu
In de lavatunnel van Ana Te Pahu

Paaseilands hoogste en jongste vulkaan: Maunga Terevaka (507 m.) hebben we op de tweede dag bezocht. Niet de krater maar de hellingen van deze dode vulkaan hebben we op een 16 km lange wandeling uitvoerig kunnen beleven. Deze zijn bedekt met hele kleine brokken lavasteen maar ook met complete lavasculpturen. Ook vind je hier verschillende lavatunnels waarvan we er drie bezocht hebben. Geen toeristische toestanden maar zelf met behulp van een zaklamp zonder gids de tunnels ontdekken… spannend en avontuurlijk. De eerste lavatunnel begon in een redelijk grote grot die dieper in het landschap verzonken lag en gevuld was met bananenplanten en zoete aardappelplanten. Hier hebben ook mensen gewoond, daar zijn sporen van gevonden waaronder stenen barrières van zo’n meter hoogte om te voorkomen dat er meer dan een mens tegelijk de tunnel in kon komen (bescherming tegen aanvallers). Vanuit de grot loop je dan een donkere tunnel in die hoog genoeg is om in te staan.

 

De smalle uitgang van Ana Te Pahu

Na zo’n 40 meter kom je bij een groot gat in het plafond waar de tunnel deels ingestort is. Hier groeien weer planten in. Vervolgens leidt een pad tussen rotsblokken door ons een stukje lager gelegen tunnel in. Hier staan wat plassen water en wordt het plafond van de tunnel wat lager. Oppassen voor onze hoofden dus. Deels op de tast (zoldering) gaan we in het schijnsel van de zaklamp verder over de ongelijke bodem. Hier wordt het echt donker! Maar gelukkig gloort even later in de verte weer licht van een volgend sinkhole. Hier kunnen we er ook weer uit, maar we besluiten toch nog verder de tunnel te onderzoeken. Bij een splitsing kiezen we voor de rechtse tunnel. Deze is aardedonker en nog lager. Oppassen dus. Een heel stuk verder valt een beetje licht van links binnen… verderop ook, maar zonder zaklamp breek je hier je nek! Die verste opening is te klein om eruit te komen. Dus gaan we terug naar die ervoor.

 

Blowholes aan de kust

De smalle uitgang waar wij eruit klauteren komt uit onder het gebladerte van een struik. Van buitenaf zouden we niet geweten hebben dat hier een lavatunnel uitmondt.
Het schijnt dat er in deze omgeving zo’n 7 km aan onderaardse lavatunnels is. Niet allemaal toegankelijk. Deze, de Ana Te Pahu is een van de bekendste. Behalve deze onderzoeken we nog twee lavatunnels: Ana Te Pora, een wat kleinere tunnel met een kleine maar makkelijk toegankelijke ingang. Ook deze tunnel werd kennelijk door mensen gebruikt als schuilplaats en ceremoniële ruimte. Hij is minder lang maar niet minder spannend als Ana te Pahu en eindigt uiteindelijk ook in een een smalle doorgang die onder een boompje uitkomt.

 

 

 

Remy kruipt in lavatunnel
Remy kruipt in lavatunnel
Lavatunnel met uitzicht op zee

De derde tunnel die we doen is weliswaar kort maar wel spectaculair. Je daalt af in een hol in de grond waarvan je je afvraagt of je er überhaupt doorheen past. Eerst recht naar beneden dan bijna kruipend vanwege de engte en lage hoogte om uiteindelijk een paar meter verder in een breed hoger stuk uit te komen. Hier stoot ik desondanks toch hard mijn hoofd aan een scherpe richel in het verlaagde plafond die ik op de tast niet ontdekt had. Deze tunnel is maar een meter of 50 lang. Hij splitst zich in tweeën met aan ieder uiteinde een venster met uitzicht van boven op de zee (ruim 10 meter lager) en de hoge op de rotsen uiteenspattende golven. Prachtig. Op de wanden is duidelijk te zien dat er allerlei gassen meegevoerd zijn. Er zit een gele zwavelachtige kleur op de wanden.

 

 

 

 

 

Wilde paarden
Veel skeletten onderweg…

Op Maunga Terevaka wonen bijna geen mensen al zie je wel veel met lavastenen gestapelde muren die stukken land afbakenen. Op onze wandeling komen we tientallen skeletten tegen. De meeste van de paarden die hier voor een groot deel nog in het wild rondlopen, enkele van koeien die hier kennelijk het loodje gelegd hebben. Die kadavers worden op natuurlijke wijze opgeruimd door de vele valken die hier rondvliegen. Insecten en ratten doen waarschijnlijk het kruimelwerk. We komen ook verschillende ahu’s tegen, de platforms waarop veel van de moai’s staan. Maar de beelden zelf zien we niet. Kennelijk hebben we er een aantal gemist omdat we of te hoog of te laag op de berghelling liepen. Maar het gaat met name om omgevallen beelden die met het gezicht naar de grond liggen.

 

 

Eén van de vele Ahu’s

Dit is het meest afgelegen stuk van het eiland met prachtige uitzichten op de ruige kustlijn van het noorden en ook de twee mooiste stranden van Paaseiland: Anakena beach en Ovahe beach. Het zijn de enige zandstranden van Paaseiland. Anakena heeft ook een mooi palmen”woud” achter het zandstrand. Anakena ligt aan het eind van de trail en daar vinden we dan eindelijk onze eerste echte Moai’s. Zeven stuks op een rijtje waarvan de eerste vier nog hun oorspronkelijke Pukao, een hoed van rood lavagesteente op hebben. De vijfde is op de hoed na nog intact de 6e en 7e hebben geen gezichten meer. Iets verderop staat een oudere Moai. Tevens de eerste Moai die weer werd opgericht.

 

 

Anakena komt eindelijk in zicht…
Moai bij Anakena

Wat een mooie afsluiting van een mooie maar erg vermoeiende wandeling! Terwijl Remy een duik in de warme turquoise blauwe zee neemt ga ik op kokosnotenjacht. Van alweer een erg aardige eilander krijg ik een workshop “hoe slacht ik een kokosnoot zonder gereedschap”. Hij laat me zien hoe je eerst met de kont van de kokosnoot op een puntige rots moet slaan om daarna de zijkanten te bewerken. De dikke vezelige huid komt zo losser en zo kun je die uiteindelijk van de eigenlijke noot afpellen. Vervolgens prik je door een van de drie ogen en dan kun je het kokoswater drinken. Daarna sla je de noot open op de rots en komt het witte vruchtvlees vrij ter consumptie. Hmmm, leerzaam en lekker!

 

 

 

 

 

Moai’s bij Anakena
Rapa Nui ofwel Paaseiland

Rapa Nui ofwel Paaseiland

Moai van Ahu Tahai
Moai van Ahu Tahai

Op vijf uur vliegen (3680 km) vanaf Santiago de Chile, de hoofdstad van Chili, bevindt zich een mysterieus eiland in de Stille Zuidzee: Paaseiland. Het eiland dat veel enthousiaste reizigers zoals wij, wel in hun wensenlijstje hebben staan. Een eiland vol met mysterieuze stenen beelden, hout- en steengravures en het enige geschreven Polynesisch schrift: het Rongorongo schrift. 887 Moai’s zijn er terug gevonden. Aanvankelijk allemaal staande beelden. De meesten zo’n 4,5 meter hoog.
Er zijn echter ook veel grotere exemplaren zoals enkele bij Tongariki. Het grootste beeld is 9,5 meter hoog.

Dezelfde precisie als bij Inca bouwwerken

Er zijn twee theorieën. Omdat er resten van bouwwerken zijn gevonden met grote stenen die met dezelfde nauwkeurige precisie op elkaar zijn gestapeld als bij Inca bouwwerken en omdat men denkt dat deze monolieten met eenzelfde gereedschap zijn gemaakt is er een vermoeden dat de Incas zich hier aanvankelijk gevestigd hadden.

Een andere theorie is dat het zo’n 1600 jaar geleden bevolkt werd door een verdwenen Polynesisch volk. Men denkt zelfs dat er toen zo’n 10.000 tot 15.000 mensen woonden. Maar dat die bevolking ten onder is gegaan aan overbevolking, de verregaande ontbossing en uitputting van natuurlijke grondstoffen. De bomen werden gekapt voor het verplaatsen van de grote stenen hoofden die op het eiland zijn geplaatst, voor het bouwen van huizen en het bouwen van kano’s om te kunnen vissen. Maar ook de slavenhandel door Peruanen en de komst van allerlei ziekten toen de Europeanen kwamen zouden een oorzaak kunnen zijn.

Prachtig blauw water en hoge golven beuken op de kust
Motu Nui (Kari Kari) en het kleinere Motu Iti

Grappig om te weten is dat Paaseiland in 1722 werd ontdekt door een Nederlandse ontdekkingsreiziger: Jacob Roggeveen, nota bene op Paaszondag (5 april)! Het was het eerste contact tussen Europeanen en de Polynesische bevolking. Pas in 1770 kwamen de Spanjaarden aan land en Thomas Cook kwam er voor het eerst in 1774. De eilanders zelf noemen het Rapa Nui, een exotische naam die in het Nederlands gewoon ‘Grote Rots’ betekent.
Toen van Roggeveen er kwam waren en nog zo’n 2000-3000 mensen. Toen stonden alle moai beelden ook nog overeind. Echter toen de Spanjaarden er kwamen waren veel beelden al omver getrokken.

Voordat het eiland voor het eerst bewoond werd, zo’n 12 eeuwen geleden, was er veel vogelleven op het eiland. Er kwamen zo’n 25-30 soorten voor. De vogels hadden hier hun broedplaats. Maar de komst van de Polynesische bevolking en later de Europeanen heeft het vogelleven bijna de nek om gedraaid door de jacht op de eieren en het daarmee beschadigen van hun leefruimte. De komst van de Europeanen en hun ratten was de druppel! Nu zijn er nog maar vier zeevogelsoorten over die je moeilijk te zien krijgt. Ook van de oorspronkelijke flora is bijna niets meer over.

 

De huisjes van Orongo

Het eiland bestaat uit enkele vulkanen die de zwartgeblakerde rotswanden langs de kust verklaren. De krater van de grootste en laagste vulkaan (324 m), Rano Kau, vormt een schitterend kratermeer, bedekt met hetzelfde totorariet dat ook op het Titicacameer te vinden is. Hier zijn we de derde dag naar de top gegaan. Een comfortabele liftpoging bracht ons snel naar boven. De chauffeur, een gastvrije eilander, ging eigenlijk de andere kant op maar vond dat hij ons best even de berg op kon rijden. Toch een omweg van zo’n 16 km. Normaal duurt de wandeling binnendoor naar de top bijna twee uur. Op de kraterrand ligt Orongo. Hier zagen we de restanten van een oorspronkelijk dorp dat slechts twee weken per jaar diende voor een speciale ceremonie: de competitie voor het bepalen van de nieuwe birdman/vogelman. De ‘huisjes’ zijn klein en opgebouwd met gestapelde flagstones. Op de daken ligt een grasmat. Ze zijn dus mooi gecamoufleerd in het landschap. Je kunt er alleen maar in slapen, binnen kun je niet staan.

Moai met Tangata manu afbeeldingen
Moai met Tangata manu afbeeldingen

De birdmancompetitie is heel speciaal en vind je ook terug in verschillende petroglyfen op het eiland. Eens per jaar streden stamhouders of hun afgevaardigden om de eer. Menigeen liet daarbij het leven. Er waren zo’n 33 stammen in die tijd.
De strijders moesten vanaf de top van de vulkaan de steile kliffen afdalen naar de zee. Daar de zware stromingen trotseren om de 810 meter afstand naar het vogeleiland Kari Kari zwemmend af te leggen om vervolgens op de steile kliffen aldaar te zoeken naar eieren van de bonte stern. Soms waren de vogels laat met nestelen en moesten de strijders dagen of weken wachten en zichzelf gedurende die tijd in leven houden. Degene die als eerste een ei onbeschadigd naar het hoofdeiland bracht werd uitverkoren tot Tangata manu ofwel Vogelman (of zijn meester als hij een afgevaardigde was). Daarmee werd hij gedurende één jaar de vertegenwoordiger van de schepper/god Make Make en dus de geestelijk leider over het eiland, een taak die in isolement doorgebracht moet worden. De nieuwe vogelman schoor zijn hoofd kaal, waste zich niet meer en liet de nagels groeien. Hij werd de Tangata manu, Deze traditie vond voor het laatst plaats in 1878. Toen werd er door missionarissen een einde aan deze rituelen gebracht.

 

 

Rano Kau krater
Rano Kau krater
Rotstekeningen
Rotstekeningen

De uitzichten vanaf Orongo in de krater en over de zee zijn prachtig. De krater heeft een moerassig uiterlijk met kleine eilandjes van riet en nog enkele bijzondere en oorspronkelijke plantensoorten die hier gekoesterd worden.
De paaseilanders zijn zich langzaam bewust aan het worden van het belang om de natuur te herstellen. Er zijn wat zaden gevonden van boomsoorten en planten die hier oorspronkelijk voor kwamen en die worden nu in kwekerijen opgekweekt om weer uitgeplant te worden.
Ook het losliggende vulkaangesteente mag niet meer verzameld worden om de souvenir paasbeeldjes te maken. Een goede zaak! Die worden nu o.a. gemaakt van de ytong blokken die wij in Nederland ook gebruiken als bouwmateriaal.
De wandeling terug was mooi. Het pad kwam door één van de laatste kleine stukjes oorspronkelijk bos.

 

De kust van Paaseiland
De kust van Paaseiland
Torres del Paine: Mirador de Las Torres

Torres del Paine: Mirador de Las Torres

Zonsopgang op de torres
Zonsopgang op de torres
Zonsopgang op de torres
Zonsopgang op de torres

Net als in Nederland zijn ook hier de weerberichten niet helemaal te vertrouwen. Vannacht werd ik niet alleen wakker gehouden door 4 snurkende mannen op de zaal (waarvan één werkelijk olifantengeluiden maakte en na iedere snurk naar adem leek te snakken zo erg dat er vanuit de buurkamers op onze muren gebonkt werd… hetgeen mij wel wakker hield maar de snurkers niet stoorde). Maar ook gierde de wind weer om de Refugio en hoorde ik zelfs regen! Niet helemaal wat we verwacht hadden.

Aan het ontbijt bleek Remy ook niet erg lekker te zijn. Wat ik al vermoedde aangezien hij ook een aandeel in het snurkkoor had. Hij gaf dan ook aan zich niet bepaald fit te voelen. Oei! Maar na het ontbijt wilde hij toch wel een stuk van de route meelopen. Nu is het echt wel mogelijk om alleen op pad te gaan aangezien er hele groepen deze route lopen… maar het is natuurlijk gezelliger om je eigen maatje bij je te hebben.

Het begin van de laatste kilometer
Het begin van de laatste kilometer

De regen leverde een mooie regenboog op maar maakte me wel wat ongerust. Dit zijn bepaald geen paden die je moet belopen als het nat is. Maar gelukkig werd het droog. Het eerste stuk lopen was behoorlijk aanpoten. Na de redelijk vlakke wandeling naar het beginpunt (1,5 km) worden de eerste 300 hoogtemeters gestaag in zo’n 2,4 km afgelegd. Ook ik blaak niet echt van energie en het is behoorlijk zwaar om tegen­ die zware windstoten in te stijgen.

Als we eindelijk op het eerste hoogtepunt aangekomen lijken te zijn, wacht een verassing. Het uitzicht het nieuwe dal in is prachtig maar ook een teleurstelling. We kijken naar een fikse afdaling over een steil morenepad dat vervolgens weer naar bijna dezelfde hoogte lijkt te stijgen. Het is dan nog 1,8 km naar de Chileno Refugio!
Het is wat slippen en glijden op de steile stukken van het grindpad… en dat je dan af en toe moet wijken voor een kolonne paarden die voorraad moeten brengen naar de hut…

Afijn, we zijn blij als we aankomen bij de hut en daar even binnen bij kunnen komen van de wind en de inspanningen. We mogen van één van de gidsen daar even proeen van de Chileense Redbull: een soort bittere thee van kruiden die net als de coca thee in Peru en Bolivia goed schijnt te werken tegen hoogteziekte en allerlei andere klachten. Maar het is dus kennelijk ook energie opwekkend. Het is er druk! Na een half uurtje gaan we verder. Nu volgt een stuk door een bos waardoor we gelukkig beschut zijn tegen de lichte regen en de windstoten. Remy lijkt inderdaad wat meer energie te hebben gekregen. Maar zo’n 3,2 km verder, als we weer uit de bosrand komen en het derde traject begint: de steile klim naar de laguna onder aan de base van de Torres, is er van die energie niets meer over. Hij besluit dan ook op een beschut plekje op mij te wachten. We zijn inmiddels 445 meter gestegen maar ook veel gedaald, dus het echte aantal stijgmeters ligt veel hoger! Dat put uit.

De laatste paar honderd meter
De laatste paar honderd meter
Grijze vos
Rode vos

Vanaf hier ga ik dus alleen verder. Het is weliswaar nog maar een kilometer naar het eindpunt, maar in die laatste kilometer steig je weer eens 300 hoogtemeters en nu over rauw open terrein waarin ik nog wat hagel op mijn dakje krijg.
In tegenstelling tot de weersverwachtingen is het dan ook niet helder aan de base van de Torres. Als ik een klein uur later aan kom liggen de Torres in de nevel. Maar de Laguna is goed te zien en het weer is nog in beweging. Het is er druk! Veel mensen schuilen achter wat grote rotsblokken voor de gure wind. Ook zij verwachten dat het wat op gaat klaren. Ik loop wat rond en ontdek een stukje verder tussen de rotsblokken een vos die stiekum hoopt op wat eetbaars dat misschien achtergelaten wordt. Hij sluipt tussen de rotsen door naar plaatsen waar mensen inmiddels weer weg zijn. Het lukt me om hem herkenbaar op de foto te krijgen. Maar een superfoto is het niet. Betrapt verdwijnt hij weer uit mijn gezichtsveld.

 

Jacqueline bij de Mirador de Las Torres
Jacqueline bij de Mirador de Las Torres

Inmiddels lijkt er inderdaad wat nevel weg te trekken en krijg ik zowaar de Torres herkenbaar in beeld. Yes! Niet zo mooi helder als ik gehoopt had, maar ik heb ze gezien! Twee Nederlandse meiden zijn nog zo aardig om dat op de gevoelige plaat vast te leggen. Natuurlijk weer met coupe Patagonische Windhoos!

Het uitzicht wordt langzaam weer minder en ik besluit terug naar beneden te gaan. Al speurend weet ik de vos weer te betrappen en krijg ik van hem nog een fatsoenlijk portret, YES!
De terugweg is lastig, deels loopt de afdaling door de steile bedding van een gletjserstroom. En waar ik eerst wat hagel had, wordt ik nu met wat lichte regen beloond. Maar ik kom heelhuids aan bij Remy. Die is ondanks zijn beschutte plek toch aardig verkleumd geraakt dus probeer ik met hem meteen door te gaan met afdalen in het bos zodat hij weer wat warmer wordt.

Ook op de terugweg lassen we een stop in bij Refugio Chileno. We zijn beiden aardig vermoeid! En die steig- en daalmeters trekken een aardige tol op onze knieën en enkels.
Gelukkig is de wind op de terugweg toch wat milder geworden. Op de heenweg hadden we toch met windstoten van bijna 70 km per uur te maken.
Weer opgewarmd maar aardig kapot komen we rond 19.00 uur weer terug bij de Refugio! Fijn dat we daar van het restaurant gebruik kunnen maken. We vallen meteen aan op fikse sandwich met pulled pork en een grote schaal die wat weg heeft van een kapsalon… Worst, kippevlees en rundvlees verstopt tussen friet, kaas, gegrilde tomaat en olijven.

De Mirador de Las Torres
De Mirador de Las Torres

Totaal afgelegde kilometers:  20,4 km
Hoogteverschil  767 meter
Totale gestegen en gedaalde meters:  1078 meter

Bedankt voor alle reacties!

Bedankt voor alle reacties!

Anemone
Anemone

Hallo iedereen,

bedankt voor alle reacties tot nu toe. Het is heel leuk om hier wat vanuit het thuisfront te horen! Helaas hebben we op dit moment niet de tijd om op alle reacties een antwoord te geven. We lopen nu al hopeloos achter met onze verslagen…

Jacqueline & Remy.

El Chaltén: Laguna de Los Tres

El Chaltén: Laguna de Los Tres

Wij in El Chaltén
Wij in El Chaltén
Uitzicht op de Piedra Blanca gletsjer
Uitzicht op de Piedra Blanca gletsjer

De weersvoorspellingen zijn goed en hoewel we wat wolken zien, schijnt de zon volop als we de volgende ochtend om 07.00 uur ontbijten om aan dé trail hier te beginnen. De trail naar Laguna de Los Tres. Voor achten zijn we onderweg. We zitten ruim 1,5 km verwijderd van het beginpunt dus we hebben zo’n 24 km te gaan.

Het eerste deel stijgt meteen aardig. We gaan nu over de prachtige granieten berg waar we gisteren langsaf liepen. Het pad loopt in het begin grote delen door grillige bossen. Mooi maar ook prettig omdat je daar lekker beschut loopt. Want zoals voorspeld waait het wel aardig. Als we eenmaal wat op hoogte zijn komen we op een open stuk met mega granietrotsen. Van hieruit heb je een mooi uitzicht op de rivier waar we gisteren langs liepen op weg naar de waterval.

Remy bij wegwijzer Laguna de Los Tres
Remy bij wegwijzer Laguna de Los Tres

 

We ontmoeten een Engelsman en al kletsend met hem gaan de kilometers snel. We komen op een alpine hoogvlakte waar de wind vrij spel heeft. Dat is ook te zien aan de bomen die met hun sterk verweerde bast en grillig gevormd stammen duidelijk laten zien dat het niet meevalt om in deze omstandigheden te overleven… de gebogen stammen, de wortels die kaal liggen omdat het zand weg geblazen is, de gebroken stammen, uitgeholde bomen die klaarblijkelijk door de bliksem getroffen zijn…
Hier overheerst de beuksoort die bij grote droogte een deel van zijn blad afstoot waardoor je tussen bomen loopt die deels groen zijn en deels kale zilvergekleurde dode takken hebben, een spookachtig gezicht.
De trails zijn hier uitstekend aangegeven en bij de campings staan toiletten opgesteld. Ze willen vooral dat je daar gebruik van maakt zodat het park zo ongeschonden mogelijk blijft.

Even de watervoorraad aanvullen
Even de watervoorraad aanvullen

We kiezen bij de splitsing voor de route langs Laguna Capri, een groot meer dat ook al zicht heeft op een deel van de grillige pieken van het Fitz Roy massief. Helaas voor ons zitten die pieken op dat moment verscholen achter een grote ronde wolk die maar niet weggeblazen wil worden.
Weer uit de bossen steken we weer een prachtige alpine hoogvlakte over. Deels loopt het pad nu over loopbruggen omdat er hier mooie kleine meertjes liggen en het kennelijk ook wel eens heel drassig kan zijn. Maar de afgelopen winter was kennelijk heel erg droog. De vlakte is kleurrijk vanwege de sedumachtige begroeiing die deels al in bloei staat.
Nadat we voor de laatste keer een stuk bos doorkruisen vullen we onze waterflessen alvorens de laatste pittige klim te beginnen. Het water is hier zo zuiver dat je het gewoon kan drinken, waar kan dat tegenwoordig nog?!

Piedra Blanca gletsjer
Piedra Blanca gletsjer

 

Inmiddels waait het al flink, voor ons gevoel een stuk harder dan de voorspellingen hadden aangegeven. Het laatste stuk is steil! We moeten nog zo’n 400 meter steigen in de laatse anderhalve kilometer en het pad is allesbehalve comfortabel. Het is klauteren over losliggende stenen en grote rotsblokken. We hebben nu last van zware windstoten die erg onvoorspelbaar zijn en uit alle richtingen lijken te komen. Niet echt handig als je soms niet zo stabiel staat vanwege de keien die soms onder je voeten wegglijden.
Hoe meer we stijgen hoe harder de windstoten. Na zowat een uur stijgen komen we steeds meer mensen tegen die vanwege de wind teruggaan. Zonder dus het eindpunt bereikt te hebben.

Overeind blijven in de storm
Overeind blijven in de storm

 

Ook wij twijfelen of we dit door moeten zetten, het is behoorlijk eng soms. Maar natuurlijk wil je altijd zien hoe het er na de volgende bocht uitziet. We besluiten dus om in ieder geval het laatste stuk voor de laatste hoogvlakte nog omhoog te klauteren. Daar wacht ons een ander uitzichtpunt.
Daar aangekomen is het lastig om overeind te blijven staan. Het uitzicht is inderdaad fraaier maar de windstoten zijn nu veranderd in een regelrechte storm. Foto’s maken is een uitdaging. Je kunt de camera onmogelijk stil houden. Ik zie nog een paar dappere wandelaars proberen om de laatste gravelvlakte over te steken. De meeste ervan komen weer terug, een enkeling volhardt. Ik moet me kruipend vastgrijpen aan een rotsblok. Ik omarm wel vaker  stenen, maar deze keer is het om mezelf niet weg te laten blazen. Het is echt godsonmogelijk om overeind te blijven. Ik zoek het juiste moment uit om de 20 meter terug te kunnen lopen om te schuilen achter een rotswand.

Vasthouden aan de rots vanwege de storm
Vasthouden aan de rots vanwege de storm

Het is duidelijk, ik ga mijn leven hier niet riskeren. Ik houd niet van opgeven, maar deze keer kunnen we niet anders dan toegeven aan de ‘forces of nature’. Het steile pad terug is al een hele klus en we zijn dan ook blij als we na een klein uurtje weer het bos bereiken waar je wat beschut bent tegen de wind.

Achteraf horen we dat de wind in het dorp al met windstoten van 80 km per uur te keer ging. Boven hadden we dus te maken met “windstoten” van 130 km per uur!

Het was een prachtige wandeling tot waar we kwamen en we zijn een hele ervaring rijker.
Met alle volgende code oranjes en rood ga ik in Nederland in het vervolg fluitend de straat op, niet vergelijkbaar met wat we hier meegemaakt hebben. Eitje!

 

Gewandelde kilometers: 24.
Hoogteverschil in meters: 885.
Aantal stijgingsmeters: 1040.

El Chaltén: Chorillo del Salto

El Chaltén: Chorillo del Salto

Fitz Roy range
Fitz Roy range
Salto de Chorillo
Salto de Chorillo

Één van mijn hoofdredenen om naar Patagonië te reizen zijn toch wel de adembenemende foto’s die ik zag van de bergen van Torres del Paine en Fitz Roy. Daarom beginnen we met een verblijf van vier nachten in El Chaltén, de uitvalsbasis om Fitz Roy te bezoeken. We hebben de voorste stoelen boven in de zeer comfortabele touringcar en dus een eersteklas uitzicht op het Fitz Roy massief als we El Chaltén naderen. Het weer is prachtig en dus zien we alle toppen met hoogstens wat wolkenflarden er omheen. Wat een mazzel! Eén van onze belangrijkste tochten staat voor morgen gepland: Sendero de Laguna de Los Tres. De weersvooruitzichten zijn goed. Gezien het prachtige weer maken we ook vandaag nog een wandeling. Ons doel: Chorillo del Salto, een 20 meter hoge waterval. Het is weliswaar geen lange wandeling, maar de uitzichten zijn er niet minder mooi om.

Paardenbloemen in overvloed
Paardenbloemen in overvloed

Na de gortdroge Pampa is het genieten van groene velden vol paardenbloemen en woest gevormde beech trees (er zijn drie soorten beuken: grotere bladverliezende, semi-aride die deels hun bladeren afstoten bij grote droogte en op grotere hoogte de groenblijvende). Anders dan bij ons zijn het kleine gedrongen bomen met kleine blaadjes die duidelijk hebben te lijden onder de wind. We hebben zicht op de vallei van de De las Vueltas rivier die omzoomd wordt door grillige bergwanden met in de verte besneeuwde bergtoppen. We volgen een tijdje de rivier en gaan verderop linksaf het bos door om uit te komen bij de waterval die eindigt in een klein meertje. De weg terug biedt een mooi uitzicht op El Chaltén, een dorp dat zijn bestaan dankt aan alle bergbeklimmers en wandelaars.

El Chaltén
El Chaltén

Gewandelde kilometers: 10.
Hoogteverschil in meters: 32.
Aantal stijgingsmeters: 45.

El Calafate & Perito Moreno

El Calafate & Perito Moreno

Panorama van Ushuaia
Panorama van Ushuaia
Het stormt bij Ushuaia
Het stormt bij Ushuaia

We maakten een stormachtige (vlieg-)tussenstop in Ushuaia, waar ik speciaal voor pa foto’s van het zicht op het stadje moest maken, omdat hij hier 54 jaar geleden als matroos voor wal lag. Daarbij moesten we veel moeite doen om staande te blijven en onbewogen foto’s te maken. Scheelde niet veel of ik werd zo het Beagle kanaal in geblazen.

Afijn na deze storm voelde de toch stevige wind in El Calafate, waar echt iedereen met een muts of capuchon op loopt, aan als een koesterend briesje.
De besneeuwde bergtoppen van Ushuaia maken hier plaats voor bruine kale heuvels in een dorre woestijn met daarin een onwaarschijnlijk turkoois blauw meer: Lago Argentino. Ook hier zien we heel in de verte besneeuwde toppen.



De geiten genieten van de lentezon
De geiten genieten van de lentezon

Gezien de weersvoorspellingen waarin de temperatuur gaat zakken, besluiten we om meteen de volgende dag met een tour mee te gaan naar de Perito Moreno gletsjer. We nemen de alternatieve route… Heen over de oude gravelweg langs grote estancias, terug over de snelle asfaltweg. Het weer is prachtig. Blauwe lucht, de wind zorgt voor wervelkolommen in de verte.
We stoppen bij een herberg voor een koffiepauze… Maar daar neem ik de tijd niet voor. Ik wil foto’s maken van het landschap, de condors in de verte en de prachtige geiten die hier lekker in het zonnetje liggen…



Noordkant van de 5km brede en 60mtr hoge Perito Moreno
Noordkant van de 5km brede en 60mtr hoge Perito Moreno

Naarmate we dichterbij Perito Moreno komen betrekt het weer en als we bij de ingang van het Nationaal Park stoppen om de entree te betalen vallen de eerste regendruppels. Shit! Dat stond niet in de weersvoorspellingen. En waar de reisbegeleidster blij van wordt omdat de natuur het zó nodig heeft, kunnen wij het niet laten om te balen.
De omringende bergen verdwijnen in de mist en naarmate we verder lopen over de loopbruggen gaat het steeds harder regenen. Mijn softshell jas heeft bewezen dat hij inderdaad winddicht is, maar hij zou waterafstotend zijn en niet waterdicht. Hoe lang zal dit goed gaan?
Foto’s maken blijkt een grote uitdaging… Er zitten continu druppels op de lens en de inmiddels vochtige zakdoek weet het probleem niet meer op te lossen. Ik wordt er ronduit sikkeneurig van. Ondertussen kreunt en brult de gletsjer terwijl er stukken afkalven die met een grote plons in het meer vallen.

 

In het zonnetje bij de gletsjer
In het zonnetje bij de gletsjer
Brokstukken vallen naar beneden
Brokstukken vallen naar beneden

Het is een indrukwekkend gezicht. Na een uur begint het langzaam droger te worden.
We besluiten niet met de boot voor de gletsjer te gaan varen. Dat geeft ons een extra uur om langs de volledige voorkant van de gletsjer te lopen.
Langzaam onthullen wegtrekkende mistflarden de Cerro Moreno, een bergtop van 1640 meter hoog die boven de gletsjer uit torent.
Een voorzichtig zonnetje laat het blauw van de gletsjerscheuren nog blauwer opgloeien. De volle schoonheid van de gletsjer komt langzaam tot uiting. Wat een geluk dat we dat toch nog mogen meemaken. Een herkansing om toch nog mooie foto’s te maken. De eerste 100 kunnen we dus weggooien. Behalve dan die van de geduldig poserende Southern crested Caracara.



60 meter hoge ijstorens
60 meter hoge ijstorens

De gletsjer is overweldigend, wat formaat betreft (5 km breed en tot 60 meter hoog) maar zeker ook wat ruigheid van de gletsjer facade en de grillige gletsjer pieken betreft. We zijn blij dat we hem gezien hebben!
De weg terug naar El Calafate baadt in het zonlicht. We mogen in het centrum uit stappen en doen daar onze boodschappen in de gezellige winkelstraat.

Puerto Madryn was niet echt een gezellige stadje. De enige couleur locale was aangebracht door een plaatselijke kunstenaar die een aantal bomen in het centrum bewerkt had tot soms kleurrijke kunstwerken. El Calafate is sfeervoller met kleurrijke huizen, verzorgde parkjes en een gezellige, toeristische winkelstraat.
Nog een dag te gaan…

 

Southern Crested Caracara
Southern Crested Caracara
Wetlands bij El Calafate
Wetlands bij El Calafate
Puerto Madryn

Puerto Madryn

Jacqueline op de rotsen bij Puerto Madryn
Jacqueline op de rotsen bij Puerto Madryn
Visschotel bij Cantina el Nautico
Visschotel bij Cantina el Nautico

Onze laatste dag in Puerto Madryn maakt ons vakantie gevoel compleet. Lekker uitslapen en een heerlijke driegangenlunch in één van de beste visrestaurants van het stadje, alvorens op ons gemak over het strand naar de andere kant van het stadje naar een uitzicht punt te wandelen. Hier kwamen de eerste kolonisten uit Wales aan land. Het is eb en dus kunnen we de historische grotten onder aan de kaap verkennen. Al met al hebben we vandaag zo’n 14 oefenkilometers er op zitten.




 

Remy en zijn walvis
Remy en zijn walvis

 

Kust bij Puerto Madryn
Kust bij Puerto Madryn