Mindo wordt omringd door nevelwoud en het is er dan ook warm (28 graden) en vochtig. Mindo (1800m) is het paradijs voor vogelaars met over 500 soorten. Sinds 2013 strijdt het met een ander Ecuadoriaans dorp om de titel van meest getelde vogels ter wereld. Bij zonsopgang doen we daarom ook een vogelexcursie. We zien onder andere toekans, kolibries en een crested guan. Helaas zitten er veel ver weg of tussen de bladeren en dat maakt fotograferen lastig.
Red billed parrot
White hawk
Na het ontbijt nemen een taxi naar de “taribata”, een soort kabelbaan met een bak voor 6 personen. We zoeven 152 meter boven een rivier naar de overkant van een vallei en komen aan in het beboste Bosque Protector Mindo-Nambillo. Hier bezoeken we een aantal watervallen, de Rio Nambilla Cascades.Via op en neer paadjes klauteren we over de soms gladde stenen om van de ene waterval naar de andere te lopen. We bezoeken er totaal vijf en werken ons aardig in het zweet door in drie uur 886 meter omhoog en 720 meter omlaag te lopen. Behalve de Nambilla zijn het allemaal kleinere watervallen met elk hun eigen karakter.
De Guarumos waterval
Kolibrie
Enigszins moe maar voldaan nemen we de taxi terug naar het dorp waar we ons af laten zetten bij een kolibrie tuin. Nou ja, tuin. We worden naar een veranda achter het huis geleid. Vanuit daar hebben we uitzicht op een deel van het bos. Hier heeft de eigenaar op verschillende plekken voer voor de verschillende vogelsoorten neergezet en op 1 meter van de veranda zoeven wel 15 verschillende soorten kolibries voor onze neus rond. Iets verder zitten tanagers in alle kleuren (zwart, blauw, geel, oranje) te eten op grotere takken. Er is zelfs een toekan en een agouti (een groot knaagdier) vanmorgen gezien. Regelmatig horen we het mitrailleur geluid afgaan van de camera’s van een stel Japanners met objectieven zo groot als honkbalknuppels als een kolibrie weer bij een bepaalde bloem komt drinken van het suikerwater wat de eigenaar er in heeft gespoten. Onder het genot van een drankje genieten we de rest van de middag van het prachtige schouwspel. Natuurlijk maken we ook weer veel te veel foto’s.
Prachtig gekleurde kolibries
De ene nog mooier dan de andere
Als het begint te schemeren gaan we in her dorpje naar El Chef, waar ik samen met een lokaal biertje de heerlijkste Churrasco (gegrild rundvlees met gebakken ei, salade, frietjes en rijst) te eten krijg. Nagenietend van een mooie dag (en het lekkere eten) lopen we terug naar de lodge…
Via een pas (4069m) komen we in Papallacta (3300m). Het is fris en het regent continu. Toch besloten we om nog een kleine wandeling te doen. Via een smal paadje passeren we een groep lama’s en zien we een tweetal Andes konijnen met hun typische kleine oortjes en komen we in een stuk bos waar we langs een kolkend riviertje omhoog lopen. Dit berggebied voorziet de hoofdstad Quito van water en dat is te merken. Doorweekt besluiten we toch maar om meteen wat te gaan eten en Jacqueline wist al dagen van te voren wat ze ging bestellen: Trucha a la plancha, oftewel gegrilde forel, die hier lokaal gekweekt wordt. De forel en mijn rundvlees smaken geweldig. Bij terugkomst in het hotel zijn we behoorlijk verkleumd, maar daar weten we wel een oplossing voor. Papallacta staat namelijk bekend om zijn thermische baden vanwege de warm water stromen die een gevolg zijn van de vulkanen, waaronder de Antisana (5758m), in dit gebied. Ons hotel, Termas de Papallacta heeft prachtige kamers met vloerverwarming (!) en vanuit je kamer loop je zo de thermische baden in. We kunnen even lekker relaxen in het warme water. Heerlijk!!!
Blad imiterende sabelsprinkhaan
Veel verschillende spinnensoorten
Dat het flink heeft geregend horen we meteen die avond nog. Een brug is weggeslagen en verderop hebben nog drie modderstromen de weg weggespoeld! Dat betekent dus dat het onmogelijk is morgen onze geplande bestemming Cuyabeno in de Amazone te bereiken. We moeten hierdoor namelijk honderden kilometers omrijden en zullen zo nooit op tijd onze Eco lodge kunnen bereiken. Via de omweg komen we echter wel langs een ander deel van de Amazone en overnachten we een dag nabij Cotundo (800m) in de Huasquila Amazone Lodge. Het gastvrije personeel laat ons zien hoe ze chocolade van hun eigen verbouwde cacoa maken. De met kaneel en citroengras bereidde chocolade smaakt een beetje bitter maar wel lekker. Na het eten maken we in het donker nog een insecten wandeling. We zien o.a. meerdere wandelende takken, spinnen, (nacht)vlinders. Na een lange reisdag gaan we met een voldaan gevoel naar bed onder het slaapverwekkende luide geluid van krekels en kikkers.
Guagamayo Ecolodge
Rosse tijgerroerdomp
Hoatzin
We gaan op weg richting Cuyabeno, ook weer via een alternatieve route vanwege de vele regen. Het grootste deel van het Amazone gebied in Ecuador ligt op 200 tot 500 meter hoogte. In de verte zien we twee vulkanen hoog boven het regenwoud uitsteken, de Antisana (5758m) met zijn besneeuwde top en de Sumaco (3732m).We stappen over in een gemotoriseerde grote kano varen zo’n tweeënhalf uur (zo’n 40 km) over een rivier met dichtbegroeide oevers naar de Guagamayo Ecolodge, die volledig op palen is gebouwd. Onderweg proberen we natuurlijk meteen dieren te spotten. Een kleinere Anaconda (3 meter) warmt zich in de zon op een stam. Ook zien we anhinga’s (slangenhalsvogel), kleine vleermuizen, wol- en capucijnerapen en een tweetenige luiaard. Aangekomen bij de lodge zien we een zwarte gier en de punkers van de Amazone, enkele hoatzin’s. Na onze rugzakken te hebben gedropt, maken we ons op weg richting een meertje waar we genieten van de mooie zonsondergang. Hierna gaan we op zoek naar kaaimannen. We vinden er één maar die duikt snel weg voordat we een foto kunnen maken. Wel zien we in totaal drie verschillende boom boa constrictor’s in bomen op het meer. Prachtig om te zien! Op de terugweg zien we nog een tweetenige luiaard hoog in een boom. Alweer een lange dag en alweer heel veel gezien…
Anaconda (3 meter)Boom boa
Jacqueline met het jonge wolaapje
Natuurlijk staan we de volgende dag vroeg op om vogels te spotten. Naast vogels zoals de hoatzin, de roodkeelspecht, verschillende vliegenvangers, reigers en ijsvogels zien we ook vleermuizen, capucijnerapen en een roze rivierdolfijn, die heel kort boven komt om adem te halen. Bij terugkomst ligt er een brilkaaiman onder onze hut in het water. Na het ontbijt gaan we op weg naar een Siona gemeenschap. Er zijn nog maar zo’n vier Siona dorpen met totaal zo’n 350 mensen. We krijgen te zien en te proeven hoe ze van de yucca plant brood maken. Een vier weken oud wolaapje is als wees opgenomen in het dorp en Jacqueline is meteen verkocht. Wat een snoepje!!!
Brilkaaiman
Capucijneraap
Klein slangetje
In de namiddag maken we nog een kleine wandeling door het regenwoud en zien een grote kolonie parasolmieren en Jacqueline ontdekt een witte boomkikker met zwarte stippen. Onze gids is verbaasd over de vondst. Hij toont ons nog een tweetal zeer goed gecamoufleerde boomkikkers en terug bij de lodge gaan we met de gidsen op zoek naar de gevonden kikker, maar we kunnen hem niet in de boeken terugvinden. Heeft Jacqueline wellicht een nieuwe soort ontdekt?!? Verder onderzoek is nodig om dit vast te stellen, maar hoe dan ook, het blijft een prachtige mooie kikker…
Een nieuwe soort boomkikker?
De dag erna verlaten we het Amazone gebied op weg naar Quito, de brug is schijnbaar weer gerepareerd. Echter als we in de lange file staan om bij de brug te komen komt het bericht dat een andere brug op dezelfde weg ook is ingestort. Dus moeten we toch weer omrijden. Na een lange reisdag van meer dan 19 uur bereiken we uiteindelijk Quito en gaan snel in bed liggen…
Otavalo (2550m) ligt in de provincie Imbabura, genoemd naar de vulkaan die deels gehuld in wolken het uitzicht van de stad bepaald. Otavalo is beroemd vanwege zijn zaterdagmarkt en de textiel en zilverwerk die hier en in de omringende dorpen gemaakt wordt.
De varkens worden geinspecteerd
Een Otavalino doet haar inkopen
Onze eerste jetleg nacht worden we natuurlijk meerdere keren wakker. Desondanks staan we om 06.30 op om om 07.00 uur op weg te gaan naar de authentieke veemarkt buiten de stad. Het is er een drukte van belang.De dieren worden uitvoerig bekeken door de koper. De prijzen zijn behoorlijk hoog voor Ecuadoriaanse maatstaven. We zien voornamelijk koeien, kippen, ¹schapen, varkens, een enkele lama of kalkoen en natuurlijk vele zakken vol “Cui”, cavias, het nationale gerecht van Ecuador. Met verbazing kijken we naar de grijs en bruin gekleurde kuikens. Geen idee wat dat moet worden. Ze schijnen ook witte kuikens te hebben, maar die zien we even niet.
Grijze en bruine kuikens
Voor elk wat wils
De beroemde kleurrijke ponchomarkt is op een plein in de stad, maar de omringende straten staan ook vol met standjes. Er wordt van alles verkocht, maar de hoofdmoot zijn toch de typische Andes truien, sjaals, leren tasjes, kleden met kleurrijke motieven met hier en daar een lama print en vele mooie sieraden. De kinderen worden in een omslagdoek op de rug gedragen of in een krat onder de toonbank gezet. Vriendelijke gezichten begroeten je met “Buenos dias!” en een lach. Uiteindelijk vertrekken we met een paar mooie, warme sjaals.
Boerin Laura
Iets ten noorden ligt Cotacocha (2800m), een dorp bekend om zijn leer en dat is te zien aan de hoofdstraat, de ene lederzaak na de andere. In de omgeving van Cotacocha hebben indiaanse boeren gemeenschappen een project opgezet om het mogelijk te maken om bij een gezin te overnachten. Ons gastgezin van boerin Laura bevindt zich in Santa Barbara. Aan het boerderijtje is een prachtige kamer aangebouwd. Bij aankomst worden we meteen aan het werk gezet. De mais moet van de kolven losgehaald worden. Nadat we een hele krat maïskolven gepeld hebben staat het avondeten al klaar: mais soep als voorgerecht, krokante aardappelpureebollen en kip, wortels en erwten in een tomatensaus. Een heerlijke drankje van boom tomaat completeert de maaltijd. Eerlijke boerenkost. We hebben niet veel tijd om na te genieten want de taxi komt er al aan. Het is namelijk Inti Raymi.
De cirkel is rond
Op naar het volgende huis
Een belangrijk festival voor de indiaanse bevolking, dat zijn oorsprong vind in de Inca cultuur, waarbij contact met de aarde een belangrijk aspect is. In de omgeving van Otavalo en bij Ingapirca wordt dit groots gevierd met dansen en rituele baden. Elke dag een ander dorp, we worden naar Calera gebracht. We zien tientallen mensen een draaiende cirkel maken bij een huis van het dorp terwijl ze met hun voeten op de grond stampen. Op deze manier proberen ze de negatieve energie uit hun lichaam te krijgen en de positieve energie van de aarde op te nemen. Ook is het een dankfeest aan de aarde dat zij hun een goede (mais) oogst hebben gegeven. Er wordt kreten geslagen en enkele mensen blazen op een schelp of een fluit. Spontaan stopt het draaien en de massa gaat al stampvoetend en zingend naar het volgende huis. De gefermenteerde geur van het mais bier vult mijn neus als de menigte voorbij loopt. Sommige hebben zo te zien al een aardige hoeveelheid gedronken, terwijl het feest nog tot diep in de nacht doorgaat. Om middernacht worden dan nog de rituele baden onder een waterval gedaan, echter liggen wij dan al lang in bed na een lange dag…
Jacqueline bij het Cuicocha meer
In de ochtend bezoeken we het Cuicocha meer (“Cavia kom meer”, 3100m), waar we een stuk over de bergkam wandelen. Talrijke verschillende kleurrijke bloemen versieren de kam zoals Lupines en Bromelia’s. Helaas laten de weergoden ons een beetje in de steek en laat de zon zich maar twee minuutjes zien. Net tijd genoeg voor een foto…
We wilden graag naar Hpa-An vanwege het omringende karst gebergte en zijn spectaculaire grotten. Om hiervan optimaal te genieten huurden we een brommer om op ons eigen tempo alles te verkennen. Het is hier weer een stuk warmer dan Kengtung, waar we onze trekkings hadden gedaan.
Ingang van de Kawgun Cave
Kawgun Cave
Onze eerste stop is de Kawgun Cave. Deze onbeschutte grot bevat duizenden kleine van klei gemaakte boeddha’s die tegen de wanden van de grot geplakt zijn. Door de jaren heen zijn veel van deze klei beelden door onder andere weer en wind, en de grote aanwezigheid van duiven en apen, verweerd en zijn er steeds weer nieuwe bijgeplakt. Het is indrukwekkend om te zien hoe hoog de verschillende beelden en stucwerken tegen de grot omhoog gaan. Verder vind je er enkele oude Boeddha beelden uit de 7de eeuw.
Java-aap
Ingang Ya Thay Payan Cave
Even verderop ligt de Ya Thay Payan Cave. Via een trap kom je bij de ingang van de grot waar meerdere Boeddha beelden geplaatst zijn. Deze grot is dieper dan de Kawgun en via meerdere grotten met mooie stalactieten en stalagmieten komen we uiteindelijk bij een uitgang aan de andere kant van de berg waar we een mooi uitzicht over de omgeving hebben.
Trap naar de Ya Thay Payan Cave
Ya Thay Payan Cave
Uitzicht vanuit de Ya Thay Payan Cave
De volgende dag rijden we ten zuid oosten van Hpa-An en komen we aan bij de Kyauk Ka Latt, een klooster gebouwd op een eiland met een pagoda op een opmerkelijk stuk kalksteen. Je kunt een heel klein stukje omhoog om dichter bij de pagode te komen.
Kyauk Ka Latt Pagoda
Het is prachtig om door het mooie karst landschap te rijden met uitzicht op de rijstvelden. Na een uur rijden komen we aan bij de Saddan Cave. Deze grot is de grootste en indrukwekkendste van allemaal. In het voorste gedeelte van deze grot staan meerdere Boeddha beelden. In het midden gedeelte zijn er grote kamers van meer dan 25 meter hoog vol met stalactieten en stalagmieten. In het laatste gedeelte horen en zien we boven onze hoofden de vleermuizen vliegen. Zeven soorten en meer dan 100.000 vleermuizen totaal leven in deze grot, naast enkele unieke insektensoorten. Aan het einde aan de andere kant van de berg gaan we terug naar de ingang door met de boot via een andere ondergelopen grot te varen.
Rijstvelden bij de Saddan Cave
Het planten van de rijst
Ingang Saddan Cave
Saddan Cave
Saddan Cave
Hindu tempel in Hpa-An
Uitgang Saddan Cave
Elke grot heeft zijn eigen charme. De Kawgun Cave was mooi vanwege zijn indrukwekkende ingang, de Ya Thay Payan Cave heeft mooie stalactieten en stalagmieten en de Saddan Cave is indrukwekkend vanwege zijn grootte en het geluid van de 100.000 vleermuizen…
Waterplanten verzamelen als mest voor de drijvende tuinen
Lokale verkoopster op de markt van Nan Pan
Het 22 kilometer lange Inle meer ligt op 900 meter hoogte en is het op één na grootste meer van Myanmar. Rondom het meer liggen verschillende bezienswaardigheden.
De drijvende tuinen van het Inle meer
Paalwoning op het Inle meer
Op het Inle meer zelf vind je complete dorpen met paalwoningen en de drijvende tuinen waar Inle meer bekend om staat. Ook staat het meer bekend om zijn ambachten als het maken van lotus zijde, cigaren en zilverwerk. Verder vind je er meerdere grote markten en enkele tempels en pagodes die druk bezocht worden.
Kakku
Kakku is het meest heilige complex van de lokale etnische minderheid Pao. Er staan meer dan 2000 stoepa’s vlak naast elkaar op een vierkante kilometer. De eerste zijn gebouwd vanaf de 3de eeuw, maar vanaf de 12de eeuw zijn de meeste toegevoegd tot zo’n 200 jaar geleden. De belangrijkste stoepa is ongeveer 40 meter hoog. Een aantal stoepa’s hebben nog hun ‘kroon’ met belletjes op de top die spelen in de wind. Veel stoepa’s zijn gerestaureerd (helaas niet allemaal even mooi (geen originele stenen en materiaal) zoals wij dat vinden). Er zijn echter nog genoeg die prachtige reliëfs en stucwerk hebben.
Stucwerk van Kakku
Vrouw van de Kayan Lahwi stam
Indein ligt aan de andere kant van het meer en is bereikbaar via één van de rivieren die op het Inle meer uitkomen heeft ook honderden stoepa’s in alle maten en vormen.
Één van de zijrivieren
Indein
Vergane glorie in Nyaung Oak
Ook bij het aangrenzende Nyaung Oak zie je prachtige deels vervallen, deels overwoekerde pagodas. Het is er een stuk rustiger dan bij Indein en het is heel leuk om hier rond te zwerven en mooie dingen te ontdekken.
Het Tazaungdaing Festival, oftewel het licht festival, wordt in de achtste maand van de Burmese kalender tijdens volle maan gevierd in heel Myanmar. Dit festival is na het water festival het grootste feest in Myanmar. De festiviteiten beginnen al vaak een week van te voren en groeien aan tot een climax op de dag van de volle maan. Het feest markeert het einde van het regenseizoen en er worden dan ook veel offers aan Boeddha gebracht en de monniken wordt dan ook vaak nieuwe kleren aangeboden.
In elke dorp of stad is er wel iets te doen, maar het beroemdste festival is toch wel in Taunggyi, het Hot Air Balloon Festival. Taunggyi is de hoofdstad van de Shan provincie met rond 380.000 inwoners en ligt op een hoogte van 1399 meter. Tijdens de week van het Hot Air Balloon Festival wordt dit aantal waarschijnlijk elke dag verdubbeld. Vanuit heel Myanmar komen de mensen naar het festival en de rijken hebben speciaal voor dit festival huizen tegen de bergen gebouwd om voor die ene week in het jaar vanaf daar het spektakel te bekijken. Voor ons was dit één van de redenen om naar Myanmar te gaan en we hebben ook onze hele vakantie programma om dit festival heen gepland.
Het daadwerkelijk terrein waar de “Hot Air Balloons” worden losgelaten is ten zuiden van de stad, een rechthoekig terrein waar naar schatting 30 tot 40 duizend man op kunnen staan. Er om heen zijn enkele tribunes gebouwd voor de jury en de VIPS en ook plaatsen gereserveerd voor de – en dat is niet zonder reden – brandweer en de ambulance. Om dit terrein heen staan in de wijde omgeving alle straten vol met stands waar je kunt eten, allerhande spullen kunt kopen of waar je een gokje kan wagen. Er staat ook een reuzenrad en enkele andere kermisattracties.
Als we in het begin van de middag in de stad aankomen is het al een drukte van belang en staan we meteen vast in een file. Na de nodige vertraging (maar we mogen niet klagen, want het is nog heel rustig op dat moment) komen we in de buurt van het festival terrein aan. We stappen uit de auto en lopen tussen de honderden standjes door naar het festival terrein. Omdat het “grote” feest pas vanaf 8 uur ‘s avonds begint is het terrein nog niet erg druk bezocht met mensen.
De ballon begint zijn vorm te krijgen
We zien dat de mensen zich verdringen om een zingende, dansende en muziekmakende groep mannen. Ze hebben er duidelijk veel zin in. Een aantal mannen dragen een baal van grijs opgevouwen met de hand gemaakt papier en beginnen deze uit te vouwen. Een drietal mannen houden houten fakkels vast en bekijken de situatie. Weer iemand anders schreeuwt commando’s en geeft aanwijzingen. Het bandje blijft spelen en andere teamleden proberen de vele toeschouwers een beetje uit de weg te houden, hetgeen niet altijd even goed lukt, want iedereen probeert driftig met zijn mobieltje alles op te nemen. Het moment is daar, de fakkels worden aangestoken en voorzichtig naar het gat onderin het papier gebracht. Het gevaarte begint zich te vullen met warme lucht. Echter worden meteen de eerste gaten ontdekt en worden deze snel met wat tape dichtgeplakt. Met man en macht probeert men te voorkomen dat het gevaarte op zijn kant gaat liggen. De contouren van het gevaarte worden zichtbaar: het is een ballon in de vorm van een varken! De ballon dreigt opnieuw om te vallen maar kan net op tijd met een grote stok worden tegengehouden. De ballon vult zich verder en nu worden alle drie de fakkels onder het gat gehouden. De ballon is nu stabiel en wordt door de mannen vastgehouden. Aan het gat wordt nu een constructie vastgemaakt waaraan de drie fakkels met ijzerdraad worden bevestigd om zo de ballon continue te kunnen voorzien van warme lucht.
Onder luid gejuich vliegt het varken
Eindelijk! De ballon wordt losgelaten en onder luid gejuich van het publiek gaat het varken de hoogte in. Het team van het varken danst en zingt van plezier. Het varken klimt 10 meter hoog alvorens de wind het dier meeneemt. Veel hoger komt het varken niet, waarschijnlijk geven de drie fakkels niet genoeg lift aan de ballon. Bij het einde van het terrein gaat het dan ook mis. Het varken komt in de electriciteitskabels te hangen. We zien dat het papier deels vlam vat. Het varken glijdt omlaag en komt boven op een stand van een verkoper terecht en met een grote steekvlam staat meteen het hele varken in brand, en een deel van de stand van de verkoper. Gelukkig is de brandweer meteen ter plaatse en in geen tijd wordt de brand geblust. Niemand schijnt zich druk te maken wat er net gebeurd is en het team danst en zingt vrolijk verder. Tja, dit is Myanmar…
De groep stapt in meerdere busjes en auto’s en verlaat al zingend en feestend het terrein om verderop door te feesten. Een volgende groep begint muziek te maken en te dansen, de toeschouwers stromen weer toe. Ditmaal bestaat de papieren constructie uit een kip. Deze komt weliswaar wat hoger in de lucht, maar is ook geen lang leven beschoren en komt al deels brandend neer op het festival terrein…
Het gaat niet altijd goed
De kip is helaas geen lang leven gegund…
Een volgende groep begint. Een van de mannen spreekt ons aan en legt uit dat hun ballon gemaakt is door een groep gehandicapten en dat het een week gekost had om te maken en de kosten voor het maken zo’n 40 USD waren. Ze hebben er duidelijk plezier in en ook zij proberen hun ballon met fakkels in de lucht te krijgen. Echter is er al meteen een groot gat te zien in de ballon, een teamlid probeert het snel nog te dichten. Te laat, de ballon zakt deels in en het papier vat vlam. Meteen gaat de rest van de ballon ook branden. Alweer is de brandweer supersnel ter plaatse en wordt de brand snel geblust. We hebben echt medelijden met de groep gehandicapten dat hun ballon nog niet eens de lucht is ingegaan. Maar de meeste van hun blijven gewoon vrolijk en blijven lachen en zingen en muziek maken. Het is tenslotte feest!
Ze blijven plezier houden!
Een vierde ballon gaat omhoog, echter is deze ook geen lang leven beschoren. We verlaten met tegenzin het festival terrein, want we hebben nog een bezoek aan Kakku te brengen (ook mooi, hierover later een bericht). Als we terugkomen is het inmiddels al donker geworden, maar er is nu een korte pauze van de ballon festiviteiten en dat geeft ons de mogelijkheid om de Sulamani pagode te bezoeken. Deze pagode is een kleinere kopie van de Ananda tempel in Bagan. Om er te komen moeten we ons door de mensen massa’s wurmen. Alle straten zijn volgepakt met feestgangers en er is bijna geen doorkomen meer aan. Als we in de buurt van de tempel komen is het gelukkig wat rustiger. Er is een weefwedstrijd aan de gang. Teams weven in twee dagen, zonder onderbreking, nieuwe gewaden voor de Boeddha’s, die op de laatste dag van het feest worden aangeboden aan de monniken van de pagoda.
Een groep Pao uit een wijk van Taunggyi
Weer een andere wijk van Taunggyi
Naast deze weefwedstrijd is de Sulamani pagoda ook het eindpunt van de Kathine processie. We hadden begrepen dat het om een processie met lichtjes ging, maar wat we zagen ging alle verwachtingen te buiten. Vanuit de hele regio komen de Pao, de lokale etnische groepering, in de stad samen en gaan gezamelijk lopen met lampions in deze processie. En niet een paar honderd mensen, duizenden mensen komen aan ons voorbij gelopen in hun prachtige kleren!!! Elke wijk of dorp heeft andere lampions en andere kleding. Echt indrukwekkend om te zien!
En de groepen blijven maar komen…
Nadat we alle groepen hebben zien voorbij komen spoeden we ons terug naar het festival terrein, want het is rond acht uur en het échte werk gaat beginnen! En dat is te merken, chaos overal, een gekkenbende. We proberen in de buurt van het festival terrein te komen, maar de politie heeft de boel al afgezet en niemand mag er meer door. Dan maar via de andere kant proberen. Daar lukt het gelukkig wel om op het festival terrein te krijgen. We blijven er niet te lang en zoeken een plekje wat verder op waar we een goed overzicht hebben. En dat is ook niet onverstandig. In de afgelopen jaren zijn er al meerdere doden gevallen tijdens het festival en op de eerste festival dag van dit jaar waren er al 9 gewonden.
Hoe komt het dat het zo gevaarlijk is? Daarvoor is een simpele reden, de combinatie brandende fakkels, waxine lichtjes, grote ballonnen van papier en tientallen kilo’s vuurwerk is niet de meest veilige…
Ballon met waxine lichtjes
In de avond gaan namelijk twee soorten ballonnen de lucht in. Aan beide soorten wordt vaak maanden gewerkt en ze kosten ook behoorlijk veel geld en worden daardoor tegenwoordig vaak door grote bedrijven gesponsord. De eerste soort ballon is een van papier gemaakte ballon, waar men tijdens het vullen van de ballon (met de brandende fakkels) tegelijkertijd bezig is om honderden waxine lichtjes aan de buitenkant van de ballon te hangen. Als de ballon dan helemaal gevuld is wordt er ook nog een staart vol met waxine lichtjes onder aan de ballon gehangen. Als deze dan het luchtruim kiest vormen de waxine lichtjes dan (vaak Boeddha) figuren.
De tweede soort is de meest gevaarlijke. Een grote ballon wordt eerst met de fakkels gevuld en als hij genoeg draagkracht heeft komt een ander deel van het team met een grote manshoge rechthoekige box waar tot 65 kilo vuurwerk is in verwerkt. Deze wordt op het laatste moment aan de ballon bevestigd en dan wordt het vuurwerk aangestoken en losgelaten.
Het team is uitvoerig bezig geweest om de vuurwerk box zodanig te laten werken dat het vuurwerk pas begint als de ballon hoog genoeg is en dat alle vuurwerk op het goede moment afgaat. En dat alles handmatig. Geen computergestuurde ontstekingen, puur op de lengte van het lont wordt het juiste vuurwerk op het juiste moment ontstoken. Als alles goed gaat zie je dan een vuurwerkshow in de lucht die 10 tot 15 minuten duurt en zelfs 40 kilometer verder bij het Inle meer te zien is! Gaat het fout, dan kan bijvoorbeeld het vuurwerk veel te vroeg beginnen waardoor het publiek op het terrein bedolven wordt door de brandende resten van het ontplofte vuurwerk of nog erger, er gaat iets mis met de box waardoor een deel van de box naar beneden valt en op het publiek beneden terecht komt en dan compleet in één keer ontploft. Het gevolg is dan minimaal enkele gewonden en dus inderdaad ook wel eens doden. Als wij dit bekijken is het een wonder om te zien dat er relatief maar zo weinig doden zijn gevallen in al die jaren. De alertheid van de aanwezige brandweer speelt hier zeker een rol.
Ready for take off!
And we have lift off!
Ieder half uur gaat er een gevaarte omhoog.en we genieten van het spektakel. Het is echt ongelofelijk hoe lang het vuurwerk aanhoudt. Zelfs als de ballon nog maar een stipje is zien we nog vuurwerk afgaan! Wat een show!!!
We have ignition!
Het “Hot Air Balloon” festival moet je zelf meegemaakt hebben om te proeven hoe de sfeer daar is, zo fantastisch!!! Het is een totale chaos, een gekkenhuis en de mensen massa’s zal menigeen angst aanjagen. Zelfs voor iemand zoals ik, die al niet meer met bevrijdingsdag Eindhoven in gaat vanwege de drukte, was het iets wat ik niet had willen missen. Het heeft heel veel indruk op me gemaakt. Maar ik zeg er wel bij, ik wil niet elk jaar die chaos in gaan. De hoteleigenaar van ons hotel bij het Inle meer vertelde ons dat hij op de avond dat wij er waren het festival niet heeft kunnen bereiken en om 10 uur ‘s avonds rechtsomkeert heeft gemaakt met zijn auto en pas vijf uur later thuis was. Gelukkig hadden wij die avond een hotel vlakbij Taunggyi en hadden we geluk dat we snel weg konden komen…
Tja, wat moet ik vertellen over Bagan. Voor de historici onder ons: Bagan was de Birmese hoofdstad van de 10de tot en met de 13de eeuw, de glorie tijd van het Birmese Rijk. Er stonden toen zo’n 13.000 stoepa’s en tempels op een gebied van 40 vierkante kilometer. Onder de dreiging van de Mongolen werden 6.000 tempels afgebroken om de muren te versterken, echter dat mocht niet baten. Tegenwoordig vind je nog zo’n 2.500 tempels en stoepa’s in verschillende maten van verval.
Scheuren met de e-bike
Met onze e-bike (elektrische brommer) gaan we op weg. Overal zie je kleinere en grotere stoepa’s en tempels, soms alleen, soms in groepjes.
Ananda tempel in “Old Bagan”
In het “Old Bagan” gedeelte vind je de grotere en bekendere tempels, zoals de Ananda en de Thatbyinnyu. Sommige staan nog in de steigers vanwege de aardbeving in 2016. Elke tempel verschilt van de andere, afhankelijk van de periode waarin ze zijn gebouwd zien ze er anders uit, hebben ze meer of minder muurschilderingen, de oudere tempels hebben bijvoorbeeld verfijnder stucwerk. Ook de stoepa’s veranderden van vorm door de tijd heen.
Dhammayangyi tempel
Om de “bekendere” tempels staan veel souvenir stalletjes waar je longgi’s, hoedjes, belletjes en frisdrank kunt kopen. Hier lopen ook de meeste toeristen rond omdat de bussen hier nog wel kunnen komen. Ga je echter van de gebaande paden af, dan is het meteen een stuk rustiger. Heerlijk!!!
Grote Boeddha met muurschildering in de Dhammayangyi tempel
Muurschildering in de Dhammayangyi tempel
Met zijn tweetjes zoeven we over de zandpaadjes van de ene tempel naar de andere. Soms is de binnenkant van de tempel helemaal leeg, andere keren vinden we prachtige muurschilderingen uit de 13de eeuw. We verbazen ons erover dat deze tempels, die soms nog niet eens op de kaart staan, niet beter beschermd worden. We zien namelijk bij de drukker bezochte tempels regelmatig dat er geflitst wordt zonder dat er echt tegen wordt opgetreden. Er zijn wel al tempels waar je helemaal niet meer mag fotograferen of filmen.
Winido tempel in “Minnanthu”
Muurschildering in Winido tempel
De tweede dag besteden we in het “Minnanthu” gedeelte. Hier komen veel minder bussen, waardoor we vaak het rijk voor ons alleen hadden. Zelf vonden we dit deel van Bagan het mooiste omdat het allemaal iets intiemer oogde. We bezoeken een groepje tempels, de eerste is open en binnen zien we prachtige muurschilderingen.
Als we naar buiten lopen komt ons een jonge Birmees met een geblondeerde kuif tegemoet (laatste Birmese mode). Hij blijkt de sleutels tot de andere tempels te hebben en leid ons rond. Deze zijn bijna nog mooier dan de eerste tempel en hij weet veel over de muurschilderingen te vertellen.
Hij neemt ons mee naar het nabijgelegen Minnanthu dorp en toont ons ook nog een mooi plekje bovenop een tempel waar je een prachtig uitzicht hebt over de tempels bij zonsopgang.
Het beklimmen van de tempels voor een mooie zonsondergang of zonsopgang was altijd voor velen het spectaculairste moment in Bagan. Echter sinds de aardbeving van 2016 mag geen van de “bekende” tempels meer beklommen worden. Hiervoor hebben ze nu dus een heuvel ingericht, echter het uitzicht is daar verre van ideaal.
Tientallen ballonnen gaan de lucht in tijdens zonsopgang
Dus zoeken de liefhebbers, wij dus, naar de betere plekjes waar je nog wel omhoog kunt. Dat is dus nog niet eens zo makkelijk. Gelukkig zijn die wel nog te vinden als je maar goed rondkijkt en wat tijd hebt. En die hebben we gelukkig! Na twee zonsondergangen waar de zon ons in de steek liet, maakt de derde zonsondergang alles goed met prachtige rode kleuringen in de lucht! We besluiten meteen om de volgende ochtend bij zonsopgang ons geluk te proberen op een andere plek die we gevonden hadden. Ook dat stelt ons niet teleur…
De zonsondergang was eindelijk prachtig
Bagan is iets unieks, zoals de Angkor Wat. Als je wilt kun je dagenlang dolen met je e-bike tussen de tempels. Nee, je hebt niet het gevoel dat je helemaal alleen bent, maar de sensatie om steeds weer iets nieuws in of op de tempels te ontdekken is wel geweldig!
De koningssteden: Sagaing, Mingun, Amarapura en Ava
Rondom Mandalay bevinden zich meedere koningssteden.
Sagaing, aan de andere kant van de Ayarwaddy rivier ten westen van Mandalay, was de eerste hoofdstad van de Shan staat, gesticht in 1287. In 1364 werd Inwa (toen nog Ava geheten) de nieuwe hoofdstad. In Sagaing leven meer monniken dan burgers. Het is een aaneenschakeling van kloosters op een heuvelachtig terrein.
U Min Thonze
U Min Thonze
De U Min Thonze tempel heeft een prachtige galerie met 45 Boeddha beelden. De grote Kaunghmudaw pagoda valt op door zijn bolle vorm. De oorspronkelijke kleur was wit maar tegenwoordig is hij, in opdracht van de militaire regering, in goudkleur. Onder druk van de bevolking zal hij echter volgend jaar weer zijn witte kleur terug krijgen.
Kaunghmudaw pagoda
Mingun pagoda
Ten noorden van Sagaing ligt Mingun, waar je van verre al de restanten kunt zien van wat het grootste Boeddhistische heiligdom ooit zou worden, de Mingun pagode. Ondanks 20.000 slaven lukte het koning Bodawpaya niet om vanaf 1790 deze pagode te voltooien. Dit had mede te maken met het feit dat een waarzegger de dood van de koning voorzag op het moment dat de pagode af zou zijn. Meerdere grote aardbevingen in 1839 zorgden voor grote breuklijnen in de structuur. De planning was dat de pagode 150 meter hoog zou worden.
Hsinbyume pagoda
Verderop zien we wel een voltooide pagode, prachtig wit met ronde vormen, de Hsinbyume pagoda.
De slaapplek van de ouderen
Gebed voor het eten
Een deel van de brillen die we meenamen
We bezoeken ook de “Buddhist Home for the Aged People”, een bejaardentehuis voor oudere mensen die geen familie meer hebben. Normaal worden de ouderen in Myanmar door hun familie verzorgd en dit huis werd in 1915 opgericht en was toen uniek voor Myanmar. Het huis is gesticht door een vrouw die in korte tijd beide ouders verloor en zag hoe oudjes zonder familie in erbarmelijke toestand leefden. Zij heeft toen besloten om haar volledige erfenis te gebruiken om dit tehuis op te richten. Inmiddels zijn er elf tehuizen van deze stichting. Het tehuis is hoofdzakelijk afhankelijk van donaties en de regering ondersteund het tehuis alleen met wat rijst. Er is één zuster die meer dan 80 bejaarden verzorgd. We komen tijdens etenstijd en alle bejaarden zitten in de grote eetzaal en bidden voordat ze aan de maaltijd beginnen.
Omdat we van te voren wisten dat er behoefte was voor spullen in dit tehuis (en ook in de afgelegen dorpen die we nog gaan bezoeken) heeft Jacqueline flink in haar kennissenkring en bij de Pearl in Geldrop zitten te ronselen en hebben we in totaal 36 leesbrillen kunnen meenemen naar Myanmar. Een groot deel hiervan hebben we aan dit tehuis geschonken.
U Bein brug
Zo kan het ook…
Amarapura, ten zuiden van Mandalay, was maar voor twee korte periodes tijdens de 18de en 19de eeuw een koningsstad en staat vooral bekend om de U Bein brug, gebouwd rond 1850 en waarschijnlijk de oudste en toen langste (1200 meter) teakhouten brug van de wereld over het Thaungtaman meer. De lokale bevolking maakt veel gebruik van de brug, maar rond zonsondergang wordt de brug overgenomen door de honderden Burmese en buitenlandse toeristen om een foto te maken van de brug bij zonsondergang. Voetje voor voetje schuifelen we over de brug, telkens weer wachtend op alle selfie makende dames en heren die schijnbaar aan één foto niet genoeg hebben, maar er 30 in alle standjes moeten maken. Het doet me denken aan de aan selfie verslaafde Chinezen. Ik hoop niet dat ze hier in Myanmar die kant ook opgaan, want dan verliest dit land een groot deel van zijn charme…
Vissers bij de U Bein brug
Maha Aungmye Bonzan klooster
In Ava (ook wel Inwa genoemd), ten zuiden van Amarapura, waren verschillende Burmese koninkrijken gevestigd tussen de 14de en 19de eeuw totdat de al genoemde aardbevingen in 1839 de stad met de grond gelijk maakte. Het mooie Maha Aungmye Bonzan (of ook Me Nu Brick) klooster werd in 1818 door koningin Nanmadaw Me Nu gebouwd.
Na een nachtelijke busrit van zo’n 9 uur komen we vroeg in de ochtend bij ons hotel in Mandalay aan. Gelukkig is onze kamer al klaar en proberen we nog een paar uurtjes slaap te pakken alvorens we de stad gaan bekijken.
Mandalay ligt ongeveer 716 kilometer ten noorden van Yangoon, de tweede grootste stad van Myanmar. In 1861 werd Mandalay de derde en laatste koninklijke hoofdstad van het onafhankelijke Birmese koninkrijk.
Een gong in de Kyauk Taw Gyi Pagoda
Een Toto, de lokale naam voor een Tuktuk, brengt ons naar de Kyauk Taw Gyi pagode. Op het terrein van de pagode staan enkele grote gongs en klokken, waar iedereen naar hartenlust op slaat. Wat opvalt is dat net als in de moskeeën in Iran hier iedereen zijn gang kan gaan: telefoneren met je mobiel, foto’s maken, je middagmaal nuttigen. En de monniken doen er net zo hard aan mee.
Kuthodaw Pagoda
Aan de voet van Mandalay Hill ligt de Kuthodaw Pagode, uit de achttiende eeuw. Het complex bestaat uit 729 stoepa’s die elk een bladzijde uit het grootste boek ter wereld bevatten. De dubbele pagina’s zijn gemaakt van een groot blok marmer. Het boek omvat de Pali-canon, een vroeg-boeddhistische verzameling van de toespraken van Boeddha.
Shwenandaw Monastery
Het Shwenandaw klooster uit 1880 is volledig gebouwd uit bewerkt teakhout. Het gebouw deed dienst als woning van koning Mindon, maar zijn zoon verplaatste het later naar een ander deel van Mandalay. Doordat in de tweede wereldoorlog het hele koninklijke paleis is plat gebombardeerd is dit het enig overgebleven origineel gebouw van het paleis. De deuren en muren zien er prachtig uit. Achter het klooster zien we enkele mensen bezig met het schoonmaken of restaureren van de houten panelen.
Zonsondergang over de Ayarwaddy rivier
We nemen een Toto terug naar ons hotel om op het dakterras te genieten van de zonsondergang over de Ayarwaddy river…
Tot 2005 was Yangon het officiële centrum van het land, maar in de maand november van dat jaar besloot het militair bewind van Myanmar dat Yangon niet langer de hoofdstad van Myanmar was. De nieuwe hoofdstad werd Naypyidaw; een stad die 320 km boven Yangon ligt.
Het centrum van de oude hoofdstad is gebouwd door de Engels kolonisten, wat goed te zien is aan de prachtige, statige gebouwen en aan het stratenplan, een blokpatroon wat oriëntatie in de stad gemakkelijk maakt. Het middelpunt is de Sule-pagoda.
Sule Pagoda
Eén van de bijzonderste tempels van Myanmar is de 2500 jaar oude Shwedagon Paya. Het is de grootste tempel van Myanmar en het is de heiligste pagode van het land. De tempel is 98 meter hoog heeft een oppervlakte van 46 hectare.
Het leuke aan Myanmar is, dat het land bezaait is met tempels en pagodes. Je kunt bijna geen weg inslaan of je ziet er wel eentje staan. Zo kwamen we onderweg naar de Shwedagon tempel voorbij aan de mooie Sein Yaung Chi pagoda,die zowel binnen als buiten uitzag als een spiegeltjespaleis. Binnen in de meerkantige pagode stonden enkele grotere staande en zittende marmeren met bladgoud vergulde boeddha’s omringd door honderden kleine rode boeddha beelden.
Sein Yaung Chi pagoda
Ook verderop zien we weer een heel andere tempel, de Maha Wizaya pagoda, met in zijn ronde binnenkant een natuurlijk tafereel met aan het plafond een blauwe hemel met daarop dierenfiguren en sterrebeelden geschilderd.
Maha Wizaya pagoda
Bij de Shwedagon Paya staan de pagodas en tempels dicht op elkaar. De tempel is gebouwd door de Mon-bevolking tussen de 6e en 10e eeuw ter ere van de acht Gautama Boeddha’s. Delen van de tempel zijn sinds de bouw vele malen vernield en vervolgens gerenoveerd. Maar je vind hier nog veel overblijfselen van de originele bouw. Ook nu zijn ze de grote pagoda aan het herstellen. En netwerk van bamboe steigers omringd het hoge bouwwerk. Je hoort het gekletter van het opnieuw vastzetten van de 50.000 kilo bladgoud.
Shwedagon pagoda
Het is er redelijk druk, maar je ziet voornamelijk Burmezen en een handjevol toeristen. Echt overlopen is het (gelukkig) niet, zoals het helaas inmiddels in veel andere landen in de wereld wel het geval is. Er zijn vele souvenir shops en winkels voor het kopen van offergaven bij deze belangrijke tempel, echter de verkopers klampen je niet aan…