Archief van
Auteur: Remy

Teheran

Teheran

Alleen voor vrouwen

Teheran werd pas de hoofdstad in 1796 tijdens de Qajar dynastie. Met zijn 8.8 miljoen inwoners en zijn 6 miljoen forenzen die elke morgen de stad binnenkomen en ‘s avonds weer verlaten is Teheran de op één na grootste stad (na Caïro) van het Midden-Oosten. Tijdens de laatste dag van onze reis proberen we een beetje natuur (en koelte) te vinden in de metropool Teheran. Door de grootte van de stad is er maar liefst 600 meter hoogte verschil tussen het laagste punt van de stad in het zuiden (rond 1117 meter) en het hoogste punt in het noorden (rond 1712 meter).

We nemen daarom vanuit het centrum de metro naar het noorden richting Tajris Square. Zoals elke metrosysteem waar ik ooit in gereden heb werkt ook deze feilloos. Het enige verschil is dat ze hier in de metro’s (en ook in de grote stadbussen) een aparte vrouwenafdeling hebben. Het is echter niet verplicht om daar als vrouw in te gaan zitten.

Imamzadeh Saleh moskee
Imamzadeh Saleh moskee
Vrouwenruimte Imamzadeh Saleh moskee

We stappen uit en lopen door de straatjes naar het busstation dat ons verder zal brengen naar onze eindbestemming. Bij het busstation zien we echter een mooie moskee liggen. Jacqueline wordt bij het betreden van het plein meteen tegengehouden, want jawel hoor, ze moet weer een tentdoek ofwel chador om doen. Na de verkleedactie bekijken we de mooie moskee, het blijkt de populaire Imamzadeh Saleh moskee te zijn. Imamzadeh betekent “afstammeling van een imam” in Farsi. Hier bevindt zich namelijk de tombe van Saleh, een zoon van de zevende sjiitische imam, Musa al-Kadhim. Ook ligt hier de eerste minister van Iran begraven, Mirza Nasrullah Khan (1840-1907). We mogen binnen kijken, ik via de mannen- en Jacqueline natuurlijk via de vrouwen-ingang. Bij de vrouwen is het een drukte van belang, bij de mannen is het een stuk rustiger en weer worden we overweldigd door de bling-bling van een spiegelruimte met een mausoleum in het midden. Wat moet dat allemaal weer een werk zijn geweest om zoveel pracht en praal maken. De deuren zijn ook prachtig gegraveerd.

Skyline van Teheran vanaf de Tabiat brug
De bergen in bij Teheran

Eenmaal bij het busstation gaan we op zoek naar onze bus. We worden meteen aangesproken door een man met zijn zoon en vraagt of we naar Darakeh moeten. Jawel! Hij vraagt ons hem te volgen, maar in plaats van ons de bus te wijzen loopt hij naar zijn auto en laat ons instappen. Amir, zoals de man heet, woont namelijk in Darakeh en wil ons er graag naar toe brengen. Het is nog een behoorlijke lange rit en onderweg praten we met handen en voeten en wat hulp van Google Translate over ditjes en datjes. Zo komen we toch wat van elkaar te weten. Dit is weer één van die vele leuke momenten die we op deze reis met de Iraniërs meemaken.

Kardinaalsmantel

Aangekomen in Darakeh nemen we afscheid van Amir. Darakeh is een wijk in het noord-westen van Teheran. Op donderdag en vrijdag trekken de mensen vanuit Teheran hier massaal heen om te wandelen. Van hieruit kun je verder de bergen in het noorden van Teheran inlopen langs een vallei die doorsneden wordt door een riviertje. Op dit moment staat er aan het einde van de zomer nauwelijks water in de rivier. We lopen langs de rivier omhoog en passeren een veelvoud aan thee-huizen. Naarmate we hoger de berg oplopen wordt het terrein langzaam wat ruwer en komen we langs steeds mooiere rotsformaties. Ook zien we regelmatig behoorlijk groene stroken met bomen en struiken. Regelmatig komen er pakezels de berg omlaag en omhoog die de verschillende thee-huizen bevoorraden.

De vriendelijke eigenaar van het thee-huis

De temperatuur is een stuk aangenamer dan beneden in Teheran en regelmatig lopen we beschut onder een bladerdek.

Wat is het heerlijk om hier net buiten deze miljoenenstad te wandelen zonder al dat getoeter en de uitlaatgassen van auto’s om je heen! Na zo’n 2.5 uur op ons gemak te hebben gelopen komen we bij een bordje waarop staat dat we ons op 1990 meter hoogte bevinden. Hier besluiten we om terug te lopen. Iets verder terug op het pad gaan we bij een oude put zitten om van onze lunch te genieten. Dat kan natuurlijk niet, want de eigenaar van het gesloten thee-huis tegenover vind dat we toch echt wel beter kunnen uitrusten bij hem, en we kunnen natuurlijk niet weigeren. We krijgen water, thee en druiven aangeboden en praten gezellig in een combinatie van gebaren, Duits en Engels met de eigenaar. De thee is lekker, deze komt uit het noorden van Iran, uit de provincie waar de eigenaar vandaan komt. Trots toont hij ons de verpakking van de thee. We nemen afscheid van onze hartelijke gastheer en lopen terug naar Darakeh.

De prachtige omgeving bij Darakeh
Verkoelend water langs de route

We lopen terug naar Darakeh en pakken een busje terug naar het busstation. We stappen in de metro en stappen halverwege uit bij Shahid Haqhani. Hier lopen we via het Taleghani Park naar de Tabiat brug. “Tabiat” betekent natuur in Farsi. Deze 270 meter lange brug is 3 jaar geleden geopend en ontworpen door de destijds 26-jarige Iraanse architecte Leila Araghian en heeft enkele internationale architectuur prijzen gewonnen. De Tabiat brug is een prachtig mooie gracieuze voetgangersbrug die het Taleghani Park en het Ab-o-Atash Park met elkaar verbindt door de drukke Modares snelweg te overspannen. We lopen over de brug heen en genieten van het uitzicht. Als we naar het noorden kijken zien we de bergen waar we vanochtend en in het begin van de middag gelopen hebben achter de skyline liggen. De brug bestaat uit twee verdiepingen en waar de bovenverdieping een soort promenade is, is de benedenverdieping gevuld met koffie-huizen en restaurants. Nadat we bij één van de restaurants iets hebben gegeten is het donker geworden. De brug is inmiddels sfeervol blauw en geel verlicht. We slenteren op ons gemak over de brug terug naar de metro. Het was weer een mooie relaxte dag waar we toch de rust hebben kunnen vinden in deze drukke metropool. Nu is het tijd om onze spulletjes in het koffer te pakken voor onze terugvlucht naar huis…

Tabiat brug in de avond
Isfahan

Isfahan

Isfahan – ook wel Esfahan – is een stad van 1.9 miljoen inwoners en heeft de reputatie één van de mooiste steden ter wereld te zijn. De naam van de stad vertaalt zich vanuit het Perzisch naar ‘de helft van de wereld’. Het is tot de dag van vandaag, de populairste stad van Iran. Sjah Abbas I verplaatste in 1598 de hoofdstad van Perzië van Qazvin naar Isfahan, want dat lag verder weg van het Ottomaanse Rijk, de grootste tegenstander in die tijd.

Naqsh-e Jahan of Meidan-e Emam plein

Het Naqsh-e Jahan plein, ook wel bekend als Meidan-e Emam, is na het plein van de hemelse vrede in Beijing het grootste plein ter wereld en vormt het hart van Isfahan. Door de geschiedenis heen is dit plein door verschillende veroveraars gebruikt om mijlpalen te vieren, polo te spelen en militaire parades te organiseren. Wij vonden het in ieder geval veel mooier en sfeervoller dan het militaristische en qua sfeer beklemmende plein in Beijing. Hier spuiten fonteinen in mooie, groene met bloemen versierde tuinen, er staan bankjes en rijtuigjes rijden (Iraanse) toeristen er rond om heen. Het plein wordt omgeven  door een aantal belangrijke mooie monumenten zoals de Qaisarieh bazaar, de Sheikh Lotfollah moskee, de Mashed-e Emam moskee en het Ali Qapu paleis. Het rechthoekige plein is omgeven met een grote muur waarin winkeltjes zitten.

Sheikh Lotfollah moskee

Het duurde maar liefst 17 jaar (1603-1619) om de Sheikh Lotfollah Moskee te bouwen. Deze moskee is, zowel van binnen als van buiten, met dusdanige precisie en visie gemaakt dat architecten wereldwijd het moeilijk vinden te geloven dat de moskee door mensenhanden is gemaakt. De moskee zelf staat een beetje haaks op het plein om naar Mekka gericht te kunnen staan. De façade staat echter evenwijdig aan het plein. Deze moskee heeft geen minaretten en de precieze functie van de moskee is onbekend, wellicht diende hij als privé moskee voor Sheikh Lotfollah.

Jacqueline in de Sheikh Lotfollah
Mashed-e Emam moskee

De Mashed-e Emam moskee, waarvan de oudste delen uit de 11de eeuw stammen, behoort tot één van de mooiste bouwwerken uit het Midden-Oosten. Helaas voor ons stond deze moskee deels in de steigers en lagen er nog vol veel overblijfselen van Eid-e-Ghadir, een belangrijke feestdag voor de sjiieten, waardoor het fotograferen niet de moeite loonde.

De Qaisarieh Bazaar aan het Naqsh-e Jahan plein was ooit één van de grootste en meest luxe winkelcentrums. Vroeger was de bazaar het ware centrum voor stofjes en kwamen handelaars van ver gelegen plekken naar Isfahan om hier te handelen. Tegenwoordig is deze bazaar gespecialiseerd in diverse ambachten in Isfahan. Wij hebben een praatje gemaakt met een koperslager die zijn ontzettend verfijnde ambachtskunst liet zien. Hij was door Unesco uitgeroepen tot beste koperslager en heeft ook handelscontacten met bedrijven in Nederland. Trots liet hij foto’s zien en zijn getuigschrift. Net als bij de verloren was methode bij brons was hij nu bezig met het koperslaan rondom een wassen vaasmodel. Als hij klaar is met zijn werk wordt de was eruit gesmolten en houd je de holle vaas over. De toegang naar de Bazaar is een majestueuze poort die is beschilderd en versierd met mozaïektegeltjes.

 

De vijfde ingang van de Hakim moskee

We slenteren op ons gemak door de bazaar in de richting van de Hakim moskee, gebouwd tussen 1656 en 1662. Uniek aan deze moskee is dat hij 5 ingangen heeft, de vijfde ingang werd pas rond 1960 achter een muur ontdekt. In plaats van tegelwerk heeft deze ingang een prachtige stenen façade met diverse metselpatronen die stamt uit de 10e eeuw.

Bij de vijfde ingang van de Hakim moskee

Net om de hoek nemen we onze lunch in het Malek Soltan Jarchi Bashi traditioneel Perzisch restaurant. Het is gevestigd in een oud badhuis uit 1611 dat in de oude stijl is gerestaureerd, gebaseerd op historische foto’s. In die tijd was het het grootste badhuis van Isfahan dat twee mannen en twee vrouwen had. Het restaurant is werkelijk fantastisch mooi en er staan op verschillende plaatsen oude gebruiksvoorwerpen. Jacqueline neemt een Dolomeh chicken kebab en ik neem een Biryani met Biryani bouillon. Mijn gerecht wordt geserveerd in een koperen schaal en bestaat uit een dubbel gevouwen stuk brood met daarin gekruid (in ieder geval saffraan) lamsgehakt met walnoten en ernaast bladeren die naar anijs smaken. Op de schaal staat ook nog een koperen pannetje met daarin brood (en vermoedelijk kaas) gedrenkt in de bouillon. Het smaakt heerlijk! Wat een goed restaurant met een heerlijke ambiance!

Malek Soltan Jarchi Bashi restaurant
Seyyed moskee
Ali minaret

Na zo’n heerlijke lunch moeten we natuurlijk wel een stukje lopen, we hebben nog Seyyed moskee uit 1850 bezocht. De moskee is de meest bekende moskee uit het Qajar tijdperk. Vooral het tegelwerk is een schoolvoorbeeld voor deze periode. Metselwerk met aardewerken en geglazuurde tegels geven kleur en sfeer.

De Ali minaret is de oudste (11de eeuw) en met zijn 48 meter de op één na hoogste minaret van Isfahan. Hij zou origineel 50 meter zijn geweest maar in de loop van de tijd is hij 2 meter ingezakt. Er staan vier inscripties op de minaret waarvan eentje in steen, de andere in keramiek.

Koper- en tin-bewerker in de bazaar

 

 

We lopen terug naar een ander gedeelte van de Qaisarieh bazaar en bekijken de vele winkeltjes en zien inderdaad veel staaltjes van vakmanschap van geëmailleerd koper, met de hand bedrukte kleden, verfijnde zijden en wollen tapijten en nog veel meer.

 

Koepel van de Bedkhem Church

De volgende ochtend gaan we het zuidelijk deel van de stad verkennen. We beginnen in new Julfa, de Armeense wijk van Isfahan. De Armenen stonden bekend als zeer bekwame vakmanslieden en om hen naar Isfahan te laten komen liet Sjah Abbas I het zelfs toe dat ze hun eigen godsdienst mochten behouden en kerken mochten bouwen. De Bedkhem Church is zo een Armeens-Apostolistischd kerk. Maar liefst 72 schilderingen tonen het leven van Jezus in deze kerk uit 1627.

We vervolgen onze weg naar het zuidoosten en gaan omdat we er toch langskomen even kijken bij een “gewone wijk moskee”, de Alreza moskee, die we onderweg zien. De conciërge is blij verrast dat wij buitenlanders zijn moskee komen bezoeken. Hij loopt naar binnen en doet de ventilatoren en het licht aan. Tja, voor de gewone vrouw die zit te bidden gaat ie natuurlijk niet te veel stroom verbruiken… Toch wel leuk om te zien hoe trots ze zijn op hun eigen moskee.

Een mega moskee in aanbouw…

Even verderop zien we een paar gigantisch grote en moderne minaretten. We besluiten om ernaar toe te lopen. Het is een gigantisch complex dat nog in aanbouw is. Van enkele domes en minaretten staat alleen het skelet. Bij navraag blijkt het om de Mosalla moskee te gaan. Sinds 2005 wordt er al aan gewerkt, het complex zal in totaal 8 minaretten krijgen en de domes zijn de grootste ooit in Iran gebouwd. Zelfs het indrukwekkende Shah-e-Cheragh valt in het niets bij de grootte van dit project. Ik ben benieuwd hoe het eruit zal zien als het af is…

Mardavij Pigeon Tower

 

 

 

Na deze omleiding lopen we weer richting ons originele doel, de Mardavij Pigeon Tower. De provincie Isfahan staat bekend om zijn vele duiventorens. Meer dan 3000 zijn er in de loop van de geschiedenis vanaf de 12de eeuw gebouwd in de omgeving. Ze werden altijd buiten de stad gebouwd, echter zijn een aantal inmiddels in de stad komen te liggen door de grote groei van de steden. De meeste stammen uit de 17de eeuw en elke toren huisvestte tussen de 7500 en 40000 duiven. Tegenwoordig zijn er nog maar zo’n 300 over.

Bijenkorfachtige ingang op het dak

De Mardavij Pigeon Tower is uit de 17de eeuw. Hij ligt er prachtig bij. Duiven vind je er niet meer, een zestal duiven loopt er nog rond. De toren bestaat uit een grote centrale hal vol met nissen (van 20 x 20 x 28 cm) voor de duiven met daaromheen een trappensystem met daarin weer overal nissen. De architectuur is bijzonder ingenieus, je kunt er prachtige abstracte patronen in zien. Boven op de toren zijn er bijenkorfachtige in- en uitgangen voor de duiven. Er is maar één ingangsdeur voor de toren, die vroeger slechts één keer per jaar open ging. Dan werd alle geproduceerde duivenmest eruit geschept om te dienen als goede vruchtbare mest voor de landbouw. Als ik er al aan denk hoe het goed bijgehouden duivenhok vroeger van mijn vader rook, dan zal dat uitmesten een rotkarwei zijn geweest, bah!
Om te voorkomen dat slangen naar boven kropen om zich te goed te doen aan de eieren van de duiven, werd halverwege de toren een substantie tegen de toren aangesmeerd die zeer glad was, waardoor de slangen naar beneden te pletter vielen. Je kunt dit zien aan de witte horizontale streep van een meter breed die rondom de toren loopt.

De centrale hal
Abstractie in architectuur
Si-o-se Pol brug

Midden door Isfahan loopt de Zayandeh rivier die het noorden en het zuiden van de stad opsplitst. Dit is de grootste rivier van het Iraans plateau. De rivier was één van de weinige rivieren in Iran die vrijwel het hele jaar door water voerde. Door de combinatie van bevolkingaangroei, industrialisering in de regio, drogere jaren, het ontbreken van een degelijke planning en het aanleggen van een dam, komt er sinds het einde van de 20e eeuw meerdere periodes van seizoensdroogte voor en tegenwoordig staat er misschien nog eens in de 5 jaar wat water in de rivier.
In de avond lopen we naar de rivier om enkele van de elf bruggen van Isfahan te bekijken. De Si-o-se Pol brug (1599 tot 1602), de Joui brug (1665) en de Khajou brug (1660) werden allemaal gebouwd in de tijd van de Safawiden. De eerste en de laatste brug zijn ‘s avonds een favoriete ontmoetingsplek voor de mensen van Isfahan. Op de Khajou brug wordt regelmatig door groepjes mensen gezongen, en dat terwijl dit eigenlijk officieel niet mag. Als wij over de brug slenteren komen we ook enkele groepjes tegen die prachtig zingen. Helaas worden ze even later inderdaad door de politie verjaagd. Even later zien we een groepje weer bij elkaar komen, wellicht dat ze later nog een poging wagen…

Khajou brug
Shiraz

Shiraz

Citadel van Karim Khan-e Zand in Shiraz

Shiraz is één van de oudste steden van Iran en is de hoofdstad van de provincie Fars. Deze stad met 1.8 miljoen inwoners ligt op zo’n 1540 meter hoogte aan de voet van het Zagrosgebergte. Onder andere vanwege zijn strategische ligging langs de zijderoute is deze stad meermaals in zijn ruim 4000 jaar oude historie vernietigd.Tevens heeft Shiraz van 1747 v.C. tot en met 79 n.C. gediend als de hoofdstad van de verschillende Perzische rijken en dynastieën. In die tijd stond Shiraz bekend als, letterlijk en figuurlijk, de grootste stad ter wereld. De bekende wijndruif met dezelfde naam komt hier ook vandaan, is meegenomen naar Europa door de kruisvaarders. Echter hier wordt er “officieel” geen wijn meer gemaakt vanwege het alcoholverbod en wordt het alleen nog maar verwerkt tot druivensap.

 

Glas-in-lood van de Nasir al-Molk moskee
Nasir al-Molk moskee

We gaan vandaag al vroeg op weg naar de Nasir al-Molk moskee, gebouwd van 1876 tot 1888, en tegenwoordig meer een museum dan een moskee. De zonnestralen van de vroege ochtendzon door de talloze glas-in-lood ramen in de ruimte van de moskee zorgen voor een magisch kleurrijk schouwspel. De ruimte is duidelijk in trek bij de Iraanse vrouwen voor een foto met hun gezicht en gewaad in de kleurenregen. Ze staan er zelfs voor in de rij en poseren als echte diva’s.

 

Plein van de Atigh Jame moskee

In de zoektocht naar de ingang van onze volgende bestemming komen we bij een mooie binnenplaats. Alweer een moskee? We lopen de binnenplaats op en Jacqueline wordt meteen achtervolgt door een man met een groene plumeau. Wordt nu voor de eerste keer Jacqueline terecht gewezen op het verkeerd dragen van haar chador of een foutje in haar kleding? Nee! Het blijkt het sleutelmannetje te zijn die special voor ons het oudste gedeelte van deze moskee wil open maken. Het plein blijkt te behoren aan de Atigh Jame moskee.

Atigh Jame moskee

Dit oudere gedeelte stamt uit de 9de eeuw en bestaat alleen uit de eigenlijke oude moskee met een mihrab. Het grote plein is toegevoegd in de tijd van de Safawiden. De oude pilaren zijn nauwelijks versierd en er ligt een dikke laag stof op de grond. Een enkele duif heeft zijn nest in één van de kleine nissen in een pilaar gemaakt. We voelen ons bijna als ontdekkingsreizigers als we hier in een stad van 1.8 miljoen inwoners in ons eentje van mogen genieten.

 

 

 

 

De eerste binnenplaats en de toegangspoort tot de tweede

Één van de (en ook onze) hoogtepunten van Shiraz is toch wel de heilige schrijn Shah-e-Cheragh (Koning’s licht). Hier liggen de twee broers Amir Ahmed-Ibn-e-Musa Al-Kazam en Amir Mohammed-Ibn-e-Musa Al-Kazam begraven. Het zijn broers van imam Ali-Ibn-e-Musa Al-Reza, de achtste imam van het sjiisme. Daarmee is dit mausoleum, dat ooit rond 1130 AD gebouwd werd, een belangrijk pelgrimsoord. We krijgen een min-of-meer verplichte gids toegewezen, een uiterst vriendelijke jongen die dit eens per week als vrijwilliger doet. Hij weet veel over dit complex te vertellen. Vanwege de recente aanslag in Teheran is het wel wat meer gedoe om binnen te komen. De eerste binnenplaats waar we komen is net een maand opgesteld voor het publiek.Ze bouwen namelijk nog steeds verder aan het complex. De gebouwen van dit eerste plein zijn een oase van kleur.

Glazen paleis van de Shah-e-Cheragh

De toegangspoort tot de tweede binnenplaats (die al 3 jaar open is voor het publiek) is prachtig en we zien een groot plein met aan onze linkerkant het glazen paleis, de rustplaats van één van de broers. Tegenwoordig mogen alleen moslims nog naar binnen, maar de conciërges en gidsen knijpen hier en daar een oogje dicht. Als de security het maar niet ziet! Ik (als man) mag dus even snel naar binnen glippen via de zij-ingang voor mannen. Jacqueline mag als niet-moslim vrouw niet naar binnen, ook niet via de vrouwen ingang. Man zijn in Iran heeft zo wel zijn voordelen!

 

 

 

Tombe in het glazen paleis

Ik weet niet wat ik zie!!! Duizenden kleine spiegels bedekken het interieur van het paleis. Het summum van bling bling!!! Bijna alles wat ik zie heeft een zilveren of gouden glans, behalve de schrijn met de kist, die is in de voor de islam heilige kleur groen. De mannen wandelen naar de schrijn, raken hem aan en bidden kort alvorens zich een plekje op de vele rode tapijten te zoeken. Ik weet niet hoe ik het allemaal op de foto moet zetten. Schitterend!!! Letterlijk als figuurlijk…

Verderop in een hoek van het plein is het mausoleum van de andere broer. Hier mag zelfs ik niet naar binnen. Ik zie alleen een glimp van de groen schijnende schrijn. We lopen door en krijgen meer uitleg. Farsi galmt uit de portofoon van de gids. Een conciërge praat even kort met de gids. De security heeft ons zien fotograferen op het plein. En schijnbaar mag dat dus niet! Dus we zouden terug moeten naar de security (zodat ze onze SD kaarten kunnen wissen?).

De gids roept tegen ons om de camera’s snel weg te stoppen. Ik doe mijn camera snel in mijn rugzak (die overigens helemaal niet gecontroleerd was, terwijl zelfs de Iraniërs door de security kamers moesten, was mij niets gevraagd) en Jacqueline verstopt haar camera onder haar chador. Is dat lompe ongemakkelijke tafelkleed toch nog ergens goed voor! De gids begeleid ons iets sneller naar de derde binnenplaats…

Hier zien we de grote moskee van het complex. Ik maak nog wat foto’s met mijn telefoon, want ja, dat mag wel en dat doet dus ook iedereen hier. Een beetje vreemd, want met de huidige generatie telefoons kun je best wat goede foto’s mee maken. En Samsung’s zie je hier genoeg… We verlaten het complex en nemen afscheid van de goede gids en lopen via één van de vele bazaars naar een traditioneel restaurant waar we genieten van een heerlijke lamsgehakt met walnoten kebab en een kip kebab terwijl een zanger zijn kunsten laat horen onder begeleiding van een trommel en een sintar.

Vakil badhuis

Na deze late lunch bezoeken we het Vakil badhuis. Dit badhuis stamt uit +/- 1760 en is tegenwoordig een museum.

Gebedsruimte van de Vakil moskee

Met poppen, die gekleed zijn in de kleding van enkele beroepen in die tijd, en met geluidseffecten probeert men een sfeer te creëren hoe het er in die tijd aan toeging. Onder de vloer bevindt zich een nauwe ruimte waardoor de hitte kon stromen, zodat de vloer heter werd.

De Vakil moskee gebouwd van 1751 tot 1773 is eigenlijk meer bijzonder vanwege zijn afwijkende bouwstijl. Hij heeft maar 2 iwans (ingangen) in plaats van de gebruikelijke 4. De 48 zuilen van de 2700 m2 gebedshal zijn niet gedecoreerd maar in een spiraal gedraaid. Elke zuil heeft een capiteel van Acanthus bladeren. Daarnaast staat er nog een uit veertien trappen bestaande minbar gemaakt van een monoliet uit Azerbeidzjan.

Shiraz is een prachtige stad waar zo ontzettend veel te zien valt, dat we er makkelijk nog veel langer hadden kunnen blijven. En de specialiteit van Shiraz, het ijs, is ook lekker, alhoewel het op het eerste gezicht uitziet als een soort kauwgum als je het schept…
Plein van de Vakil moskee
Kerman, Rayen en Mahan

Kerman, Rayen en Mahan

Zein-o-Din karavanserai

Op weg naar Kerman bezoeken we de Zein-o-Din karavanserai, in de 18de eeuw gebouwd door Shah Abbas I, die helemaal door Italianen gerestaureerd is. De meeste karavanserai werden rechthoekig gebouwd, deze is echter zeshoekig met kamers rond een centraal plein. Tegenwoordig wordt het gebouw gebruikt als hotel en in de centrale gang zijn de slaapkamers, afgeschermd door wandjes en gordijnen, geplaatst in de nissen. Het gebouw ernaast diende als verblijf van het personeel en de verzorgers van de paarden en kamelen.

Zein-o-Din binnenplaats
Specerijen in de bazaar van Kerman

Het is al redelijk laat als we in Kerman aankonen. Kerman ligt zo’n 370 km ten zuidoosten van Yazd. Vanwege zijn relatief afgezonderde ligging, weliswaar op één van de zijderoutes, is Kerman vaak van alle veroveringen bespaard gebleven. We bezoeken de levendige bazaar en mogen van enkele verkopers hun waar proeven. Variërend van een zoete pistache poeder, een heerlijke gedroogde vijg tot een, in de vorm van een krijtje, zeer zurig smakende “kaschk” met een lange nasmaak, gemaakt van gedroogde gefermenteerde geitenmelk. Jakkes! Helaas is het mooie badhuis van het Ganjali Khan complex vandaag gesloten, maar de ingang van het badhuis heeft de fresco’s die we graag willen zien.

Ganjali Khan badhuis schilderingen

Deze prachtige 400 jaar oude fresco’s van wilde dieren zijn heel goed bewaard gebleven! In de bazaar bevindt zich ook het Vakil theehuis en restaurant, dat gevestigd is in een voormalig badhuis. Er is live muziek van een zanger met een Sintar-speler (een soort 4-snarig liggend instrument) als begeleider. We nemen plaats aan een tafel en genieten van de sfeer en de mooie ruimte. Aan de andere kant van de tafel zit een vrouw van een stel waterpijp te roken. Zoals overal in Iran volgt er ongeveer meteen contact en de man blijkt een goochelaar te zijn. Hij vertoont meteen enkele van zijn kunstjes en we moeten natuurlijk ook meteen met hun op de foto.

 

 

 

 

Muziek in het Vakil theehuis
Bij de poort van Rayen

De volgende dag bezoeken we de citadel van Rayen, in de gelijknamige middeleeuwse lemen stad. Rayen is in feite een ommuurde stad, waarvan sommige delen onder invloed van weer en wind bijna helemaal zijn geërodeerd. Dit stadje is net als Bam helemaal uit leem opgebouwd. Het ligt aan de voet van een zogenaamde Arc, dat is Farsi voor versterkte vesting. Een gouverneurs huis, pleinen en een wirwar aan straatjes zijn nog te onderscheiden. Rayen-kasteel werd bewoond tot 150 jaar geleden.

Bij de lemen restanten van Rayen

De funderingen dateren uit het pre-islamitische tijdperk en zijn al bijna 1000 jaar oud. De 10 meter hoge en 3 meter dikke muren met kantelen en wachttorens zijn indrukwekkend. Enkele werklieden zijn bezig met renovatie werkzaamheden aan de adobe binnenmuur. Zand, water, klei en stro worden met een riek door elkaar gemengd en op de muur gesmeerd. We lopen door het complex, kijken in de vele gangetjes en kamers en via een trap komen we op een dak waar we mooi uitzicht over het complex hebben.

Restauratie aan de citadel van Rayen
Wachtrij voor een foto met Jacqueline

We rijden door naar Mahen. Daar brengen we een bezoek aan het mausoleum van Shah Ne’matollah, een beroemde Soefi, dichter en grondlegger van de orde van derwisjen. Een prachtige blauwe koepel prijkt boven het gebouw uit. Bij het naar binnen gaan wordt Jacqueline in haar blauwwitte outfit meteen omsingeld door een twintigtal dames in zwarte chador’s met bijbehorende kinderen. Na de bijna verplichte fotoshoot en 80 selfies van 15 minuten gaan we via een binnenplaats met vijver het gebouw binnen. Mooie tapijten en prachtige koningsblauwe en flesgroene kroonluchters sieren de vloeren en plafonds. In een nis in een hoek van het gebouw zien we enkele van de unieke kalligrafische ornamenten, waar het mausoleum ook bekend om staat.

 

 

Mausoleum van Shah Ne'matollah
Mausoleum van Shah Ne’matollah
Kashan

Kashan

 

Jacqueline in Tabātabāeihuis

Zo’n 200 km ten zuidwesten van Teheran ligt Kashan. In de elfde eeuw bouwden de Seltsjoeken hier een vesting waarvan de muren nu nog staan. Kashan staat bekend vanwege zijn prachtige koopmanshuizen. We bezoeken het Tabātabāeihuis, een huis uit 1834. Het huis heeft vier binnenplaatsen en 45 kamers en kelders. Naast door de tijd en zon vervagende muurschilderingen en kleurrijke glas-in-lood zien we prachtige patronen in het stucwerk en mooie koepels.

Ondanks dat er geen meubels of tapijten meer zijn straalt de luxe er vanaf. Zeker in de centraal aan de binnenplaats met vijver gelegen hal vol spiegels, spiegel mozaïek en verfijnde reliëfs.

Abbasi restaurant met chicken kebab en Dizi schotel

Hier zien we voor het eerst ook deuren met twee deurkloppers. Een langwerpige voor de mannen en een ronde voor de vrouwen. Omdat ze beide een ander geluid maken wisten de mensen in huis meteen of er een vrouw of een man voor de deur stond, zodat ook een man of een vrouw de deur open kon maken. Het aantal keren kloppen gaf aan hoeveel mensen voor de deur stonden. Het was dus wel even werken als je met een hele groep aankwam…

We besluiten om in het Abassi theehuis, ook gevestigd in een traditioneel koopmanshuis, te lunchen. Iraniers zijn gewend de maaltijd zittend op een tapijt te gebruiken. In traditionele restaurants staan dan ook grote zitplateau’s bedekt met tapijten waar hele families op passen. Ook wij krijgen zo’n bank toe gewezen. We bestellen een barbeque kip kebab met rijst en een dizi. Dit laatste traditionele gerecht dien je deels zelf te maken. Er wordt een smal hoog potje met schapenvlees, aardappel, spliterwten, kikkererwten en tomaten in kookvocht gebracht. Als eerste laat je het vocht in een kom uitlekken. Daarna haal je het vlees eruit en schep je twee eetlepels vocht terug in het pannetje. Nu stamp je alles met de bijgeleverde stamper in het potje fijn. Als laatste doe je het schapenvlees terug en stamp je nog een keer. Je schept nu alles eruit en verdeelt alles gelijkmatig over een bord. Tijdens dit alles zorg je ervoor dat je stukjes papadums met sesamzaad in de kom met vocht laat weken. Je dizi is klaar, samen met wat (naan)brood eet je het gerecht op. Erg lekker!

Sultan Amir Ahmed Hamam

Na de lunch ligt even verderop de Sultan Amir Ahmad hamam, gebouwd in de 16de eeuw tijdens het bewind van de Safawiden. Dit grote (1000 m2) traditionele badhuis is versierd met turkoois en goud tegelwerk, prachtig om te zien! Op elke pilaar van het centrale badhuis zie je kleine naive muurschilderingen als zijnde kleine schilderijtjes. Op het dak de koepels met kleine ronde albasten ruitjes. Vandaar kun je niet naar binnen kijken maar binnen leveren ze veel licht en sfeer en kun je wel naar buiten kijken.

Sultan Amir Ahmad Hamam

We lopen door smalle nauwe straatjes met hoge muren richting onze volgende bestemming. De hoge muren zorgen ervoor dat je wat verkoeling in hun schaduw kunt vinden, lekker! De zon schijnt hier meedogenloos, ondanks een temperatuur van bijna 40 graden is het weliswaar warm, maar voelt het door de droogte niet benauwd.

De Agha Bozorg moskee is in de 18de eeuw gebouwd. Wat deze symmetrische moskee uniek maakt is de binnenplaats. In deze binnenplaats ligt nog een tweede dieper gelegen binnenplaats met een tuin en een fontein.
We lopen richting de gebedsruimtes en worden meteen heel vriendelijk begroet en met gebaren gevraagd om naar binnen te komen. Jacqueline natuurlijk bij het vrouwengedeelte en ik bij de mannen. Het geheel is alleen gescheiden door een paar lakens. Het geluid van gebeden schalmt over de speakers. Jacqueline krijgt meteen een kop thee aangeboden en een vrouw geeft haar snoepjes. Het oogt veel gezelliger dan onze gebedsdiensten. De vrouwen keuvelen wat met elkaar, drinken thee en zo nu en dan prevelen ze mee met de gebeden. Ze willen erg graag contact en vragen, wijzend op mijn camera zelfs of ze op de foto mogen. Jammer genoeg doen ze wel eerst hun chador, die tot dan toe losjes open hing, tot aan hun kin dicht. Een man brengt bekertjes met verse citroen limonade rond. Heerlijk!

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouwen in vrouwendeel Agha Bozorg moskee
Agha Bozorg moskee in Kashan

Bij mij is het niet anders, ook ik krijg een verse limonade en een koek. De mannen knikken of wuiven vriendelijk. Sommige praten zachtjes met elkaar, andere lezen uit een dikke Koran, soms ondersteund door een houten standaard, weer andere bidden met een rozenkrans. Er heerst een serene rust. Ik vraag aan een man die halfliggend tegen een pilaar rust of ik een foto mag maken. Hij knikt instemmend en haalt een petje tevoorschijn en zet deze op. Met zijn rechterhand op zijn hart kijkt hij me aan. Prachtig! De vriendelijkheid is hartverwarmend en steekt in een schril contrast af met hoe over moslims wordt gedacht, stereotypen voornamelijk veroorzaakt door een stel idioten en testosteron jongeren, in de westerse wereld.

 

 

Uitzicht vanaf het dak van bazaar Kashan

Als laatste brengen we een bezoekje aan de Bazaar van Kashan. Helaas zijn alle winkels, behalve een stoffenwinkel, gesloten. Vanwege het offerfeest, een nationale feestdag. Het geeft ons de rust op ons gemak de mooie koepels van de overdekte bazaar te bekijken. En gelukkig vinden we de weg naar het dak. Van hieruit heb je een mooi uitzicht op enkele open binnenplaatsen van de bazaar.
Met een moe maar voldaan gevoel gaan we terug naar ons hotel. We hebben zoveel moois al gezien, dat smaakt naar meer.

Man in de mannelijke gebedsruimte van de Agha Bozorg moskee

PS: Je kunt op de afbeeldingen klikken om een grotere versie te zien…

De moskeeën en paleizen van duizend-en-een-nacht…

De moskeeën en paleizen van duizend-en-een-nacht…

Iran

Nog een paar nachtjes slapen en onze volgende reis staat weer klaar om te beginnen.

Wie denkt aan Iran, denkt aan een streng islamitisch land met sjiitische ayatollahs, moskeeën en koranscholen. Maar voordat de islam via de Arabieren zijn entree maakte in dit land, was het ooit deel van het eerste échte grote imperium, het oude Perzische Rijk. Ervoor en erna hebben nog talloze andere volkeren over dit land geheerst, hierover later meer. We verheugen ons al op deze cultuur trip vol met kastelen, moskeeën, vuurtempels, bazaars, theehuizen, minaretten, paleizen en nog veel meer…

Het overzicht van de reis

Programma

  • Dag 01: Amsterdam Vliegtuig
  • Dag 02: Vliegtuig Teheran Bus Kashan
  • Dag 03: Kashan Bus Nain Bus Yazd
  • Dag 04: Yazd
  • Dag 05: Yazd Bus Kerman
  • Dag 06: Kerman Bus Rayen Bus Mahan Bus Kerman
  • Dag 07: Kerman Bus Neyriz Bus Shiraz
  • Dag 08: Shiraz
  • Dag 09: Shiraz Bus Persepolis Bus Naqsh-e Rustam Bus Shiraz
  • Dag 10: Shiraz Bus Pasargadae Bus Isfahan
  • Dag 11: Isfahan
  • Dag 12: Isfahan
  • Dag 13: Isfahan Bus Abyaneh Bus Qom Bus Teheran
  • Dag 14: Teheran
  • Dag 15: Teheran Vliegtuig Amsterdam

Tijdzones

Teheran (IST)  is 2.5 uur later dan Amsterdam (EST)

Santiago de Chile

Santiago de Chile

Palacio de la Moneda

Over Santiago kunnen we, net als over Buenos Aires, natuurlijk niet al te goed oordelen, aangezien we maar anderhalve dag de tijd hebben om de stad te verkennen. De stad met zijn 5 miljoen inwoners ligt op een hoogte van 522 meter op een vlakte tussen de kust en het Andes gebergte.

We bezoeken het Plaza de la Constitución waar het Palacio de la Moneda staat, de zit van de president van Chili. Gebouwd tussen 1784 en 1805 was dit eerst de plek waar de Chileense munt werd geslagen. Om de dag vind hier de wisseling van de wacht ceremonie plaats, helaas waren we natuurlijk op de verkeerde dag, waardoor we de ceremonie missen.

 


Iglesia San Francisco

Even verderop bezoeken we de Iglesia San Francisco. Deze kerk, ingewijd in 1622, is het oudste koloniale gebouw van Chili. De pilaren zijn gebouwd van dikke stenen en het plafond van het middenrif bestaat uit honderden vierkante blokken met bloemmotieven. Bij een altaar met het beeld van de heilige Franciscus hangen veel foto’s van honden en katten. In de Maria zijkapel zingt iemand voortdurend liederen en enkele kerkgangers zingen en bidden mee. Het geeft een aparte sfeer…

We lopen door naar het Plaza de Armas, het centrale plein van de stad. Aan dit plein liggen enkele historische gebouwen o.a. het prachtige Catedral Metropolitana de Santiago, de Correo Central de Santiago (hoofdkantoor van de post) en het Palacio de la Real Audiencia y Cajas Reales.
De bouw van de neo-klassieke Catedral Metropolitana de Santiago begon in 1748 en duurde 52 jaar. Het is de belangrijkste kerk van Chili en de cathedraal staat vol met altaars en relikwieën. Het plafond van het middenrif en de zijbeuken zijn druk met barokke fresco’s.
Het Palacio de la Real Audiencia y Cajas Reales is de vroegere zetel van het parlament van Chili. Tegenwoordig is het nationaal historisch museum van Chili hier gevestigd. In een aantal zalen wordt hier de historie van de staat Chili getoond.
Catedral Metropolitana de Santiago
Catedral Metropolitana de Santiago

We verlaten het plein en lopen oostwaarts via de in neo-renaissance stijl gebouwde Basilica de la Merced uit 1795 naar het Cerro Santa Lucía, een kleinere groene 69 meter hoge heuvel (een restant van een 15 miljoen jaar oude vulkaan) midden in de stad. Het is een leuk rustpunt midden in deze stad met sierlijke fonteinen, bloemperken, een amfitheater, uitkijkpunten over de stad en een tweetal oude kleine forten. Deze heuvel werd op 13 december 1540 door Pedro de Valdivia veroverd na een veldslag tegen een overmacht van indianen. Op deze plek stichtte hij zo’n twee maanden later (op 12 februari 1541) de stad Santiago en werd later de eerste gouverneur van Chili.

We lopen vanaf deze relatief rustige plek weer terug het centrum in. Het is zaterdag en in de stad zijn inmiddels vele kraampjes in de straten opgezet en is het gezellig druk.

 

Achteringang van het Museo de Bellas Artes

Het Museo de Bellas Artes (museum van de schone kunst) bevindt zich in een prachtig gebouw in neo-klassieke stijl, waarvan de plattegrond en voorkant gebaseerd zijn op het Petit Palais in Parijs. Het museum bevat voornamelijk kunstwerken van Zuid-Amerikaanse kunstenaars. In het museum staan veel mooie beelden en ook van binnen is het een prachtig mooi gebouw!

We besluiten onze wandeling bij het Mercado Central. Dit overdekte marktgebouw bevat een grote vismarkt met daaromheen tientallen visrestaurantjes waar je de net verhandelde vis kunt eten. We kunnen het natuurlijk niet laten om een vis te proeven…
Santiago is op het eerste gezicht een drukke stad met Amerikaanse invloeden (ook hier nemen de Starbucks, McDonalds en KFC het stadbeeld langzaam over) die toch wel zijn charme heeft…
Het merengebied: Chiloé

Het merengebied: Chiloé

Met het veer naar Chiloé
Bij Fuerte San Antonio in Ancud

Tijdens onze laatste dag in het merengebied bezoeken we het eiland Chiloé. Het eiland heeft geen vaste verbinding met vaste land en dus rijden we met de auto al vroeg in de ochtend de veerboot op. Tijdens de overtocht zwemmen enkele Peale’s dolphins voor de boeg van de veerboot mee. Genieten!

Eenmaal van boord gaan we op weg naar Ancud, een kustplaats aan de noordkant van het eiland, waar we een bezoek brengen aan het Fuerte San Antonio, een fort uit 1767, en het regionale museum, waar o.a. een skelet van een 33 meter lange en 188 ton zware baleinwalvis ligt. In het bezoekerscentrum van Ancud halen we een kaart op voor de hoofdreden van ons bezoek aan Chiloé: de kerken.

De kerken van Chiloé worden gezien als de meest prominente gebouwen van de Chilote-architectuur. In tegenstelling tot de traditionele Spaanse koloniale bouw zijn deze kerken van Chiloé geheel gebouwd van hout en bedekt met houten dakshingles. Jezuïeten waren verantwoordelijk voor de bouw van deze kerken. Er zijn in totaal zo’n 60 van deze kerken verspreid over het eiland en we hopen er enkele van te bezoeken. Zo’n 16 van deze kerken, gecentreerd rond de omgeving van de hoofdstad Castro staan sinds 2000 op de UNESCO werelderfgoedlijst.

De paalwoningen in Castro
Iglesia San Francisco in Castro

In Castro aangekomen bekijken we eerst de leuk gekleurde paalwoningen waar de hoofdstad om bekend staat. Helaas is het eb en kunnen we geen foto’s maken van het glinsterende water voor de woningen. Maar desondanks blijft het leuk om de kleurrijke panden te zien. En dat geel en paars geen slechte combinatie is, bewijst de Iglesia San Francisco in Castro, één van de beroemde houten kerken. De kleurencombinatie spat van je netvlies af. Wat is dat toch in Nederland met al die saaie grijze, betonnen of vaalrode stenen kerken? Het maakt je gewoon vrolijk bij het zien van deze frisse kleuren!

We eten Merluza (een soort kabeljauwachtige vis) en grote gekookte aardappelen bij een klein restaurantje met een vriendelijke eigenaar aan de kust en zetten onze kerkentocht voort richting Chonchi, waar wellicht de mooiste kerk, de Iglesia de San Carlos Borromeo, staat. De buitenkant is geschilderd in wit, (licht)blauw en geel. Van binnen is het hele plafond van de beuk in dezelfde lichtblauwe kleur bedekt met witte sterretjes. De rest van de binnenkant is in blank hout. Opvallend van deze kerk is ook dat twee van bogen voor de kerk verschillend van vorm zijn, waar je bij de andere kerken een aantal gelijk gevormde bogen ziet.

Iglesia de San Carlos Borromeo in Chonchi
De Iglesia de San Carlos Borromeo van binnen

 

 

 

 

 

 

 

 

Iglesia de Señora de Gracia de Nercón van binnen

Een paar kilometer verder ligt de Iglesia de Vilupulli van het gelijknamige dorpje Vilupulli. In een ver verleden zaten er op deze kerk ook nog kleuren, maar helaas verkeerd deze kerk niet meer in een al te goede toestand. Hopelijk wordt hij snel gerestaureerd. In Nercón, vlakbij Castro, zien we de in 1879 herbouwde Iglesia de Señora de Gracia de Nercón, een aan de buitenkant in beige, blank en blauw gekleurde kerk, Hij wordt door een aantal balken aan de zijkant gestut. Vanwege de vele regen op Chiloé rot veel van het hout van deze kerken weg en moet dat hout regelmatig vervangen worden. Helaas is er op het eiland geen hout van de larix of de cipres meer te krijgen en worden de originele houtsoorten vervangen door wat meer voorkomende houtsoorten. Ook deze kerk ziet er van binnen leuk uit, mede doordat deze in 2012 nog is gerestaureerd. Op mooie wijze hebben ze een marmerstructuur geverfd op de houten pilaren en die geven de binnenkant van de kerk een uniek karakter. De vriendelijke pastor geeft aan dat we ook gerust de trap mogen oplopen. Boven zien we duidelijk de bouw van de zijbeuken, een ruimte met onbehandeld hout waar je ongezien van voor tot achter kunt lopen en wellicht dient als ruimte voor opslag. Prachtig dat er dit soort kerkjes zijn, gewoon genieten!

Iglesia de Señora de Gracia de Nercón
Iglesia de Nuestra Señora de los Dolores in Dalcahue

Als laatste bezoeken we de Iglesia de Nuestra Señora de los Dolores in Dalcahue, gebouwd in 1893, die er prachtig bij staat in grijs en wit. Ook hier zien we twee verschillende soorten bogen aan de voorkant van de kerk.

Het is al aan het schemeren als we de veerboot terug naar het vaste land nemen. Wat een mooie dag weer! Chiloé is een prachtig eiland dat vanwege zijn isolement door de beperkte bereikbaarheid en zijn kerken een eigen karakter heeft en wat ons een schitterende afsluiting gaf van ons bezoek aan het merengebied!
Het merengebied: van Pucón naar Puerto Montt

Het merengebied: van Pucón naar Puerto Montt

De gele brem met in de achtergrond de Villarica
De gele brem met in de achtergrond de Villarica
Salto El León
Salto El León

We verlaten Patagonië en komen aan in het merengebied. Dit gebied staat vooral bekend om de prachtige maar zeer actieve vulkanen en natuurlijk de vele meren die in dit gebied liggen.

Zo ligt er bij Pucón de Villarica (2860 meter). Van verre zie je de witte top van de vulkaan liggen. Dat hij actief is blijkt uit de gaswolken die voortdurend naar buiten gespuwd worden. De ene dag komen er witte pluimen uit de vulkaan, de andere dag gele of zwarte.
Langs de weg bloeit de brem weer op zijn best en zien we prachtige taferelen voorbij schieten in onze huurauto. We verlaten de verharde weg en hobbelen over een slecht grindpad naar onze eerste bestemming, de Salto El León, een 90 meter hoge waterval die een flinke mist van water verspreid over zijn directe omgeving.
We rijden weer een stuk terug over de grindweg richting de hoofdweg en slaan af om de Salto China. Verschillende paadjes leiden ons naar verscheidene uitzichtpunten op deze 70 meter hoge waterval. We vinden een leuk plekje om bij deze waterval te lunchen.



Een Chemamull
Een Chemamull
Werk aan de winkel
Werk aan de winkel

We gaan terug naar de verharde weg en rijden verder richting de Argentijnse grens naar Curarrehue. In de verte zien we de top van de Lanin vulkaan (3747 meter). De meerderheid van de bevolking van dit dorp stamt nog van de Mapuche indianen, de oorspronkelijke bevolking van dit gebied die een eigen taal en cultuur hebben en een volk dat tot op de dag van vandaag nog strijdt voor hun land. Op verschillende plaatsen in het dorp vind je nog de traditionele “Chemamull” grafstenen van dit volk. Het lijken wel totempalen met hun 4 meter hoogte We bezoeken het lokale museum en maken een wandeling door het dorp.

Op de weg terug merken we dat er iets niet klopt met de auto. Helaas hebben de scherpe keien op het grindpad hun werk gedaan en staan we dus met een lekke linker voorband. Dat betekent dus dat ik voor het eerst in mijn leven een autoband moet vervangen. Met behulp van de handleiding (je moet wel weten waar je de krik op de juiste plaats zet) is het zo gerepareerd. Weer een ervaring rijker. Nu op zoek gaan naar een “vulcanisation” in Pucón om de band te laten repareren…

 

Uitzicht op het Lago Calafquén
Uitzicht op het Lago Calafquén

 

Een graftombe in Río Bueno
Een graftombe in Río Bueno
De kerk van Panguipulli
De kerk van Panguipulli

De volgende dag rijden we de “scenic route” richting Ensenada langs enkele van de vele meren in het gebied. Via Lago Villarica en Lago Calafquén komen we aan in het gezellige plaatsje Panguipulli, de “stad van de rozen” waar inderdaad in alle perkjes de rozen vol in bloei staan. Een mooi kerkje siert het centrum van de stad en na een heerlijke lunch rijden we verder naar Río Bueno. We bezoeken het nationaal monument Fortín San José de Alcudia (een fort gebouwd rond 1793-1795 na een opstand van de indianen om het dorp in de toekomst te beschermen) en de lokale begraafplaats waar we weer enkele prachtige graftombes zien. Ook hier is weer te zien dat er nog steeds veel aandacht is voor de overleden familieleden en vrienden.


Grijze vos bij Laguna Verde
Grijze vos bij Laguna Verde

Onderweg is het uitzicht en het landschap prachtig. Het heuvelachtige terrein maakt soms plaats voor wat vlakker land en op een gegeven moment zien we zelfs drie grotere vulkanen tegelijk: de Casablanca (2240 meter), de Puntiagudo (2493 meter) en de Osorno (2652 meter). De Osorno vulkaan torent boven alles uit als we Lago Llangquihue naderen, het meer waar Ensenada aan ligt.

Het loopt al tegen het einde van de middag als we vlakbij Ensenada nog even gaan kijken bij Laguna Verde, een klein schattig meertje dat gevoed wordt door het Lago Llangquihue en onderdeel is van het Vicente Pérez Rosales National Park, en we worden bij de parkeerplaats meteen begroet door een South American gray fox. Wat een leuke verrassing!



Ons gezellige hostel aan de voet van de Calbuco
Ons gezellige hostel aan de voet van de Calbuco

We rijden de voet van de 2015 meter hoge Calbuco vulkaan omhoog naar ons hostel. Het knusse hostel biedt een prachtig uitzicht over het gebied en we zien de laatste zonnestralen op de top van de Osorno schijnen. Het is onvoorstelbaar hoeveel groen er hier op de voet van deze vulkaan staat als je bedenkt dat deze vulkaan nog in april 2015 is uitgebarsten (een niveau 4 op de Vulkanische-explosiviteitsindex) en dat de hele omgeving toen onder een 50 cm grijze pak lava puim en stenen lag. De vriendelijke hostel eigenaar Nico laat nog een aantal lavastenen zien die op zijn dak en in zijn tuin gevallen zijn…



Stroomversnellingen op de Petrohué rivier
Stroomversnellingen op de Petrohué rivier
Saltos de Petrohué met de Osorno in de achtergrond
Saltos de Petrohué met de Osorno in de achtergrond
De volgende ochtend bezoeken we meer van het Vicente Pérez Rosales National Park. Bij Petrohué bezoeken we het Lago Todos los Santos en Saltos de Petrohué. Er zijn meerdere wandelpaden die leiden naar verschillende mooie uitzichtpunten op de stroomversnellingen en watervallen van de Petrohué rivier. Het water heeft een prachtige blauwe kleur en met de Osorno in de achtergrond geeft dit alles een prachtig plaatje!
In de middag bezoeken we het plaatsje Puerto Varas, dat ook ligt aan het Lago Llangquihue. In de tweede helft van de 19de eeuw werden veel Europeanen gevraagd om zich in het merengebied te vestigen. In de buurt van Puerto Varas vestigden zich vooral Duitse families. De Duitse historie is duidelijk zichtbaar in het drukke Puerto Varas, je ziet veel Duitse stijl vakwerkhuizen en overal kun je “reifen kuchen” eten…



Puerto Varas met in de achtergrond de Calbuco
Puerto Varas met in de achtergrond de Calbuco