Archief van
Categorie: Patagonië

Last but not least…

Last but not least…

Zonsopgang bij Ahu Tongariki
3 Moai’s bij zonsopgang

Op onze vijfde en laatste dag huren we een auto om het oostelijke en noordelijke deel te verkennen. Een zonsopgang mag niet onderbreken en die doen we dus bij Ahu Tongariki, de grootste Moai site van het eiland. Hier staan 15 Moai’s op een rijtje waaronder het grootste voltooide exemplaar dat maar liefst 86 ton weegt en 9,5 meter hoog is. Er is nog een groter exemplaar te vinden in de groeve waar de meeste Moai’s vervaardigd werden, maar die is nooit voltooid.

De vijftien Moai werden in de 17e eeuw omver geworpen gedurende een stammenoorlog. De lange oren stam, die af zouden stammen van de voorvaderen die als eerste het eiland bevolkte hadden en die de andere stammen opgedrongen hadden om nog meer en nog grotere Moai te maken, werd verslagen. Toen de hele stam gedood werd, werden alle Moai van hun bases geduwd waarbij geprobeerd werd om ze op rotsen te breken. Gelukkig is dat bij deze 15 Moai niet gelukt. Er is echter nog maar 1 moai over die ook nog de Pukao op heeft. Op 22 mei 1960 werden door een tsunami (veroorzaakt door de zwaarste aardbeving met een kracht van 9,5 op de schaal van Richter bij Valdivia), de Moai en Pukao opgetild en tot soms honderden meters verder dan hun oorspronkelijke standplaats weer neergelegd.
In 1992 zijn de beelden weer op hun plek gezet door de Chileense archeoloog Claudio Cristino. Hij had daar vijf jaar voor nodig.

Rano Raraku

 

Nadat de magie van de zonsopgang voorbij was zijn we naar Rano Raraku gegaan. Dé plek waar de meeste Moai’s werden gemaakt. Het is een uitgedoofde vulkaan. De krater herbergt precies de juiste steensoort voor het maken van de beroemde standbeelden. Talloze onafgemaakte Moai’s staan hier verdwaald in het landschap, sommigen tot hun oren in het zand.
Een prachtig gezicht nu het ochtendlicht nog zo mooi is en lange schaduwen werpt.
Ook de klim naar de krater gaf een prachtig uitzicht, weer heel anders dan de krater van Rano Kao.

 

 

Verlaten beelden op Rano Raraku

 

Krater van Rano Raraku
Moai’s bij Anakena

 

Rond de middag nemen we een siesta bij het ons al bekende strand van Anakena. Tussen de heuvels en de rotsen langs de kust staan zes Moai’s. Dit is de plek waar volgens de verhalen, die eerste bewoners van Polynesië aan land zijn gekomen. Dit zou Hotu Matu’a en zijn familie zijn geweest. Die daarna het eiland hebben verkend en zijn gebleven. Dit keer hebben we dus wel een mooie blauwe lucht als achtergrond.
Het is inmiddels aardig warm geworden en we zijn wat duf van de korte nacht. Remy knapt een uiltje onder de bomen.

 

 

Prachtige noordkust bij Ovahe beach
Het past als gegoten…

Op de terugweg naar het zuiden en onze camping bezoeken we nog een aantal kleinere Moai sites. De hele middag zien we als we in de richting van het binnenland kijken grijze heftige buien neerdalen. We hebben het geluk gehad er de hele dag omheen te draaien. Maar op ons laatste bezoek aan Ahu Vinapu moeten we er toch echt aan geloven… een miezerbui. Ahu Vinapu was ooit een van de meest belangrijke plaatsen op Paaseiland. Hier zie je een ruïne waar perfect in elkaar vallende basaltblokken netjes opgestapeld zijn. Veel wetenschappers bestuderen al jaren deze stenen aangezien ze wat techniek betreft erg lijken op de Inca-muren van Machu Picchu.
Wat een prachtige dag en wat een machtig mooie afsluiting van ons bezoek aan Paaseiland. Vannacht vertrekt ons vliegtuig naar Santiago en dus naar Amsterdam.

 

Een van de 15 van Ahu Tongariki
De hellingen en lavatunnels van Maunga Terevaka

De hellingen en lavatunnels van Maunga Terevaka

Het eerste gat in de lavatunnel van Ana Te Pahu
In de lavatunnel van Ana Te Pahu

Paaseilands hoogste en jongste vulkaan: Maunga Terevaka (507 m.) hebben we op de tweede dag bezocht. Niet de krater maar de hellingen van deze dode vulkaan hebben we op een 16 km lange wandeling uitvoerig kunnen beleven. Deze zijn bedekt met hele kleine brokken lavasteen maar ook met complete lavasculpturen. Ook vind je hier verschillende lavatunnels waarvan we er drie bezocht hebben. Geen toeristische toestanden maar zelf met behulp van een zaklamp zonder gids de tunnels ontdekken… spannend en avontuurlijk. De eerste lavatunnel begon in een redelijk grote grot die dieper in het landschap verzonken lag en gevuld was met bananenplanten en zoete aardappelplanten. Hier hebben ook mensen gewoond, daar zijn sporen van gevonden waaronder stenen barrières van zo’n meter hoogte om te voorkomen dat er meer dan een mens tegelijk de tunnel in kon komen (bescherming tegen aanvallers). Vanuit de grot loop je dan een donkere tunnel in die hoog genoeg is om in te staan.

 

De smalle uitgang van Ana Te Pahu

Na zo’n 40 meter kom je bij een groot gat in het plafond waar de tunnel deels ingestort is. Hier groeien weer planten in. Vervolgens leidt een pad tussen rotsblokken door ons een stukje lager gelegen tunnel in. Hier staan wat plassen water en wordt het plafond van de tunnel wat lager. Oppassen voor onze hoofden dus. Deels op de tast (zoldering) gaan we in het schijnsel van de zaklamp verder over de ongelijke bodem. Hier wordt het echt donker! Maar gelukkig gloort even later in de verte weer licht van een volgend sinkhole. Hier kunnen we er ook weer uit, maar we besluiten toch nog verder de tunnel te onderzoeken. Bij een splitsing kiezen we voor de rechtse tunnel. Deze is aardedonker en nog lager. Oppassen dus. Een heel stuk verder valt een beetje licht van links binnen… verderop ook, maar zonder zaklamp breek je hier je nek! Die verste opening is te klein om eruit te komen. Dus gaan we terug naar die ervoor.

 

Blowholes aan de kust

De smalle uitgang waar wij eruit klauteren komt uit onder het gebladerte van een struik. Van buitenaf zouden we niet geweten hebben dat hier een lavatunnel uitmondt.
Het schijnt dat er in deze omgeving zo’n 7 km aan onderaardse lavatunnels is. Niet allemaal toegankelijk. Deze, de Ana Te Pahu is een van de bekendste. Behalve deze onderzoeken we nog twee lavatunnels: Ana Te Pora, een wat kleinere tunnel met een kleine maar makkelijk toegankelijke ingang. Ook deze tunnel werd kennelijk door mensen gebruikt als schuilplaats en ceremoniële ruimte. Hij is minder lang maar niet minder spannend als Ana te Pahu en eindigt uiteindelijk ook in een een smalle doorgang die onder een boompje uitkomt.

 

 

 

Remy kruipt in lavatunnel
Remy kruipt in lavatunnel
Lavatunnel met uitzicht op zee

De derde tunnel die we doen is weliswaar kort maar wel spectaculair. Je daalt af in een hol in de grond waarvan je je afvraagt of je er überhaupt doorheen past. Eerst recht naar beneden dan bijna kruipend vanwege de engte en lage hoogte om uiteindelijk een paar meter verder in een breed hoger stuk uit te komen. Hier stoot ik desondanks toch hard mijn hoofd aan een scherpe richel in het verlaagde plafond die ik op de tast niet ontdekt had. Deze tunnel is maar een meter of 50 lang. Hij splitst zich in tweeën met aan ieder uiteinde een venster met uitzicht van boven op de zee (ruim 10 meter lager) en de hoge op de rotsen uiteenspattende golven. Prachtig. Op de wanden is duidelijk te zien dat er allerlei gassen meegevoerd zijn. Er zit een gele zwavelachtige kleur op de wanden.

 

 

 

 

 

Wilde paarden
Veel skeletten onderweg…

Op Maunga Terevaka wonen bijna geen mensen al zie je wel veel met lavastenen gestapelde muren die stukken land afbakenen. Op onze wandeling komen we tientallen skeletten tegen. De meeste van de paarden die hier voor een groot deel nog in het wild rondlopen, enkele van koeien die hier kennelijk het loodje gelegd hebben. Die kadavers worden op natuurlijke wijze opgeruimd door de vele valken die hier rondvliegen. Insecten en ratten doen waarschijnlijk het kruimelwerk. We komen ook verschillende ahu’s tegen, de platforms waarop veel van de moai’s staan. Maar de beelden zelf zien we niet. Kennelijk hebben we er een aantal gemist omdat we of te hoog of te laag op de berghelling liepen. Maar het gaat met name om omgevallen beelden die met het gezicht naar de grond liggen.

 

 

Eén van de vele Ahu’s

Dit is het meest afgelegen stuk van het eiland met prachtige uitzichten op de ruige kustlijn van het noorden en ook de twee mooiste stranden van Paaseiland: Anakena beach en Ovahe beach. Het zijn de enige zandstranden van Paaseiland. Anakena heeft ook een mooi palmen”woud” achter het zandstrand. Anakena ligt aan het eind van de trail en daar vinden we dan eindelijk onze eerste echte Moai’s. Zeven stuks op een rijtje waarvan de eerste vier nog hun oorspronkelijke Pukao, een hoed van rood lavagesteente op hebben. De vijfde is op de hoed na nog intact de 6e en 7e hebben geen gezichten meer. Iets verderop staat een oudere Moai. Tevens de eerste Moai die weer werd opgericht.

 

 

Anakena komt eindelijk in zicht…
Moai bij Anakena

Wat een mooie afsluiting van een mooie maar erg vermoeiende wandeling! Terwijl Remy een duik in de warme turquoise blauwe zee neemt ga ik op kokosnotenjacht. Van alweer een erg aardige eilander krijg ik een workshop “hoe slacht ik een kokosnoot zonder gereedschap”. Hij laat me zien hoe je eerst met de kont van de kokosnoot op een puntige rots moet slaan om daarna de zijkanten te bewerken. De dikke vezelige huid komt zo losser en zo kun je die uiteindelijk van de eigenlijke noot afpellen. Vervolgens prik je door een van de drie ogen en dan kun je het kokoswater drinken. Daarna sla je de noot open op de rots en komt het witte vruchtvlees vrij ter consumptie. Hmmm, leerzaam en lekker!

 

 

 

 

 

Moai’s bij Anakena
Rapa Nui ofwel Paaseiland

Rapa Nui ofwel Paaseiland

Moai van Ahu Tahai
Moai van Ahu Tahai

Op vijf uur vliegen (3680 km) vanaf Santiago de Chile, de hoofdstad van Chili, bevindt zich een mysterieus eiland in de Stille Zuidzee: Paaseiland. Het eiland dat veel enthousiaste reizigers zoals wij, wel in hun wensenlijstje hebben staan. Een eiland vol met mysterieuze stenen beelden, hout- en steengravures en het enige geschreven Polynesisch schrift: het Rongorongo schrift. 887 Moai’s zijn er terug gevonden. Aanvankelijk allemaal staande beelden. De meesten zo’n 4,5 meter hoog.
Er zijn echter ook veel grotere exemplaren zoals enkele bij Tongariki. Het grootste beeld is 9,5 meter hoog.

Dezelfde precisie als bij Inca bouwwerken

Er zijn twee theorieën. Omdat er resten van bouwwerken zijn gevonden met grote stenen die met dezelfde nauwkeurige precisie op elkaar zijn gestapeld als bij Inca bouwwerken en omdat men denkt dat deze monolieten met eenzelfde gereedschap zijn gemaakt is er een vermoeden dat de Incas zich hier aanvankelijk gevestigd hadden.

Een andere theorie is dat het zo’n 1600 jaar geleden bevolkt werd door een verdwenen Polynesisch volk. Men denkt zelfs dat er toen zo’n 10.000 tot 15.000 mensen woonden. Maar dat die bevolking ten onder is gegaan aan overbevolking, de verregaande ontbossing en uitputting van natuurlijke grondstoffen. De bomen werden gekapt voor het verplaatsen van de grote stenen hoofden die op het eiland zijn geplaatst, voor het bouwen van huizen en het bouwen van kano’s om te kunnen vissen. Maar ook de slavenhandel door Peruanen en de komst van allerlei ziekten toen de Europeanen kwamen zouden een oorzaak kunnen zijn.

Prachtig blauw water en hoge golven beuken op de kust
Motu Nui (Kari Kari) en het kleinere Motu Iti

Grappig om te weten is dat Paaseiland in 1722 werd ontdekt door een Nederlandse ontdekkingsreiziger: Jacob Roggeveen, nota bene op Paaszondag (5 april)! Het was het eerste contact tussen Europeanen en de Polynesische bevolking. Pas in 1770 kwamen de Spanjaarden aan land en Thomas Cook kwam er voor het eerst in 1774. De eilanders zelf noemen het Rapa Nui, een exotische naam die in het Nederlands gewoon ‘Grote Rots’ betekent.
Toen van Roggeveen er kwam waren en nog zo’n 2000-3000 mensen. Toen stonden alle moai beelden ook nog overeind. Echter toen de Spanjaarden er kwamen waren veel beelden al omver getrokken.

Voordat het eiland voor het eerst bewoond werd, zo’n 12 eeuwen geleden, was er veel vogelleven op het eiland. Er kwamen zo’n 25-30 soorten voor. De vogels hadden hier hun broedplaats. Maar de komst van de Polynesische bevolking en later de Europeanen heeft het vogelleven bijna de nek om gedraaid door de jacht op de eieren en het daarmee beschadigen van hun leefruimte. De komst van de Europeanen en hun ratten was de druppel! Nu zijn er nog maar vier zeevogelsoorten over die je moeilijk te zien krijgt. Ook van de oorspronkelijke flora is bijna niets meer over.

 

De huisjes van Orongo

Het eiland bestaat uit enkele vulkanen die de zwartgeblakerde rotswanden langs de kust verklaren. De krater van de grootste en laagste vulkaan (324 m), Rano Kau, vormt een schitterend kratermeer, bedekt met hetzelfde totorariet dat ook op het Titicacameer te vinden is. Hier zijn we de derde dag naar de top gegaan. Een comfortabele liftpoging bracht ons snel naar boven. De chauffeur, een gastvrije eilander, ging eigenlijk de andere kant op maar vond dat hij ons best even de berg op kon rijden. Toch een omweg van zo’n 16 km. Normaal duurt de wandeling binnendoor naar de top bijna twee uur. Op de kraterrand ligt Orongo. Hier zagen we de restanten van een oorspronkelijk dorp dat slechts twee weken per jaar diende voor een speciale ceremonie: de competitie voor het bepalen van de nieuwe birdman/vogelman. De ‘huisjes’ zijn klein en opgebouwd met gestapelde flagstones. Op de daken ligt een grasmat. Ze zijn dus mooi gecamoufleerd in het landschap. Je kunt er alleen maar in slapen, binnen kun je niet staan.

Moai met Tangata manu afbeeldingen
Moai met Tangata manu afbeeldingen

De birdmancompetitie is heel speciaal en vind je ook terug in verschillende petroglyfen op het eiland. Eens per jaar streden stamhouders of hun afgevaardigden om de eer. Menigeen liet daarbij het leven. Er waren zo’n 33 stammen in die tijd.
De strijders moesten vanaf de top van de vulkaan de steile kliffen afdalen naar de zee. Daar de zware stromingen trotseren om de 810 meter afstand naar het vogeleiland Kari Kari zwemmend af te leggen om vervolgens op de steile kliffen aldaar te zoeken naar eieren van de bonte stern. Soms waren de vogels laat met nestelen en moesten de strijders dagen of weken wachten en zichzelf gedurende die tijd in leven houden. Degene die als eerste een ei onbeschadigd naar het hoofdeiland bracht werd uitverkoren tot Tangata manu ofwel Vogelman (of zijn meester als hij een afgevaardigde was). Daarmee werd hij gedurende één jaar de vertegenwoordiger van de schepper/god Make Make en dus de geestelijk leider over het eiland, een taak die in isolement doorgebracht moet worden. De nieuwe vogelman schoor zijn hoofd kaal, waste zich niet meer en liet de nagels groeien. Hij werd de Tangata manu, Deze traditie vond voor het laatst plaats in 1878. Toen werd er door missionarissen een einde aan deze rituelen gebracht.

 

 

Rano Kau krater
Rano Kau krater
Rotstekeningen
Rotstekeningen

De uitzichten vanaf Orongo in de krater en over de zee zijn prachtig. De krater heeft een moerassig uiterlijk met kleine eilandjes van riet en nog enkele bijzondere en oorspronkelijke plantensoorten die hier gekoesterd worden.
De paaseilanders zijn zich langzaam bewust aan het worden van het belang om de natuur te herstellen. Er zijn wat zaden gevonden van boomsoorten en planten die hier oorspronkelijk voor kwamen en die worden nu in kwekerijen opgekweekt om weer uitgeplant te worden.
Ook het losliggende vulkaangesteente mag niet meer verzameld worden om de souvenir paasbeeldjes te maken. Een goede zaak! Die worden nu o.a. gemaakt van de ytong blokken die wij in Nederland ook gebruiken als bouwmateriaal.
De wandeling terug was mooi. Het pad kwam door één van de laatste kleine stukjes oorspronkelijk bos.

 

De kust van Paaseiland
De kust van Paaseiland
Santiago de Chile

Santiago de Chile

Palacio de la Moneda

Over Santiago kunnen we, net als over Buenos Aires, natuurlijk niet al te goed oordelen, aangezien we maar anderhalve dag de tijd hebben om de stad te verkennen. De stad met zijn 5 miljoen inwoners ligt op een hoogte van 522 meter op een vlakte tussen de kust en het Andes gebergte.

We bezoeken het Plaza de la Constitución waar het Palacio de la Moneda staat, de zit van de president van Chili. Gebouwd tussen 1784 en 1805 was dit eerst de plek waar de Chileense munt werd geslagen. Om de dag vind hier de wisseling van de wacht ceremonie plaats, helaas waren we natuurlijk op de verkeerde dag, waardoor we de ceremonie missen.

 


Iglesia San Francisco

Even verderop bezoeken we de Iglesia San Francisco. Deze kerk, ingewijd in 1622, is het oudste koloniale gebouw van Chili. De pilaren zijn gebouwd van dikke stenen en het plafond van het middenrif bestaat uit honderden vierkante blokken met bloemmotieven. Bij een altaar met het beeld van de heilige Franciscus hangen veel foto’s van honden en katten. In de Maria zijkapel zingt iemand voortdurend liederen en enkele kerkgangers zingen en bidden mee. Het geeft een aparte sfeer…

We lopen door naar het Plaza de Armas, het centrale plein van de stad. Aan dit plein liggen enkele historische gebouwen o.a. het prachtige Catedral Metropolitana de Santiago, de Correo Central de Santiago (hoofdkantoor van de post) en het Palacio de la Real Audiencia y Cajas Reales.
De bouw van de neo-klassieke Catedral Metropolitana de Santiago begon in 1748 en duurde 52 jaar. Het is de belangrijkste kerk van Chili en de cathedraal staat vol met altaars en relikwieën. Het plafond van het middenrif en de zijbeuken zijn druk met barokke fresco’s.
Het Palacio de la Real Audiencia y Cajas Reales is de vroegere zetel van het parlament van Chili. Tegenwoordig is het nationaal historisch museum van Chili hier gevestigd. In een aantal zalen wordt hier de historie van de staat Chili getoond.
Catedral Metropolitana de Santiago
Catedral Metropolitana de Santiago

We verlaten het plein en lopen oostwaarts via de in neo-renaissance stijl gebouwde Basilica de la Merced uit 1795 naar het Cerro Santa Lucía, een kleinere groene 69 meter hoge heuvel (een restant van een 15 miljoen jaar oude vulkaan) midden in de stad. Het is een leuk rustpunt midden in deze stad met sierlijke fonteinen, bloemperken, een amfitheater, uitkijkpunten over de stad en een tweetal oude kleine forten. Deze heuvel werd op 13 december 1540 door Pedro de Valdivia veroverd na een veldslag tegen een overmacht van indianen. Op deze plek stichtte hij zo’n twee maanden later (op 12 februari 1541) de stad Santiago en werd later de eerste gouverneur van Chili.

We lopen vanaf deze relatief rustige plek weer terug het centrum in. Het is zaterdag en in de stad zijn inmiddels vele kraampjes in de straten opgezet en is het gezellig druk.

 

Achteringang van het Museo de Bellas Artes

Het Museo de Bellas Artes (museum van de schone kunst) bevindt zich in een prachtig gebouw in neo-klassieke stijl, waarvan de plattegrond en voorkant gebaseerd zijn op het Petit Palais in Parijs. Het museum bevat voornamelijk kunstwerken van Zuid-Amerikaanse kunstenaars. In het museum staan veel mooie beelden en ook van binnen is het een prachtig mooi gebouw!

We besluiten onze wandeling bij het Mercado Central. Dit overdekte marktgebouw bevat een grote vismarkt met daaromheen tientallen visrestaurantjes waar je de net verhandelde vis kunt eten. We kunnen het natuurlijk niet laten om een vis te proeven…
Santiago is op het eerste gezicht een drukke stad met Amerikaanse invloeden (ook hier nemen de Starbucks, McDonalds en KFC het stadbeeld langzaam over) die toch wel zijn charme heeft…
Het merengebied: Chiloé

Het merengebied: Chiloé

Met het veer naar Chiloé
Bij Fuerte San Antonio in Ancud

Tijdens onze laatste dag in het merengebied bezoeken we het eiland Chiloé. Het eiland heeft geen vaste verbinding met vaste land en dus rijden we met de auto al vroeg in de ochtend de veerboot op. Tijdens de overtocht zwemmen enkele Peale’s dolphins voor de boeg van de veerboot mee. Genieten!

Eenmaal van boord gaan we op weg naar Ancud, een kustplaats aan de noordkant van het eiland, waar we een bezoek brengen aan het Fuerte San Antonio, een fort uit 1767, en het regionale museum, waar o.a. een skelet van een 33 meter lange en 188 ton zware baleinwalvis ligt. In het bezoekerscentrum van Ancud halen we een kaart op voor de hoofdreden van ons bezoek aan Chiloé: de kerken.

De kerken van Chiloé worden gezien als de meest prominente gebouwen van de Chilote-architectuur. In tegenstelling tot de traditionele Spaanse koloniale bouw zijn deze kerken van Chiloé geheel gebouwd van hout en bedekt met houten dakshingles. Jezuïeten waren verantwoordelijk voor de bouw van deze kerken. Er zijn in totaal zo’n 60 van deze kerken verspreid over het eiland en we hopen er enkele van te bezoeken. Zo’n 16 van deze kerken, gecentreerd rond de omgeving van de hoofdstad Castro staan sinds 2000 op de UNESCO werelderfgoedlijst.

De paalwoningen in Castro
Iglesia San Francisco in Castro

In Castro aangekomen bekijken we eerst de leuk gekleurde paalwoningen waar de hoofdstad om bekend staat. Helaas is het eb en kunnen we geen foto’s maken van het glinsterende water voor de woningen. Maar desondanks blijft het leuk om de kleurrijke panden te zien. En dat geel en paars geen slechte combinatie is, bewijst de Iglesia San Francisco in Castro, één van de beroemde houten kerken. De kleurencombinatie spat van je netvlies af. Wat is dat toch in Nederland met al die saaie grijze, betonnen of vaalrode stenen kerken? Het maakt je gewoon vrolijk bij het zien van deze frisse kleuren!

We eten Merluza (een soort kabeljauwachtige vis) en grote gekookte aardappelen bij een klein restaurantje met een vriendelijke eigenaar aan de kust en zetten onze kerkentocht voort richting Chonchi, waar wellicht de mooiste kerk, de Iglesia de San Carlos Borromeo, staat. De buitenkant is geschilderd in wit, (licht)blauw en geel. Van binnen is het hele plafond van de beuk in dezelfde lichtblauwe kleur bedekt met witte sterretjes. De rest van de binnenkant is in blank hout. Opvallend van deze kerk is ook dat twee van bogen voor de kerk verschillend van vorm zijn, waar je bij de andere kerken een aantal gelijk gevormde bogen ziet.

Iglesia de San Carlos Borromeo in Chonchi
De Iglesia de San Carlos Borromeo van binnen

 

 

 

 

 

 

 

 

Iglesia de Señora de Gracia de Nercón van binnen

Een paar kilometer verder ligt de Iglesia de Vilupulli van het gelijknamige dorpje Vilupulli. In een ver verleden zaten er op deze kerk ook nog kleuren, maar helaas verkeerd deze kerk niet meer in een al te goede toestand. Hopelijk wordt hij snel gerestaureerd. In Nercón, vlakbij Castro, zien we de in 1879 herbouwde Iglesia de Señora de Gracia de Nercón, een aan de buitenkant in beige, blank en blauw gekleurde kerk, Hij wordt door een aantal balken aan de zijkant gestut. Vanwege de vele regen op Chiloé rot veel van het hout van deze kerken weg en moet dat hout regelmatig vervangen worden. Helaas is er op het eiland geen hout van de larix of de cipres meer te krijgen en worden de originele houtsoorten vervangen door wat meer voorkomende houtsoorten. Ook deze kerk ziet er van binnen leuk uit, mede doordat deze in 2012 nog is gerestaureerd. Op mooie wijze hebben ze een marmerstructuur geverfd op de houten pilaren en die geven de binnenkant van de kerk een uniek karakter. De vriendelijke pastor geeft aan dat we ook gerust de trap mogen oplopen. Boven zien we duidelijk de bouw van de zijbeuken, een ruimte met onbehandeld hout waar je ongezien van voor tot achter kunt lopen en wellicht dient als ruimte voor opslag. Prachtig dat er dit soort kerkjes zijn, gewoon genieten!

Iglesia de Señora de Gracia de Nercón
Iglesia de Nuestra Señora de los Dolores in Dalcahue

Als laatste bezoeken we de Iglesia de Nuestra Señora de los Dolores in Dalcahue, gebouwd in 1893, die er prachtig bij staat in grijs en wit. Ook hier zien we twee verschillende soorten bogen aan de voorkant van de kerk.

Het is al aan het schemeren als we de veerboot terug naar het vaste land nemen. Wat een mooie dag weer! Chiloé is een prachtig eiland dat vanwege zijn isolement door de beperkte bereikbaarheid en zijn kerken een eigen karakter heeft en wat ons een schitterende afsluiting gaf van ons bezoek aan het merengebied!
Het merengebied: van Pucón naar Puerto Montt

Het merengebied: van Pucón naar Puerto Montt

De gele brem met in de achtergrond de Villarica
De gele brem met in de achtergrond de Villarica
Salto El León
Salto El León

We verlaten Patagonië en komen aan in het merengebied. Dit gebied staat vooral bekend om de prachtige maar zeer actieve vulkanen en natuurlijk de vele meren die in dit gebied liggen.

Zo ligt er bij Pucón de Villarica (2860 meter). Van verre zie je de witte top van de vulkaan liggen. Dat hij actief is blijkt uit de gaswolken die voortdurend naar buiten gespuwd worden. De ene dag komen er witte pluimen uit de vulkaan, de andere dag gele of zwarte.
Langs de weg bloeit de brem weer op zijn best en zien we prachtige taferelen voorbij schieten in onze huurauto. We verlaten de verharde weg en hobbelen over een slecht grindpad naar onze eerste bestemming, de Salto El León, een 90 meter hoge waterval die een flinke mist van water verspreid over zijn directe omgeving.
We rijden weer een stuk terug over de grindweg richting de hoofdweg en slaan af om de Salto China. Verschillende paadjes leiden ons naar verscheidene uitzichtpunten op deze 70 meter hoge waterval. We vinden een leuk plekje om bij deze waterval te lunchen.



Een Chemamull
Een Chemamull
Werk aan de winkel
Werk aan de winkel

We gaan terug naar de verharde weg en rijden verder richting de Argentijnse grens naar Curarrehue. In de verte zien we de top van de Lanin vulkaan (3747 meter). De meerderheid van de bevolking van dit dorp stamt nog van de Mapuche indianen, de oorspronkelijke bevolking van dit gebied die een eigen taal en cultuur hebben en een volk dat tot op de dag van vandaag nog strijdt voor hun land. Op verschillende plaatsen in het dorp vind je nog de traditionele “Chemamull” grafstenen van dit volk. Het lijken wel totempalen met hun 4 meter hoogte We bezoeken het lokale museum en maken een wandeling door het dorp.

Op de weg terug merken we dat er iets niet klopt met de auto. Helaas hebben de scherpe keien op het grindpad hun werk gedaan en staan we dus met een lekke linker voorband. Dat betekent dus dat ik voor het eerst in mijn leven een autoband moet vervangen. Met behulp van de handleiding (je moet wel weten waar je de krik op de juiste plaats zet) is het zo gerepareerd. Weer een ervaring rijker. Nu op zoek gaan naar een “vulcanisation” in Pucón om de band te laten repareren…

 

Uitzicht op het Lago Calafquén
Uitzicht op het Lago Calafquén

 

Een graftombe in Río Bueno
Een graftombe in Río Bueno
De kerk van Panguipulli
De kerk van Panguipulli

De volgende dag rijden we de “scenic route” richting Ensenada langs enkele van de vele meren in het gebied. Via Lago Villarica en Lago Calafquén komen we aan in het gezellige plaatsje Panguipulli, de “stad van de rozen” waar inderdaad in alle perkjes de rozen vol in bloei staan. Een mooi kerkje siert het centrum van de stad en na een heerlijke lunch rijden we verder naar Río Bueno. We bezoeken het nationaal monument Fortín San José de Alcudia (een fort gebouwd rond 1793-1795 na een opstand van de indianen om het dorp in de toekomst te beschermen) en de lokale begraafplaats waar we weer enkele prachtige graftombes zien. Ook hier is weer te zien dat er nog steeds veel aandacht is voor de overleden familieleden en vrienden.


Grijze vos bij Laguna Verde
Grijze vos bij Laguna Verde

Onderweg is het uitzicht en het landschap prachtig. Het heuvelachtige terrein maakt soms plaats voor wat vlakker land en op een gegeven moment zien we zelfs drie grotere vulkanen tegelijk: de Casablanca (2240 meter), de Puntiagudo (2493 meter) en de Osorno (2652 meter). De Osorno vulkaan torent boven alles uit als we Lago Llangquihue naderen, het meer waar Ensenada aan ligt.

Het loopt al tegen het einde van de middag als we vlakbij Ensenada nog even gaan kijken bij Laguna Verde, een klein schattig meertje dat gevoed wordt door het Lago Llangquihue en onderdeel is van het Vicente Pérez Rosales National Park, en we worden bij de parkeerplaats meteen begroet door een South American gray fox. Wat een leuke verrassing!



Ons gezellige hostel aan de voet van de Calbuco
Ons gezellige hostel aan de voet van de Calbuco

We rijden de voet van de 2015 meter hoge Calbuco vulkaan omhoog naar ons hostel. Het knusse hostel biedt een prachtig uitzicht over het gebied en we zien de laatste zonnestralen op de top van de Osorno schijnen. Het is onvoorstelbaar hoeveel groen er hier op de voet van deze vulkaan staat als je bedenkt dat deze vulkaan nog in april 2015 is uitgebarsten (een niveau 4 op de Vulkanische-explosiviteitsindex) en dat de hele omgeving toen onder een 50 cm grijze pak lava puim en stenen lag. De vriendelijke hostel eigenaar Nico laat nog een aantal lavastenen zien die op zijn dak en in zijn tuin gevallen zijn…



Stroomversnellingen op de Petrohué rivier
Stroomversnellingen op de Petrohué rivier
Saltos de Petrohué met de Osorno in de achtergrond
Saltos de Petrohué met de Osorno in de achtergrond
De volgende ochtend bezoeken we meer van het Vicente Pérez Rosales National Park. Bij Petrohué bezoeken we het Lago Todos los Santos en Saltos de Petrohué. Er zijn meerdere wandelpaden die leiden naar verschillende mooie uitzichtpunten op de stroomversnellingen en watervallen van de Petrohué rivier. Het water heeft een prachtige blauwe kleur en met de Osorno in de achtergrond geeft dit alles een prachtig plaatje!
In de middag bezoeken we het plaatsje Puerto Varas, dat ook ligt aan het Lago Llangquihue. In de tweede helft van de 19de eeuw werden veel Europeanen gevraagd om zich in het merengebied te vestigen. In de buurt van Puerto Varas vestigden zich vooral Duitse families. De Duitse historie is duidelijk zichtbaar in het drukke Puerto Varas, je ziet veel Duitse stijl vakwerkhuizen en overal kun je “reifen kuchen” eten…



Puerto Varas met in de achtergrond de Calbuco
Puerto Varas met in de achtergrond de Calbuco
Torres del Paine: Mirador de Las Torres

Torres del Paine: Mirador de Las Torres

Zonsopgang op de torres
Zonsopgang op de torres
Zonsopgang op de torres
Zonsopgang op de torres

Net als in Nederland zijn ook hier de weerberichten niet helemaal te vertrouwen. Vannacht werd ik niet alleen wakker gehouden door 4 snurkende mannen op de zaal (waarvan één werkelijk olifantengeluiden maakte en na iedere snurk naar adem leek te snakken zo erg dat er vanuit de buurkamers op onze muren gebonkt werd… hetgeen mij wel wakker hield maar de snurkers niet stoorde). Maar ook gierde de wind weer om de Refugio en hoorde ik zelfs regen! Niet helemaal wat we verwacht hadden.

Aan het ontbijt bleek Remy ook niet erg lekker te zijn. Wat ik al vermoedde aangezien hij ook een aandeel in het snurkkoor had. Hij gaf dan ook aan zich niet bepaald fit te voelen. Oei! Maar na het ontbijt wilde hij toch wel een stuk van de route meelopen. Nu is het echt wel mogelijk om alleen op pad te gaan aangezien er hele groepen deze route lopen… maar het is natuurlijk gezelliger om je eigen maatje bij je te hebben.

Het begin van de laatste kilometer
Het begin van de laatste kilometer

De regen leverde een mooie regenboog op maar maakte me wel wat ongerust. Dit zijn bepaald geen paden die je moet belopen als het nat is. Maar gelukkig werd het droog. Het eerste stuk lopen was behoorlijk aanpoten. Na de redelijk vlakke wandeling naar het beginpunt (1,5 km) worden de eerste 300 hoogtemeters gestaag in zo’n 2,4 km afgelegd. Ook ik blaak niet echt van energie en het is behoorlijk zwaar om tegen­ die zware windstoten in te stijgen.

Als we eindelijk op het eerste hoogtepunt aangekomen lijken te zijn, wacht een verassing. Het uitzicht het nieuwe dal in is prachtig maar ook een teleurstelling. We kijken naar een fikse afdaling over een steil morenepad dat vervolgens weer naar bijna dezelfde hoogte lijkt te stijgen. Het is dan nog 1,8 km naar de Chileno Refugio!
Het is wat slippen en glijden op de steile stukken van het grindpad… en dat je dan af en toe moet wijken voor een kolonne paarden die voorraad moeten brengen naar de hut…

Afijn, we zijn blij als we aankomen bij de hut en daar even binnen bij kunnen komen van de wind en de inspanningen. We mogen van één van de gidsen daar even proeen van de Chileense Redbull: een soort bittere thee van kruiden die net als de coca thee in Peru en Bolivia goed schijnt te werken tegen hoogteziekte en allerlei andere klachten. Maar het is dus kennelijk ook energie opwekkend. Het is er druk! Na een half uurtje gaan we verder. Nu volgt een stuk door een bos waardoor we gelukkig beschut zijn tegen de lichte regen en de windstoten. Remy lijkt inderdaad wat meer energie te hebben gekregen. Maar zo’n 3,2 km verder, als we weer uit de bosrand komen en het derde traject begint: de steile klim naar de laguna onder aan de base van de Torres, is er van die energie niets meer over. Hij besluit dan ook op een beschut plekje op mij te wachten. We zijn inmiddels 445 meter gestegen maar ook veel gedaald, dus het echte aantal stijgmeters ligt veel hoger! Dat put uit.

De laatste paar honderd meter
De laatste paar honderd meter
Grijze vos
Rode vos

Vanaf hier ga ik dus alleen verder. Het is weliswaar nog maar een kilometer naar het eindpunt, maar in die laatste kilometer steig je weer eens 300 hoogtemeters en nu over rauw open terrein waarin ik nog wat hagel op mijn dakje krijg.
In tegenstelling tot de weersverwachtingen is het dan ook niet helder aan de base van de Torres. Als ik een klein uur later aan kom liggen de Torres in de nevel. Maar de Laguna is goed te zien en het weer is nog in beweging. Het is er druk! Veel mensen schuilen achter wat grote rotsblokken voor de gure wind. Ook zij verwachten dat het wat op gaat klaren. Ik loop wat rond en ontdek een stukje verder tussen de rotsblokken een vos die stiekum hoopt op wat eetbaars dat misschien achtergelaten wordt. Hij sluipt tussen de rotsen door naar plaatsen waar mensen inmiddels weer weg zijn. Het lukt me om hem herkenbaar op de foto te krijgen. Maar een superfoto is het niet. Betrapt verdwijnt hij weer uit mijn gezichtsveld.

 

Jacqueline bij de Mirador de Las Torres
Jacqueline bij de Mirador de Las Torres

Inmiddels lijkt er inderdaad wat nevel weg te trekken en krijg ik zowaar de Torres herkenbaar in beeld. Yes! Niet zo mooi helder als ik gehoopt had, maar ik heb ze gezien! Twee Nederlandse meiden zijn nog zo aardig om dat op de gevoelige plaat vast te leggen. Natuurlijk weer met coupe Patagonische Windhoos!

Het uitzicht wordt langzaam weer minder en ik besluit terug naar beneden te gaan. Al speurend weet ik de vos weer te betrappen en krijg ik van hem nog een fatsoenlijk portret, YES!
De terugweg is lastig, deels loopt de afdaling door de steile bedding van een gletjserstroom. En waar ik eerst wat hagel had, wordt ik nu met wat lichte regen beloond. Maar ik kom heelhuids aan bij Remy. Die is ondanks zijn beschutte plek toch aardig verkleumd geraakt dus probeer ik met hem meteen door te gaan met afdalen in het bos zodat hij weer wat warmer wordt.

Ook op de terugweg lassen we een stop in bij Refugio Chileno. We zijn beiden aardig vermoeid! En die steig- en daalmeters trekken een aardige tol op onze knieën en enkels.
Gelukkig is de wind op de terugweg toch wat milder geworden. Op de heenweg hadden we toch met windstoten van bijna 70 km per uur te maken.
Weer opgewarmd maar aardig kapot komen we rond 19.00 uur weer terug bij de Refugio! Fijn dat we daar van het restaurant gebruik kunnen maken. We vallen meteen aan op fikse sandwich met pulled pork en een grote schaal die wat weg heeft van een kapsalon… Worst, kippevlees en rundvlees verstopt tussen friet, kaas, gegrilde tomaat en olijven.

De Mirador de Las Torres
De Mirador de Las Torres

Totaal afgelegde kilometers:  20,4 km
Hoogteverschil  767 meter
Totale gestegen en gedaalde meters:  1078 meter

Torres del Paine

Torres del Paine

Uitzicht bij Lago Sarmiento
Uitzicht bij Lago Sarmiento
Guanaco
Guanaco

We verlaten Argentinië en maken ons op weg naar Chili. Na al een uur oponthoud bij de Argentijnse grenspost blijkt de Chileense douane al weken te staken. Ze werken elke vier uur maar één uur, alleen van 8 tot 9, 12 tot 13 en 16 tot 17 uur, en we moeten dus weer een kleine twee uurtjes wachtten op het volgende tijdslot.
Gelukkig gaat het daarna snel en maken we ons op weg naar Torres del Paine met onze zeer uitbundige, groot gebarende, bevlogen en temperamentvolle gids.  Dit nationaal park met zijn granieten pieken en gletsjers wordt wereldwijd gezien als één van de weinige plekken op aarde waar de natuur nog niet is veranderd door de mens. We zien meerdere grote groepen Guanocos grazen en ook een enkele Choique langs de weg voordat we het park binnenkomen. We komen het park binnen bij het Lago Sarmiento, één van de vele grotere meren in het park. Het weer is schitterend, de temperatuur is aangenaam en ook de zon laat zich zien! Wat een geluk, enkele dagen geleden sneeuwde en vroor het hier nog!!! We maken eerst een tour door een deel van het park. We lopen omhoog naar een uitzichtpunt en waaien bijna uit onze schoenen. Dat dan weer wel, maar ja, harde wind lijkt altijd aanwezig in Patagonië…



Salto Grande
Salto Grande

De uitzichten zijn adembenemend, wat een natuurschoon!!! Even verderop stappen we uit en lopen we naar een waterval (Salto Grande) waar met groot geweld het turkooise blauwe water van Lago Nordenskjold in het lager gelegen Lago Pehoe stort. We dalen af naar het met prachtig bloeiende gele bremstruiken omzoomde blauwe Lago Pehoe. Prachtig, leve de lente! We lunchen in een restaurant aan Lago Pehoe met over het meer een uitzicht op de Los Cuernos (de hoorns), een aantal pieken, die vanwege de verschillende gesteenten, in het zonlicht prachtige kleuren laten zien. De bovenkant van de pieken is sediment van een prehistorische zee met een basaltlaag eronder op een fundament van graniet. Ik kan me niet veel plaatsen voorstellen waar je een mooier uitzicht hebt tijdens de lunch…

Uitzicht vanuit onze lunchplek
Uitzicht vanuit onze lunchplek

We worden naar Laguna Amarga gebracht, waar we wachten op de pickup naar de refugio Torre Central, ons onderkomen voor de komende drie nachten.

Even opwarmen bij het haardvuur
Even opwarmen bij het haardvuur

Na bestudering van het weer (voor zover dat hier in de bergen mogelijk is), besluiten we onze mooiste en zwaarste tocht voor de tweede volle dag te bewaren, omdat die beloofd veel zonniger te worden, en eerst de omgeving van de refugio ter verkennen en een deel van de Senderos de Los Cuernos (deel van de wereldberoemde W-trek van dit park, een vijfdaagse trek langs de pieken van Torres del Paine) te lopen. Het weer is prachtig en er staat zowaar bijna geen wind! We lopen over een glooiend terrein langs de bergen van Las Torres. Er groeien voornamelijk kleinere struiken, maar het oogt hier veel groener dan in bijvoorbeeld El Calafate aan de andere kant van de grens.

We zien een groep paarden grazen en niet veel later komt een gaucho te paard met een nog grotere groep aan. Al zwaaiend en schreeuwend drijft hij de kudde voorwaarts. We komen bij Lago Nordenskjold, en kijken nu vanaf de andere kant over het meer. Aangezien we morgen een zware dag voor de boeg hebben en ik me niet fit voel, lopen we terug, natuurlijk wel via een andere manier, want we willen wel zo veel mogelijk zien…

Een échte Gaucho
Een échte Gaucho
El Chaltén: Los Aguilas & Laguna Torre

El Chaltén: Los Aguilas & Laguna Torre

Op weg naar Mirador Las Aguilas
Op weg naar Mirador Las Aguilas

Na de zware dag van gisteren besluiten we vandaag om het rustig aan te doen. Een beetje uitslapen, wat aantuttelen tijdens het opstaan en lekker op ons gemak ontbijten is iets wat we op vakantie niet vaak meemaken. Het regent tot halverwege de middag, waarna we ons weer op weg begeven.
We lopen een stukje over de grote straat van El Chaltén en besluiten om nog een wandeling te maken.

De wandeling Las Aguilas brengt ons naar de top van een berg waar we een mooi uitzicht hebben op het Lago Viedma meer. Het meer heeft zijn prachtige blauw-groene kleur te danken aan de Viedma gletsjer.



Mirador Las Aguilas
Mirador Las Aguilas

Gewandelde kilometers: 6.
Hoogteverschil in meters: 211.
Aantal stijgingsmeters: 280.

Onderweg op Senderos Laguna Torre
Onderweg op Senderos Laguna Torre

De volgende dag lopen we naar de Laguna Torre. Het is fris deze morgen en in de vallei hangt de bewolking laag. Met goede moed lopen we over een glooiend terrein omhoog. We zien beneden een rivier meanderen en een smalle waterval stort zich langs de bergwand aan de overkant omlaag. De bewolking maakt langzaam maar zeker plaats voor meer blauw en ook het zonnetje laat zich steeds meer zien. We lopen langs een moerasland vol met kale grijze verbrande stammen en in de verte zien we ons eindpunt liggen, nog steeds omhuld door wolken.



Brandsporen langs de trail
Brandsporen langs de trail
White-throated Caracara
White-throated Caracara

De laatste paar honderd meter klimmen we langs een makkelijk pad de morene omhoog en komen uit bij Laguna Torre. Het is er vrij fris en op het meer drijft nog voldoende ijs. Ons hoofddoel Cerro Torre  laat zich niet zien, maar de lucht klaart ook hier langzaam op, waardoor we steeds meer te zien krijgen van de omliggende bergen. We besluiten een tijdje te blijven en hopen dat ook hier het steeds beter wordt. Een White-throated Caracara landt voor onze voeten en kijkt of er nog etensresten zijn achtergelaten door andere wandelaars. De zon breekt door en het meer komt langzaam in de zon te staan. Wordt ons geduld toch beloond! Als het weer weer slechter wordt lopen we terug naar het dorp. Op de weg terug begint het licht te sneeuwen. Al met al was het een leuke wandeling en was het weer prima…



Laguna Torre
Laguna Torre

Gewandelde kilometers: 20.
Hoogteverschil in meters: 323.
Aantal stijgingsmeters: 567.

De prachtig bloeiende Mata Guanaco
De prachtig bloeiende Mata Guanaco

De laatste dag gaan we nog eens bij het bezoekerscentrum kijken. Bij het verlaten van het bezoekerscentrum zien we een groep papegaaien. Aanvankelijk zijn ze moeilijk te benaderen maar als we er rustig bij gaan zitten komen ze steeds dichterbij en scharrelen vrolijk hun maaltje bij elkaar in het gras rondom ons heen.
Nog een klein uurtje en de bus brengt ons terug naar El Calafate.

Als afsluiting van deze mooie dagen gaan we eten bij Cucina Isabel een restaurant met Argentijnse specialiteiten uit grootmoeders keuken.



Bij Laguna Torre
Bij Laguna Torre
Bedankt voor alle reacties!

Bedankt voor alle reacties!

Anemone
Anemone

Hallo iedereen,

bedankt voor alle reacties tot nu toe. Het is heel leuk om hier wat vanuit het thuisfront te horen! Helaas hebben we op dit moment niet de tijd om op alle reacties een antwoord te geven. We lopen nu al hopeloos achter met onze verslagen…

Jacqueline & Remy.