Archief van
Categorie: Paaseiland

Last but not least…

Last but not least…

Zonsopgang bij Ahu Tongariki
3 Moai’s bij zonsopgang

Op onze vijfde en laatste dag huren we een auto om het oostelijke en noordelijke deel te verkennen. Een zonsopgang mag niet onderbreken en die doen we dus bij Ahu Tongariki, de grootste Moai site van het eiland. Hier staan 15 Moai’s op een rijtje waaronder het grootste voltooide exemplaar dat maar liefst 86 ton weegt en 9,5 meter hoog is. Er is nog een groter exemplaar te vinden in de groeve waar de meeste Moai’s vervaardigd werden, maar die is nooit voltooid.

De vijftien Moai werden in de 17e eeuw omver geworpen gedurende een stammenoorlog. De lange oren stam, die af zouden stammen van de voorvaderen die als eerste het eiland bevolkte hadden en die de andere stammen opgedrongen hadden om nog meer en nog grotere Moai te maken, werd verslagen. Toen de hele stam gedood werd, werden alle Moai van hun bases geduwd waarbij geprobeerd werd om ze op rotsen te breken. Gelukkig is dat bij deze 15 Moai niet gelukt. Er is echter nog maar 1 moai over die ook nog de Pukao op heeft. Op 22 mei 1960 werden door een tsunami (veroorzaakt door de zwaarste aardbeving met een kracht van 9,5 op de schaal van Richter bij Valdivia), de Moai en Pukao opgetild en tot soms honderden meters verder dan hun oorspronkelijke standplaats weer neergelegd.
In 1992 zijn de beelden weer op hun plek gezet door de Chileense archeoloog Claudio Cristino. Hij had daar vijf jaar voor nodig.

Rano Raraku

 

Nadat de magie van de zonsopgang voorbij was zijn we naar Rano Raraku gegaan. Dé plek waar de meeste Moai’s werden gemaakt. Het is een uitgedoofde vulkaan. De krater herbergt precies de juiste steensoort voor het maken van de beroemde standbeelden. Talloze onafgemaakte Moai’s staan hier verdwaald in het landschap, sommigen tot hun oren in het zand.
Een prachtig gezicht nu het ochtendlicht nog zo mooi is en lange schaduwen werpt.
Ook de klim naar de krater gaf een prachtig uitzicht, weer heel anders dan de krater van Rano Kao.

 

 

Verlaten beelden op Rano Raraku

 

Krater van Rano Raraku
Moai’s bij Anakena

 

Rond de middag nemen we een siesta bij het ons al bekende strand van Anakena. Tussen de heuvels en de rotsen langs de kust staan zes Moai’s. Dit is de plek waar volgens de verhalen, die eerste bewoners van Polynesië aan land zijn gekomen. Dit zou Hotu Matu’a en zijn familie zijn geweest. Die daarna het eiland hebben verkend en zijn gebleven. Dit keer hebben we dus wel een mooie blauwe lucht als achtergrond.
Het is inmiddels aardig warm geworden en we zijn wat duf van de korte nacht. Remy knapt een uiltje onder de bomen.

 

 

Prachtige noordkust bij Ovahe beach
Het past als gegoten…

Op de terugweg naar het zuiden en onze camping bezoeken we nog een aantal kleinere Moai sites. De hele middag zien we als we in de richting van het binnenland kijken grijze heftige buien neerdalen. We hebben het geluk gehad er de hele dag omheen te draaien. Maar op ons laatste bezoek aan Ahu Vinapu moeten we er toch echt aan geloven… een miezerbui. Ahu Vinapu was ooit een van de meest belangrijke plaatsen op Paaseiland. Hier zie je een ruïne waar perfect in elkaar vallende basaltblokken netjes opgestapeld zijn. Veel wetenschappers bestuderen al jaren deze stenen aangezien ze wat techniek betreft erg lijken op de Inca-muren van Machu Picchu.
Wat een prachtige dag en wat een machtig mooie afsluiting van ons bezoek aan Paaseiland. Vannacht vertrekt ons vliegtuig naar Santiago en dus naar Amsterdam.

 

Een van de 15 van Ahu Tongariki
De hellingen en lavatunnels van Maunga Terevaka

De hellingen en lavatunnels van Maunga Terevaka

Het eerste gat in de lavatunnel van Ana Te Pahu
In de lavatunnel van Ana Te Pahu

Paaseilands hoogste en jongste vulkaan: Maunga Terevaka (507 m.) hebben we op de tweede dag bezocht. Niet de krater maar de hellingen van deze dode vulkaan hebben we op een 16 km lange wandeling uitvoerig kunnen beleven. Deze zijn bedekt met hele kleine brokken lavasteen maar ook met complete lavasculpturen. Ook vind je hier verschillende lavatunnels waarvan we er drie bezocht hebben. Geen toeristische toestanden maar zelf met behulp van een zaklamp zonder gids de tunnels ontdekken… spannend en avontuurlijk. De eerste lavatunnel begon in een redelijk grote grot die dieper in het landschap verzonken lag en gevuld was met bananenplanten en zoete aardappelplanten. Hier hebben ook mensen gewoond, daar zijn sporen van gevonden waaronder stenen barrières van zo’n meter hoogte om te voorkomen dat er meer dan een mens tegelijk de tunnel in kon komen (bescherming tegen aanvallers). Vanuit de grot loop je dan een donkere tunnel in die hoog genoeg is om in te staan.

 

De smalle uitgang van Ana Te Pahu

Na zo’n 40 meter kom je bij een groot gat in het plafond waar de tunnel deels ingestort is. Hier groeien weer planten in. Vervolgens leidt een pad tussen rotsblokken door ons een stukje lager gelegen tunnel in. Hier staan wat plassen water en wordt het plafond van de tunnel wat lager. Oppassen voor onze hoofden dus. Deels op de tast (zoldering) gaan we in het schijnsel van de zaklamp verder over de ongelijke bodem. Hier wordt het echt donker! Maar gelukkig gloort even later in de verte weer licht van een volgend sinkhole. Hier kunnen we er ook weer uit, maar we besluiten toch nog verder de tunnel te onderzoeken. Bij een splitsing kiezen we voor de rechtse tunnel. Deze is aardedonker en nog lager. Oppassen dus. Een heel stuk verder valt een beetje licht van links binnen… verderop ook, maar zonder zaklamp breek je hier je nek! Die verste opening is te klein om eruit te komen. Dus gaan we terug naar die ervoor.

 

Blowholes aan de kust

De smalle uitgang waar wij eruit klauteren komt uit onder het gebladerte van een struik. Van buitenaf zouden we niet geweten hebben dat hier een lavatunnel uitmondt.
Het schijnt dat er in deze omgeving zo’n 7 km aan onderaardse lavatunnels is. Niet allemaal toegankelijk. Deze, de Ana Te Pahu is een van de bekendste. Behalve deze onderzoeken we nog twee lavatunnels: Ana Te Pora, een wat kleinere tunnel met een kleine maar makkelijk toegankelijke ingang. Ook deze tunnel werd kennelijk door mensen gebruikt als schuilplaats en ceremoniële ruimte. Hij is minder lang maar niet minder spannend als Ana te Pahu en eindigt uiteindelijk ook in een een smalle doorgang die onder een boompje uitkomt.

 

 

 

Remy kruipt in lavatunnel
Remy kruipt in lavatunnel
Lavatunnel met uitzicht op zee

De derde tunnel die we doen is weliswaar kort maar wel spectaculair. Je daalt af in een hol in de grond waarvan je je afvraagt of je er überhaupt doorheen past. Eerst recht naar beneden dan bijna kruipend vanwege de engte en lage hoogte om uiteindelijk een paar meter verder in een breed hoger stuk uit te komen. Hier stoot ik desondanks toch hard mijn hoofd aan een scherpe richel in het verlaagde plafond die ik op de tast niet ontdekt had. Deze tunnel is maar een meter of 50 lang. Hij splitst zich in tweeën met aan ieder uiteinde een venster met uitzicht van boven op de zee (ruim 10 meter lager) en de hoge op de rotsen uiteenspattende golven. Prachtig. Op de wanden is duidelijk te zien dat er allerlei gassen meegevoerd zijn. Er zit een gele zwavelachtige kleur op de wanden.

 

 

 

 

 

Wilde paarden
Veel skeletten onderweg…

Op Maunga Terevaka wonen bijna geen mensen al zie je wel veel met lavastenen gestapelde muren die stukken land afbakenen. Op onze wandeling komen we tientallen skeletten tegen. De meeste van de paarden die hier voor een groot deel nog in het wild rondlopen, enkele van koeien die hier kennelijk het loodje gelegd hebben. Die kadavers worden op natuurlijke wijze opgeruimd door de vele valken die hier rondvliegen. Insecten en ratten doen waarschijnlijk het kruimelwerk. We komen ook verschillende ahu’s tegen, de platforms waarop veel van de moai’s staan. Maar de beelden zelf zien we niet. Kennelijk hebben we er een aantal gemist omdat we of te hoog of te laag op de berghelling liepen. Maar het gaat met name om omgevallen beelden die met het gezicht naar de grond liggen.

 

 

Eén van de vele Ahu’s

Dit is het meest afgelegen stuk van het eiland met prachtige uitzichten op de ruige kustlijn van het noorden en ook de twee mooiste stranden van Paaseiland: Anakena beach en Ovahe beach. Het zijn de enige zandstranden van Paaseiland. Anakena heeft ook een mooi palmen”woud” achter het zandstrand. Anakena ligt aan het eind van de trail en daar vinden we dan eindelijk onze eerste echte Moai’s. Zeven stuks op een rijtje waarvan de eerste vier nog hun oorspronkelijke Pukao, een hoed van rood lavagesteente op hebben. De vijfde is op de hoed na nog intact de 6e en 7e hebben geen gezichten meer. Iets verderop staat een oudere Moai. Tevens de eerste Moai die weer werd opgericht.

 

 

Anakena komt eindelijk in zicht…
Moai bij Anakena

Wat een mooie afsluiting van een mooie maar erg vermoeiende wandeling! Terwijl Remy een duik in de warme turquoise blauwe zee neemt ga ik op kokosnotenjacht. Van alweer een erg aardige eilander krijg ik een workshop “hoe slacht ik een kokosnoot zonder gereedschap”. Hij laat me zien hoe je eerst met de kont van de kokosnoot op een puntige rots moet slaan om daarna de zijkanten te bewerken. De dikke vezelige huid komt zo losser en zo kun je die uiteindelijk van de eigenlijke noot afpellen. Vervolgens prik je door een van de drie ogen en dan kun je het kokoswater drinken. Daarna sla je de noot open op de rots en komt het witte vruchtvlees vrij ter consumptie. Hmmm, leerzaam en lekker!

 

 

 

 

 

Moai’s bij Anakena
Rapa Nui ofwel Paaseiland

Rapa Nui ofwel Paaseiland

Moai van Ahu Tahai
Moai van Ahu Tahai

Op vijf uur vliegen (3680 km) vanaf Santiago de Chile, de hoofdstad van Chili, bevindt zich een mysterieus eiland in de Stille Zuidzee: Paaseiland. Het eiland dat veel enthousiaste reizigers zoals wij, wel in hun wensenlijstje hebben staan. Een eiland vol met mysterieuze stenen beelden, hout- en steengravures en het enige geschreven Polynesisch schrift: het Rongorongo schrift. 887 Moai’s zijn er terug gevonden. Aanvankelijk allemaal staande beelden. De meesten zo’n 4,5 meter hoog.
Er zijn echter ook veel grotere exemplaren zoals enkele bij Tongariki. Het grootste beeld is 9,5 meter hoog.

Dezelfde precisie als bij Inca bouwwerken

Er zijn twee theorieën. Omdat er resten van bouwwerken zijn gevonden met grote stenen die met dezelfde nauwkeurige precisie op elkaar zijn gestapeld als bij Inca bouwwerken en omdat men denkt dat deze monolieten met eenzelfde gereedschap zijn gemaakt is er een vermoeden dat de Incas zich hier aanvankelijk gevestigd hadden.

Een andere theorie is dat het zo’n 1600 jaar geleden bevolkt werd door een verdwenen Polynesisch volk. Men denkt zelfs dat er toen zo’n 10.000 tot 15.000 mensen woonden. Maar dat die bevolking ten onder is gegaan aan overbevolking, de verregaande ontbossing en uitputting van natuurlijke grondstoffen. De bomen werden gekapt voor het verplaatsen van de grote stenen hoofden die op het eiland zijn geplaatst, voor het bouwen van huizen en het bouwen van kano’s om te kunnen vissen. Maar ook de slavenhandel door Peruanen en de komst van allerlei ziekten toen de Europeanen kwamen zouden een oorzaak kunnen zijn.

Prachtig blauw water en hoge golven beuken op de kust
Motu Nui (Kari Kari) en het kleinere Motu Iti

Grappig om te weten is dat Paaseiland in 1722 werd ontdekt door een Nederlandse ontdekkingsreiziger: Jacob Roggeveen, nota bene op Paaszondag (5 april)! Het was het eerste contact tussen Europeanen en de Polynesische bevolking. Pas in 1770 kwamen de Spanjaarden aan land en Thomas Cook kwam er voor het eerst in 1774. De eilanders zelf noemen het Rapa Nui, een exotische naam die in het Nederlands gewoon ‘Grote Rots’ betekent.
Toen van Roggeveen er kwam waren en nog zo’n 2000-3000 mensen. Toen stonden alle moai beelden ook nog overeind. Echter toen de Spanjaarden er kwamen waren veel beelden al omver getrokken.

Voordat het eiland voor het eerst bewoond werd, zo’n 12 eeuwen geleden, was er veel vogelleven op het eiland. Er kwamen zo’n 25-30 soorten voor. De vogels hadden hier hun broedplaats. Maar de komst van de Polynesische bevolking en later de Europeanen heeft het vogelleven bijna de nek om gedraaid door de jacht op de eieren en het daarmee beschadigen van hun leefruimte. De komst van de Europeanen en hun ratten was de druppel! Nu zijn er nog maar vier zeevogelsoorten over die je moeilijk te zien krijgt. Ook van de oorspronkelijke flora is bijna niets meer over.

 

De huisjes van Orongo

Het eiland bestaat uit enkele vulkanen die de zwartgeblakerde rotswanden langs de kust verklaren. De krater van de grootste en laagste vulkaan (324 m), Rano Kau, vormt een schitterend kratermeer, bedekt met hetzelfde totorariet dat ook op het Titicacameer te vinden is. Hier zijn we de derde dag naar de top gegaan. Een comfortabele liftpoging bracht ons snel naar boven. De chauffeur, een gastvrije eilander, ging eigenlijk de andere kant op maar vond dat hij ons best even de berg op kon rijden. Toch een omweg van zo’n 16 km. Normaal duurt de wandeling binnendoor naar de top bijna twee uur. Op de kraterrand ligt Orongo. Hier zagen we de restanten van een oorspronkelijk dorp dat slechts twee weken per jaar diende voor een speciale ceremonie: de competitie voor het bepalen van de nieuwe birdman/vogelman. De ‘huisjes’ zijn klein en opgebouwd met gestapelde flagstones. Op de daken ligt een grasmat. Ze zijn dus mooi gecamoufleerd in het landschap. Je kunt er alleen maar in slapen, binnen kun je niet staan.

Moai met Tangata manu afbeeldingen
Moai met Tangata manu afbeeldingen

De birdmancompetitie is heel speciaal en vind je ook terug in verschillende petroglyfen op het eiland. Eens per jaar streden stamhouders of hun afgevaardigden om de eer. Menigeen liet daarbij het leven. Er waren zo’n 33 stammen in die tijd.
De strijders moesten vanaf de top van de vulkaan de steile kliffen afdalen naar de zee. Daar de zware stromingen trotseren om de 810 meter afstand naar het vogeleiland Kari Kari zwemmend af te leggen om vervolgens op de steile kliffen aldaar te zoeken naar eieren van de bonte stern. Soms waren de vogels laat met nestelen en moesten de strijders dagen of weken wachten en zichzelf gedurende die tijd in leven houden. Degene die als eerste een ei onbeschadigd naar het hoofdeiland bracht werd uitverkoren tot Tangata manu ofwel Vogelman (of zijn meester als hij een afgevaardigde was). Daarmee werd hij gedurende één jaar de vertegenwoordiger van de schepper/god Make Make en dus de geestelijk leider over het eiland, een taak die in isolement doorgebracht moet worden. De nieuwe vogelman schoor zijn hoofd kaal, waste zich niet meer en liet de nagels groeien. Hij werd de Tangata manu, Deze traditie vond voor het laatst plaats in 1878. Toen werd er door missionarissen een einde aan deze rituelen gebracht.

 

 

Rano Kau krater
Rano Kau krater
Rotstekeningen
Rotstekeningen

De uitzichten vanaf Orongo in de krater en over de zee zijn prachtig. De krater heeft een moerassig uiterlijk met kleine eilandjes van riet en nog enkele bijzondere en oorspronkelijke plantensoorten die hier gekoesterd worden.
De paaseilanders zijn zich langzaam bewust aan het worden van het belang om de natuur te herstellen. Er zijn wat zaden gevonden van boomsoorten en planten die hier oorspronkelijk voor kwamen en die worden nu in kwekerijen opgekweekt om weer uitgeplant te worden.
Ook het losliggende vulkaangesteente mag niet meer verzameld worden om de souvenir paasbeeldjes te maken. Een goede zaak! Die worden nu o.a. gemaakt van de ytong blokken die wij in Nederland ook gebruiken als bouwmateriaal.
De wandeling terug was mooi. Het pad kwam door één van de laatste kleine stukjes oorspronkelijk bos.

 

De kust van Paaseiland
De kust van Paaseiland