Na een nachtelijke busrit van zo’n 9 uur komen we vroeg in de ochtend bij ons hotel in Mandalay aan. Gelukkig is onze kamer al klaar en proberen we nog een paar uurtjes slaap te pakken alvorens we de stad gaan bekijken.
Mandalay ligt ongeveer 716 kilometer ten noorden van Yangoon, de tweede grootste stad van Myanmar. In 1861 werd Mandalay de derde en laatste koninklijke hoofdstad van het onafhankelijke Birmese koninkrijk.
Een gong in de Kyauk Taw Gyi Pagoda
Een Toto, de lokale naam voor een Tuktuk, brengt ons naar de Kyauk Taw Gyi pagode. Op het terrein van de pagode staan enkele grote gongs en klokken, waar iedereen naar hartenlust op slaat. Wat opvalt is dat net als in de moskeeën in Iran hier iedereen zijn gang kan gaan: telefoneren met je mobiel, foto’s maken, je middagmaal nuttigen. En de monniken doen er net zo hard aan mee.
Kuthodaw Pagoda
Aan de voet van Mandalay Hill ligt de Kuthodaw Pagode, uit de achttiende eeuw. Het complex bestaat uit 729 stoepa’s die elk een bladzijde uit het grootste boek ter wereld bevatten. De dubbele pagina’s zijn gemaakt van een groot blok marmer. Het boek omvat de Pali-canon, een vroeg-boeddhistische verzameling van de toespraken van Boeddha.
Shwenandaw Monastery
Het Shwenandaw klooster uit 1880 is volledig gebouwd uit bewerkt teakhout. Het gebouw deed dienst als woning van koning Mindon, maar zijn zoon verplaatste het later naar een ander deel van Mandalay. Doordat in de tweede wereldoorlog het hele koninklijke paleis is plat gebombardeerd is dit het enig overgebleven origineel gebouw van het paleis. De deuren en muren zien er prachtig uit. Achter het klooster zien we enkele mensen bezig met het schoonmaken of restaureren van de houten panelen.
Zonsondergang over de Ayarwaddy rivier
We nemen een Toto terug naar ons hotel om op het dakterras te genieten van de zonsondergang over de Ayarwaddy river…
Tot 2005 was Yangon het officiële centrum van het land, maar in de maand november van dat jaar besloot het militair bewind van Myanmar dat Yangon niet langer de hoofdstad van Myanmar was. De nieuwe hoofdstad werd Naypyidaw; een stad die 320 km boven Yangon ligt.
Het centrum van de oude hoofdstad is gebouwd door de Engels kolonisten, wat goed te zien is aan de prachtige, statige gebouwen en aan het stratenplan, een blokpatroon wat oriëntatie in de stad gemakkelijk maakt. Het middelpunt is de Sule-pagoda.
Sule Pagoda
Eén van de bijzonderste tempels van Myanmar is de 2500 jaar oude Shwedagon Paya. Het is de grootste tempel van Myanmar en het is de heiligste pagode van het land. De tempel is 98 meter hoog heeft een oppervlakte van 46 hectare.
Het leuke aan Myanmar is, dat het land bezaait is met tempels en pagodes. Je kunt bijna geen weg inslaan of je ziet er wel eentje staan. Zo kwamen we onderweg naar de Shwedagon tempel voorbij aan de mooie Sein Yaung Chi pagoda,die zowel binnen als buiten uitzag als een spiegeltjespaleis. Binnen in de meerkantige pagode stonden enkele grotere staande en zittende marmeren met bladgoud vergulde boeddha’s omringd door honderden kleine rode boeddha beelden.
Sein Yaung Chi pagoda
Ook verderop zien we weer een heel andere tempel, de Maha Wizaya pagoda, met in zijn ronde binnenkant een natuurlijk tafereel met aan het plafond een blauwe hemel met daarop dierenfiguren en sterrebeelden geschilderd.
Maha Wizaya pagoda
Bij de Shwedagon Paya staan de pagodas en tempels dicht op elkaar. De tempel is gebouwd door de Mon-bevolking tussen de 6e en 10e eeuw ter ere van de acht Gautama Boeddha’s. Delen van de tempel zijn sinds de bouw vele malen vernield en vervolgens gerenoveerd. Maar je vind hier nog veel overblijfselen van de originele bouw. Ook nu zijn ze de grote pagoda aan het herstellen. En netwerk van bamboe steigers omringd het hoge bouwwerk. Je hoort het gekletter van het opnieuw vastzetten van de 50.000 kilo bladgoud.
Shwedagon pagoda
Het is er redelijk druk, maar je ziet voornamelijk Burmezen en een handjevol toeristen. Echt overlopen is het (gelukkig) niet, zoals het helaas inmiddels in veel andere landen in de wereld wel het geval is. Er zijn vele souvenir shops en winkels voor het kopen van offergaven bij deze belangrijke tempel, echter de verkopers klampen je niet aan…
Onze missie was eerst de zijderoute bereizen. Maar in de ca. drie weken durende reizen zat zoveel moois opgesloten en mistte er nog zoveel ander schoon dat we er al snel achter kwamen dat slechts één van die landen bezoeken misschien wel meer bevredigend zou zijn.
Het werd dus Iran. In mijn fantasie kwamen de sprookjes van 1001 nacht al tot leven bij het zien van al die prachtige kleurrijke foto’s van moskeeën, koopmanshuizen en paleizen.
Eigenlijk hoopten we op een mooie mix van cultuur en natuur. Maar dat laatste bleek moeilijk te verwezenlijken. Voor het bezoeken van de toch echt hele mooie nationale natuurparken (Iran heeft ook zebra’s, cheeta’s, antilopen, flamingo’s en dergelijke) bleek het na lang speurwerk nodig om permits van de staat aan te vragen. En dat leek niet makkelijk te regelen. Tja, dan toch maar gekozen voor een groepsrondreis. Dat is dan toch wel erg makkelijk, alles is georganiseerd, het kost veel minder tijd en je komt niet voor de onaangename verrassingen te staan waarover ik in Iran blogs regelmatig las zoals hotelkamers die vanuit Nederland geboekt, toch bij aankomst niet beschikbaar bleken te zijn. Of het regelen van openbaar vervoer over grotere afstanden… (allemaal te regelen en niet duur, maar het kost allemaal veel tijd.).
Afijn, het overvolle reisprogramma zat heel goed in elkaar, alleen verwachtte wij nog wat extraatjes onderweg zoals bij Sawadee of Djoser vaak het geval is. Maar dat viel wat tegen. Je krijgt een Iraanse gids mee in de bus en kennelijk mogen bussen niet van vastgelegde routes afwijken, nog niet eens een paar kilometer. Dus de hoop op een Sassanidenkasteel bij Meibod en de architectonisch mooie duiventoren een paar honderd meter verderop gingen niet door. En ook voor de hoogste waterval van het Midden Oosten, de Tarom waterval bij Neyriz werd niet aangedaan. Jammer, natuurlijk zou er toch aan het eind van het extreem lange droge seizoen niet een overvloedige waterstroom zijn geweest, maar een wat groenere omgeving was wel eens leuk geweest. Gelukkig stopten we wel bij het niet te missen zoutmeer ten zuiden van Shiraz. Yes!
Geen flamingo’s in dit seizoen, maar wel de rozerode algen laag die de flamingo’s aan hun kleur helpen.
Het grootste deel van de reis voerde door gortdroge, oninteressante woestijn. Maar soms reden we langs of door mooie grillig gevormde bergpartijen. Het Zagrosgebergte vonden we echt heel mooi. Weliswaar ook droog, maar met mooie vergezichten tussen de soms rossige, soms bruinere grillige bergpartijen. Na de woestijnsteden Kashan, Yazd, Kerman en Rayen had Shiraz aangenaam meer groen, bomen, grasveldjes, parken… Isfahan had zelfs nog een overtreffende trap aan groen.
De grote verrassing was toch de al aangekondigde maar niet helemaal voor te stellen ongelooflijke gastvrijheid van de mensen. Al dan niet in wat woordjes Engels of Duits werden we ook met handen en voeten zo hartelijk welkom geheten dat het enorm ontroerde. Voortdurend wilden mensen ook met ons op de foto. Kregen we thee/koffie aangeboden door picknickende Iraniërs, tot zelfs een volle schaal met smakelijk versierde rijst die we helaas af moesten slaan omdat onze bus vertrok. Wat waren die mensen teleurgesteld (zie dat maar eens uit te leggen).
In Isfahan werden we ineens staande gehouden door een Moellah met zwarte tulband (hoogste rang). Hij wilde weten waar we vandaan kwamen en begon spontaan op een papiertje zijn emailadres en telefoonnummer te schrijven waarbij hij ons op het hart drukte dat we hem te allen tijde konden bellen voor hulp van welke aard dan ook. Ook kregen we zijn handtekening op een geldbriefje met datum en een dankwoord aan ons (gebruik vanwege de heilige dag Ghadir Khumm).
Soms voelde het ook wel alsof wij de aapjes in de dierentuin waren, giebelende schoolmeisjes, verlegen vrouwen, vastberaden dames die één voor één selfies wilden maken… Jawel, iedere Iraniër of Iraanse, jong of oud, loopt hier met een Samsung telefoon. Je ziet niet veel armoede. Overal is vers gekoeld drinkwater gratis te krijgen. De straten en steden zijn schoner dan in ons kikkerlandje.
Het is ook zeker niet zo dat er constant streng gecontroleerd wordt. Er werd veel met ons gepraat en ook over politieke zaken werd openlijk gesproken met af en toe stevige kritiek. De moraalpolitie is inmiddels afgeschaft en de islamitische (kleding)voorschriften worden minder streng gehandhaafd. Vooral de jongeren zoeken steeds meer de grens op. Vooral in de grote steden lopen de meeste jonge vrouwen met de hoofddoek zo ver mogelijk achter op het hoofd, grote dure zonnebril en stevig voorzien van make-up, want je moet je toch ergens in kunnen onderscheiden… Veel zwaar en strak getatoeëerde wenkbrauwen, neuspleister (neuscorrecties) en opgespoten lippen, zelfs mannen met getatoeëerde haarstoppels op hun kale schedelstukken…
En ondanks het verbod zie je toch wel stelletjes samen in theehuizen of lopend door het park. Zie je vaak groepjes meiden of vrouwen samen uitgaan en in theehuizen gezellig eten/drinken of de waterpijp roken. En ook vrouwen alleen achter het stuur.
De manier waarop mannen en vrouwen met elkaar en met hun kinderen omgaan ziet er heel normaal uit. Enige wrange puntje was in Isfahan. Daar liepen we ’s avonds langs vier mooie oude verlichte bruggen. De laatste stond er ook om bekend dat er ’s avonds veel verliefde stelletjes zitten en dat er ook gezongen wordt onder de brug. Dat laatste was iets wat nog niet echt toegestaan is.
Dus zo stuitte ik op een groep van een twaalftal mannen die treurige liefdesliederen aan het zingen waren. De militairen die er rondliepen zeiden er niets van, maar toen een twintigtal minuten later en drie politieagenten aankwamen werd de groep uit elkaar gedreven en vermanend toegesproken. Zo jammer. En dus kon ik mijn mond niet houden en heb ik tot tweemaal toe die agenten erop gewezen dat ik erg van de gezangen genoten heb en heb de mannen voor hun gezang bedankt. Kon er zowaar toch een kniezerig lachje bij één van die agenten vanaf.
Ja, natuurlijk zijn er voorschriften die wij ons niet kunnen voorstellen en die zij ook anders zouden willen. Dus ideaal is het nog lang niet, dat is klip en klaar. Maar de vraag is hoelang die nog stand houden. Volgens een in Nederland wonende Iraniër die we op het vliegveld tegen kwamen zal het hooguit nog een jaar of 10 duren. De verwachting is dat Ayatollah Khamenei ieder moment kan sterven (het gerucht gaat rond dat hij prostaatkanker heeft) en dat daarna de politie de macht zal overnemen en dat het chadorgebruik zal uitsterven…
Laten we het maar hopen. We gunnen deze lieve mensen die vrijheid.
Kortom, wat het meeste opviel was de vriendelijkheid, openheid en gastvrijheid van de Iraniërs: elke ‘vreemdeling’ is een vriend van Allah en moet dus goed verzorgd worden. Wij hebben nergens ook maar enige terughoudendheid, afwijzing of onvriendelijkheid ervaren omdat we uit het westen kwamen. Integendeel: “Welcome to Iran!”.
Teheran werd pas de hoofdstad in 1796 tijdens de Qajar dynastie. Met zijn 8.8 miljoen inwoners en zijn 6 miljoen forenzen die elke morgen de stad binnenkomen en ‘s avonds weer verlaten is Teheran de op één na grootste stad (na Caïro) van het Midden-Oosten. Tijdens de laatste dag van onze reis proberen we een beetje natuur (en koelte) te vinden in de metropool Teheran. Door de grootte van de stad is er maar liefst 600 meter hoogte verschil tussen het laagste punt van de stad in het zuiden (rond 1117 meter) en het hoogste punt in het noorden (rond 1712 meter).
We nemen daarom vanuit het centrum de metro naar het noorden richting Tajris Square. Zoals elke metrosysteem waar ik ooit in gereden heb werkt ook deze feilloos. Het enige verschil is dat ze hier in de metro’s (en ook in de grote stadbussen) een aparte vrouwenafdeling hebben. Het is echter niet verplicht om daar als vrouw in te gaan zitten.
We stappen uit en lopen door de straatjes naar het busstation dat ons verder zal brengen naar onze eindbestemming. Bij het busstation zien we echter een mooie moskee liggen. Jacqueline wordt bij het betreden van het plein meteen tegengehouden, want jawel hoor, ze moet weer een tentdoek ofwel chador om doen. Na de verkleedactie bekijken we de mooie moskee, het blijkt de populaire Imamzadeh Saleh moskee te zijn. Imamzadeh betekent “afstammeling van een imam” in Farsi. Hier bevindt zich namelijk de tombe van Saleh, een zoon van de zevende sjiitische imam, Musa al-Kadhim. Ook ligt hier de eerste minister van Iran begraven, Mirza Nasrullah Khan (1840-1907). We mogen binnen kijken, ik via de mannen- en Jacqueline natuurlijk via de vrouwen-ingang. Bij de vrouwen is het een drukte van belang, bij de mannen is het een stuk rustiger en weer worden we overweldigd door de bling-bling van een spiegelruimte met een mausoleum in het midden. Wat moet dat allemaal weer een werk zijn geweest om zoveel pracht en praal maken. De deuren zijn ook prachtig gegraveerd.
Skyline van Teheran vanaf de Tabiat brugDe bergen in bij Teheran
Eenmaal bij het busstation gaan we op zoek naar onze bus. We worden meteen aangesproken door een man met zijn zoon en vraagt of we naar Darakeh moeten. Jawel! Hij vraagt ons hem te volgen, maar in plaats van ons de bus te wijzen loopt hij naar zijn auto en laat ons instappen. Amir, zoals de man heet, woont namelijk in Darakeh en wil ons er graag naar toe brengen. Het is nog een behoorlijke lange rit en onderweg praten we met handen en voeten en wat hulp van Google Translate over ditjes en datjes. Zo komen we toch wat van elkaar te weten. Dit is weer één van die vele leuke momenten die we op deze reis met de Iraniërs meemaken.
Kardinaalsmantel
Aangekomen in Darakeh nemen we afscheid van Amir. Darakeh is een wijk in het noord-westen van Teheran. Op donderdag en vrijdag trekken de mensen vanuit Teheran hier massaal heen om te wandelen. Van hieruit kun je verder de bergen in het noorden van Teheran inlopen langs een vallei die doorsneden wordt door een riviertje. Op dit moment staat er aan het einde van de zomer nauwelijks water in de rivier. We lopen langs de rivier omhoog en passeren een veelvoud aan thee-huizen. Naarmate we hoger de berg oplopen wordt het terrein langzaam wat ruwer en komen we langs steeds mooiere rotsformaties. Ook zien we regelmatig behoorlijk groene stroken met bomen en struiken. Regelmatig komen er pakezels de berg omlaag en omhoog die de verschillende thee-huizen bevoorraden.
De vriendelijke eigenaar van het thee-huis
De temperatuur is een stuk aangenamer dan beneden in Teheran en regelmatig lopen we beschut onder een bladerdek.
Wat is het heerlijk om hier net buiten deze miljoenenstad te wandelen zonder al dat getoeter en de uitlaatgassen van auto’s om je heen! Na zo’n 2.5 uur op ons gemak te hebben gelopen komen we bij een bordje waarop staat dat we ons op 1990 meter hoogte bevinden. Hier besluiten we om terug te lopen. Iets verder terug op het pad gaan we bij een oude put zitten om van onze lunch te genieten. Dat kan natuurlijk niet, want de eigenaar van het gesloten thee-huis tegenover vind dat we toch echt wel beter kunnen uitrusten bij hem, en we kunnen natuurlijk niet weigeren. We krijgen water, thee en druiven aangeboden en praten gezellig in een combinatie van gebaren, Duits en Engels met de eigenaar. De thee is lekker, deze komt uit het noorden van Iran, uit de provincie waar de eigenaar vandaan komt. Trots toont hij ons de verpakking van de thee. We nemen afscheid van onze hartelijke gastheer en lopen terug naar Darakeh.
De prachtige omgeving bij DarakehVerkoelend water langs de route
We lopen terug naar Darakeh en pakken een busje terug naar het busstation. We stappen in de metro en stappen halverwege uit bij Shahid Haqhani. Hier lopen we via het Taleghani Park naar de Tabiat brug. “Tabiat” betekent natuur in Farsi. Deze 270 meter lange brug is 3 jaar geleden geopend en ontworpen door de destijds 26-jarige Iraanse architecte Leila Araghian en heeft enkele internationale architectuur prijzen gewonnen. De Tabiat brug is een prachtig mooie gracieuze voetgangersbrug die het Taleghani Park en het Ab-o-Atash Park met elkaar verbindt door de drukke Modares snelweg te overspannen. We lopen over de brug heen en genieten van het uitzicht. Als we naar het noorden kijken zien we de bergen waar we vanochtend en in het begin van de middag gelopen hebben achter de skyline liggen. De brug bestaat uit twee verdiepingen en waar de bovenverdieping een soort promenade is, is de benedenverdieping gevuld met koffie-huizen en restaurants. Nadat we bij één van de restaurants iets hebben gegeten is het donker geworden. De brug is inmiddels sfeervol blauw en geel verlicht. We slenteren op ons gemak over de brug terug naar de metro. Het was weer een mooie relaxte dag waar we toch de rust hebben kunnen vinden in deze drukke metropool. Nu is het tijd om onze spulletjes in het koffer te pakken voor onze terugvlucht naar huis…
We verlaten Isfahan en gaan op weg terug naar Teheran. Na een uur of twee maken we een stop in Abyaneh, een traditioneel afgelegen bergdorpje dat door de UNESCO erkend is als beschermd dorpsgezicht.
Er wonen veel Parsi’s in karakteristieke huizen van rood leem. De mensen die hier wonen spreken Oud-Iraans, dat bijna niemand meer spreekt. In de oorlog met Irak werden de mannen gebruikt om berichten door te geven, omdat niemand anders deze taal verstaat.
Het dorp is lange tijd moeilijk bereikbaar geweest, men leefde daardoor erg geïsoleerd.
De vrouwen dragen geen zwarte kleding, maar vrolijk bebloemde rokken en tunieken en ze dragen witte sjaals met fel gekleurde bloemen. Een verademing na al dat zwart. Bij veel huizen hangen geluk amuletten van gedroogde zaden of planten boven de deur. Maar al ziet het er vrijer uit, de eerste traditioneel geklede vrouw die ik tegen kom loopt vrolijk met haar telefoon aan het oor te keuvelen, veel vrouwen willen toch niet gefotografeerd worden. Mannen hebben hier traditioneel hele wijde zwarte broeken aan.
We wandelen door de smalle straatjes. We zitten op ruim 2.200 meter en dat is gelukkig wat minder heet. Er schalt een luide gebedsdienst door het dorp. Kennelijk is er een begrafenis. Dat is dan ook waarschijnlijk de oorzaak dat er niet zoveel traditioneel geklede vrouwen en mannen te zien zijn op straat. Jammer!
Na een lunchstop als onderbreking van deze lange reis stoppen we rond 16.00 uur in de heilige pelgrimsplaats Qom. Qom is een heilige stad voor sjiitische moslims. Vanaf de 7de eeuw ontpopte Qom zich tot een zeer belangrijk sjiitisch bedevaartsoord. In 816 stierf Fatima, de zus van de achtste Imam Reza, in deze stad op doorreis naar haar broer in Mashad. Zij was een nobele, ongetrouwde vrouw en overleed toen ze 28 was. Zij ligt hier begraven.
Het mausoleum van Fatima heeft gouden koepels en sierlijke minaretten. De ruimte met de schrijn zou ook zo’n spiegelpaleis moeten zijn, maar helaas mogen we ook hier niet naar binnen. Sowieso heeft onze gids hier nogal haast. Zo anders dan in Shah-e-Cheragh waar we ruim een uur begeleidt werden. Maar het hele complex is met zijn gouden koepels en prachtig gekleurde minaretten overweldigend mooi. Wat een rijkdom straalt het uit. Enig minpunt is dat we hier dus weer in die vreselijke bloemetjeschadors gehesen worden. Een aantal vrouwen onder ons moesten met een vochtig doekje hun lippenstift verwijderen. Geen aardse ijdelheid wordt hier toegestaan. En dat in een land waar één op de 10 mensen die je tegenkomt een pleister op de neus draagt omdat ze hun lippen of een neus job hebben laten doen !!! Zag bij het ontbijt nota bene ook een man die de kalende plekken op zijn hoofd met stippeltjes had laten tatoeëren…
Het heiligdom van Fatima is 24 uur per dag open. Mensen komen hier bidden voor hun noden en geloven dat hun gebed hier krachtiger is dan in de moskee of thuis. Men zegt dat er zelfs genezingen bekend zijn. Het lijkt zoiets als Lourdes. Er komen 20 miljoen(!) pelgrims per jaar. Alle vrouwen gaan in Qom volledig bedekt in een wijde zwarte chador. Alleen het gezicht en de handen zijn nog zichtbaar. Van vrouwelijke toeristen wordt hier hetzelfde verwacht. Alleen krijgen die dus een bloemetjesgordijn.
Je ziet veel religieuze mannen lopen in hun lange gewaden en witte hoofddeksels. Iran is sjiitisch maar hier komen mensen uit de hele wereld zowel soennieten als sjiieten. Gezegd wordt dat joden, christenen en moslims dezelfde wortels hebben. Mozes en Jezus zijn heel belangrijk voor moslims. Maar aangezien Mohammed de laatste profeet was is de islam dus de meest complete godsdienst(?!).
Qom was ook de plek waar ayatollah Khomeini jarenlang woonde, studeerde en islamitisch onderwijs gaf. Religie drukt in deze stad dan ook een zeer groot stempel op het dagelijks leven.
We vervolgen onze weg naar Teheran. Pas tegen 20.15 uur komen we eindelijk aan bij ons laatste hotel van deze reis.
Isfahan – ook wel Esfahan – is een stad van 1.9 miljoen inwoners en heeft de reputatie één van de mooiste steden ter wereld te zijn. De naam van de stad vertaalt zich vanuit het Perzisch naar ‘de helft van de wereld’. Het is tot de dag van vandaag, de populairste stad van Iran. Sjah Abbas I verplaatste in 1598 de hoofdstad van Perzië van Qazvin naar Isfahan, want dat lag verder weg van het Ottomaanse Rijk, de grootste tegenstander in die tijd.
Naqsh-e Jahan of Meidan-e Emam plein
Het Naqsh-e Jahan plein, ook wel bekend als Meidan-e Emam, is na het plein van de hemelse vrede in Beijing het grootste plein ter wereld en vormt het hart van Isfahan. Door de geschiedenis heen is dit plein door verschillende veroveraars gebruikt om mijlpalen te vieren, polo te spelen en militaire parades te organiseren. Wij vonden het in ieder geval veel mooier en sfeervoller dan het militaristische en qua sfeer beklemmende plein in Beijing. Hier spuiten fonteinen in mooie, groene met bloemen versierde tuinen, er staan bankjes en rijtuigjes rijden (Iraanse) toeristen er rond om heen. Het plein wordt omgeven door een aantal belangrijke mooie monumenten zoals de Qaisarieh bazaar, de Sheikh Lotfollah moskee, de Mashed-e Emam moskee en het Ali Qapu paleis. Het rechthoekige plein is omgeven met een grote muur waarin winkeltjes zitten.
Sheikh Lotfollah moskee
Het duurde maar liefst 17 jaar (1603-1619) om de Sheikh Lotfollah Moskee te bouwen. Deze moskee is, zowel van binnen als van buiten, met dusdanige precisie en visie gemaakt dat architecten wereldwijd het moeilijk vinden te geloven dat de moskee door mensenhanden is gemaakt. De moskee zelf staat een beetje haaks op het plein om naar Mekka gericht te kunnen staan. De façade staat echter evenwijdig aan het plein. Deze moskee heeft geen minaretten en de precieze functie van de moskee is onbekend, wellicht diende hij als privé moskee voor Sheikh Lotfollah.
Jacqueline in de Sheikh LotfollahMashed-e Emam moskee
De Mashed-e Emam moskee, waarvan de oudste delen uit de 11de eeuw stammen, behoort tot één van de mooiste bouwwerken uit het Midden-Oosten. Helaas voor ons stond deze moskee deels in de steigers en lagen er nog vol veel overblijfselen van Eid-e-Ghadir, een belangrijke feestdag voor de sjiieten, waardoor het fotograferen niet de moeite loonde.
De Qaisarieh Bazaar aan het Naqsh-e Jahan plein was ooit één van de grootste en meest luxe winkelcentrums. Vroeger was de bazaar het ware centrum voor stofjes en kwamen handelaars van ver gelegen plekken naar Isfahan om hier te handelen. Tegenwoordig is deze bazaar gespecialiseerd in diverse ambachten in Isfahan. Wij hebben een praatje gemaakt met een koperslager die zijn ontzettend verfijnde ambachtskunst liet zien. Hij was door Unesco uitgeroepen tot beste koperslager en heeft ook handelscontacten met bedrijven in Nederland. Trots liet hij foto’s zien en zijn getuigschrift. Net als bij de verloren was methode bij brons was hij nu bezig met het koperslaan rondom een wassen vaasmodel. Als hij klaar is met zijn werk wordt de was eruit gesmolten en houd je de holle vaas over. De toegang naar de Bazaar is een majestueuze poort die is beschilderd en versierd met mozaïektegeltjes.
De vijfde ingang van de Hakim moskee
We slenteren op ons gemak door de bazaar in de richting van de Hakim moskee, gebouwd tussen 1656 en 1662. Uniek aan deze moskee is dat hij 5 ingangen heeft, de vijfde ingang werd pas rond 1960 achter een muur ontdekt. In plaats van tegelwerk heeft deze ingang een prachtige stenen façade met diverse metselpatronen die stamt uit de 10e eeuw.
Bij de vijfde ingang van de Hakim moskee
Net om de hoek nemen we onze lunch in het Malek Soltan Jarchi Bashi traditioneel Perzisch restaurant. Het is gevestigd in een oud badhuis uit 1611 dat in de oude stijl is gerestaureerd, gebaseerd op historische foto’s. In die tijd was het het grootste badhuis van Isfahan dat twee mannen en twee vrouwen had. Het restaurant is werkelijk fantastisch mooi en er staan op verschillende plaatsen oude gebruiksvoorwerpen. Jacqueline neemt een Dolomeh chicken kebab en ik neem een Biryani met Biryani bouillon. Mijn gerecht wordt geserveerd in een koperen schaal en bestaat uit een dubbel gevouwen stuk brood met daarin gekruid (in ieder geval saffraan) lamsgehakt met walnoten en ernaast bladeren die naar anijs smaken. Op de schaal staat ook nog een koperen pannetje met daarin brood (en vermoedelijk kaas) gedrenkt in de bouillon. Het smaakt heerlijk! Wat een goed restaurant met een heerlijke ambiance!
Malek Soltan Jarchi Bashi restaurantSeyyed moskeeAli minaret
Na zo’n heerlijke lunch moeten we natuurlijk wel een stukje lopen, we hebben nog Seyyed moskee uit 1850 bezocht. De moskee is de meest bekende moskee uit het Qajar tijdperk. Vooral het tegelwerk is een schoolvoorbeeld voor deze periode. Metselwerk met aardewerken en geglazuurde tegels geven kleur en sfeer.
De Ali minaret is de oudste (11de eeuw) en met zijn 48 meter de op één na hoogste minaret van Isfahan. Hij zou origineel 50 meter zijn geweest maar in de loop van de tijd is hij 2 meter ingezakt. Er staan vier inscripties op de minaret waarvan eentje in steen, de andere in keramiek.
Koper- en tin-bewerker in de bazaar
We lopen terug naar een ander gedeelte van de Qaisarieh bazaar en bekijken de vele winkeltjes en zien inderdaad veel staaltjes van vakmanschap van geëmailleerd koper, met de hand bedrukte kleden, verfijnde zijden en wollen tapijten en nog veel meer.
Koepel van de Bedkhem Church
De volgende ochtend gaan we het zuidelijk deel van de stad verkennen. We beginnen in new Julfa, de Armeense wijk van Isfahan. De Armenen stonden bekend als zeer bekwame vakmanslieden en om hen naar Isfahan te laten komen liet Sjah Abbas I het zelfs toe dat ze hun eigen godsdienst mochten behouden en kerken mochten bouwen. De Bedkhem Church is zo een Armeens-Apostolistischd kerk. Maar liefst 72 schilderingen tonen het leven van Jezus in deze kerk uit 1627.
We vervolgen onze weg naar het zuidoosten en gaan omdat we er toch langskomen even kijken bij een “gewone wijk moskee”, de Alreza moskee, die we onderweg zien. De conciërge is blij verrast dat wij buitenlanders zijn moskee komen bezoeken. Hij loopt naar binnen en doet de ventilatoren en het licht aan. Tja, voor de gewone vrouw die zit te bidden gaat ie natuurlijk niet te veel stroom verbruiken… Toch wel leuk om te zien hoe trots ze zijn op hun eigen moskee.
Een mega moskee in aanbouw…
Even verderop zien we een paar gigantisch grote en moderne minaretten. We besluiten om ernaar toe te lopen. Het is een gigantisch complex dat nog in aanbouw is. Van enkele domes en minaretten staat alleen het skelet. Bij navraag blijkt het om de Mosalla moskee te gaan. Sinds 2005 wordt er al aan gewerkt, het complex zal in totaal 8 minaretten krijgen en de domes zijn de grootste ooit in Iran gebouwd. Zelfs het indrukwekkende Shah-e-Cheragh valt in het niets bij de grootte van dit project. Ik ben benieuwd hoe het eruit zal zien als het af is…
Mardavij Pigeon Tower
Na deze omleiding lopen we weer richting ons originele doel, de Mardavij Pigeon Tower. De provincie Isfahan staat bekend om zijn vele duiventorens. Meer dan 3000 zijn er in de loop van de geschiedenis vanaf de 12de eeuw gebouwd in de omgeving. Ze werden altijd buiten de stad gebouwd, echter zijn een aantal inmiddels in de stad komen te liggen door de grote groei van de steden. De meeste stammen uit de 17de eeuw en elke toren huisvestte tussen de 7500 en 40000 duiven. Tegenwoordig zijn er nog maar zo’n 300 over.
Bijenkorfachtige ingang op het dak
De Mardavij Pigeon Tower is uit de 17de eeuw. Hij ligt er prachtig bij. Duiven vind je er niet meer, een zestal duiven loopt er nog rond. De toren bestaat uit een grote centrale hal vol met nissen (van 20 x 20 x 28 cm) voor de duiven met daaromheen een trappensystem met daarin weer overal nissen. De architectuur is bijzonder ingenieus, je kunt er prachtige abstracte patronen in zien. Boven op de toren zijn er bijenkorfachtige in- en uitgangen voor de duiven. Er is maar één ingangsdeur voor de toren, die vroeger slechts één keer per jaar open ging. Dan werd alle geproduceerde duivenmest eruit geschept om te dienen als goede vruchtbare mest voor de landbouw. Als ik er al aan denk hoe het goed bijgehouden duivenhok vroeger van mijn vader rook, dan zal dat uitmesten een rotkarwei zijn geweest, bah!
Om te voorkomen dat slangen naar boven kropen om zich te goed te doen aan de eieren van de duiven, werd halverwege de toren een substantie tegen de toren aangesmeerd die zeer glad was, waardoor de slangen naar beneden te pletter vielen. Je kunt dit zien aan de witte horizontale streep van een meter breed die rondom de toren loopt.
De centrale hal
Abstractie in architectuur
Si-o-se Pol brug
Midden door Isfahan loopt de Zayandeh rivier die het noorden en het zuiden van de stad opsplitst. Dit is de grootste rivier van het Iraans plateau. De rivier was één van de weinige rivieren in Iran die vrijwel het hele jaar door water voerde. Door de combinatie van bevolkingaangroei, industrialisering in de regio, drogere jaren, het ontbreken van een degelijke planning en het aanleggen van een dam, komt er sinds het einde van de 20e eeuw meerdere periodes van seizoensdroogte voor en tegenwoordig staat er misschien nog eens in de 5 jaar wat water in de rivier.
In de avond lopen we naar de rivier om enkele van de elf bruggen van Isfahan te bekijken. De Si-o-se Pol brug (1599 tot 1602), de Joui brug (1665) en de Khajou brug (1660) werden allemaal gebouwd in de tijd van de Safawiden. De eerste en de laatste brug zijn ‘s avonds een favoriete ontmoetingsplek voor de mensen van Isfahan. Op de Khajou brug wordt regelmatig door groepjes mensen gezongen, en dat terwijl dit eigenlijk officieel niet mag. Als wij over de brug slenteren komen we ook enkele groepjes tegen die prachtig zingen. Helaas worden ze even later inderdaad door de politie verjaagd. Even later zien we een groepje weer bij elkaar komen, wellicht dat ze later nog een poging wagen…
Cyrus is de grondlegger van het Perzische rijk en werd in 550 voor Chr. de koning van de Meden en Perzen. Darius I, de zoon van Cyrus, heerste van 522-486 v.Chr. en had een rijk dat zich uitstrekte van Libië en Egypte tot in het huidige India, Georgië en het Turkse Tracië.
Persepolis is een door Darius I gebouwd ceremoniële centrum van dit grote rijk in het zuiden van Perzië, het hedendaagse Iran, en is een van de belang-rijkste plaatsen die de oude Perzen hebben nagelaten. Het is geen stad want er zijn bij archeologische opgravingen geen huizen gevonden.
De koningen van het Perzische Rijk stonden bekend om hun nobele bewind, hun wijsheid en menslievendheid, kortom als wijze en tolerante heersers. De heersende godsdienst, het Zoroastrisme, is een leer waarin de mensen bewust moeten kiezen voor goede daden. Zij waren dus niet onderworpen aan de goden, maar hadden een vrije wil. Deze Perzische beschaving berustte ook niet op slavernij, maar op loon naar werken. En de relaties met de omringende landen werden onderhouden door het uitwisselen van geschenken. De rijkdom was niet gebaseerd op roof, maar op ruilhandel.
Vanaf de regering van Xerxes I werden alle ambachtslieden voor hun werk betaald. De economie werd toen monetair. In geval van een ongeluk van de ambachtslieden werd voor hun nabestaanden zorg gedragen. Vanuit het hele rijk kwamen de beste ambachtslieden naar Persepolis om mee te helpen bouwen aan het paleis.
De poort der naties (gevleugelde stier met mensenhoofd)
Door de afgelegen, bergachtige locatie werd Persepolis hoofdzakelijk een lente- en zomerresidentie, terwijl het rijk vanuit andere steden zoals Babylon werd bestuurd.
Na zo’n 100 kleine treetjes op de monumentale entreetrap ( zodat 2000 jaar geleden de Meden en de Perzen die hier op audiëntie kwamen bij de koning, met hun kostbare zware gewaden op een waardige manier naar boven konden schrijden) bereiken we “de poort der naties” met aan weerszijden reusachtige gevleugelde stieren met mensenhoofden. Een indrukwekkende entree.
In deze ruïnestad is nog veel goed bewaard gebleven zoals het paleis van koning Darius (de kapitelen van de paleiszuilen waren versierd met beelden van leeuwen, griffioenen of stieren) en de “zaal van honderd zuilen”.
Het mooiste vond ik de Apadana (audiëntiehal).
Tijdens een groot feest, het Perzische nieuwjaar (Noroez) dat in maart valt, kwamen de onderdanen van de verschillende bevolkingsgroepen ‘giften’ (belastingen) aanbieden aan de sjah. De gezanten van 23 verschillende volkeren, te onderscheiden aan hun kleding en hoofdtooien, kwamen belastingen betalen aan Perzische koning. Het aanbieden van de giften is afgebeeld in reliëfs op de oostelijke trappen van de apadana.
Je ziet bijv. de Arabieren met stoffen en een dromedaris, Ethiopiërs met een slagtand van een olifant en een giraffe, Cappadociërs met een paard en kledij, enz. Verder zie je stieren en eenhoorns in gevecht met leeuwen, en koningen met de typische assyrische haar- en baarddracht in kleine krulletjes.
De Meden
Griffioen vlak bij de ingangspoort
Arachosiërs met een kameel
Leeuw met een eenhoorn
Archeologen hebben in de oude schatkamer stenen tabletten gevonden waar de salarissen van meer dan duizend arbeiders zijn bijgehouden. Het grootste deel van de schatkamer is echter verdwenen: je ziet alleen nog de zuilen die ooit de fundering vormden. Er is zoveel bekend over Persepolis omdat er veel geschriften zijn terug gevonden in 3 talen: het oud Perzisch, het neo-Babelonisch en het neo-Elamitisch?
Tombe in Persepolis
Deksteen in de tombe in Persepolis
Achter de schatkamer kun je via een korte klim bij een aantal tombes komen, de tombes van Arthaxerxes II en III. Sowieso een must omdat je van daar een prachtig overzicht hebt over de hele stad. Met name de linker tombe van
Arthaxrces II is de klim waard, de façade in de bergen is versierd met mooie reliëfs. Er zit een glaswand voor de facade en daarachter zit een bewaker bij het opening waar je in de grafkamer zou kunnen kijken.
Dat is echter ten strengste verboden staat op een bordje vlakbij de bewaker. Maar net als ik weer terug naar beneden wil gaan zie ik ineens mensen om de glaswand heen lopen… en die staan vervolgens naast de bewaker door de opening naar binnen te kijken!!! Tja, dan trek ik de stoute sandalen maar aan en stap over het verbodsbord heen om ook naar de ingang van de tombe te gaan. Ik hoef tenslotte niet roomser te zijn dan Allah, hihi. En zo ben ik in de gelegenheid om toch even te kijken en een foto te maken. De tombe is
niet groot en er ligt een grote deksteen in die waarschijnlijk het graf afdekt.
Persepolis panorama
De bouw van Persepolis duurde ongeveer 150 jaar. Alle opvolgende koningen bouwden gestaag verder volgens het oorspronkelijke plan, maar nog voordat de bouw van de stad voltooid was werd het verwoest. De Apadana, het schathuis en het paleis van Xerxes werden in 330 v. Chr. veroverd, geplunderd en in brand gestoken door Alexander de Grote. Hij verwoestte Persepolis nadat (naar men zegt) de Perzen de Acropolis verwoest hadden. De stad werd verlaten en vergeten. In 1931 werd bij grote archeologische onderzoeken de stad weer ontdekt. Doordat de stad al die tijd onder het woestijnzand heeft gelegen zijn de reliëfs en beelden goed bewaard gebleven.
Naqsh-e Rostam
Naqsh-e Rostam
Toen Darius ongeveer 3 kilometer ten noorden van zijn nieuwe paleis de torenhoge klif met oude gedenktekens voor het koningschap ontdekte, liet hij hier vier graftomben uithakken. De kruisvormige rotsgraven zijn van de koningen Darius I (†486 v.Chr), Xerxes (†465 v.Chr), Artaxerxes I (†425 v.Chr) en Darius II (†404 v. Chr).
Naqsch-e Rustam
Hun grafmonumenten zijn indrukwekkend. De rotsgraven zijn 23 meter hoog en 18 meter breed. Zo’n 6-7 eeuwen later wilde ook Shapor wat langer bekend blijven. Hij heeft in de brede rotsstrook onder de graffaçades zijn overwinning op de Romeinse keizer Valerianus in indrukwekkende reliëfs laten uitbeitelen.
Arabische legers brachten in de 7e eeuw de islam naar Perzië, zij vernietigden veel heidense monumenten. Maar de Perzische geleerden conserveerden de reliëfs onder de mysterieuze graven in de 65 m hoge rots in de veronderstelling dat ze de islamitische held Rostam voorstelden. Nu is dus bekend dat de reliëfs in de steile rotswand rond de graven de eerste en laatste stadia weergeven van een koningsmonument dat al dateert van ver voor de bouw van Persepolis. Zo is er dus gelukkig toch nog een stuk van die oudere cultuur bewaard gebleven.
Imamzadeh-ye Ali Ebn-e Hamze
Buitenkant van het “spiegelpaleis”
Omdat ik in het Shah-e-Cheragh de heilige ruimte met de schrijn niet in mocht (“het spiegelpaleis”), laten we ons met de bus afzetten in de buurt van Imamzadeh-ye Ali Ebn-e Hamze.
Interieur “spiegelpaleis”
Dit na een tip van onze vriendelijke gids in het Shah-e-Cheragh, hij vertelde dat een neef van Ali-Ibn-e-Musa Al-Reza hier zijn tombe heeft en dat ik als vrouw die wel mag bezoeken. Het is een kleinere variant van het “spiegelpaleis” en gehuld in een chador mag ik hier dus wel naar binnen. Wat grootte betreft is het inderdaad kleiner, maar wat schoonheid betreft is het zeker niet minder. Duizenden spiegeltje komen je tegemoet en het houtwerk van de deuren is prachtig! Natuurlijk is er hier ook een aparte mannen- en vrouweningang. Een bezoek aan een moskee blijft een aparte ervaring. Zelfs hier in deze heilige schrijn doen de mensen hun dagelijkse dutje of appen op hun telefoon. Sterker nog: in het vrouwengedeelte zie ik zelfs een vrouw met pannetjes en potjes een kippepootje eten terwijl er tegenover een vrouw onder haar chador op haar knieën jammerend gebeden op zegt. Elders ligt een baby in een eenzame hoek ligt slapen. Haar moeder? een stuk verder in een andere hoek slaapt ook. Wonderlijk.
Shiraz is één van de oudste steden van Iran en is de hoofdstad van de provincie Fars. Deze stad met 1.8 miljoen inwoners ligt op zo’n 1540 meter hoogte aan de voet van het Zagrosgebergte. Onder andere vanwege zijn strategische ligging langs de zijderoute is deze stad meermaals in zijn ruim 4000 jaar oude historie vernietigd.Tevens heeft Shiraz van 1747 v.C. tot en met 79 n.C. gediend als de hoofdstad van de verschillende Perzische rijken en dynastieën. In die tijd stond Shiraz bekend als, letterlijk en figuurlijk, de grootste stad ter wereld. De bekende wijndruif met dezelfde naam komt hier ook vandaan, is meegenomen naar Europa door de kruisvaarders. Echter hier wordt er “officieel” geen wijn meer gemaakt vanwege het alcoholverbod en wordt het alleen nog maar verwerkt tot druivensap.
Glas-in-lood van de Nasir al-Molk moskeeNasir al-Molk moskee
We gaan vandaag al vroeg op weg naar de Nasir al-Molk moskee, gebouwd van 1876 tot 1888, en tegenwoordig meer een museum dan een moskee. De zonnestralen van de vroege ochtendzon door de talloze glas-in-lood ramen in de ruimte van de moskee zorgen voor een magisch kleurrijk schouwspel. De ruimte is duidelijk in trek bij de Iraanse vrouwen voor een foto met hun gezicht en gewaad in de kleurenregen. Ze staan er zelfs voor in de rij en poseren als echte diva’s.
Plein van de Atigh Jame moskee
In de zoektocht naar de ingang van onze volgende bestemming komen we bij een mooie binnenplaats. Alweer een moskee? We lopen de binnenplaats op en Jacqueline wordt meteen achtervolgt door een man met een groene plumeau. Wordt nu voor de eerste keer Jacqueline terecht gewezen op het verkeerd dragen van haar chador of een foutje in haar kleding? Nee! Het blijkt het sleutelmannetje te zijn die special voor ons het oudste gedeelte van deze moskee wil open maken. Het plein blijkt te behoren aan de Atigh Jame moskee.
Atigh Jame moskee
Dit oudere gedeelte stamt uit de 9de eeuw en bestaat alleen uit de eigenlijke oude moskee met een mihrab. Het grote plein is toegevoegd in de tijd van de Safawiden. De oude pilaren zijn nauwelijks versierd en er ligt een dikke laag stof op de grond. Een enkele duif heeft zijn nest in één van de kleine nissen in een pilaar gemaakt. We voelen ons bijna als ontdekkingsreizigers als we hier in een stad van 1.8 miljoen inwoners in ons eentje van mogen genieten.
De eerste binnenplaats en de toegangspoort tot de tweede
Één van de (en ook onze) hoogtepunten van Shiraz is toch wel de heilige schrijn Shah-e-Cheragh (Koning’s licht). Hier liggen de twee broers Amir Ahmed-Ibn-e-Musa Al-Kazam en Amir Mohammed-Ibn-e-Musa Al-Kazam begraven. Het zijn broers van imam Ali-Ibn-e-Musa Al-Reza, de achtste imam van het sjiisme. Daarmee is dit mausoleum, dat ooit rond 1130 AD gebouwd werd, een belangrijk pelgrimsoord. We krijgen een min-of-meer verplichte gids toegewezen, een uiterst vriendelijke jongen die dit eens per week als vrijwilliger doet. Hij weet veel over dit complex te vertellen. Vanwege de recente aanslag in Teheran is het wel wat meer gedoe om binnen te komen. De eerste binnenplaats waar we komen is net een maand opgesteld voor het publiek.Ze bouwen namelijk nog steeds verder aan het complex. De gebouwen van dit eerste plein zijn een oase van kleur.
Glazen paleis van de Shah-e-Cheragh
De toegangspoort tot de tweede binnenplaats (die al 3 jaar open is voor het publiek) is prachtig en we zien een groot plein met aan onze linkerkant het glazen paleis, de rustplaats van één van de broers. Tegenwoordig mogen alleen moslims nog naar binnen, maar de conciërges en gidsen knijpen hier en daar een oogje dicht. Als de security het maar niet ziet! Ik (als man) mag dus even snel naar binnen glippen via de zij-ingang voor mannen. Jacqueline mag als niet-moslim vrouw niet naar binnen, ook niet via de vrouwen ingang. Man zijn in Iran heeft zo wel zijn voordelen!
Tombe in het glazen paleis
Ik weet niet wat ik zie!!! Duizenden kleine spiegels bedekken het interieur van het paleis. Het summum van bling bling!!! Bijna alles wat ik zie heeft een zilveren of gouden glans, behalve de schrijn met de kist, die is in de voor de islam heilige kleur groen. De mannen wandelen naar de schrijn, raken hem aan en bidden kort alvorens zich een plekje op de vele rode tapijten te zoeken. Ik weet niet hoe ik het allemaal op de foto moet zetten. Schitterend!!! Letterlijk als figuurlijk…
Verderop in een hoek van het plein is het mausoleum van de andere broer. Hier mag zelfs ik niet naar binnen. Ik zie alleen een glimp van de groen schijnende schrijn. We lopen door en krijgen meer uitleg. Farsi galmt uit de portofoon van de gids. Een conciërge praat even kort met de gids. De security heeft ons zien fotograferen op het plein. En schijnbaar mag dat dus niet! Dus we zouden terug moeten naar de security (zodat ze onze SD kaarten kunnen wissen?).
De gids roept tegen ons om de camera’s snel weg te stoppen. Ik doe mijn camera snel in mijn rugzak (die overigens helemaal niet gecontroleerd was, terwijl zelfs de Iraniërs door de security kamers moesten, was mij niets gevraagd) en Jacqueline verstopt haar camera onder haar chador. Is dat lompe ongemakkelijke tafelkleed toch nog ergens goed voor! De gids begeleid ons iets sneller naar de derde binnenplaats…
Hier zien we de grote moskee van het complex. Ik maak nog wat foto’s met mijn telefoon, want ja, dat mag wel en dat doet dus ook iedereen hier. Een beetje vreemd, want met de huidige generatie telefoons kun je best wat goede foto’s mee maken. En Samsung’s zie je hier genoeg… We verlaten het complex en nemen afscheid van de goede gids en lopen via één van de vele bazaars naar een traditioneel restaurant waar we genieten van een heerlijke lamsgehakt met walnoten kebab en een kip kebab terwijl een zanger zijn kunsten laat horen onder begeleiding van een trommel en een sintar.
Vakil badhuis
Na deze late lunch bezoeken we het Vakil badhuis. Dit badhuis stamt uit +/- 1760 en is tegenwoordig een museum.
Gebedsruimte van de Vakil moskee
Met poppen, die gekleed zijn in de kleding van enkele beroepen in die tijd, en met geluidseffecten probeert men een sfeer te creëren hoe het er in die tijd aan toeging. Onder de vloer bevindt zich een nauwe ruimte waardoor de hitte kon stromen, zodat de vloer heter werd.
De Vakil moskee gebouwd van 1751 tot 1773 is eigenlijk meer bijzonder vanwege zijn afwijkende bouwstijl. Hij heeft maar 2 iwans (ingangen) in plaats van de gebruikelijke 4. De 48 zuilen van de 2700 m2 gebedshal zijn niet gedecoreerd maar in een spiraal gedraaid. Elke zuil heeft een capiteel van Acanthus bladeren. Daarnaast staat er nog een uit veertien trappen bestaande minbar gemaakt van een monoliet uit Azerbeidzjan.
Shiraz is een prachtige stad waar zo ontzettend veel te zien valt, dat we er makkelijk nog veel langer hadden kunnen blijven. En de specialiteit van Shiraz, het ijs, is ook lekker, alhoewel het op het eerste gezicht uitziet als een soort kauwgum als je het schept…
Voor diegene die gewend zijn een vakantiekaartje van ons te krijgen… helaas die komt er niet aan.
Ben twee volle avonden bezig geweest om te proberen foto’s te uploaden naar Hallmark.nl maar krijg ze niet geupload en de site zelf is ook zo traag dat ik niet eens de basiskaart gekozen krijg.
Dus jullie zullen het moeten doen met onze hartelijke groeten via deze weblog!
Vandaag wederom een lange reisdag naar Shiraz (573 km!). Het landschap is nu veel afwisselender dan de afgelopen dagen: bergachtig, nu en dan een klein groen stukje tuinbouwgrond omringd door woestijn en af en toe zelfs een paar bermbloemetjes.
Onderweg pauzeren we in Neyriz, voor een bezoek aan de oude Jameh moskee. Deze dateert uit de 9e eeuw en is een voormalige vuurtempel wiens functie werd veranderd tot moskee tijdens de eerste jaren van het islamitische tijdperk. Het heeft een mooie metselwerk minaret en een zeer rijk bewerkte mihrab.
Cipres van meer dan 1000 jaar oud
Terugkijkend naar de binnenplaats valt de enorme cypres echt op. Deze is al ruim duizend jaar oud.
Na Neyriz doorkruisen we het Zagrosgebergte. Wow, ik houd hier wel van, grillige, ruige, kale bergen met hier en daar een groene struik en zelfs een prachtig uitzicht op een vlakte met een enorm zoutmeer. Omdat we hier al op zo’n 2000 meter hoogte rijden heb je er geen idee van, maar menige top rijkt hier tot over de 4000 meter. We passeren olijven- en vijgenboomgaarden. Zien herders met kudden geiten en schapen, maar ook plastic fabrieken en gascentrales.
Moskee in the middle of nowhere
Dorpen lijken hier op te gaan in de omgeving doordat huizen vaak van omgevingsmateriaal gemaakt zijn. Van de vele moskeetjes die we onderweg zien hebben veel ervan een gouden koepel.
Hondenmoeder met pups
16 Km voor Shiraz maken we nog een korte stop bij een zoutmeer. In deze tijd van het jaar is het meer nagenoeg droog gevallen, je ziet waar er water is nog wel de typisch rode kleur van de algen die in de natte tijd hier voorkomen. Een lekkernij waarop zwermen flamingo’s afkomen. Maar die zien we in deze tijd dus niet. Jammer. Wij bekijken het zoutmeer bij de zoutfabriek waar ik begroet word door een hondenmoeder met twee pups.
Zoutmeer
Bij zonsondergang (hier rond 19.18) komen we dan eindelijk aan bij ons hotel. Pfff… we hebben er dus bijna 11 en een half uur over gedaan. Toch kunnen we het niet laten om nog snel even te gaan kijken bij het verlichte fort dat aan het eind van onze straat ligt. Een mooie afsluiter.