Kerman, Rayen en Mahan

Kerman, Rayen en Mahan

Zein-o-Din karavanserai

Op weg naar Kerman bezoeken we de Zein-o-Din karavanserai, in de 18de eeuw gebouwd door Shah Abbas I, die helemaal door Italianen gerestaureerd is. De meeste karavanserai werden rechthoekig gebouwd, deze is echter zeshoekig met kamers rond een centraal plein. Tegenwoordig wordt het gebouw gebruikt als hotel en in de centrale gang zijn de slaapkamers, afgeschermd door wandjes en gordijnen, geplaatst in de nissen. Het gebouw ernaast diende als verblijf van het personeel en de verzorgers van de paarden en kamelen.

Zein-o-Din binnenplaats
Specerijen in de bazaar van Kerman

Het is al redelijk laat als we in Kerman aankonen. Kerman ligt zo’n 370 km ten zuidoosten van Yazd. Vanwege zijn relatief afgezonderde ligging, weliswaar op één van de zijderoutes, is Kerman vaak van alle veroveringen bespaard gebleven. We bezoeken de levendige bazaar en mogen van enkele verkopers hun waar proeven. Variërend van een zoete pistache poeder, een heerlijke gedroogde vijg tot een, in de vorm van een krijtje, zeer zurig smakende “kaschk” met een lange nasmaak, gemaakt van gedroogde gefermenteerde geitenmelk. Jakkes! Helaas is het mooie badhuis van het Ganjali Khan complex vandaag gesloten, maar de ingang van het badhuis heeft de fresco’s die we graag willen zien.

Ganjali Khan badhuis schilderingen

Deze prachtige 400 jaar oude fresco’s van wilde dieren zijn heel goed bewaard gebleven! In de bazaar bevindt zich ook het Vakil theehuis en restaurant, dat gevestigd is in een voormalig badhuis. Er is live muziek van een zanger met een Sintar-speler (een soort 4-snarig liggend instrument) als begeleider. We nemen plaats aan een tafel en genieten van de sfeer en de mooie ruimte. Aan de andere kant van de tafel zit een vrouw van een stel waterpijp te roken. Zoals overal in Iran volgt er ongeveer meteen contact en de man blijkt een goochelaar te zijn. Hij vertoont meteen enkele van zijn kunstjes en we moeten natuurlijk ook meteen met hun op de foto.

 

 

 

 

Muziek in het Vakil theehuis
Bij de poort van Rayen

De volgende dag bezoeken we de citadel van Rayen, in de gelijknamige middeleeuwse lemen stad. Rayen is in feite een ommuurde stad, waarvan sommige delen onder invloed van weer en wind bijna helemaal zijn geërodeerd. Dit stadje is net als Bam helemaal uit leem opgebouwd. Het ligt aan de voet van een zogenaamde Arc, dat is Farsi voor versterkte vesting. Een gouverneurs huis, pleinen en een wirwar aan straatjes zijn nog te onderscheiden. Rayen-kasteel werd bewoond tot 150 jaar geleden.

Bij de lemen restanten van Rayen

De funderingen dateren uit het pre-islamitische tijdperk en zijn al bijna 1000 jaar oud. De 10 meter hoge en 3 meter dikke muren met kantelen en wachttorens zijn indrukwekkend. Enkele werklieden zijn bezig met renovatie werkzaamheden aan de adobe binnenmuur. Zand, water, klei en stro worden met een riek door elkaar gemengd en op de muur gesmeerd. We lopen door het complex, kijken in de vele gangetjes en kamers en via een trap komen we op een dak waar we mooi uitzicht over het complex hebben.

Restauratie aan de citadel van Rayen
Wachtrij voor een foto met Jacqueline

We rijden door naar Mahen. Daar brengen we een bezoek aan het mausoleum van Shah Ne’matollah, een beroemde Soefi, dichter en grondlegger van de orde van derwisjen. Een prachtige blauwe koepel prijkt boven het gebouw uit. Bij het naar binnen gaan wordt Jacqueline in haar blauwwitte outfit meteen omsingeld door een twintigtal dames in zwarte chador’s met bijbehorende kinderen. Na de bijna verplichte fotoshoot en 80 selfies van 15 minuten gaan we via een binnenplaats met vijver het gebouw binnen. Mooie tapijten en prachtige koningsblauwe en flesgroene kroonluchters sieren de vloeren en plafonds. In een nis in een hoek van het gebouw zien we enkele van de unieke kalligrafische ornamenten, waar het mausoleum ook bekend om staat.

 

 

Mausoleum van Shah Ne'matollah
Mausoleum van Shah Ne’matollah
Jazd / Yazd

Jazd / Yazd

Binnenplaats van ons hotel

De stad is maar liefst 5000 jaar geleden opgericht. Duizenden jaren hebben de bewoners hun leven aangepast aan het woestijnklimaat wat terug te zien is in de architectuur.
Het oude centrum van Yazd is een van de oudste centrums ter wereld. Wij zitten in een hotel in dat oude centrum en recht tegenover ons hotel kunnen we al de oude overdekte bazaar inlopen. Het hotel is een voormalig historisch koopmanshuis. De kamers liggen rondom een centrale met tentdoek overdekte patiotuin. Wij krijgen een kamer die via een steile trap te bereiken is. We komen dan eerst in een halletje met twee fauteuils en de deur naar de badkamer. Rechtdoor komen we in de slaapkamer met drie bedden met uitzicht op die patiotuin. Tjonge, een heel sfeervolle kamer met muurschilderingen, antieke voorwerpen ter decoratie en mooie glas in loodramen.

Alexanders Prison (links) en ernaast het oudste intacte gebouw in Yazd (11de eeuw)

Na aankomst besluiten we meteen al op zoek te gaan naar Alexanders Prison zo genoemd omdat de dichter Hafez hiernaar verwijst. Alexander is er nooit geweest en het is eigenlijk een 15e-eeuwse school met een grote koepel.

Al snel komen we in een wirwar smalle straatjes en sfeervolle overdekte steegjes tussen muren gemaakt van modder, stro en leem. Je zou hier makkelijk kunnen verdwalen. Gelukkig zijn er regelmatig bordjes met pijlen voor de goede richting naar bezienswaardigheden en natuurlijk hebben we navigatie op de telefoon! We zijn er rond zonsondergang en zien het gebouw dus mooi verlicht.

Vrouw in chador in Faradah wijk

Yazd is de stad van de windvangers (badgirs), de stad met het grootste ondergrondse waterkanalensysteem en staat verder bekend om de Zoroastrische vuurtempels. Jarenlang heeft de stad gediend als het centrum van het Zoroastrisme, de oudste religie met één god ter wereld gesticht door de profeet Zarathustra of Zoroaster. (10e eeuw v.C. tot de Arabische invasie in Iran in 651 na Christus). Ruim 16 eeuwen Zoroastrisme hebben de Iraanse cultuur en tradities voor een groot deel vorm gegeven. De religie maakt onderscheid tussen de Verlichtende Wijsheid en de Destructieve Geest. In je levenswijze dient de nadruk te liggen op goede gedachten, goede woorden en goede daden. In het Zoroastrisme is er leven na de dood; je dient zelf je geest in dit leven of in het volgende leven steeds te verbeteren totdat je bij de god van het goede kan komen.
De energie van de schepper wordt in het Zoroastrisme weergegeven door zonlicht en vuur. Zoroastrische gebouwen worden daarom ook vuurtempels genoemd en hebben boven de ingang een symbool, de faravahar.

Remy bij één van de torens van de stilte

We bezoeken de volgende ochtend een typisch zoroastrisch bezienswaardigheid: de torens van de stilte (Dakhma-Ye Zatoshti). Dit zijn torens waar de Zoroastriërs hun doden, na het wassen inlegden.
Volgens dit geloof mag je de aarde, het water en de lucht niet bevuilen dus werden lijken niet begraven of verbrand. Nadat het lijk gewassen was werd het boven op de toren gelegd zodat de gieren hun werk konden doen. De doden werden in rijen op stenen gelegd; buitenste rij de mannen, dan de vrouwen en in de binnenste ring de kinderen. Als de botten kaal gevreten waren werden de beenderen met (ongebluste?) kalk in de kuil gegooid zodat er niets meer van overbleef. De kleinste toren is 200 jaar en de grootste 400 jaar oud. Sinds 1960 is het gebruik van de torens om hygiënische reden verboden. Vlakbij ligt nu een begraafplaats voor zoroasters gemaakt van waterdicht beton zodat niets doorsijpelt naar de bodem! Er zijn tegenwoordig in Jazd nog maar 30.000 Zoroasters.

92-jarige laatste lijkwasser torens van de stilte

Beneden ontmoeten we de laatste nog levende lijkwasser die hier gewerkt heeft. De man is inmiddels 92 jaar oud.
Onderweg naar boven kun je onderaan de heuvel goed de restanten zien van oude tempeltjes die voor de verering van Zoroaster werden gebruikt, evenals de overnachtingsverblijven, keukens en badhuizen, bedoeld voor de familie van de overledenen.
Op de terugweg naar het centrum stoppen we even bij de vuurtempel. Volgens overlevering brandt hier de heilige vlam van de profeet Zoroaster al sinds 470 na Chr.

Traditioneel eten bij Fookah in Yazd

We lunchen bij Fookah een restaurant waar we gisterenavond op het dakterras gegeten hebben. Ze hebben heerlijk eten. Remy krijgt een halve kip in rode currysaus met Burberry rijst (rijst met granaatappelpitten erdoor bestrooid met saffraan, mjammie!).
Ik een kipkebab met lekkere salade. Het eten smaakt in Iran zo lekker, ze werken veel met verse kruiden.

 

Jameh moskee Yazd
Jameh moskee in de avond
‘Reizigers’ in water van Amir Chaghmagh plein

Na de lunch gaan we naar de Jame moskee. Elke stad of dorp heeft wel een moskee met de naam Jame(h). Deze Jame Moskee stamt uit de 12e eeuw. Hij heeft een imposante toegangspoort met 48 meter hoge ranke minaretten, de hoogste van het land. Hij is prachtig gedecoreerd met tegels met blauwe motieven, zowel van buiten als van binnen bij de overkoepelde gebedszaal en de mihrab. Terwijl we er zijn begint de gebedsdienst.

Ons volgende doel is het Amir Chakhmagh plein van waaruit jaarlijks duizenden Sjiitische moslims in optochten de dood van Imam Hossein herdenken. Aan dit plein staat ook het gebouw met dezelfde naam, maar hiervan zijn alleen nog de monumentale façade met driedubbele arcadenrij en twee ranke betegelde minaretten bewaard gebleven. In de vijver ervoor staat de beeldengroep “de reizigers”.

Binnenplaats watermuseum

Hoewel omringd door twee woestijnen, beschikt Yazd toch over voldoende water. Het water wordt via ondergronds gegraven kanalen (qanats) uit het vijftig kilometer verderop gelegen gebergte naar de stad getransporteerd leren we in het watermuseum. Die gangetjes waren hooguit 60 cm breed en wilden tijdens de bouw nog wel eens instorten. Dit aardige museum zit ook in een voormalig mooi gedecoreerd koopmanshuis en heeft natuurlijk ook een binnentuin.
Ondertussen zijn we aardig verhit geraakt en zijn blij dat we via de koelere overdekte bazaar terug naar het hotel kunnen lopen. ’s Middags is alles gesloten, een soort siësta, maar vanaf ca. 16.00 komt er weer bedrijvigheid en ’s avonds is het er een drukte van belang. We passeren oogverblindende spiegelwinkels en net zo schitterende goudwinkels waar bijna alles bezet is met glimmende stenen. Iraniërs houden van blingbling!

Onze tijd in Jazd zit er weer op. Morgen gaan we op weg naar Kerman.

Interieur Azira moskee Yazd
Van Kashan via Na’in naar Yazd

Van Kashan via Na’in naar Yazd

Jameh Moskee in Na’in

Vandaag een lange reisdag naar Yazd. Niet ver van Kashan zien we in het landschap wachttorens en afweergeschut: hier liggen over een lengte van 15 km op 100 m diepte de ondergrondse kerncentrales. Verder is het landschap saai en droog. Zo nu en dan verschijnen er wat kale woestijnbergen.
Tussen Kashan en Yazd maken we een stop in Na’in met zijn middeleeuwse oude centrum. Na’in was vroeger een belangrijke halte op de oude karavaanroute ten zuiden van de woestijn en is een echt authentiek woestijnstadje met veel leembouw, een oude moskee (vroeger vuurtempel geweest) met diepe cisternen en een compleet onderaards labyrint waar de bewoners zich tegen overvallers en woestijnrovers konden beschermen, waarschijnlijk nog stammend uit de pre-islamitische tijd!

Seltsjoeks metselwerk in de Jameh moskee

De Jameh Moskee (= Groot Moskee) van de stad Na’in dateert van ongeveer de 9e eeuw en is één van de oudste moskeeën van Iran. Het is één van de eerste vier moskeeën die gebouwd werden na de invallen van de Arabieren. Het oudste (vuurtempel) deel dateert uit de 8ste eeuw, later werd de moskee over de vuurtempel heen gebouwd. Heel bijzonder vind ik de bakstenen wanden en pilaren rond de binnenplaats, de veertien zuilen zijn elk versierd met een uniek patroon van metselwerk, Seltsjoeks vakmanschap uit de 11e eeuw.

De preekstoel naast de gebedsnis

De moskee is bekend om zijn mihrab (gebedsnis) uit de veertiende eeuw. Naast de meghrab staat een preekstoel, een menbar, 700 jaar oud, uitgevoerd in fijn houtsnijwerk met bloemen- en geometrische motieven. Op de grote binnenplaats liggen vier albasten tegels. Deze zorgen ervoor dat er ondergronds nog daglicht kan komen. Als we de trap af gaan komen we in onderaardse gangetjes en ruimten van de vroegere vuurtempel. De moslims gebruikten de  kelders onder de moskee als gebedsplaats gedurende de hete zomer Veel voormalige vuurtempels zijn verdwenen doordat de moslims er hun moskeeën bovenop bouwden.

Onderaardse gangen van de Jameh moskee

In afwachting van onze picknicklunch lopen we de inmiddels grotendeels verlaten oude stad in, die is opgetrokken uit leem. Er zijn veel geruïneerde gebouwen, waarvan de bewoners nu voor onderhoudsvriendelijker behuizing gekozen hebben, het geeft de indruk in de middeleeuwen beland te zijn. Centraal ligt het fort Narin Ghal’eh, een Sassanidisch fort dat de oase moest beschermen tegen invallen. Net daarvoor zien we een ab anbar, een drinkwaterreservoir, met 4 badgirs, de windtorens die voor koeling moeten zorgen. Het fort is grotendeels vergaan, maar is toch indrukwekkend om te zien.

Het is al laat in de middag als we in Jazd aankomen.

Badgirs voor de Narin Ghal’eh
Kashan

Kashan

 

Jacqueline in Tabātabāeihuis

Zo’n 200 km ten zuidwesten van Teheran ligt Kashan. In de elfde eeuw bouwden de Seltsjoeken hier een vesting waarvan de muren nu nog staan. Kashan staat bekend vanwege zijn prachtige koopmanshuizen. We bezoeken het Tabātabāeihuis, een huis uit 1834. Het huis heeft vier binnenplaatsen en 45 kamers en kelders. Naast door de tijd en zon vervagende muurschilderingen en kleurrijke glas-in-lood zien we prachtige patronen in het stucwerk en mooie koepels.

Ondanks dat er geen meubels of tapijten meer zijn straalt de luxe er vanaf. Zeker in de centraal aan de binnenplaats met vijver gelegen hal vol spiegels, spiegel mozaïek en verfijnde reliëfs.

Abbasi restaurant met chicken kebab en Dizi schotel

Hier zien we voor het eerst ook deuren met twee deurkloppers. Een langwerpige voor de mannen en een ronde voor de vrouwen. Omdat ze beide een ander geluid maken wisten de mensen in huis meteen of er een vrouw of een man voor de deur stond, zodat ook een man of een vrouw de deur open kon maken. Het aantal keren kloppen gaf aan hoeveel mensen voor de deur stonden. Het was dus wel even werken als je met een hele groep aankwam…

We besluiten om in het Abassi theehuis, ook gevestigd in een traditioneel koopmanshuis, te lunchen. Iraniers zijn gewend de maaltijd zittend op een tapijt te gebruiken. In traditionele restaurants staan dan ook grote zitplateau’s bedekt met tapijten waar hele families op passen. Ook wij krijgen zo’n bank toe gewezen. We bestellen een barbeque kip kebab met rijst en een dizi. Dit laatste traditionele gerecht dien je deels zelf te maken. Er wordt een smal hoog potje met schapenvlees, aardappel, spliterwten, kikkererwten en tomaten in kookvocht gebracht. Als eerste laat je het vocht in een kom uitlekken. Daarna haal je het vlees eruit en schep je twee eetlepels vocht terug in het pannetje. Nu stamp je alles met de bijgeleverde stamper in het potje fijn. Als laatste doe je het schapenvlees terug en stamp je nog een keer. Je schept nu alles eruit en verdeelt alles gelijkmatig over een bord. Tijdens dit alles zorg je ervoor dat je stukjes papadums met sesamzaad in de kom met vocht laat weken. Je dizi is klaar, samen met wat (naan)brood eet je het gerecht op. Erg lekker!

Sultan Amir Ahmed Hamam

Na de lunch ligt even verderop de Sultan Amir Ahmad hamam, gebouwd in de 16de eeuw tijdens het bewind van de Safawiden. Dit grote (1000 m2) traditionele badhuis is versierd met turkoois en goud tegelwerk, prachtig om te zien! Op elke pilaar van het centrale badhuis zie je kleine naive muurschilderingen als zijnde kleine schilderijtjes. Op het dak de koepels met kleine ronde albasten ruitjes. Vandaar kun je niet naar binnen kijken maar binnen leveren ze veel licht en sfeer en kun je wel naar buiten kijken.

Sultan Amir Ahmad Hamam

We lopen door smalle nauwe straatjes met hoge muren richting onze volgende bestemming. De hoge muren zorgen ervoor dat je wat verkoeling in hun schaduw kunt vinden, lekker! De zon schijnt hier meedogenloos, ondanks een temperatuur van bijna 40 graden is het weliswaar warm, maar voelt het door de droogte niet benauwd.

De Agha Bozorg moskee is in de 18de eeuw gebouwd. Wat deze symmetrische moskee uniek maakt is de binnenplaats. In deze binnenplaats ligt nog een tweede dieper gelegen binnenplaats met een tuin en een fontein.
We lopen richting de gebedsruimtes en worden meteen heel vriendelijk begroet en met gebaren gevraagd om naar binnen te komen. Jacqueline natuurlijk bij het vrouwengedeelte en ik bij de mannen. Het geheel is alleen gescheiden door een paar lakens. Het geluid van gebeden schalmt over de speakers. Jacqueline krijgt meteen een kop thee aangeboden en een vrouw geeft haar snoepjes. Het oogt veel gezelliger dan onze gebedsdiensten. De vrouwen keuvelen wat met elkaar, drinken thee en zo nu en dan prevelen ze mee met de gebeden. Ze willen erg graag contact en vragen, wijzend op mijn camera zelfs of ze op de foto mogen. Jammer genoeg doen ze wel eerst hun chador, die tot dan toe losjes open hing, tot aan hun kin dicht. Een man brengt bekertjes met verse citroen limonade rond. Heerlijk!

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouwen in vrouwendeel Agha Bozorg moskee
Agha Bozorg moskee in Kashan

Bij mij is het niet anders, ook ik krijg een verse limonade en een koek. De mannen knikken of wuiven vriendelijk. Sommige praten zachtjes met elkaar, andere lezen uit een dikke Koran, soms ondersteund door een houten standaard, weer andere bidden met een rozenkrans. Er heerst een serene rust. Ik vraag aan een man die halfliggend tegen een pilaar rust of ik een foto mag maken. Hij knikt instemmend en haalt een petje tevoorschijn en zet deze op. Met zijn rechterhand op zijn hart kijkt hij me aan. Prachtig! De vriendelijkheid is hartverwarmend en steekt in een schril contrast af met hoe over moslims wordt gedacht, stereotypen voornamelijk veroorzaakt door een stel idioten en testosteron jongeren, in de westerse wereld.

 

 

Uitzicht vanaf het dak van bazaar Kashan

Als laatste brengen we een bezoekje aan de Bazaar van Kashan. Helaas zijn alle winkels, behalve een stoffenwinkel, gesloten. Vanwege het offerfeest, een nationale feestdag. Het geeft ons de rust op ons gemak de mooie koepels van de overdekte bazaar te bekijken. En gelukkig vinden we de weg naar het dak. Van hieruit heb je een mooi uitzicht op enkele open binnenplaatsen van de bazaar.
Met een moe maar voldaan gevoel gaan we terug naar ons hotel. We hebben zoveel moois al gezien, dat smaakt naar meer.

Man in de mannelijke gebedsruimte van de Agha Bozorg moskee

PS: Je kunt op de afbeeldingen klikken om een grotere versie te zien…

De moskeeën en paleizen van duizend-en-een-nacht…

De moskeeën en paleizen van duizend-en-een-nacht…

Iran

Nog een paar nachtjes slapen en onze volgende reis staat weer klaar om te beginnen.

Wie denkt aan Iran, denkt aan een streng islamitisch land met sjiitische ayatollahs, moskeeën en koranscholen. Maar voordat de islam via de Arabieren zijn entree maakte in dit land, was het ooit deel van het eerste échte grote imperium, het oude Perzische Rijk. Ervoor en erna hebben nog talloze andere volkeren over dit land geheerst, hierover later meer. We verheugen ons al op deze cultuur trip vol met kastelen, moskeeën, vuurtempels, bazaars, theehuizen, minaretten, paleizen en nog veel meer…

Het overzicht van de reis

Programma

  • Dag 01: Amsterdam Vliegtuig
  • Dag 02: Vliegtuig Teheran Bus Kashan
  • Dag 03: Kashan Bus Nain Bus Yazd
  • Dag 04: Yazd
  • Dag 05: Yazd Bus Kerman
  • Dag 06: Kerman Bus Rayen Bus Mahan Bus Kerman
  • Dag 07: Kerman Bus Neyriz Bus Shiraz
  • Dag 08: Shiraz
  • Dag 09: Shiraz Bus Persepolis Bus Naqsh-e Rustam Bus Shiraz
  • Dag 10: Shiraz Bus Pasargadae Bus Isfahan
  • Dag 11: Isfahan
  • Dag 12: Isfahan
  • Dag 13: Isfahan Bus Abyaneh Bus Qom Bus Teheran
  • Dag 14: Teheran
  • Dag 15: Teheran Vliegtuig Amsterdam

Tijdzones

Teheran (IST)  is 2.5 uur later dan Amsterdam (EST)

Last but not least…

Last but not least…

Zonsopgang bij Ahu Tongariki
3 Moai’s bij zonsopgang

Op onze vijfde en laatste dag huren we een auto om het oostelijke en noordelijke deel te verkennen. Een zonsopgang mag niet onderbreken en die doen we dus bij Ahu Tongariki, de grootste Moai site van het eiland. Hier staan 15 Moai’s op een rijtje waaronder het grootste voltooide exemplaar dat maar liefst 86 ton weegt en 9,5 meter hoog is. Er is nog een groter exemplaar te vinden in de groeve waar de meeste Moai’s vervaardigd werden, maar die is nooit voltooid.

De vijftien Moai werden in de 17e eeuw omver geworpen gedurende een stammenoorlog. De lange oren stam, die af zouden stammen van de voorvaderen die als eerste het eiland bevolkte hadden en die de andere stammen opgedrongen hadden om nog meer en nog grotere Moai te maken, werd verslagen. Toen de hele stam gedood werd, werden alle Moai van hun bases geduwd waarbij geprobeerd werd om ze op rotsen te breken. Gelukkig is dat bij deze 15 Moai niet gelukt. Er is echter nog maar 1 moai over die ook nog de Pukao op heeft. Op 22 mei 1960 werden door een tsunami (veroorzaakt door de zwaarste aardbeving met een kracht van 9,5 op de schaal van Richter bij Valdivia), de Moai en Pukao opgetild en tot soms honderden meters verder dan hun oorspronkelijke standplaats weer neergelegd.
In 1992 zijn de beelden weer op hun plek gezet door de Chileense archeoloog Claudio Cristino. Hij had daar vijf jaar voor nodig.

Rano Raraku

 

Nadat de magie van de zonsopgang voorbij was zijn we naar Rano Raraku gegaan. Dé plek waar de meeste Moai’s werden gemaakt. Het is een uitgedoofde vulkaan. De krater herbergt precies de juiste steensoort voor het maken van de beroemde standbeelden. Talloze onafgemaakte Moai’s staan hier verdwaald in het landschap, sommigen tot hun oren in het zand.
Een prachtig gezicht nu het ochtendlicht nog zo mooi is en lange schaduwen werpt.
Ook de klim naar de krater gaf een prachtig uitzicht, weer heel anders dan de krater van Rano Kao.

 

 

Verlaten beelden op Rano Raraku

 

Krater van Rano Raraku
Moai’s bij Anakena

 

Rond de middag nemen we een siesta bij het ons al bekende strand van Anakena. Tussen de heuvels en de rotsen langs de kust staan zes Moai’s. Dit is de plek waar volgens de verhalen, die eerste bewoners van Polynesië aan land zijn gekomen. Dit zou Hotu Matu’a en zijn familie zijn geweest. Die daarna het eiland hebben verkend en zijn gebleven. Dit keer hebben we dus wel een mooie blauwe lucht als achtergrond.
Het is inmiddels aardig warm geworden en we zijn wat duf van de korte nacht. Remy knapt een uiltje onder de bomen.

 

 

Prachtige noordkust bij Ovahe beach
Het past als gegoten…

Op de terugweg naar het zuiden en onze camping bezoeken we nog een aantal kleinere Moai sites. De hele middag zien we als we in de richting van het binnenland kijken grijze heftige buien neerdalen. We hebben het geluk gehad er de hele dag omheen te draaien. Maar op ons laatste bezoek aan Ahu Vinapu moeten we er toch echt aan geloven… een miezerbui. Ahu Vinapu was ooit een van de meest belangrijke plaatsen op Paaseiland. Hier zie je een ruïne waar perfect in elkaar vallende basaltblokken netjes opgestapeld zijn. Veel wetenschappers bestuderen al jaren deze stenen aangezien ze wat techniek betreft erg lijken op de Inca-muren van Machu Picchu.
Wat een prachtige dag en wat een machtig mooie afsluiting van ons bezoek aan Paaseiland. Vannacht vertrekt ons vliegtuig naar Santiago en dus naar Amsterdam.

 

Een van de 15 van Ahu Tongariki
De hellingen en lavatunnels van Maunga Terevaka

De hellingen en lavatunnels van Maunga Terevaka

Het eerste gat in de lavatunnel van Ana Te Pahu
In de lavatunnel van Ana Te Pahu

Paaseilands hoogste en jongste vulkaan: Maunga Terevaka (507 m.) hebben we op de tweede dag bezocht. Niet de krater maar de hellingen van deze dode vulkaan hebben we op een 16 km lange wandeling uitvoerig kunnen beleven. Deze zijn bedekt met hele kleine brokken lavasteen maar ook met complete lavasculpturen. Ook vind je hier verschillende lavatunnels waarvan we er drie bezocht hebben. Geen toeristische toestanden maar zelf met behulp van een zaklamp zonder gids de tunnels ontdekken… spannend en avontuurlijk. De eerste lavatunnel begon in een redelijk grote grot die dieper in het landschap verzonken lag en gevuld was met bananenplanten en zoete aardappelplanten. Hier hebben ook mensen gewoond, daar zijn sporen van gevonden waaronder stenen barrières van zo’n meter hoogte om te voorkomen dat er meer dan een mens tegelijk de tunnel in kon komen (bescherming tegen aanvallers). Vanuit de grot loop je dan een donkere tunnel in die hoog genoeg is om in te staan.

 

De smalle uitgang van Ana Te Pahu

Na zo’n 40 meter kom je bij een groot gat in het plafond waar de tunnel deels ingestort is. Hier groeien weer planten in. Vervolgens leidt een pad tussen rotsblokken door ons een stukje lager gelegen tunnel in. Hier staan wat plassen water en wordt het plafond van de tunnel wat lager. Oppassen voor onze hoofden dus. Deels op de tast (zoldering) gaan we in het schijnsel van de zaklamp verder over de ongelijke bodem. Hier wordt het echt donker! Maar gelukkig gloort even later in de verte weer licht van een volgend sinkhole. Hier kunnen we er ook weer uit, maar we besluiten toch nog verder de tunnel te onderzoeken. Bij een splitsing kiezen we voor de rechtse tunnel. Deze is aardedonker en nog lager. Oppassen dus. Een heel stuk verder valt een beetje licht van links binnen… verderop ook, maar zonder zaklamp breek je hier je nek! Die verste opening is te klein om eruit te komen. Dus gaan we terug naar die ervoor.

 

Blowholes aan de kust

De smalle uitgang waar wij eruit klauteren komt uit onder het gebladerte van een struik. Van buitenaf zouden we niet geweten hebben dat hier een lavatunnel uitmondt.
Het schijnt dat er in deze omgeving zo’n 7 km aan onderaardse lavatunnels is. Niet allemaal toegankelijk. Deze, de Ana Te Pahu is een van de bekendste. Behalve deze onderzoeken we nog twee lavatunnels: Ana Te Pora, een wat kleinere tunnel met een kleine maar makkelijk toegankelijke ingang. Ook deze tunnel werd kennelijk door mensen gebruikt als schuilplaats en ceremoniële ruimte. Hij is minder lang maar niet minder spannend als Ana te Pahu en eindigt uiteindelijk ook in een een smalle doorgang die onder een boompje uitkomt.

 

 

 

Remy kruipt in lavatunnel
Remy kruipt in lavatunnel
Lavatunnel met uitzicht op zee

De derde tunnel die we doen is weliswaar kort maar wel spectaculair. Je daalt af in een hol in de grond waarvan je je afvraagt of je er überhaupt doorheen past. Eerst recht naar beneden dan bijna kruipend vanwege de engte en lage hoogte om uiteindelijk een paar meter verder in een breed hoger stuk uit te komen. Hier stoot ik desondanks toch hard mijn hoofd aan een scherpe richel in het verlaagde plafond die ik op de tast niet ontdekt had. Deze tunnel is maar een meter of 50 lang. Hij splitst zich in tweeën met aan ieder uiteinde een venster met uitzicht van boven op de zee (ruim 10 meter lager) en de hoge op de rotsen uiteenspattende golven. Prachtig. Op de wanden is duidelijk te zien dat er allerlei gassen meegevoerd zijn. Er zit een gele zwavelachtige kleur op de wanden.

 

 

 

 

 

Wilde paarden
Veel skeletten onderweg…

Op Maunga Terevaka wonen bijna geen mensen al zie je wel veel met lavastenen gestapelde muren die stukken land afbakenen. Op onze wandeling komen we tientallen skeletten tegen. De meeste van de paarden die hier voor een groot deel nog in het wild rondlopen, enkele van koeien die hier kennelijk het loodje gelegd hebben. Die kadavers worden op natuurlijke wijze opgeruimd door de vele valken die hier rondvliegen. Insecten en ratten doen waarschijnlijk het kruimelwerk. We komen ook verschillende ahu’s tegen, de platforms waarop veel van de moai’s staan. Maar de beelden zelf zien we niet. Kennelijk hebben we er een aantal gemist omdat we of te hoog of te laag op de berghelling liepen. Maar het gaat met name om omgevallen beelden die met het gezicht naar de grond liggen.

 

 

Eén van de vele Ahu’s

Dit is het meest afgelegen stuk van het eiland met prachtige uitzichten op de ruige kustlijn van het noorden en ook de twee mooiste stranden van Paaseiland: Anakena beach en Ovahe beach. Het zijn de enige zandstranden van Paaseiland. Anakena heeft ook een mooi palmen”woud” achter het zandstrand. Anakena ligt aan het eind van de trail en daar vinden we dan eindelijk onze eerste echte Moai’s. Zeven stuks op een rijtje waarvan de eerste vier nog hun oorspronkelijke Pukao, een hoed van rood lavagesteente op hebben. De vijfde is op de hoed na nog intact de 6e en 7e hebben geen gezichten meer. Iets verderop staat een oudere Moai. Tevens de eerste Moai die weer werd opgericht.

 

 

Anakena komt eindelijk in zicht…
Moai bij Anakena

Wat een mooie afsluiting van een mooie maar erg vermoeiende wandeling! Terwijl Remy een duik in de warme turquoise blauwe zee neemt ga ik op kokosnotenjacht. Van alweer een erg aardige eilander krijg ik een workshop “hoe slacht ik een kokosnoot zonder gereedschap”. Hij laat me zien hoe je eerst met de kont van de kokosnoot op een puntige rots moet slaan om daarna de zijkanten te bewerken. De dikke vezelige huid komt zo losser en zo kun je die uiteindelijk van de eigenlijke noot afpellen. Vervolgens prik je door een van de drie ogen en dan kun je het kokoswater drinken. Daarna sla je de noot open op de rots en komt het witte vruchtvlees vrij ter consumptie. Hmmm, leerzaam en lekker!

 

 

 

 

 

Moai’s bij Anakena
Rapa Nui ofwel Paaseiland

Rapa Nui ofwel Paaseiland

Moai van Ahu Tahai
Moai van Ahu Tahai

Op vijf uur vliegen (3680 km) vanaf Santiago de Chile, de hoofdstad van Chili, bevindt zich een mysterieus eiland in de Stille Zuidzee: Paaseiland. Het eiland dat veel enthousiaste reizigers zoals wij, wel in hun wensenlijstje hebben staan. Een eiland vol met mysterieuze stenen beelden, hout- en steengravures en het enige geschreven Polynesisch schrift: het Rongorongo schrift. 887 Moai’s zijn er terug gevonden. Aanvankelijk allemaal staande beelden. De meesten zo’n 4,5 meter hoog.
Er zijn echter ook veel grotere exemplaren zoals enkele bij Tongariki. Het grootste beeld is 9,5 meter hoog.

Dezelfde precisie als bij Inca bouwwerken

Er zijn twee theorieën. Omdat er resten van bouwwerken zijn gevonden met grote stenen die met dezelfde nauwkeurige precisie op elkaar zijn gestapeld als bij Inca bouwwerken en omdat men denkt dat deze monolieten met eenzelfde gereedschap zijn gemaakt is er een vermoeden dat de Incas zich hier aanvankelijk gevestigd hadden.

Een andere theorie is dat het zo’n 1600 jaar geleden bevolkt werd door een verdwenen Polynesisch volk. Men denkt zelfs dat er toen zo’n 10.000 tot 15.000 mensen woonden. Maar dat die bevolking ten onder is gegaan aan overbevolking, de verregaande ontbossing en uitputting van natuurlijke grondstoffen. De bomen werden gekapt voor het verplaatsen van de grote stenen hoofden die op het eiland zijn geplaatst, voor het bouwen van huizen en het bouwen van kano’s om te kunnen vissen. Maar ook de slavenhandel door Peruanen en de komst van allerlei ziekten toen de Europeanen kwamen zouden een oorzaak kunnen zijn.

Prachtig blauw water en hoge golven beuken op de kust
Motu Nui (Kari Kari) en het kleinere Motu Iti

Grappig om te weten is dat Paaseiland in 1722 werd ontdekt door een Nederlandse ontdekkingsreiziger: Jacob Roggeveen, nota bene op Paaszondag (5 april)! Het was het eerste contact tussen Europeanen en de Polynesische bevolking. Pas in 1770 kwamen de Spanjaarden aan land en Thomas Cook kwam er voor het eerst in 1774. De eilanders zelf noemen het Rapa Nui, een exotische naam die in het Nederlands gewoon ‘Grote Rots’ betekent.
Toen van Roggeveen er kwam waren en nog zo’n 2000-3000 mensen. Toen stonden alle moai beelden ook nog overeind. Echter toen de Spanjaarden er kwamen waren veel beelden al omver getrokken.

Voordat het eiland voor het eerst bewoond werd, zo’n 12 eeuwen geleden, was er veel vogelleven op het eiland. Er kwamen zo’n 25-30 soorten voor. De vogels hadden hier hun broedplaats. Maar de komst van de Polynesische bevolking en later de Europeanen heeft het vogelleven bijna de nek om gedraaid door de jacht op de eieren en het daarmee beschadigen van hun leefruimte. De komst van de Europeanen en hun ratten was de druppel! Nu zijn er nog maar vier zeevogelsoorten over die je moeilijk te zien krijgt. Ook van de oorspronkelijke flora is bijna niets meer over.

 

De huisjes van Orongo

Het eiland bestaat uit enkele vulkanen die de zwartgeblakerde rotswanden langs de kust verklaren. De krater van de grootste en laagste vulkaan (324 m), Rano Kau, vormt een schitterend kratermeer, bedekt met hetzelfde totorariet dat ook op het Titicacameer te vinden is. Hier zijn we de derde dag naar de top gegaan. Een comfortabele liftpoging bracht ons snel naar boven. De chauffeur, een gastvrije eilander, ging eigenlijk de andere kant op maar vond dat hij ons best even de berg op kon rijden. Toch een omweg van zo’n 16 km. Normaal duurt de wandeling binnendoor naar de top bijna twee uur. Op de kraterrand ligt Orongo. Hier zagen we de restanten van een oorspronkelijk dorp dat slechts twee weken per jaar diende voor een speciale ceremonie: de competitie voor het bepalen van de nieuwe birdman/vogelman. De ‘huisjes’ zijn klein en opgebouwd met gestapelde flagstones. Op de daken ligt een grasmat. Ze zijn dus mooi gecamoufleerd in het landschap. Je kunt er alleen maar in slapen, binnen kun je niet staan.

Moai met Tangata manu afbeeldingen
Moai met Tangata manu afbeeldingen

De birdmancompetitie is heel speciaal en vind je ook terug in verschillende petroglyfen op het eiland. Eens per jaar streden stamhouders of hun afgevaardigden om de eer. Menigeen liet daarbij het leven. Er waren zo’n 33 stammen in die tijd.
De strijders moesten vanaf de top van de vulkaan de steile kliffen afdalen naar de zee. Daar de zware stromingen trotseren om de 810 meter afstand naar het vogeleiland Kari Kari zwemmend af te leggen om vervolgens op de steile kliffen aldaar te zoeken naar eieren van de bonte stern. Soms waren de vogels laat met nestelen en moesten de strijders dagen of weken wachten en zichzelf gedurende die tijd in leven houden. Degene die als eerste een ei onbeschadigd naar het hoofdeiland bracht werd uitverkoren tot Tangata manu ofwel Vogelman (of zijn meester als hij een afgevaardigde was). Daarmee werd hij gedurende één jaar de vertegenwoordiger van de schepper/god Make Make en dus de geestelijk leider over het eiland, een taak die in isolement doorgebracht moet worden. De nieuwe vogelman schoor zijn hoofd kaal, waste zich niet meer en liet de nagels groeien. Hij werd de Tangata manu, Deze traditie vond voor het laatst plaats in 1878. Toen werd er door missionarissen een einde aan deze rituelen gebracht.

 

 

Rano Kau krater
Rano Kau krater
Rotstekeningen
Rotstekeningen

De uitzichten vanaf Orongo in de krater en over de zee zijn prachtig. De krater heeft een moerassig uiterlijk met kleine eilandjes van riet en nog enkele bijzondere en oorspronkelijke plantensoorten die hier gekoesterd worden.
De paaseilanders zijn zich langzaam bewust aan het worden van het belang om de natuur te herstellen. Er zijn wat zaden gevonden van boomsoorten en planten die hier oorspronkelijk voor kwamen en die worden nu in kwekerijen opgekweekt om weer uitgeplant te worden.
Ook het losliggende vulkaangesteente mag niet meer verzameld worden om de souvenir paasbeeldjes te maken. Een goede zaak! Die worden nu o.a. gemaakt van de ytong blokken die wij in Nederland ook gebruiken als bouwmateriaal.
De wandeling terug was mooi. Het pad kwam door één van de laatste kleine stukjes oorspronkelijk bos.

 

De kust van Paaseiland
De kust van Paaseiland
Santiago de Chile

Santiago de Chile

Palacio de la Moneda

Over Santiago kunnen we, net als over Buenos Aires, natuurlijk niet al te goed oordelen, aangezien we maar anderhalve dag de tijd hebben om de stad te verkennen. De stad met zijn 5 miljoen inwoners ligt op een hoogte van 522 meter op een vlakte tussen de kust en het Andes gebergte.

We bezoeken het Plaza de la Constitución waar het Palacio de la Moneda staat, de zit van de president van Chili. Gebouwd tussen 1784 en 1805 was dit eerst de plek waar de Chileense munt werd geslagen. Om de dag vind hier de wisseling van de wacht ceremonie plaats, helaas waren we natuurlijk op de verkeerde dag, waardoor we de ceremonie missen.

 


Iglesia San Francisco

Even verderop bezoeken we de Iglesia San Francisco. Deze kerk, ingewijd in 1622, is het oudste koloniale gebouw van Chili. De pilaren zijn gebouwd van dikke stenen en het plafond van het middenrif bestaat uit honderden vierkante blokken met bloemmotieven. Bij een altaar met het beeld van de heilige Franciscus hangen veel foto’s van honden en katten. In de Maria zijkapel zingt iemand voortdurend liederen en enkele kerkgangers zingen en bidden mee. Het geeft een aparte sfeer…

We lopen door naar het Plaza de Armas, het centrale plein van de stad. Aan dit plein liggen enkele historische gebouwen o.a. het prachtige Catedral Metropolitana de Santiago, de Correo Central de Santiago (hoofdkantoor van de post) en het Palacio de la Real Audiencia y Cajas Reales.
De bouw van de neo-klassieke Catedral Metropolitana de Santiago begon in 1748 en duurde 52 jaar. Het is de belangrijkste kerk van Chili en de cathedraal staat vol met altaars en relikwieën. Het plafond van het middenrif en de zijbeuken zijn druk met barokke fresco’s.
Het Palacio de la Real Audiencia y Cajas Reales is de vroegere zetel van het parlament van Chili. Tegenwoordig is het nationaal historisch museum van Chili hier gevestigd. In een aantal zalen wordt hier de historie van de staat Chili getoond.
Catedral Metropolitana de Santiago
Catedral Metropolitana de Santiago

We verlaten het plein en lopen oostwaarts via de in neo-renaissance stijl gebouwde Basilica de la Merced uit 1795 naar het Cerro Santa Lucía, een kleinere groene 69 meter hoge heuvel (een restant van een 15 miljoen jaar oude vulkaan) midden in de stad. Het is een leuk rustpunt midden in deze stad met sierlijke fonteinen, bloemperken, een amfitheater, uitkijkpunten over de stad en een tweetal oude kleine forten. Deze heuvel werd op 13 december 1540 door Pedro de Valdivia veroverd na een veldslag tegen een overmacht van indianen. Op deze plek stichtte hij zo’n twee maanden later (op 12 februari 1541) de stad Santiago en werd later de eerste gouverneur van Chili.

We lopen vanaf deze relatief rustige plek weer terug het centrum in. Het is zaterdag en in de stad zijn inmiddels vele kraampjes in de straten opgezet en is het gezellig druk.

 

Achteringang van het Museo de Bellas Artes

Het Museo de Bellas Artes (museum van de schone kunst) bevindt zich in een prachtig gebouw in neo-klassieke stijl, waarvan de plattegrond en voorkant gebaseerd zijn op het Petit Palais in Parijs. Het museum bevat voornamelijk kunstwerken van Zuid-Amerikaanse kunstenaars. In het museum staan veel mooie beelden en ook van binnen is het een prachtig mooi gebouw!

We besluiten onze wandeling bij het Mercado Central. Dit overdekte marktgebouw bevat een grote vismarkt met daaromheen tientallen visrestaurantjes waar je de net verhandelde vis kunt eten. We kunnen het natuurlijk niet laten om een vis te proeven…
Santiago is op het eerste gezicht een drukke stad met Amerikaanse invloeden (ook hier nemen de Starbucks, McDonalds en KFC het stadbeeld langzaam over) die toch wel zijn charme heeft…