Het merengebied: Chiloé


Tijdens onze laatste dag in het merengebied bezoeken we het eiland Chiloé. Het eiland heeft geen vaste verbinding met vaste land en dus rijden we met de auto al vroeg in de ochtend de veerboot op. Tijdens de overtocht zwemmen enkele Peale’s dolphins voor de boeg van de veerboot mee. Genieten!
Eenmaal van boord gaan we op weg naar Ancud, een kustplaats aan de noordkant van het eiland, waar we een bezoek brengen aan het Fuerte San Antonio, een fort uit 1767, en het regionale museum, waar o.a. een skelet van een 33 meter lange en 188 ton zware baleinwalvis ligt. In het bezoekerscentrum van Ancud halen we een kaart op voor de hoofdreden van ons bezoek aan Chiloé: de kerken.
De kerken van Chiloé worden gezien als de meest prominente gebouwen van de Chilote-architectuur. In tegenstelling tot de traditionele Spaanse koloniale bouw zijn deze kerken van Chiloé geheel gebouwd van hout en bedekt met houten dakshingles. Jezuïeten waren verantwoordelijk voor de bouw van deze kerken. Er zijn in totaal zo’n 60 van deze kerken verspreid over het eiland en we hopen er enkele van te bezoeken. Zo’n 16 van deze kerken, gecentreerd rond de omgeving van de hoofdstad Castro staan sinds 2000 op de UNESCO werelderfgoedlijst.


In Castro aangekomen bekijken we eerst de leuk gekleurde paalwoningen waar de hoofdstad om bekend staat. Helaas is het eb en kunnen we geen foto’s maken van het glinsterende water voor de woningen. Maar desondanks blijft het leuk om de kleurrijke panden te zien. En dat geel en paars geen slechte combinatie is, bewijst de Iglesia San Francisco in Castro, één van de beroemde houten kerken. De kleurencombinatie spat van je netvlies af. Wat is dat toch in Nederland met al die saaie grijze, betonnen of vaalrode stenen kerken? Het maakt je gewoon vrolijk bij het zien van deze frisse kleuren!
We eten Merluza (een soort kabeljauwachtige vis) en grote gekookte aardappelen bij een klein restaurantje met een vriendelijke eigenaar aan de kust en zetten onze kerkentocht voort richting Chonchi, waar wellicht de mooiste kerk, de Iglesia de San Carlos Borromeo, staat. De buitenkant is geschilderd in wit, (licht)blauw en geel. Van binnen is het hele plafond van de beuk in dezelfde lichtblauwe kleur bedekt met witte sterretjes. De rest van de binnenkant is in blank hout. Opvallend van deze kerk is ook dat twee van bogen voor de kerk verschillend van vorm zijn, waar je bij de andere kerken een aantal gelijk gevormde bogen ziet.



Een paar kilometer verder ligt de Iglesia de Vilupulli van het gelijknamige dorpje Vilupulli. In een ver verleden zaten er op deze kerk ook nog kleuren, maar helaas verkeerd deze kerk niet meer in een al te goede toestand. Hopelijk wordt hij snel gerestaureerd. In Nercón, vlakbij Castro, zien we de in 1879 herbouwde Iglesia de Señora de Gracia de Nercón, een aan de buitenkant in beige, blank en blauw gekleurde kerk, Hij wordt door een aantal balken aan de zijkant gestut. Vanwege de vele regen op Chiloé rot veel van het hout van deze kerken weg en moet dat hout regelmatig vervangen worden. Helaas is er op het eiland geen hout van de larix of de cipres meer te krijgen en worden de originele houtsoorten vervangen door wat meer voorkomende houtsoorten. Ook deze kerk ziet er van binnen leuk uit, mede doordat deze in 2012 nog is gerestaureerd. Op mooie wijze hebben ze een marmerstructuur geverfd op de houten pilaren en die geven de binnenkant van de kerk een uniek karakter. De vriendelijke pastor geeft aan dat we ook gerust de trap mogen oplopen. Boven zien we duidelijk de bouw van de zijbeuken, een ruimte met onbehandeld hout waar je ongezien van voor tot achter kunt lopen en wellicht dient als ruimte voor opslag. Prachtig dat er dit soort kerkjes zijn, gewoon genieten!


Als laatste bezoeken we de Iglesia de Nuestra Señora de los Dolores in Dalcahue, gebouwd in 1893, die er prachtig bij staat in grijs en wit. Ook hier zien we twee verschillende soorten bogen aan de voorkant van de kerk.

























































